|
Waarom je elkaar soms misloopt terwijl je allebei verbinding zoekt
[In bewerking. Versie 29-04-2026 11.15] Het was een belangrijk gesprek voor je. Niet zomaar een praatje tussendoor, maar zo’n gesprek waar je van tevoren goed over hebt nagedacht. Je had je woorden zorgvuldig gewogen. Je wilde je integer en zonder oordeel opstellen. Openhartig, maar met gepaste grenzen. En eerlijk is eerlijk: toen je naar huis reed, had je het gevoel dat het best goed was gegaan. Het was een mooi gesprek. Jullie hadden zelfs even gelachen, dingen uitgesproken, elkaar aangekeken, misschien even gezwegen. Dankbaar! En een terecht klein schouderklopje voor jezelf.
Maar de volgende dag kreeg je een appje. Het maakte meteen duidelijk dat de ander het gesprek toch heel anders had beleefd. Dat het voor hem of haar ongemakkelijk was geweest. Te intens misschien. Te scherp. Te veel. Of juist te afstandelijk. En terwijl jij dacht dat jullie dichterbij waren gekomen, bleek de ander zich niet helemaal gezien, niet begrepen of zelfs onveilig te hebben gevoeld. Heel verwarrend. Wat gebeurt hier? Misschien hebben jullie allebei een andere 'verbindingsstijl'. Wat is dat en hoe kan inzicht hierin je helpen in situaties waarin verbinding verwarrend wordt? Daarover gaat dit artikel. Een eigen stijl van verbinding Elk kind zoekt onbewust naar een 'veilige' verbinding met de ander. In het contact met je vader, moeder, opvoeders, broertjes, zusjes, familie en vriendjes leer je hoe dat werkt. Degenen die jou opvoeden zijn sleutelfiguren in de vorming van jouw verbindingsstijl. Juist van hen leer je hoe je bij iemand 'binnenkomt', 'aanhaakt'; hoe je 'aansluiting' vindt of met iemand een 'lijntje legt'.
Zo ontstaan verbindingsstijlen. Niet als een bewust gekozen strategie, maar als een onbewust aangeleerde stijl om in het contact met de ander steeds dat haakje te vinden dat de communicatie, de sfeer goed houdt. Want dat is veilig. Een kind voelt: zo maak ik verbinding, zo leg ik een lijntje, zo krijgen we contact, zo raak ik de ander niet kwijt en zo kan ik het verloren contact weer 'oppakken'. En wat werkt, gaan we herhalen. En wat je vaak herhaalt, wordt vertrouwd. En gaat vanzelf bij je horen. Voor je het weet noemt iedereen het je 'karakter', terwijl het misschien meer iets is dat je gaandeweg ontdekte in het leven. Zo werkt het. Verbindingsstijl, hechtingsstijl en communicatiestijl Een verbindingsstijl is dus wat anders dan een hechtingsstijl of communicatiestijl. Een verbindingsstijl is de vroeg aangeleerde manier waarop je in een concrete ontmoeting met de ander nabijheid probeert te maken, te checken, te bewaren of te herstellen. Je zou kunnen zeggen: het is een specifiek instrument in de toolbox van je communicatievaardigheden, maar wel gaandeweg ontstaan in je hechtingsgeschiedenis. Je communicatiestijl gaat over hoe je communiceert (zenden, ontvangen, luisteren, verbaal, nonverbaal, passief, actief, direct, indirect). Je hechtingsstijl gaat over hoe veilig nabijheid voor je voelde in de hechting met je primaire opvoeders en hoe je daar in je verdere leven mee omgaat (veilig, angstig, vermijdend, verwarrend). Je verbindingsstijl zit daar precies tussenin: het is jouw vertrouwde haakje om heel concreet nu in dit gesprek, in deze ontmoeting de verbinding tot stand te brengen, te checken of die verbinding nog goed is, te onderhouden en zonodig te herstellen of repareren. Zowel het tot stand brengen als het checken, onderhouden en herstellen gebeurt door micro-interventies: een glimlach, een bevestigend knikje, oogcontact, gezichtsuitdrukking, een klein gebaar, koffie aanbieden, een mop vertellen, even stil zijn, een onderwerp inbrengen, etc. Getraumatiseerde mensen zijn heel gevoelig voor deze micro-interventies van de ander. Traumasensitieve personen zetten deze micro-interventies bewust of onbewust in om het contact voor de ander veilig te maken. Ik zie vanuit mijn praktijkervaring aanwijzingen dat stellen die dezelfde verbindingsstijl hebben en concreet continu hun relatie 'onderhouden' of 'repareren' met deze micro-interventies een langere en duurzamere relatie met elkaar kunnen opbouwen dan mensen die een verschillende verbindingsstijl hebben of deze kleine 'reparaties' achterwege laten. Op een gegeven moment is het contact dan op zoveel kleine stukjes 'beschadigd' dat het als onherstelbaar voelt. En soms ook onherstelbaar is. Onveilig gehechte mensen voelen zich sneller onzeker over de verbinding. Zij zullen deze daarom vaker checken en voorzichtig proberen het lijntje te herstellen, of juist (tijdelijk) afstand nemen als de verbinding te intens wordt. Het is voor hen veel harder werken dan voor mensen die veilig gehecht zijn. Onveilig gehechte mensen zullen daarom vaker hun verbindingsstijl met de daarbij behorende micro-interventies moeten inzetten voor kleine 'checks' of 'reparaties' van de lijn. Zij lopen relationeel altijd meer op eieren en dat kost veel energie. Dit kan zelfs tot uitputting leiden in complexe relationele situaties. Veilig gehechte mensen hebben afhankelijk van hun persoonlijkheidsprofiel een specifieke verbindingsstijl die ze vrijwel overal inzetten of juist een breder scala aan verbindingsstijlen. De specifieke verbindingsstijl zie je vooral bij stabiele, meer robuuste persoonlijkheden (nuchter, behoudend, gestructureerd). Zij maken overal op hun eigen manier verbinding. Plastische en meer dynamische persoonlijkheden (gevoelig, extravert, open-minded, creatief) hebben soms meerdere haakjes voor verbinding en kunnen soms beter aansluiten bij uiteenlopende verbindingsstijlen van anderen. Opvallende verbindingsstijlen In de afgelopen 35 jaar heb ik veel mensen mijn kamer, een teamsessie, een intakegesprek of een wachtruimte zien binnenlopen. En verbinding met mij en anderen zien maken. Allemaal met een eigen, unieke verbindingsstijl. Ik heb er al schrijvend een aantal op een rij gezet, maar er zijn er natuurlijk nog veel meer. Dit is geen wetenschappelijk onderbouwd overzicht, het komt niet uit een theoretisch model. Voor zover mij bekend is er (nog) geen psychologisch model op het gebied van verbindingsstijlen, al raakt het natuurlijk diverse theorieën over hechting, interpersoonlijke relaties, coping en communicatie. Het is wat mij gaandeweg is gaan opvallen in mijn werk als psycholoog.
