|
[In bewerking. Versie 11-06-2026 21.59] Een kwetsbaar artikel in de eerste persoon. Misschien vind ik het moeilijkste van getraumatiseerd zijn nog niet eens de angst zelf. Niet eens de helse paniek. Niet het plotselinge wegzakken van de grond onder mijn voeten. Misschien ook niet eens het kinderlijk kwetsbare in mij dat in één ogenblik afschuwelijke scenario's voorziet die anderen niet zien. Misschien is het moeilijkste dat anderen dat kwetsbare nooit echt zien. Dat ik onzichtbaar ben. De mensen om mij heen zien de sterke kant. De rustige kant. De stabiele man die geleerd heeft om altijd overeind te blijven staan als iedereen omvalt. De persoon die altijd doorgaat, helder praat, vriendelijk blijft, verantwoordelijkheid draagt en ondertussen van binnen in totale paniek kan zijn. Gedissocieerd. Overlevend. Sterk aanwezig in de zorg voor de ander. Sterk afwezig met mijn eigen behoeften en mijn eigen grenzen omdat die niet gemiddeld zijn en daarom toch niet begrepen worden. Doordat de mensen om mij heen aan die sterke buitenkant gewend zijn geraakt, ontstaat er in iedere volgende levensfase weer een nieuw soort eenzaamheid. Op het moment dat ik iets probeer te laten zien van het eenzame, kwetsbare, bange, onbegrepen kind, past dat niet bij het beeld dat anderen van mij hebben. Dan roept juist dat wanhopige, dat verlorene, het echte en gewonde resolute afwijzing op. Onbegrip. Irritatie. Boosheid zelfs. Alsof ik zwelg in zelfmedelijden. Alsof ik uit mijn rol val. Maar ik val niet uit mijn rol. Mijn harnas valt uit elkaar en knalt op de grond. Ja, ik bén ook die rustig overkomende persoon. Die verantwoordelijke. Die nadenkende. Die dragende. Die rots in de branding. Die veilige haven. Ja, ik hou van je en wil het beste voor je. Echt. Geen twijfel over. Ik kruip naar de noordpool voor je als het moet. Maar ondertussen word ik gesloopt. En ben ik helemaal niet sterk. Vaker niet dan wel eerlijk gezegd. Zeker niet wanneer die eeuwige, eindeloze, altijd aanwezige en allesoverheersende angst alles overspoelt. En ook niet als mijn lichaam met lichtsnelheid reageert in vergelijking met mijn relativerende verstand. Mijn hartslag opgejaagd wordt. Mijn gedachten gieren. De herbelevingen door mijn hoofd flitsen. Mijn zenuwen lijken te exploderen. Niet als het kind in mij weer opnieuw vaststelt dat hij ten diepste altijd alleen is. Dat niemand mij eens komt helpen, dat niemand ziet wat er werkelijk gebeurt. Sterk zijn heeft totaal niets te maken met ontspannen zijn. Kalm overkomen staat volkomen los van rust. Communiceren heeft dan niets meer te maken met verbonden zijn. Ik kan rustig op een stoel zitten terwijl de zenuwen door mijn lijf gieren. Ik kan naar je glimlachen en je geruststellen terwijl ik snak naar adem. Ik kan jou redden terwijl ik verloren ga. Sterk zijn heeft totaal niets te maken met ontspannen zijn. Ik kan jou redden terwijl ik verloren ga. Dat maakt de pijn soms ondraaglijk. Kwellend. Tergend. Dat ik wel gezien wordt in mijn overlevingskracht, maar niet gezien in mijn nood. Dat mensen vertrouwen op mijn rustige uitstraling, terwijl ik van binnen snak naar iemand die even naast mij op de grond komt zitten. Niet om mij te beoordelen. Of te zeggen wat ik anders moet doen. Niet om mij te corrigeren of me duidelijk te maken dat ik mezelf weer de put in praat. Niet om me terug te duwen in het beeld dat voor hem of haar vertrouwd of prettig is. Maar om even te laten voelen: ik zie je. Ik huil om jou. Ik zie de sterke volwassen man die zoveel draagt, en ik zie ook de kleine jongen in grote wanhoop en paniek. Ik zie de held. En ik zie het slachtoffer. Ik zie je fouten. Maar ik ken je hart.
Wat een rijkdom toen ik iemand ontmoette die beide kanten aanvaardde. Die zich niet irriteerde aan mijn kwetsbaarheid en niet schrok van mijn 'onredelijke' paniek. Omdat diegene dit zelf ook maar al te goed kende. Iemand die wist dat mijn paniek helemaal niet onredelijk is omdat veel te vaak wel gebeurde wat ik al voorzag. Iemand die begreep dat mijn diepste angst precies daar zit waar anderen mijn rust denken te zien. Iemand die uit eigen ervaring wist hoe indrukwekkend overleven er aan de buitenkant uitziet, maar hoe verrot eenzaam en kwellend het van binnen is. Ik verwachtte geen oplossing van je. Je hoefde alleen maar met de ogen van je hart te kijken. Jouw blik veranderde iets. Dankjewel nog. Ik bewaar die als een kostbare foto in mijn hart. Het bestaat. Ik ben gezien. Ik zag jou ook. Laat het nooit wegroven, hou het vast. Dat kunnen we. Dat hebben we wel geleerd. Blijf altijd leren en ontdekken hoe je zuinig op je zelf kunt zijn. Deel het meest kwetsbare van jezelf alleen daar waar je én weet én voelt dat het echt veilig is. Niet alleen weten. Niet alleen voelen. Zorg dat je het zowel weet als voelt. Veiligheid voor alles. Dat is meestal maar bij een heel klein clubje mensen om je heen. De enkelingen. Dat is voor ons die met trauma's moeten leven een lang leerproces. Dat duurt jaren. Dat is niet anders.
