|
[In bewerking. Versie 12-04-2026 22.31] Misschien komt het doordat ik nu 58 ben en sinds enkele jaren kleinkinderen heb. En wij toevallig de liefste schatten hebben gekregen. Misschien komt het doordat ik jarenlang erg intensief met mensen heb opgetrokken. Met mensen die zoeken, zich aanpassen, blijven hopen, zich verhard hebben, verlangen, zich schamen voor hun kwetsbaarheid of juist bang zijn die kwijt te raken. Mensen die mij hebben geleerd anders te kijken en anders te luisteren. Niet alleen naar wat iemand zegt, maar ook naar de 'gevoelstemperatuur' van woorden. Naar de toon, de bron van waaruit iemand praat, de warmte, het oordeel of het respect dat erin doorklinkt. Misschien komt het gewoon door hoe ik vanaf mijn kindertijd al 'bedraad' ben met mijn gevoelige en artistieke aard. Hoe dan ook, er vallen mij in de taal van mijn vakgebied op social media dingen op die me jaren geleden niet opvielen. Misschien ben ik ook stap voor stap anders gaan kijken naar de invloed van onze tijdgeest op psychologische modellen en denkbeelden en daarmee op ons mensbeeld. En hoe zich dat weer uit in taalgebruik in (social) media en zo diezelfde tijdgeest weer versterkt. Met 'tijdgeest' bedoel ik de manier waarop politieke, religieuze, wetenschappelijke, commerciële en filosofische denkbeelden van een tijdperk zich via media, mode, trends, bewegingen en sociale invloeden bijna ongemerkt in ons denken, voelen en spreken nestelen. Onze cultuur is steeds meer technisch, controlerend, algoritmisch en 'spreadsheetachtig' geworden. We willen steeds meer meten, scoren, verklaren en beheersen, alsof de maatschappij pas werkelijk goed functioneert wanneer de mens in modellen, systemen en data past. In de theorie van Iain McGilchrist lijkt onze performale linkerhersenhelft steeds meer de toon te zetten, ten koste van de rechter, die juist context, betekenis, samenhang en organisch leven waarneemt. Dat alles beïnvloedt (of bepaalt misschien zelfs) hoe wij naar onszelf en naar elkaar kijken, en dus ook hoe we woorden gebruiken en definiëren. Taal verandert niet alleen door woordenboeken, maar ook door de tijdgeest en het mensbeeld dat eronder ligt. En waar we het met elkaar steeds minder eens zijn over wat 'heilig' is en wat 'leven' en 'samenleven' ten diepste is, ontstaat bijna per definitie meer achterdocht, verharding, polarisatie, fragmentatie en sektarisatie en wordt de ruimte voor naastenliefde, verbondenheid en kwetsbaarheid steeds kleiner. Wat ik de laatste jaren steeds meer waarneem, is niet perse dat de woorden grover worden, maar wel dat woorden een meer zakelijke, oordelende, analytische of bijna mechanische betekenis lijken te krijgen. Ze klinken nog bekend. Soms zelfs nog warm. Maar het idee erachter lijkt veranderd. De achtergrond is anders. De diepere, inspirerende verhalen, symbolen en metaforen verdwijnen meer naar de achtergrond. En worden ongemerkt vervangen door meer technische analyses. En mensen die taalgevoelig zijn, waaronder ik mezelf en veel van mijn cliënten durf te scharen, voelen dat wellicht eerder dan anderen. Zij horen niet alleen het woord, maar voelen ook de ondertoon. Zij merken wanneer een woord dat ooit bescherming bood, langzaam stigmatiserend, veroordelend of zelfs beschuldigend wordt. Wanneer een woord dat ooit naar tederheid verwees, een bijsmaak van zwakte krijgt. Wanneer een woord dat ooit iets van eerbied droeg, steeds vaker wordt gebruikt om het eigen terrein af te bakenen. Dat is geen klein verschil. Zeker niet voor gevoelige, altruïstische en artistieke mensen. De mensen waar ik graag voor opkom in mijn schrijfsels. Dat was je vast niet ontgaan als je soms mijn posts bekijkt. Een tijdgeest verandert bijna ongemerkt het gebruik en daarmee ook de betekenis van woorden. En dat is ingrijpend. Voor de altruïstische 'helper' die relationele spanning vaak eerder voelt dan een ander. Voor de sensitieve 'kunstenaar' (ik bedoel niet alleen professionele kunstenaars, maar iedereen die de taal van muziek, beeld of verhaal aanvoelt) die nuances opvangt waar anderen overheen