Natuurlijk zijn er nog veel meer: verrassen (onverwachte wendingen aan een gesprek geven), shockeren (iets heftig als een bommetje laten vallen), kadootjes geven (letterlijk of figuurlijk), druk zijn (werken), interesse tonen in een voorwerp van de ander ('hé, dat is een mooie foto'), iets concreets tonen (bijv. op een mobiel), fysieke aanraking, etc. etc. Niemand heeft slechts één verbindingsstijl. We maken allemaal een eigen combinatie van meestal twee of drie voorkeursstijlen is mijn indruk. Zo kun je de 'uitdagende analist' zijn, de 'mopperende grappenmaker' of zelfs de 'harmoniserende, pratende zorger'. Onder druk zie je mensen vaak hun meest beproefde verbindingsstijl inzetten en de meest opvallende 'reparatie-interventies'. Elke verbindingsstijl heeft een eigen logica en een eigen ontwikkelingsgeschiedenis waarin deze stijlen als de best passende boven kwamen drijven. 'Best passend' is de optelsom van:
Om deze reden zijn we allemaal extreem vergroeid met onze eigen verbindingsstijl. Deze is duizenden of misschien wel tienduizenden keren subtiel en onbewust bevestigd als de veiligste, meest effectieve manier om contact te maken. Of te checken. Of te repareren. Of te behouden. Op deze manier, met deze sociale micro-interventies, kreeg je de optimale mix van afstand en nabijheid. Om die reden zijn we onbewust erg overtuigd geraakt van onze eigen stijl: het heeft jaren geduurd om dit (onbewust) te ontdekken en (ook onbewust) te ontwikkelen. Zelfs de stille waarnemer is er (ook weer onbewust) diep van overtuigd dat je het best niets kunt zeggen en altijd moet wachten. Elke stijl heeft iets moois. De helper ziet wat de ander nodig heeft. De analist kan helderheid brengen. De grappenmaker maakt het zware wat lichter. Van de stille waarnemer kunnen we leren dat je soms beter niets kunt zeggen. En de mopperaar helpt ons om onze irritaties te verwoorden. Maar een stijl die jou als kind gaandeweg hielp je te verbinden met de ander, kan later in je leven ook ingewikkeld worden als je verbinding zoekt met iemand die een andere verbindingsstijl heeft. Of iemand anders met jou. Soms staan de verbindingsstijlen van twee mensen haaks op elkaar. Dan ontstaat er een ongelijke dans. Jouw micro-interventies, jouw bewegingen, sluiten niet aan bij de bewegingen van de ander en de micro-interventies die de ander ondertussen probeert te doen. Dan is er geen 'sync'. Je werkt elkaar onbewust juist tegen. De ongelijke dans Dat merk je bijvoorbeeld wanneer je als analist verbinding zoekt, check of herstelt met een harmonisator. Als analist ervaar je een goed, licht schurend gesprek als nabijheid. Samen denken, elkaar bevragen, aanscherpen, tot de waarheid helderder wordt. Voor jou als analist is dit een uiting van zorg of liefde: ik neem jou echt serieus, dus ik denk diep met je mee. Als analist zoek je (onbewust) naar intellectuele wederkerigheid. Dat is 'contact', heb je vroeg geleerd. Dit soort gesprekken laat in de cockpit van je binnenwereld een groen lampje branden. Maar de harmonisator kan datzelfde gesprek met jou totaal anders beleven. Die voelt niet zozeer de inhoud, als wel de spanning, de toonzetting en de verschillende perspectieven. Word ik echt begrepen? Voelt de ander zich door mij begrepen? Verwacht de ander nu iets van mij? Mag ik tegenspreken zonder dat dit de verbinding beschadigt? Dus de harmonisator glimlacht, knikt, verzacht en beweegt mee. Niet omdat hij het overal mee eens is, maar omdat veiligheid, respect en emotionele wederkerigheid voor de harmonisator veel belangrijker zijn dan argumentatie, samen sparren of waarheidsvinding. Intellectueel schurend sparren laat bij de harmonisator juist een rood lampje branden in de innerlijke cockpit. Zo ontstaat de ongelijke dans. De een denkt: we komen dichterbij. De ander voelt: ik raak mezelf kwijt. De een zoekt waarheid. De ander zoekt harmonie. Ze doen allebei hun best om verbinding te maken, maar maken daarbij andere 'bewegingen' die niet synchroon in elkaar overlopen. Ze werken elkaar tegen. Een ander soort ongelijke dans kan ontstaan tussen een helper en een probleemdrager. Op het eerste gezicht lijken hun stijlen prachtig op elkaar aan