0 Opmerkingen
Waarom je elkaar soms misloopt terwijl je allebei verbinding zoekt
[In bewerking. Versie 29-04-2026 11.15] Het was een belangrijk gesprek voor je. Niet zomaar een praatje tussendoor, maar zo’n gesprek waar je van tevoren goed over hebt nagedacht. Je had je woorden zorgvuldig gewogen. Je wilde je integer en zonder oordeel opstellen. Openhartig, maar met gepaste grenzen. En eerlijk is eerlijk: toen je naar huis reed, had je het gevoel dat het best goed was gegaan. Het was een mooi gesprek. Jullie hadden zelfs even gelachen, dingen uitgesproken, elkaar aangekeken, misschien even gezwegen. Dankbaar! En een terecht klein schouderklopje voor jezelf.
Maar de volgende dag kreeg je een appje. Het maakte meteen duidelijk dat de ander het gesprek toch heel anders had beleefd. Dat het voor hem of haar ongemakkelijk was geweest. Te intens misschien. Te scherp. Te veel. Of juist te afstandelijk. En terwijl jij dacht dat jullie dichterbij waren gekomen, bleek de ander zich niet helemaal gezien, niet begrepen of zelfs onveilig te hebben gevoeld. Heel verwarrend. Wat gebeurt hier? Misschien hebben jullie allebei een andere 'verbindingsstijl'. Wat is dat en hoe kan inzicht hierin je helpen in situaties waarin verbinding verwarrend wordt? Daarover gaat dit artikel. Een eigen stijl van verbinding Elk kind zoekt onbewust naar een 'veilige' verbinding met de ander. In het contact met je vader, moeder, opvoeders, broertjes, zusjes, familie en vriendjes leer je hoe dat werkt. Degenen die jou opvoeden zijn sleutelfiguren in de vorming van jouw verbindingsstijl. Juist van hen leer je hoe je bij iemand 'binnenkomt', 'aanhaakt'; hoe je 'aansluiting' vindt of met iemand een 'lijntje legt'.
Zo ontstaan verbindingsstijlen. Niet als een bewust gekozen strategie, maar als een onbewust aangeleerde stijl om in het contact met de ander steeds dat haakje te vinden dat de communicatie, de sfeer goed houdt. Want dat is veilig. Een kind voelt: zo maak ik verbinding, zo leg ik een lijntje, zo krijgen we contact, zo raak ik de ander niet kwijt en zo kan ik het verloren contact weer 'oppakken'. En wat werkt, gaan we herhalen. En wat je vaak herhaalt, wordt vertrouwd. En gaat vanzelf bij je horen. Voor je het weet noemt iedereen het je 'karakter', terwijl het misschien meer iets is dat je gaandeweg ontdekte in het leven. Zo werkt het. Verbindingsstijl, hechtingsstijl en communicatiestijl Een verbindingsstijl is dus wat anders dan een hechtingsstijl of communicatiestijl. Een verbindingsstijl is de vroeg aangeleerde manier waarop je in een concrete ontmoeting met de ander nabijheid probeert te maken, te checken, te bewaren of te herstellen. Je zou kunnen zeggen: het is een specifiek instrument in de toolbox van je communicatievaardigheden, maar wel gaandeweg ontstaan in je hechtingsgeschiedenis. Je communicatiestijl gaat over hoe je communiceert (zenden, ontvangen, luisteren, verbaal, nonverbaal, passief, actief, direct, indirect). Je hechtingsstijl gaat over hoe veilig nabijheid voor je voelde in de hechting met je primaire opvoeders en hoe je daar in je verdere leven mee omgaat (veilig, angstig, vermijdend, verwarrend). Je verbindingsstijl zit daar precies tussenin: het is jouw vertrouwde haakje om heel concreet nu in dit gesprek, in deze ontmoeting de verbinding tot stand te brengen, te checken of die verbinding nog goed is, te onderhouden en zonodig te herstellen of repareren. Zowel het tot stand brengen als het checken, onderhouden en herstellen gebeurt door micro-interventies: een glimlach, een bevestigend knikje, oogcontact, gezichtsuitdrukking, een klein gebaar, koffie aanbieden, een mop vertellen, even stil zijn, een onderwerp inbrengen, etc. Getraumatiseerde mensen zijn heel gevoelig voor deze micro-interventies van de ander. Traumasensitieve personen zetten deze micro-interventies bewust of onbewust in om het contact voor de ander veilig te maken. Ik zie vanuit mijn praktijkervaring aanwijzingen dat stellen die dezelfde verbindingsstijl hebben en concreet continu hun relatie 'onderhouden' of 'repareren' met deze micro-interventies een langere en duurzamere relatie met elkaar kunnen opbouwen dan mensen die een verschillende verbindingsstijl hebben of deze kleine 'reparaties' achterwege laten. Op een gegeven moment is het contact dan op zoveel kleine stukjes 'beschadigd' dat het als onherstelbaar voelt. En soms ook onherstelbaar is. Onveilig gehechte mensen voelen zich sneller onzeker over de verbinding. Zij zullen deze daarom vaker checken en voorzichtig proberen het lijntje te herstellen, of juist (tijdelijk) afstand nemen als de verbinding te intens wordt. Het is voor hen veel harder werken dan voor