lopen. Voor mensen bij wie woorden niet alleen informatie zijn, maar bijna levende dragers van sfeer, betekenis en herinnering. Mensen die de pijn van taal sterk kunnen voelen, maar ook de troost ervan. Drie woorden die mij daarin de laatste tijd zijn opgevallen zijn: 'pleasen', 'koesteren' en 'respect'. Ik wil in dit artikel deze drie als voorbeeld nemen en daarop inzoomen. Ik zeg dit allemaal niet zonder zelfrelativering. Ik ben natuurlijk zelf als waarnemer ook veranderd. De mensen met wie ik tienduizenden uren heb gepraat hebben mij ook gevormd. Ik luister niet meer met de oren van de twintigjarige Matthijs. Mijn werk, mijn geloof, mijn verliezen, mijn eigen levensfase, mijn overwinningen, mijn teleurstellingen, mijn liefde voor taal, mijn kijk op mensen kleuren natuurlijk mee wat ik meen te zien en meen te horen. Maar juist die zelfreflectie hoeft mijn waarneming niet zwakker te maken. Hopelijk maakt ze haar eerlijker. Minder stellig misschien, maar op zijn best wel doorleefder. En mogelijk daarmee zelfs overtuigender. Pleasen Het woord 'pleasen' is voor veel mensen steeds meer een verdenking aan het worden. Alsof het nog maar zelden verwijst naar fijngevoeligheid, tact of liefdevolle afstemming, en bijna alleen nog naar zwakte, zelfverlies of ongezonde aanpassing. Zodra iemand sterk rekening houdt met anderen, de sfeer aanvoelt, spanning probeert te dempen of harmonie wil bewaren, ligt de diagnose al bijna klaar. Dan heet het angst. Of trauma. Of gebrek aan grenzen. Of een zwak ontwikkeld zelf. Ik begrijp waar dat idee vandaan komt. Natuurlijk bestaat er pleasegedrag dat niet vrij is. Natuurlijk zijn er mensen die zichzelf onderweg kwijtgeraakt zijn. Natuurlijk kan afstemming ook overlevingsgedrag worden. Dat moet je eerlijk kunnen benoemen. Maar ik zie nu dat het te vaak en te simpel gebeurt. En dat met het kind het badwater weggegooid wordt. Niet alles wat je psychologisch op een bepaalde manier kunt analyseren, mag je daarmee ook reduceren tot de psychologische mechanismen die je meent te zien. En dat doen we juist als psychologen en therapeuten sneller dan we zelf willen of denken. Waarmee we vervolgens zelf de tijdgeest weer beinvloeden. Niet ieder mens die zijn gedrag afstemt op anderen, verraadt zichzelf. Niet ieder mens die rekening houdt met de ander, doet dat alleen maar vanuit angst. Niet ieder mens die vrede zoekt, is conflict mijdend in de oppervlakkige zin van het woord. Niet iedereen die tactvol praat of schrijft is een emotionele manipulator. Sommige mensen hebben eenvoudigweg een fijner ontwikkeld zintuig voor relationele dissonantie. Zij horen eerder wanneer een gesprek 'vals' begint te klinken. Zij merken sneller wanneer iemand afhaakt, wanneer een toon verhardt, wanneer een woord meer kapotmaakt dan het opbouwt. Dat is geen stoornis. Dat is niet zomaar een zwakte. Dat is heel vaak juist een gave. De helpers onder ons zullen dat ongetwijfeld herkennen. De neiging om af te stemmen is dan niet zomaar een reflex, maar ook een stijl van liefhebben. En voor de kunstenaar is dat evenzeer herkenbaar denk ik. Niet omdat kunstenaars per definitie pleasegedrag vertonen, maar omdat zij vaak intuïtief weten hoe kwetsbaar de ruimte is waarin iets echts kan ontstaan. Een gesprek, een lied, een vriendschap, een huwelijk, een ziel. Niet alles is bestand tegen kille feiten, tegen puur rationele kritiek of botheid. Niet alles groeit of bloeit onder hard koud licht. Juist daarom stoort het me wanneer het woord 'pleasen' voornamelijk negatief wordt ingekleurd. Dan verliezen we uit het oog dat sommige mensen jarenlang juist iets van beschaving hebben gedragen zonder dat iemand het zag. Zij hebben rekening gehouden met de breekbaarheid van de ander. Zij hebben tussenruimtes bewaard in families, teams, vriendschappen, kerken en groepen. Zij hebben niet alles op scherp gezet wat op scherp gezet kón worden. Zij hebben veiligheid en daarmee stabiliteit in een ruimte gehouden waar ook verharding en instabiliteit had kunnen ontstaan. Ja, die kracht kan doorschieten. Ja, iemand kan te veel om de