te sluiten. De probleemdrager komt met nood, strijd of verwarring. De helper komt met aandacht, zorg en oplossingen. Allebei voelen ze: dit is verbinding. Jij hebt mij nodig en ik kan iets voor jou betekenen. Maar juist omdat de stijlen zo goed op elkaar passen, kunnen ze elkaar ook gevangen gaan houden. De druk op de helper om het probleem van de ander op te lossen wordt steeds groter. En de druk op de probleemdrager om telkens weer een nieuw probleem voor te leggen, wordt ongemerkt ook groter. Want zonder probleem lijkt de ingang tot nabijheid even kwijt. Zo kan de probleemdrager, hoe vreemd dat misschien klinkt, door problemen te blijven brengen óók voor de helper zorgen. Want zolang er iets op te lossen valt, heeft de helper een plek. Dan is helpen geen vrije keuze meer, maar een strik. En nood geen eerlijke vraag meer, maar een toegangsbewijs tot contact. De helper raakt uitgeput. De probleemdrager blijft afhankelijk. En allebei kunnen ze denken dat ze verbinding maken, terwijl ze vooral elkaars veilige pad bevestigen. Het veilige pad van de ander leren zien Hoe kwetsbaarder de onderwerpen die je met iemand bespreekt en hoe vertrouwelijker je met iemand omgaat, hoe groter de impact van een ongelijke dans in verbindingsstijlen. En hoe onveiliger je gehecht bent, hoe meer paniek, verlatingsangst of verwarring een ongelijke dans kan geven. En ook: hoe introverter, empathischer en gevoeliger je zelf bent, hoe meer pijn of spanning je voelt als de verbindingsstijlen niet synchroon lopen. Volwassen verbinding in relationeel complexe situaties (crises, huwelijksproblemen, verstoorde werkrelaties, etc.) vraagt daarom veel zelfreflectie en bewustwording van je eigen verbindingsstijl. Niet: zo ben ik nu eenmaal en hier moet je het maar mee doen. Maar: zo heb ik geleerd dichtbij te blijven en zo heb ik geleerd de verbinding te herstellen. En dit beleef ik als nabijheid en dat beleef ik juist als afstand. En ik wil er voor open staan dat jouw irritante of voor mij ongepaste tegenbewegingen misschien wel jouw beste poging zijn om veilig contact met mij te leggen. Dat kan ik op zijn minst proberen te zien, te begrijpen en te waarderen. Dan hoeft de prater niet opeens te stoppen met praten, maar mag hij wel leren luisteren naar de taal en de verbindingsstijl van de stille waarnemer of de harmonisator. De helper hoeft niet te stoppen met zorgen, maar mag wel wat de ander geeft leren ontvangen. De harmonisator hoeft zijn inzet voor harmonie niet op te geven, maar mag ontdekken dat echte vrede niet ontstaat als je zelf steeds moet verdwijnen. En de analist hoeft zijn scherpte niet op te geven, maar mag leren dat gelijk krijgen iets anders is dan iemand bereiken. Het geeft hopelijk wat rust als je aan de hand van deze inzichten kunt begrijpen wat er soms mis gaat in de verbinding. Een verbindingsstijl is niet goed of fout. Het is je meest vertrouwde, veilige en snelste weg naar verbinding. Maar volwassen worden betekent misschien beseffen en steeds meer leren zien dat anderen een ander vertrouwd paadje hebben ontdekt. Soms wacht de ander niet aan het einde van mijn vertrouwde paadje. Soms verschijnt hij pas waar ik het veilige pad van de ander begin te zien, te begrijpen en te respecteren. Ik hoop dat mijn waarneming en mijn verwoording daarvan je mag helpen om in die ene belangrijke situatie met jezelf en met de ander in verbinding te blijven. Of de verbinding te herstellen. Of die ander iets beter te begrijpen. Of jezelf ... dat kan ook erg helpend zijn!
Disclaimer: dit is geen gevalideerd wetenschappelijk model en ook geen diagnostische indeling. Het is mijn eigen praktijktaal voor iets wat ik in de loop van de jaren vaak ben gaan zien. Voor zover mij bekend bestaat er geen psychologisch model dat precies deze naam, indeling en invalshoek gebruikt. Tegelijk raakt het natuurlijk aan bekende ideeën uit de hechtingstheorie, systeemtherapie, schematherapie en vooral aan het werk van Virginia Satir over communicatiestijlen onder spanning. Zie het dus niet als een etiket, maar als een uitnodiging tot zelfonderzoek: hoe heb jij geleerd om verbinding te zoeken wanneer nabijheid belangrijk of spannend wordt?