mensen die veilig gehecht zijn. Onveilig gehechte mensen zullen daarom vaker hun verbindingsstijl met de daarbij behorende micro-interventies moeten inzetten voor kleine 'checks' of 'reparaties' van de lijn. Zij lopen relationeel altijd meer op eieren en dat kost veel energie. Dit kan zelfs tot uitputting leiden in complexe relationele situaties. Veilig gehechte mensen hebben afhankelijk van hun persoonlijkheidsprofiel een specifieke verbindingsstijl die ze vrijwel overal inzetten of juist een breder scala aan verbindingsstijlen. De specifieke verbindingsstijl zie je vooral bij stabiele, meer robuuste persoonlijkheden (nuchter, behoudend, gestructureerd). Zij maken overal op hun eigen manier verbinding. Plastische en meer dynamische persoonlijkheden (gevoelig, extravert, open-minded, creatief) hebben soms meerdere haakjes voor verbinding en kunnen soms beter aansluiten bij uiteenlopende verbindingsstijlen van anderen. Opvallende verbindingsstijlen In de afgelopen 35 jaar heb ik veel mensen mijn kamer, een teamsessie, een intakegesprek of een wachtruimte zien binnenlopen. En verbinding met mij en anderen zien maken. Allemaal met een eigen, unieke verbindingsstijl. Ik heb er al schrijvend een aantal op een rij gezet, maar er zijn er natuurlijk nog veel meer. Dit is geen wetenschappelijk onderbouwd overzicht, het komt niet uit een theoretisch model. Voor zover mij bekend is er (nog) geen psychologisch model op het gebied van verbindingsstijlen, al raakt het natuurlijk diverse theorieën over hechting, interpersoonlijke relaties, coping en communicatie. Het is wat mij gaandeweg is gaan opvallen in mijn werk als psycholoog.
Natuurlijk zijn er nog veel meer: verrassen (onverwachte wendingen aan een gesprek geven), shockeren (iets heftig als een bommetje laten vallen), kadootjes geven (letterlijk of figuurlijk), druk zijn (werken), interesse tonen in een voorwerp van de ander ('hé, dat is een mooie foto'), iets concreets tonen (bijv. op een mobiel), fysieke aanraking, etc. etc. Niemand heeft slechts één verbindingsstijl. We maken allemaal een eigen combinatie van meestal twee of drie voorkeursstijlen is mijn indruk. Zo kun je tegelijkertijd de 'uitdagende analist' zijn, de 'mopperende grappenmaker' en zelfs de 'harmoniserende, pratende zorger'. Onder druk zie je mensen vaak hun meest beproefde verbindingsstijl inzetten en de meest opvallende 'reparatie-interventies'. Elke verbindingsstijl heeft een eigen logica en een eigen ontwikkelingsgeschiedenis waarin deze stijlen als de best passende boven kwamen drijven. 'Best passend' is de optelsom van:
Om deze reden zijn we allemaal extreem vergroeid met onze eigen verbindingsstijl. Deze is duizenden of misschien wel tienduizenden keren subtiel en onbewust bevestigd als de veiligste, meest effectieve manier om contact te maken. Of te checken. Of te repareren. Of te behouden. Op deze manier, met deze sociale micro-interventies, kreeg je de optimale mix van afstand en nabijheid. Om die reden zijn we onbewust erg overtuigd geraakt van onze eigen stijl: het heeft jaren geduurd om dit (onbewust) te ontdekken en (ook onbewust) te ontwikkelen. Zelfs de stille waarnemer is er (ook weer onbewust) diep van overtuigd dat je het best niets kunt zeggen en altijd moet wachten. Elke stijl heeft iets moois. De helper ziet wat de ander nodig heeft. De analist kan helderheid brengen. De grappenmaker maakt het zware wat lichter. Van de stille waarnemer kunnen we leren dat je soms beter niets kunt zeggen. En de mopperaar helpt ons om onze irritaties te verwoorden. Maar een stijl die jou als kind gaandeweg hielp je te verbinden met de ander, kan later in je leven ook ingewikkeld worden als je verbinding zoekt met iemand die een andere verbindingsstijl heeft. Of iemand anders met jou. Soms staan de verbindingsstijlen van twee mensen haaks op elkaar. Dan ontstaat er een ongelijke dans. Jouw micro-interventies, jouw bewegingen, sluiten niet aan bij de bewegingen van de ander en de micro-interventies die de ander ondertussen probeert te doen. Dan is er geen 'sync'. Je werkt elkaar onbewust juist tegen. De ongelijke dans Dat merk je bijvoorbeeld wanneer je als analist verbinding zoekt, check of herstelt met een harmonisator. Als analist ervaar je een goed, licht schurend gesprek als nabijheid. Samen denken, elkaar bevragen, aanscherpen, tot de waarheid helderder wordt. Voor jou als analist is dit een uiting van zorg of liefde: ik neem jou echt serieus, dus ik denk diep met je mee. Als analist zoek je (onbewust) naar intellectuele wederkerigheid. Dat is 'contact', heb je vroeg geleerd. Dit soort gesprekken laat in de cockpit van je binnenwereld een groen lampje branden. Maar