Vragen voor zelfreflectie
0 Opmerkingen
Oftewel: elke psycholoog heeft zijn eigen psychologie. Dat is zowel krachtig als gevaarlijk. [In bewerking. Versie 14-12-2025 00.55] In de klinische psychologie wemelt het van de modellen en methodieken. Denk aan cognitieve gedragstherapie, schematherapie, EMDR, mentalization based treatment, Acceptance and Commitment Therapy, systeemtherapie, contextuele therapie en noem maar op. De overzichten variëren van honderden tot meer dan duizend modellen. Elk model heeft een ander perspectief op onze binnenwereld en onze psyche: de ene is vooral gericht op klachten en symptomen, de andere meer op denkpatronen, de volgende op relaties, weer een andere op identiteit of geloof. Biologisch, sociaal, psychologisch, psychodynamisch, filosofisch, fenomenologisch, praktisch, medisch, biopsychosociaal, hormonaal, ... het is bijna eindeloos. Elk van deze modellen heeft een eigen begrippenkader (‘taal’) en ook een eigen verklaring (‘verhaal’) voor mentale fenomenen als stemming, spanning, ontwikkeling, groei, fasen, hindernissen en hulp. Geen van deze modellen heeft de psychologische waarheid in pacht. Zowel de hoeveelheid modellen als de tegenstrijdigheid in hun verklaringen voor mentale problemen zegt al genoeg; het zijn sterke vereenvoudigingen van onze complexe binnenwereld. De een past beter bij een bepaalde cliënt, bij bepaalde problematiek, een therapeutisch proces of in een bepaalde levensfase dan de ander. De vraag is niet welke aanpak wetenschappelijk het best onderbouwd is (allemaal niet heel sterk) of welke theorie het meest lijkt te kloppen, maar welke manier van kijken het best aansluit bij dit verhaal, deze geschiedenis, en deze persoon in deze fase. Wat maakt een behandeltraject tot een 'goede therapie'? Goede therapie is niet een grabbelton van slimme interventies en technieken, maar vooral een steeds terugkerend, herkenbaar kader waarbinnen emoties, problemen, klachten, processen en adviezen geplaatst worden. Een therapeut die trouw blijft aan een zorgvuldig gekozen kader en daarbinnen flexibel is, biedt ordening, voorspelbaarheid en rust. De taal, de gebruikte begrippen, de metaforen en de manier van werken sluiten dan op elkaar aan en blijven herkenbaar voor de cliënt. Een goede therapeut weet nieuwe issues, ontmoedigingen en worstelingen hanteerbaar te maken door ze steeds te linken aan het inmiddels vertrouwde model. Dat geeft een cliënt met langer bestaande ernstige klachten houvast. Een herkenbaar, steeds terugkerend model zorgt bij complexe psychische problemen voor een centraal vertrekpunt. Een veilig ankerpunt in de soms wrede en hatelijke innerlijke conflicten in iemands binnenwereld. Dat model moet niet te abstract, niet te complex, maar ook weer niet te simplistisch zijn. Op zijn best is het zowel verklarend voor diepgevoelde innerlijke strijd, als ook praktisch toepasbaar in het dagelijks leven. Hoe complexer de problematiek, en hoe meer er al geprobeerd is, hoe belangrijker een 'maatwerk' model is: verweven met begrippen, namen, ervaringen, denk- en werkstijlen van de cliënt. Ideaal gesproken sluit het ook aan bij iemands natuurlijke 'taal': een manier van praten en betekenis geven die vertrouwd is. Uit onderzoek weten we dat behandelingen beter werken als therapeuten doen waar ze in getraind zijn, hun werkmodel serieus nemen en het niet steeds halverwege omgooien. Consistentie in taal en werkwijze en een veilige werkrelatie zijn waarschijnlijk belangrijker dan het nieuwste theoretische model of het laatste protocol. De keuze voor een bepaald model of een bepaalde benadering impliceert dat je je als therapeut bewust beperkt. Je belicht een aantal kernthema’s en honderden andere thema’s laat je bewust buiten beschouwing. Dat is wijs want door alles te belichten kun je als cliënt, maar ook als therapeut, compleet de weg kwijt raken. Dan verdwaal je in te veel perspectieven. Maar dat beperken is ook spannend voor elke therapeut omdat die honderden andere zaken die je niet belicht door een medebehandelaar of volgende therapeut als 'juist heel erg belangrijk' kunnen worden gelabeld. Vooral als er na een traject nog steeds klachten zijn. De kracht van beperking Het is voor elke ervaren therapeut, en zelfs ook voor iedere beginnende therapeut, een klein kunstje om een paar nieuwe invalshoeken in te brengen als je een behandeling overneemt. Of een paar zaken te belichten die nog nooit eerder zijn belicht. Omdat er in ieders leven duizenden dingen zijn om te belichten en honderden professionele perspectieven daarop. Er is altijd oneindig veel meer dat niet behandeld is dan wat er wel behandeld is. Het is daarom geen enkel probleem om als professional iets nieuws uit de ‘hoge psychologische hoed’ te toveren; de keuze is vrijwel eindeloos. Ik heb tienduizenden therapiegesprekken met cliënten gevoerd, maar als ik met een collega diepgaand over mijn eigen leven spreek, ontdek ik altijd weer iets nieuws of iets anders dat ik me nog niet eerder had gerealiseerd. Het laat zien hoe wonderlijk, complex en ontzagwekkend groots het leven is, hoe eindeloos veel er te ontdekken is en hoe beperkt alle psychologische modellen zijn. Onze binnenwereld is even wonderbaarlijk als het universum waarin we ons bevinden. We ontdekken steeds iets nieuws en elke nieuwe ontdekking roept ook weer nieuwe vragen op. De kracht van goede therapie is dus niet om alles uitputtend te belichten, maar juist om je te beperken