de harmonisator kan datzelfde gesprek met jou totaal anders beleven. Die voelt niet zozeer de inhoud, als wel de spanning, de toonzetting en de verschillende perspectieven. Word ik echt begrepen? Voelt de ander zich door mij begrepen? Verwacht de ander nu iets van mij? Mag ik tegenspreken zonder dat dit de verbinding beschadigt? Dus de harmonisator glimlacht, knikt, verzacht en beweegt mee. Niet omdat hij het overal mee eens is, maar omdat veiligheid, respect en emotionele wederkerigheid voor de harmonisator veel belangrijker zijn dan argumentatie, samen sparren of waarheidsvinding. Intellectueel schurend sparren laat bij de harmonisator juist een rood lampje branden in de innerlijke cockpit. Zo ontstaat de ongelijke dans. De een denkt: we komen dichterbij. De ander voelt: ik raak mezelf kwijt. De een zoekt waarheid. De ander zoekt harmonie. Ze doen allebei hun best om verbinding te maken, maar maken daarbij andere 'bewegingen' die niet synchroon in elkaar overlopen. Ze werken elkaar tegen. Een ander soort ongelijke dans kan ontstaan tussen een helper en een probleemdrager. Op het eerste gezicht lijken hun stijlen prachtig op elkaar aan te sluiten. De probleemdrager komt met nood, strijd of verwarring. De helper komt met aandacht, zorg en oplossingen. Allebei voelen ze: dit is verbinding. Jij hebt mij nodig en ik kan iets voor jou betekenen. Maar juist omdat de stijlen zo goed op elkaar passen, kunnen ze elkaar ook gevangen gaan houden. De druk op de helper om het probleem van de ander op te lossen wordt steeds groter. En de druk op de probleemdrager om telkens weer een nieuw probleem voor te leggen, wordt ongemerkt ook groter. Want zonder probleem lijkt de ingang tot nabijheid even kwijt. Zo kan de probleemdrager, hoe vreemd dat misschien klinkt, door problemen te blijven brengen óók voor de helper zorgen. Want zolang er iets op te lossen valt, heeft de helper een plek. Dan is helpen geen vrije keuze meer, maar een strik. En nood geen eerlijke vraag meer, maar een toegangsbewijs tot contact. De helper raakt uitgeput. De probleemdrager blijft afhankelijk. En allebei kunnen ze denken dat ze verbinding maken, terwijl ze vooral elkaars veilige pad bevestigen. Het veilige pad van de ander leren zien Hoe kwetsbaarder de onderwerpen die je met iemand bespreekt en hoe vertrouwelijker je met iemand omgaat, hoe groter de impact van een ongelijke dans in verbindingsstijlen. En hoe onveiliger je gehecht bent, hoe meer paniek, verlatingsangst of verwarring een ongelijke dans kan geven. En ook: hoe introverter, empathischer en gevoeliger je zelf bent, hoe meer pijn of spanning je voelt als de verbindingsstijlen niet synchroon lopen. Volwassen verbinding in relationeel complexe situaties (crises, huwelijksproblemen, verstoorde werkrelaties, etc.) vraagt daarom veel zelfreflectie en bewustwording van je eigen verbindingsstijl. Niet: zo ben ik nu eenmaal en hier moet je het maar mee doen. Maar: zo heb ik geleerd dichtbij te blijven en zo heb ik geleerd de verbinding te herstellen. En dit beleef ik als nabijheid en dat beleef ik juist als afstand. En ik wil er voor open staan dat jouw irritante of voor mij ongepaste tegenbewegingen misschien wel jouw beste poging zijn om veilig contact met mij te leggen. Dat kan ik op zijn minst proberen te zien, te begrijpen en te waarderen. Dan hoeft de prater niet opeens te stoppen met praten, maar mag hij wel leren luisteren naar de taal en de verbindingsstijl van de stille waarnemer of de harmonisator. De helper hoeft niet te stoppen met zorgen, maar mag wel wat de ander geeft leren ontvangen. De harmonisator hoeft zijn inzet voor harmonie niet op te geven, maar mag ontdekken dat echte vrede niet ontstaat als je zelf steeds moet verdwijnen. En de analist hoeft zijn scherpte niet op te geven, maar mag leren dat gelijk krijgen iets anders is dan iemand bereiken. Het geeft hopelijk wat rust als je aan de hand van deze inzichten kunt begrijpen wat er soms mis gaat in de verbinding. Een verbindingsstijl is niet goed of fout. Het is je meest vertrouwde, veilige en snelste weg naar verbinding. Maar volwassen worden betekent misschien beseffen en steeds meer leren zien dat anderen een ander vertrouwd paadje hebben ontdekt. Soms wacht de ander niet aan het einde van mijn vertrouwde paadje. Soms verschijnt hij pas waar ik het veilige pad van de ander begin te zien, te begrijpen en te respecteren. Ik hoop dat mijn waarneming en mijn verwoording daarvan je mag helpen om in die ene belangrijke situatie met jezelf en met de ander in verbinding te blijven. Of de verbinding te herstellen. Of die ander iets beter te begrijpen. Of jezelf ... dat kan ook erg helpend zijn!
Disclaimer: dit is geen gevalideerd wetenschappelijk model en ook geen diagnostische indeling. Het is mijn eigen praktijktaal voor iets wat ik in de loop van de jaren vaak ben gaan zien. Voor zover mij bekend bestaat er geen psychologisch model dat precies deze naam, indeling en invalshoek gebruikt. Tegelijk raakt het natuurlijk aan bekende ideeën uit de hechtingstheorie, systeemtherapie, schematherapie en vooral aan het werk van Virginia Satir over communicatiestijlen onder spanning. Zie het dus niet als een etiket, maar als een uitnodiging tot zelfonderzoek: hoe heb jij geleerd om verbinding te zoeken wanneer nabijheid belangrijk of spannend wordt?
Vragen voor zelfreflectie
[In bewerking. Versie 11-3-2026 21.00] Ik kom op social media steeds meer posts tegen met nogal ferme taal over pleasen: pleasen is egoïsme. Pleasen is controle. Pleasen is manipulatie. Pleasen is angst. Pleasen is aanpassing. Pleasen komt voort uit trauma. Pleasen is een teken van onvolwassenheid, narcisme, co-dependency en nog een hele rits onprettige psychologische termen die je liever niet opgeplakt krijgt. Volgens deze posts en theorieën (sommige met een onmiskenbaar hoog AI-gehalte) is autonomie de oplossing: de bewustwording van je 'ik', je 'zelf', je 'bestaansrecht', je grenzen. Niet het gevoel van de ander bepaalt meer of iets goed of fout is, maar jouw gevoel bepaalt dat. Het is hot, trendy, populair en in lijn met onze tijdgeest om pleasen als iets negatiefs neer te zetten waar iedereen vanaf geholpen zou moeten worden. 'Schaam je als je in 2026 nog steeds mensen aan het pleasen bent.' Ik val maar even met de deur in huis: ik ben er een beetje klaar mee. Ik ben een pleaser. En daar ben ik trots op. Ik hou van pleasers. En deze tekst is geen AI, maar 100% Matthijs. Woord voor woord. Even lekker tegen de stroom in ;-). Een pleaser die even zijn tanden laat zien. Pleasers houden van harmonie. Ze zoeken naar harmonie; ze bewaken harmonie. Net als muzikanten. En dat ben ik toevallig ook. En ja: af en toe een een zorgvuldig gekozen dissonante toon als overgang naar een volgend akkoord is ook nodig. Zonder de spanning tussen wringende tonen wordt muziek saai en mis je het gevoel van verwachting of het verlangen naar het volgende akkoord. Of het gevoel van van 'thuiskomen' in het basisakkoord. Maar muziek draait ten diepste maar om één ding: harmonie. Zelfs de meeste ruige heavy-metal gitarist stemt heel zorgvuldig en precies zijn gitaar voor hij gaat spelen. Elk muziekstuk is een spannend verhaal van meerdere tonen, instrumenten of melodielijnen die met elkaar in een bepaald ritme dansen, wringen, soms vechten, om uiteindelijk elkaar te vinden in die unieke harmonie. In een rustig, vredig of juist krachtig slotakkoord. Daarna wordt het stil. Of barst er een bevrijdend applaus los. Ik hou niet alleen van harmonie, ik geloof ook in harmonie. We zijn gemaakt voor harmonie. En uiteindelijk smachten we allemaal naar harmonie. Ik heb in de afgelopen 58 jaar een hoop mensen zien sterven. Zowel mensen die daar naar verlangden als mensen die er bang voor waren. Ik heb naar hen geluisterd, met hen meegezocht naar wat 'loslaten', 'vasthouden', 'koesteren' en 'in je hart meedragen' nou echt betekent als het leven jou loslaat. Woorden die zo makkelijk gezegd worden met een impliciet oordeel of een pijnlijk ongepast advies er in. Maar wat is 'loslaten' als je gezondheid jou loslaat? En wat is 'vasthouden' als niemand weet of begrijpt waar je je aan probeert vast te houden? Of als mensen om je heen een negatief oordeel hebben over dat wat je als hoop, als houvast koestert en met je meedraagt? Ik heb niemand in zijn laatste momenten horen zeggen: 'Had ik maar beter voor mezelf gezorgd', of: 'Was ik maar assertiever geweest' of: 'Had ik maar meer aan mezelf gedacht'. Dat wil niet zeggen dat dit nooit gebeurt. In ieder geval heb ik het nooit meegemaakt. En dat zegt me iets. En daarom deel ik dit hier met jou. Op het allerlaatst, op de grens van leven en dood, zie ik mensen zoeken naar harmonie. Harmonie met de ander. Harmonie met de mensen die tijdens hun levensreis een plek in hun hart hebben gekregen. Zelfs harmonie met degenen die hen pijn hebben gedaan. Het zal niet toevallig zijn dat in de hospices waar ik kwam, de vrijwilligers bijna allemaal 'pleasers' waren: empathische, altruïstische, lieve mensen voor wie niets te veel is. Ze creëerden een atmosfeer van harmonie die bijdroeg aan dat laatste harmonieuze slotakkoord van iemands leven. Als het regende werden zij de paraplu. Was er een onoverkoombare woeste rivier, dan werden zij de brug. De 'bridge over troubled water'. En het is ook niet toevallig dat de