tot die kernthema’s die voor deze client, in deze fase helpend en constructief lijken te zijn voor groei en ontwikkeling. En om dat middels een herkenbaar model te doen dat in de loop van de tijd vertrouwd wordt voor de client. Zodat hij of zij deze 'tools' en 'taal' voor interne krachten, conflicten en processen steeds meer kan integreren in de eigen coping-stijl. Dat is de kracht van professionele beperking. Een therapie hoeft niet ‘compleet’ te zijn; een therapie moet ‘effectief’ zijn: voldoende verklarend en voldoende toepasbaar. Niet meer dan nodig. Niet minder dan noodzakelijk. Iedere therapeut weet hoe ingewikkeld deze balans kan zijn. Daarbij probeer je aan te sluiten bij de denk- en ervaringsstijl van iemands binnenwereld. Een analytisch persoon probeer je iets meer verklaring aan te reiken. Een artistiek persoon iets meer helpende en herkenbare metaforen. Een sociaal, betrokken mens probeer je wat extra begrip en empathie mee te geven. Een rationeel type wat meer informatie. Maar je houdt het zo beperkt en daarmee zo herkenbaar mogelijk. Less is more. Jezelf als therapeut bewust beperken tot deze kernthema’s vraagt lef, overtuiging en geeft veel zorgverleners stiekem de angst om als 'onvolledig', 'te eenzijdig' of 'onprofessioneel' gelabeld te worden door anderen die de behandeling moeten overnemen of er bij betrokken worden. Verwarring door te veel verschillende perspectieven De behandeltrajecten in de GGZ zijn de afgelopen jaren gemiddeld genomen steeds korter geworden en meer modulair ingericht. Mensen worden sneller van de ene naar de andere module doorverwezen, en soms van de ene instelling naar de andere. Daardoor neemt mogelijk het risico op verwarring door verschillende modellen en benaderingen toe. Bij cliënten met langdurige of complexe problematiek kan dan bijvoorbeeld het volgende gebeuren:
Iedereen bedoelt het goed; daar is geen twijfel over. En ieder model is waardevol. Maar voor de cliënt kan het voelen alsof zijn of haar verhaal steeds uit elkaar getrokken wordt en er steeds andere verklaringen en adviezen zijn. De (onbedoelde) verborgen boodschap die de cliënt hoort is: je hebt jezelf weer niet goed begrepen, je bent opnieuw weer niet goed beoordeeld, niemand begrijpt jou, je bent een lastig geval, je moet weer opnieuw beginnen. Diepe paniek, zelfvervreemding en een diep gevoel van verlorenheid in het bestaan. Voor mensen met een onveilige hechtingsgeschiedenis en langdurige behandeling is dit gevaarlijk en kan tot diepe wanhoop, existentiële verwarring, angst en zelfs suïcidaliteit leiden. Zij scannen vanuit diepe onveiligheid voortdurend op afwijzing, onvoorspelbaarheid en dubbelzinnigheid in relaties. Een plotselinge verandering van taal en kader in de therapie kan bij hen voelen als: de vorige keuze was fout, mijn gevoel klopte blijkbaar niet, mijn vorige therapeut koos het verkeerde pad, ik heb het niet goed uitgelegd. De therapeutische ontwikkeling valt dan in tegenstrijdige fragmenten uit elkaar. Dat kan een herhaling worden van oude ervaringen van niet gezien, niet begrepen, verlaten, verwaarloosd benadeeld of zelfs misbruikt worden. Het gevaar van modelconcurrentie Therapeuten staan aan het begin van een traject (soms onbewust) voor de uitdaging om hun client te overtuigen van de toegevoegde waarde van therapiegesprekken. Dat is niet altijd eenvoudig. Het is verleidelijk om de beperking van een voorgaand traject in te zetten als een argument voor dit traject en je eigen model als een toch iets beter model te presenteren. Op die manier creëren we een soort concurrentie tussen onze werkwijzen of therapeutische scholen. Het klinkt dan ongeveer zo:
Of we doen het nog subtieler: het hele model of kader waar de cliënt mee gewerkt heeft en de taal die ontwikkeld is verdwijnt naar de achtergrond, er wordt nauwelijks naar gevraagd en er wordt ongevraagd een totaal nieuwe manier van kijken neergezet. Voor ons als professionals misschien een interessante therapeutische en diagnostische puzzel en een frisse start, voor onze een cliënt met complexe, langdurige problematiek een volgende traumatische breukervaring. Soms doen we dit uit enthousiasme voor een favoriet psychologisch model dat als superieur wordt gezien, soms uit onwetendheid over andere behandelmodellen. Dit is het gevaar van 'modeldominantie': ons eigen vertrouwde model 'domineert' alle andere modellen en benaderingen. In de psychologie is dat gevaar mijns inziens veel groter dan in medische vakgebieden zoals cardiologie, chirurgie, etc. Dat is omdat er in de medische wetenschap per periode in de geschiedenis meestal één stroming is die het debat bepaalt met een bepaald model. In de psychologie zijn er altijd meerdere stromingen naast elkaar met ieder hun eigen model voor verklaring en behandeling. Als je een kwetsbare cliënt zonder zorgvuldige brug van het ene naar het andere model stuurt, kun je ernstige en zelfs blijvende schade aanrichten. Dan gaat het niet alleen over psychologische interventies en methodieken, maar over alles wat jarenlang vertrouwen, hoop, houvast, veiligheid, eigen taal en waardigheid heeft gegeven. De onveilige wereld wordt daarmee nog onveiliger en de cliënt is terug bij af, of zelfs dieper weggezakt dan ooit. Therapeuten met enkele jaren werkervaring lopen misschien een iets grotere kans op deze fout dan de echte beginners of juist zeer ervaren therapeuten. Laten we even denken in 'beginners', 'gevorderden' en 'experts'.