mensen die mij een appje stuurden als ze wisten dat ik naar een hospice ging, allemaal zonder twijfel in de categorie 'pleasers' passen. Ze stuurden een lied wat in hen opkwam als ze aan mij of de stervende dachten. Zelfs als ze die persoon niet kenden. Een gedicht dat hen raakte. Een gebed. Dankjewel nog. Je bent een zegen. Het meest verdrietige dat ik heb gezien is sterven zonder harmonie. Los moeten laten zonder dat er vrede, harmonie tussen jou zelf en de ander is ontstaan. Dan is 'loslaten' een pijnlijke, bittere strijd. Dan wordt 'loslaten' eigenlijk 'opgeven'; aanvaarden dat het slotakkoord van je leven of van een relatie lelijk en vals is geworden. Of juist 'vasthouden' aan je eigen gelijk tot aan je laatste snik. Het is allebei pijn in je ziel die je afscheidsblik op het leven vertroebelt. Dan is morfine soms nog de enige manier om de dissonante tonen naar de achtergrond te drukken in het slotakkoord. Dat gun ik echt niemand. Ik hoop dat jij en ik in vrede mogen sterven. In harmonie. Dat het goed is tussen jou en de mensen die veel voor je betekenen. Er bestaan aan het eind van je leven, in het slotakkoord, geen mensen die veel voor je 'hebben betekend' heb ik ontdekt. Er bestaan alleen mensen die veel voor je 'betekenen'. Mijn oma die al lang geleden overleden is, is niet iemand die iets 'heeft betekend' in mijn leven, zij is iemand die 'iets betekent'. Dat blijft. Denk daar maar eens rustig (en kritisch) over na. Ik zal altijd vechten voor harmonie met de mensen die iets voor mij betekenen zolang als we nog met elkaar leven. Dat kan ook als je elkaar maar één keer per vijf jaar spreekt. Als vader moeten sterven terwijl je geen contact meer hebt met je eigen kind ... dat is voor mij als pleaser een stuk van de hel. Ik voel, denk, zoek en vecht met je mee naar harmonie. Als zus moeten sterven terwijl je broer rauw weggescheurd is uit je leven ... ik heb er geen woorden voor. Zeker als dat door toedoen van anderen is ontstaan. Of door niet meer te herleiden misverstanden waardoor je op het laatst elkaars taal niet meer sprak. Of nog erger: niet meer mocht spreken. Of wanneer je door juridisering van conflicten ongewenst lijnrecht tegenover elkaar bent komen te staan. Je werd meegesleept door de impulsieve rechtlijnige acties van iemand die zelf bepaald geen pleaser is. En meestal door een combinatie van al deze dingen. Allemaal pijn ... en mogelijk dissonante klanken in het slotakkoord van jouw levensmuziek. Ik hou van pleasers. Ik wil een pleaser zijn. Ik wil degene zijn die zich in allerlei bochten wringt om het goed te maken. Om rekening te houden met het gevoel van de ander. Om me af te stemmen op de behoeften van de ander. Niet omdat ik bang ben voor afwijzing. Niet omdat ik iets ongezonds koester. Niet omdat ik niet weet wie ik ben of waar ik voor sta. Niet uit verborgen egoïsme of narcisme voor zover ik me zelf ken. Niet omdat ik zelf geen grenzen heb of voel. En ook niet omdat ik naïef ben en de gevaren of ongezonde kanten van pleasen niet zie. Ik ben een pleaser omdat ik weet waar ik voor sta en omdat ik weet wie ik ben. En waar ik in geloof. En waar ik me aan toewijd. Ik zal altijd vechten voor het harmonieuze slotakkoord in het leven. Dat is de leeuw in mij. Het lammetje in mij is bereid zich op te offeren. Soms meer dan verstandig lijkt. En misschien soms ook meer dan verstandig is. Laat me. Dat is mijn keuze. De leeuw in mij gromt en gaat beschermend voor dit lammetje liggen. En voor de lammetjes in mijn geliefden. Daar stel ik de grens. Moet iedereen een pleaser worden? Nee. Zijn pleasers betere mensen? Zeker weten van niet. Is pleasen alleen maar goed en gezond? Nee. Is pleasen altijd helpend? Nee. Is pleasen altijd naastenliefde? Nee. Maar bedenk even hoe jouw werkrelaties, jouw familiebanden, jouw vriendschappen, jouw levensfasen, jouw beslissende momenten of jouw kerkelijke samenkomsten er uit hadden gezien zonder de tact, de aanpassing, de voorzichtigheid, de meegaandheid, de empathie en de zorg van pleasers om je heen. En hoe de wereld er uit had gezien als er geen mensen waren geweest die zichzelf soms te veel opofferen voor de ander. Ik kan je verzekeren: in zo'n wereld zou je niet willen leven. Laat staan sterven ... Als ik het goed heb verwoord en als je met je hart leest, voel je vast het pleasende lammetje in mij. Maar zie je hopelijk ook de vastberaden leeuw in mij die zijn tanden laat zien. En overeind gaat staan als iemand pleasers onzeker wil maken over hun motieven. Stay away from me als je vanuit je eigen pijn, impulsen of bitterheid dissonantie of een disharmonieus slotakkoord creëert in andermans leven. Dan ga je over mijn grens. Stop. Niet doen. Als je het heel bewust toch doet val ik je aan, desnoods met gevaar voor mijn eigen leven. Maar luister goed: ik val je niet aan met verbaal geweld of agressie. Ik val je aan met de wapens van pleasers: liefde, vergeving, begrip, eerlijkheid, zorg, empathie, respect, hoop, medeleven, gebed, verbondenheid, vertrouwen, warmte, troost, bemoediging, een gedicht, een tekst, een lied, een schilderij. Dit zijn ongelofelijk krachtige wapens. Dat zul je merken. Je gaat eraan. En als je onbewust valse slotakkoorden creëert in andermans laat ik je schrikken. Zodat je wakker wordt. Blijf van de pleasers, de bemoedigers, de troosters en van de vredestichters af. Laat hen. Ga weg. Als je aan hen of aan onze harmonie komt, kom je aan mij. Waag het niet. - Matthijs Goedegebuure [Ik hoop in de toekomst verder te mogen schrijven over:
Een pleidooi voor pleasers die in relaties en samenwerking voor harmonie, empathie, bemoediging, troost, tact en veiligheid zorgen, zonder de gevaren van pleasen en van dit unieke talent te bagatelliseren. ] Jonathan sloot een verbond met David, omdat hij hem liefhad als zichzelf. Jonathan trok het bovenkleed uit dat hij droeg en gaf het aan David, ook zijn wapenrusting, ja zelfs zijn zwaard, zijn boog en zijn gordel. (1 Sam. 18:3–4)
Een Bijbeltekst die me al sinds mijn kindertijd steeds weer diep raakt. Een inkijkje in een diepe vriendschap en verbondenheid die eigenlijk niet mocht bestaan. Ze hadden elkaars rivalen moeten zijn: Jonathan als rechtmatige troonopvolger vanuit menselijke logica en David als gezalfde troonopvolger vanuit Gods plan. Er was continu verdeeldheid en spanning over deze relatie in het hof, in de legerleiding en in de familie van Jonathan. Maar, misschien wel mede daardoor, groeide er in de loop der jaren een diepe verbondenheid tussen deze twee. We lezen hier dat Jonathan zijn mantel, zijn wapenrusting en zijn wapens aflegt en aan David geeft. Een diep symbolisch gebaar dat veel verder gaat dan vriendschappelijke sympathie of een cadeau. De mantel drukt iets uit van zijn officiële titel en positie als kroonprins en troonopvolger. Jonathan is bereid deze op te geven. Hij stapt letterlijk uit zijn positie met alle risico's en gevolgen van dien. Zijn wapenrusting staat voor de middelen die hij in handen heeft om zichzelf, zijn leven en zijn positie te beschermen. Ook die is hij bereid op te geven. Hij brengt zichzelf symbolisch in gevaar door zijn wapens uit handen te geven en ze te geven aan iemand die hem daarna kan maken of breken. Dat is een grote daad van vertrouwen. Het zwaard heeft te maken met slagkracht. Een oordeel vellen, een knoop doorhakken, je eigen gelijk of recht bevechten. Jonathan maakt zijn zwaard los van zijn riem en legt het voor David neer. Hij geeft zijn slagkracht en zijn oordeel weg. De boog is een lange-afstandswapen. Het staat voor Jonathan's reputatie; hij was een veelgeprezen boogschutter (1 Sam. 20; 2 Sam. 1:22). Hij is bereid zijn reputatie op te geven voor de goede naam van David. Maar misschien zit er nog meer verborgen in deze boog: het oorspronkelijke woord voor boog wordt in de Bijbel ook gebruikt voor de regenboog. Het symbool van Gods verbond met de mens. Het is alsof Jonathan met deze boog David herinnert aan Gods verbond en Gods roeping voor David. Die acht hij belangrijker dan zijn eigen imago of reputatie. De gordel in de Bijbel doet mij altijd denken aan vrijheid en kracht. Een gordel gaf je vroeger de mogelijkheid om je mantel wat hoger te trekken zodat je benen de ruimte krijgen om te rennen. Dat geeft vrijheid en wendbaarheid. Je mantel los laten hangen zorgt voor meer bedekking en uitstraling, maar maakt je eigenlijk kwetsbaarder. Een soldaat heeft de lendenen omgordt. Als we onszelf omgorden met de waarheid ontstaat er vrijheid. De waarheid maakt vrij. En vrijheid maakt je slagvaardig. Jonathan legt zijn mogelijkheid om zich te omgorden voor David neer. 'Ik stem mijn keuzes, mijn acties en de juiste momenten af op de ontwikkelingen in jouw leven en Gods timing daarin.' Dat is wat het mij leert. Jonathan was de kroonprins, erfgenaam van de troon. Toch kiest hij ervoor zichzelf weg te cijferen en David te eren, omdat hij Gods hand in het leven van David herkent. Daar wil hij bij aansluiten. Niet bij zijn eigen carrière. Deze daad tekent een vriendschap die zichzelf weggeeft. Geen vriendschap die vraagt: “Wat levert dit mij op?”, maar een vriendschap die zegt: “Ik wil jou laten bloeien, ook als dat ten koste gaat van mij.” Jonathan kiest niet voor jaloezie, recht of rivaliteit, maar voor trouw, wachten en zelfovergave. Ruimte maken voor de ander. Johannes de Doper maakte ruimte voor