Als je begint, maar ook als je jaren lang in dit vak hebt gewerkt, heb je meer ontzag voor de complex psychologische werkelijkheid, ben je je beter bewust van de beperkingen van je eigen kennis en je eigen modellen en respectvoller naar het werk van collega's. Het is in die 'tussenfase' na enkele jaren werkervaring dat onze 'eigenwijsheid' het grootst is en onze corrigeerbaarheid het laagst. Daar staat tegenover dat ervaren therapeuten het soms lastiger vinden om zich te beperken tot de kern. Hun nuance en ervaring kan ongemerkt leiden tot te veel verbreding, te veel modellen die door elkaar gaan lopen, waardoor de therapie voor een client diffuser, waziger en minder effectief wordt. Aan de andere kant: de stelligheid en modeldominantie van de 'gevorderde', dus tussen de 'beginner' en 'expert' in, kan onzekere cliënten ook juist veel houvast en helderheid bieden. Wat elke volgende therapeut zou moeten doen Als je een cliënt overneemt van een collega, zeker in deze tijd van kortdurende en modulaire zorg, vraagt dat een hoge mate van vakmanschap en professionele bescheidenheid. In mijn ogen hoort daar minstens bij:
Je hoeft de vorige behandeling niet te idealiseren. Elke behandeling is immers beperkt en elke therapeut mist zaken en maakt fouten. Maar het kan zeker schadelijk zijn om een voorgaande behandeling achteloos weg te zetten. De cliënt heeft daar vaak moed verzameld, woorden en veiligheid gevonden voor schaamte en pijn, misschien voor het eerst iets van betekenis en houvast ervaren midden in wanhoop en verwarring. Als we dat zomaar terzijde schuiven, raken we meer dan slechts een visie, een model of een behandelplan. Het kan tot een diepgaande existentiële crises en suïcidaliteit leiden omdat een moeizaam verworven houvast ineens uit handen getrokken wordt. Zowel iemands zelfvertrouwen als het vertrouwen in hulpverlening kan daarmee zwaar beschadigd raken. Dit is een ernstige vorm van hertraumatisering. Mijn beste suggestie voor behandelaars Als therapeuten willen we graag iets toevoegen. Dat is mooi en vaak ook gewenst en nodig. Maar misschien begint goed hulpverlenerschap niet bij laten zien wat ik anders doe, of wat de vorige therapeut miste, maar bij eren en recht doen aan wat er al met zoveel moeite is opgebouwd of minstens geprobeerd. Vanuit de wetenschap weten we dat een betrouwbare relatie, een duidelijk kader en een consistente, herkenbare lijn cruciale werkzame factoren zijn. En vanuit het besef dat echte verandering langzaam groeit in een bedding van voorzichtigheid, trouw en herkenbaarheid, niet in steeds weer een nieuwe vorm. Een volgende therapeut die zorgvuldig verder bouwt op wat anderen met de cliënt hebben opgebouwd, geeft iets heel kostbaars mee: continuïteit. Respect. Vertrouwen in anderen. Vertrouwen in de eigen visie van de cliënt en het eigen narratief. Dat is als therapeut geen verlies van je eigen stijl of expertise, het is professioneel aansluiten bij het goede dat de cliënt zelf met anderen heeft opgebouwd. Zodat wat goed was ook goed blijft en er meer goeds aan toegevoegd kan worden. Dat helpt! Dat is mijn eerlijke gedachte hierover en mijn beste advies. Wat als je veel wisselende behandelaars hebt?
Voor iedereen die door omstandigheden in de loop der jaren meerdere of wisselende behandelaars heeft: blijf altijd zelf kritisch nadenken over de adviezen van elke (vorige en volgende) therapeut. Je hebt inmiddels veel ervaring met je eigen proces, met therapie en met behandelaars, dus je hebt er echt iets over te zeggen! Besef dat iedere behandelaar (en überhaupt elk medemens van je) slechts een stukje van jou ziet. Meestal datgene waar ze zelf in gespecialiseerd zijn. Dat is misschien 3, 4 of 5 procent van wie je bent. Besef dat ze hun beeld vormen op basis van wat zij nu zien. Jij alleen weet waar je al doorheen bent gegaan. Ga voor jezelf na:
Door jezelf dit soort vragen te stellen en je gedachten hierover ook aan je huidige therapeut voor te leggen, blijf je zelf de regie houden. Wat mij betreft één van de belangrijkste elementen in elke therapeutische relatie: jij bent als cliënt de baas over de onderwerpen die je bespreekt, over jouw doelen, over jouw behoeften, jouw grenzen en over de tijd en de energie die je in een traject steekt. Jij alleen bepaalt hoe lang je hier nog mee door wil gaan. Het gaat meestal mis wanneer wij als behandelaars of verwijzers te bepalend gaan worden; dat is overigens soms ook uit oprechte zorg, betrokkenheid en medeleven. Helaas soms ook wel eens uit te voorbarige of stellige overtuigingen over jouw problematiek of je voorgaande trajecten. Geef je nieuwe therapeut natuurlijk ook een kans. Het fijne en helpende van een nieuwe behandelaar is een frisse blik, een ander perspectief, nieuwe vragen, nieuwe inzichten. Het kan zomaar zijn dat iets wat een paar jaar geleden (nog) niet werkte, nu wel werkt. Een nieuwe therapeut kan soms juist beter aansluiten bij waar je nu bent dan een vorige therapeut omdat die na een intensief traject met jou per definitie ook in een bepaald patroon is terechtgekomen inclusief de blinde vlekken die daar bij horen. Als het mogelijk is: breng je voorgaande en huidige therapeut met elkaar in contact of vraag om een overleg/overdracht met beiden waar je zelf bij bent. En als dat niet lukt en je het na alle uiteenlopende adviezen allemaal niet meer weet of begrijpt, voel je met al je levenservaring diep van binnen nog steeds wat goed was en is. Ook dat is een betrouwbaar kompas. Twijfel daar nooit aan 👊! Ik wens je veel sterkte, vrede en ruimte en vrijheid in je geweten om op je eigen mening te durven staan en je eigen behoeften voor jezelf helder te houden. 13/11/2024 0 Opmerkingen Spreekt je therapeut jouw 'taal'?Waarom een ‘klik’ met je therapeut niet over de diagnose gaat, maar over jouw 'menstype'. “Ik kreeg een goed bedoelde uitleg over mijn denkschema’s, maar ik voelde me totaal onbegrepen en alleen.” Deze uitspraak van een cliënt bleef me bij. Het raakte precies de kern van wat in veel behandeltrajecten misgaat: we stemmen therapie af op de diagnose, maar vergeten ondanks al onze kennis en ervaring de persoon die tegenover ons zit. In de GGZ gebruiken we vaak een medisch model: iemand meldt zich met klachten, we stellen een diagnose, en daar hoort een bewezen effectieve behandeling bij. Dat werkt soms – maar zeer regelmatig ook niet. Dan voelt het alsof de vorm van therapie niet klopt. Alsof de therapeut niet echt aansluit. Terwijl die aansluiting – de beruchte 'klik' – misschien wel de belangrijkste voorspeller van succes is. Maar waar zit ‘m die klik dan in? Eén (slechts één!) perspectief daarop is de innerlijke 'taal' die iemand spreekt. En dan bedoel ik niet Nederlands, maar de taal uit iemands innerlijke wereld: hoe iemand denkt, voelt, betekenis geeft en problemen ervaart. Jouw innerlijke taal: de lens van het Holland-model Het Holland-model – ook bekend als RIASEC of PAKSOC – beschrijft zes menstypes:
De zes menstypes zeggen daar iets over. Hier zijn ze: 📘 1. Realistisch (doeners) Kenmerken: praktisch, concreet, gericht op doen en ervaren. Voorkeurstaal: actie, tastbaarheid, duidelijkheid. Passende therapieën en methodieken:
Voorbeeld Jan, een automonteur met burn-outklachten, knapt op van PMT omdat hij voelt wat stress doet in zijn lijf, in plaats van erover te praten. Wetenschappelijke aanwijzingen Onderzoek toont aan dat praktisch ingestelde cliënten meer baat hebben bij gedragsmatige en ervaringsgerichte interventies (Beutler et al., 2004). 📊 2. Intellectueel (denkers) Kenmerken: nieuwsgierig, abstract-denkend, analytisch. Voorkeurstaal: theorie, logica, inzicht. Mogelijk passende therapieën en methodieken:
Voorbeeld Emma, een wetenschapper met angstklachten, krijgt grip op haar paniek via CGT waarbij zij leert haar catastrofale gedachten te doorzien. Wetenschappelijke aanwijzingen Analytisch ingestelde mensen blijken significant beter te reageren op cognitieve en inzichtgerichte therapieën (Norcross, 2011). 🎨 3. Artistiek en metaforisch (creatieve geesten) Kenmerken: expressief, gevoelig, intuïtief, zoekt zingeving. Voorkeurstaal: beeld, verhaal, metafoor. Mogelijk passende therapieën en methodieken:
Voorbeeld Lotte, een illustrator, herontdekt zichzelf via beeldende therapie waarin ze haar angst verbeeldt als een steeds veranderend landschap. Aanwijzingen Hoge 'Openheid voor ervaring' (Big Five) – vaak gekoppeld aan artistieke types – voorspelt positieve respons op ongestructureerde, expressieve therapieën (Soldz & Vaillant, 1999) 🤝 4. Sociaal (helpers) Kenmerken: empathisch, relationeel, hulpvaardig. Voorkeurstaal: dialoog, verbinding, erkenning. Mogelijk passende therapieën en methodieken:
Voorbeeld Ahmed voelt zich voor het eerst gezien in een therapie, waar hij in de therapeutische relatie leert dat zijn patroon van zorgen voor anderen voortkomt uit angst om buitengesloten te worden. Wetenschappelijke aanwijzingen Sociaal ingestelde mensen reageren beter op therapieën die gericht zijn op verbinding en erkenning (Barrett-Lennard, 1998). 📈 5. Ondernemend (leiders) Kenmerken: doelgericht, energiek, overtuigend. Voorkeurstaal: actie, prestatie, doelen. Mogelijk passende therapieën en methodieken:
Voorbeeld Patrick, een jonge ondernemer met stressklachten, raakt gemotiveerd door oplossingsgerichte coaching waarin hij zijn eigen waarden opnieuw definieert. Aanwijzingen Ondernemende types scoren hoog op extraversie en assertiviteit, en reageren goed op actiegerichte benaderingen (Norcross & Wampold, 2011). 📂 6. Conventioneel (structuurbewakers) Kenmerken: gestructureerd, precies, betrouwbaar. Voorkeurstaal: overzicht, duidelijkheid, stappenplan. Suggesties therapieën en methodieken:
Voorbeeld Marieke, een boekhoudster met somberheidsklachten, vindt houvast in een CGT-schema waarin ze haar negatieve gedachten en gedragingen systematisch leert ombuigen. Onderbouwing Structuurgerichte mensen voelen zich veiliger bij protocollaire, voorspelbare therapieën (Beutler & Harwood, 2000). Waarom klikt het soms níét?