Jezus. Jezus maakte ruimte voor de Heilige Geest. De Heilige Geest maakt ruimte voor Jezus. Beiden maken ruimte voor God de Vader. De Vader maakt ruimte voor zijn Zoon ... Ruimte maken zit in het wezen van God zelf. Het is misschien wel wat God zo extreem onderscheidt van Satan. Satan wilde ruimte voor zichzelf. God maakt ruimte voor de Ander. Het is de grondhouding die we door de hele Bijbel heen lezen, zowel in het Oude als het Nieuwe Testament. Jezus zegt: “Niemand heeft grotere liefde dan dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden.” (Joh. 15:13). Wat Jonathan bij David deed, vindt zijn vervulling in Christus: Hij legde zijn heerlijkheid af en gaf zichzelf geheel voor ons. Echte vriendschap weerspiegelt die liefde. Het vraagt moed om je eigen rechten, macht en invloed los te laten, om de ander ruimte te geven, om naast iemand te staan in ontwapende kwetsbaarheid en trouw. Zulke vriendschap is kostbaar, zeldzaam en per definitie levensveranderend. Het grootste geheim is misschien het zien van Gods hand in het leven van de ander en het diepe verlangen om daar bij aan te sluiten. Jonathan had David lief als zichzelf. Maar meer nog dan dat: hij zag wat God aan het doen was door middel van David. Hij was bereid zijn plek daarvoor op te geven. Voor wie in mijn leven wil ik mezelf wegcijferen om hem of haar tot zegen te zijn? Wat mag dat mij kosten? Hoe ver mag God gaan in het verhogen van de ander en het vernederen van mij? Ben ik bereid Gods hand te zien in het leven van mijn naaste en God ruimte te geven voor Zijn werk en Zijn plan? Ben ik bereid mijn imago of vertrouwde leven op te geven voor een ander? Is mijn liefde voor Hem nog groter dan mijn liefde voor mijn vriend of vriendin? Wat is mijn diepste verlangen? Vertrouw ik Hem werkelijk in alles? Ben ik er klaar voor oneerlijkheid of onrecht te verdragen? Om mijn imago te verliezen? Ben ik bereid de minste te zijn? |
Waarom schrijf ik?Ik schrijf over de verschillen tussen karakters, binnenwerelden en innerlijke talen. Omdat ik geloof in respect voor de ander die anders is. En in luisteren naar die ander zonder oordeel.
Ik schrijf omdat ik zie dat polarisatie, oordeel, wantrouwen, verwijdering, vijandschap, eenzaamheid, onbegrip en karikatuurvorming zoveel kapot maakt. Het zit blijkbaar in ons. In mij. In jou. Ik schrijf omdat eerlijke liefdevolle en zoekende woorden een wapen zijn tegen ontwrichting, eenzaamheid, zonde, leugens en verbittering. Ik schrijf omdat we allemaal ongelofelijk complex zijn. Onze eigen binnenwerelden zijn vergelijkbaar met afzonderlijke universums. We kunnen onszelf en de ander nooit helemaal begrijpen. Maar wel steeds meer respecteren. Respect en naastenliefde is niet ingewikkeld. Het is een grondhouding. Maar die grondhouding kan je wel alles kosten. Ik schrijf niet omdat ik veel meen te weten of een voorbeeld ben. Verre van dat. Ik schrijf juist omdat ik zoveel niet weet, maar wel al tientallen jaren zoek en blijf zoeken hoe ik kán weten en wellicht daarmee een klein voorbeeld mag zijn. Al was het maar in het omgaan met fouten, pijn en strijd. Ik schrijf voor jou, wanneer je jezelf niet meer herkent in deze wereld en in de mensen om je heen. Dat is gruwelijk eng. Je bent niet gek. Ik bid dat er iets tussen mijn schrijfsels zit waar je wél iets in herkent van jezelf. Of dat jou helpt om oordeel los te laten. Vooral over jezelf. Ik schrijf omdat er altijd hoop fluistert. Altijd. Echt. Het vraagt oefening om het te horen. Ik hoor het soms ook niet meer. Dan ga ik schrijven ... herschrijven, zoeken naar woorden die 'kloppen'. Ik schrijf ook omdat ik zonder schrijven simpelweg zou stikken. Ik kan eigenlijk niet anders. Vergeef me. Je neemt me het meest serieus als je me niet té letterlijk serieus neemt. Mijn zinnen zijn slechts pogingen om één bepaald perspectief te schilderen in woorden. Tussen duizenden andere waardevolle perspectieven. En voor iedereen die ook schrijft of schildert: blijf schrijven. Blijf alsjeblieft schilderen. Zo blijf je leven. Archieven
Juni 2026
CategorieënAlles Autisme Autonomie Big Five Borderline Chronisch Psychisch Lijden Diagnostiek Diagnostische Dwaling DSM V Empathie Evangelie Geloof Gevoeligheid Herkenning Hertraumatisering Informatie Voor Naasten Johnny Cash Langdurige Problematiek Levensfasen Liefdesverdriet Lijden Mentale Gezondheid Misdiagnose Muziek Onmogelijke Keuzes Persoonlijk Psychologie Psychopathologie Relationele Ontwrichting Songteksten Stress Therapeutische Klik Therapiematch Trauma Uitgelicht Vriendschap Zelfreflectie |
Wil je meer weten over mijn werk als psycholoog, schrijver of muzikant? Kijk dan op één van mijn websites.

RSS-feed