Een mismatch in 'taal' is een belangrijke reden waarom therapie soms niet werkt. Het ligt niet aan jouw motivatie, en niet per se aan de therapeut. Jullie spreken gewoon een andere binnenwereldtaal. En dat frustreert, remt groei, en kan je zelfvertrouwen ondermijnen. Stel dat jij een artistiek menstype bent (je zoekt in beelden en verhalen naar de essentie van jezelf en je gevecht) en je therapeut is meer een conventioneel menstype (hij denkt in logische schema's en structuren en werkt meer protocollair), dan worden je schrijfsels, je tekeningen of schilderijen niet 'begrepen'. Ze worden getoetst aan een protocol of ingepast in een schema wat een erg 'onbegrepen' gevoel geeft. Omgekeerd kan een goede klik voelen als thuiskomen. Alsof iemand voor het eerst écht hoort wat jij bedoelt. Van dezelfde planeet komt. Je taal spreekt. Maar ook hier een kanttekening Een te sterke klik kan leiden tot blind begrip, gebrek aan uitdaging of zelfs idealisering. Een goede therapeut is geen ‘soulmate’, maar een gids die jouw taal spreekt én je eventueel uitdaagt er een tweede bij te leren. Tot slot: therapie op jouw golflengte Als je therapie hebt geprobeerd en het werkte niet, durf dan te vragen: "Werd er wel gewerkt in mijn taal?" Jouw persoonlijkheid – en dus jouw voorkeursstijl – mag leidend zijn in therapie. Dat betekent: niet alleen kijken naar de diagnose, maar naar wie je bent. Niet alleen naar wat je mist, maar ook naar hoe je denkt, voelt, groeit en pijn verwerkt. Niet alleen naar de klacht, maar ook naar de stijl en de taal van je binnenwereld. |
Waarom schrijf ik?Ik schrijf over de verschillen tussen karakters, binnenwerelden en innerlijke talen. Omdat ik geloof in respect voor de ander die anders is. En in luisteren naar die ander zonder oordeel.
Ik schrijf omdat ik zie dat polarisatie, oordeel, wantrouwen, verwijdering, vijandschap, eenzaamheid, onbegrip en karikatuurvorming zoveel kapot maakt. Het zit blijkbaar in ons. In mij. In jou. Ik schrijf omdat eerlijke liefdevolle en zoekende woorden een wapen zijn tegen ontwrichting, eenzaamheid, zonde, leugens en verbittering. Ik schrijf omdat we allemaal ongelofelijk complex zijn. Onze eigen binnenwerelden zijn vergelijkbaar met afzonderlijke universums. We kunnen onszelf en de ander nooit helemaal begrijpen. Maar wel steeds meer respecteren. Respect en naastenliefde is niet ingewikkeld. Het is een grondhouding. Maar die grondhouding kan je wel alles kosten. Ik schrijf niet omdat ik veel meen te weten of een voorbeeld ben. Verre van dat. Ik schrijf juist omdat ik zoveel niet weet, maar wel al tientallen jaren zoek en blijf zoeken hoe ik kán weten en wellicht daarmee een klein voorbeeld mag zijn. Al was het maar in het omgaan met fouten, pijn en strijd. Ik schrijf voor jou, wanneer je jezelf niet meer herkent in deze wereld en in de mensen om je heen. Dat is gruwelijk eng. Je bent niet gek. Ik bid dat er iets tussen mijn schrijfsels zit waar je wél iets in herkent van jezelf. Of dat jou helpt om oordeel los te laten. Vooral over jezelf. Ik schrijf omdat er altijd hoop fluistert. Altijd. Echt. Het vraagt oefening om het te horen. Ik hoor het soms ook niet meer. Dan ga ik schrijven ... herschrijven, zoeken naar woorden die 'kloppen'. Ik schrijf ook omdat ik zonder schrijven simpelweg zou stikken. Ik kan eigenlijk niet anders. Vergeef me. Je neemt me het meest serieus als je me niet té letterlijk serieus neemt. Mijn zinnen zijn slechts pogingen om één bepaald perspectief te schilderen in woorden. Tussen duizenden andere waardevolle perspectieven. En voor iedereen die ook schrijft of schildert: blijf schrijven. Blijf alsjeblieft schilderen. Zo blijf je leven. Archieven
Mei 2026
CategorieënAlles Autisme Autonomie Big Five Borderline Chronisch Psychisch Lijden Diagnostiek Diagnostische Dwaling DSM V Empathie Evangelie Geloof Gevoeligheid Herkenning Hertraumatisering Informatie Voor Naasten Johnny Cash Langdurige Problematiek Levensfasen Liefdesverdriet Lijden Mentale Gezondheid Misdiagnose Muziek Onmogelijke Keuzes Persoonlijk Psychologie Psychopathologie Relationele Ontwrichting Songteksten Stress Therapeutische Klik Therapiematch Trauma Vriendschap Zelfreflectie |
Wil je meer weten over mijn werk als psycholoog, schrijver of muzikant? Kijk dan op één van mijn websites.

RSS-feed