ander heen gaan leven. Maar laten we voorzichtig zijn dat we met onze focus op autonomie, rechten en grenzen niet iets essentieels van mens-zijn kapot analyseren. Naastenliefde. Inlevingsvermogen. Empathie. We kunnen met onze doorontwikkelde psychologische analyses iets blootleggen, maar we kunnen met onze stellige analyses ook breekbare kostbaarheden beschadigen. Niet alles wat zich afstemt is neurotisch of manipulatief. Soms ligt in pleasen ook trouw besloten. Tact. Geduld. Relationele intelligentie. En heel vaak zelfs moed. Volharding. De moed om in verbinding te blijven in een harde omgeving. Misschien moeten we dat woord opnieuw leren wegen. Minder veroordelend en veel eerbiediger. Koesteren Met 'koesteren' gebeurt iets anders heb ik het gevoel. Dat woord draagt van zichzelf warmte in zich. Je voelt er bijna lichamelijk iets in van 'bewaren, beschermen, dicht bij je houden wat kostbaar is'. Een herinnering. Een mens. Een lied. Een geur. Een kaart. Een tekening. Een cadeautje. Een zin die ooit precies op tijd kwam. Een blik. Een knipoog. Een ogenblik waarin je je onverwacht gezien wist. Een klein stukje licht dat je in een donkere tijd niet kwijt mocht raken. Koesteren heeft iets van beschermende handen om een vlammetje. Je warmt je eraan en tegelijkertijd bescherm je dat vlammetje. Juist daarom valt het me op dat het steeds vaker in negatieve contexten opduikt. We spreken vooral over wrok koesteren, pijn koesteren, bitterheid koesteren, slachtofferschap koesteren, geheimen koesteren, zonden koesteren. En ook dat is echt. Een mens kan dingen warm houden die hem langzaam van binnen vergiftigen. Hij kan een wond zo dicht tegen zich aandrukken dat die niet meer alleen pijn doet, maar ook zijn identiteit begint te bepalen. Daar mogen we eerlijk naar kijken. "Koesteren heeft iets van beschermende handen om een vlammetje. Je warmt je eraan en tegelijkertijd bescherm je dat vlammetje." Maar ook hier dreigt het woord steeds smaller en lelijker te worden dan het verdient. Alsof koesteren per definitie verdacht is. Alsof volwassen worden vooral betekent dat je moet leren loslaten, opruimen, afstand nemen, verdergaan. Terwijl dat maar een halve waarheid is. Een mens leeft niet zozeer van wat hij loslaat. Hij leeft juist van wat hij zorgvuldig bewaart en meeneemt. Het koesteren van goede herinneringen is enorm versterkend in je levensverhaal. Sommige mensen blijven overeind doordat zij nog ergens vanbinnen een paar warme woorden van iemand met zich meedragen. Een liefdevolle blik. Een plaats waar zij zich ooit thuis voelden. Een stem. Een lied. Een ervaring van nabijheid. De kunstenaar weet dit vaak instinctief. Niet alles wat voorbij is, moet weg. Sommige herinneringen zijn geen beknellende ketting, maar een helpende kleur. Geen stilstand, maar een voedingsbodem. Taalgevoelige mensen zullen dat direct herkennen. Zij kunnen soms jaren leven op een paar zinnen. Op woorden die in moeilijke tijden niet verdwenen zijn, maar onuitblusbaar bleven nagloeien. Niet als vlucht uit de werkelijkheid, maar als tegenwicht tegen verkilling. Niet als ontkenning van het donker, maar als bescherming van iets goeds. Daarom zou het jammer zijn als koesteren steeds meer geassocieerd wordt met iets ziekelijks of regressiefs. Alsof iedere gehechtheid verdacht is. Alsof bewaren per definitie minder volwassen zou zijn dan loslaten. Nee. Er is ook zoiets als trouw aan het goede. Er is ook zoiets als dankbaarheid die je niet moet wegredeneren, maar juist moet bewaren. Er zijn herinneringen die geen last zijn, maar een bron. Levenswijsheid zit misschien wel grotendeels in dat onderscheid. Je kunt bitterheid koesteren en daar lelijker van worden. Maar je kunt ook schoonheid koesteren en daar mooier van blijven. Je kunt je pijn voeden tot ze alles overneemt. Maar je kunt ook het goede bewaren als een klein vlammetje, zodat het in jou niet overal koud wordt. Afscheid nemen is een ritueel waarin je samen (als dat kan nog kan) verwoordt wat je loslaat, maar ook wat je behoudt en meeneemt en mag koesteren. Een afscheid zonder ritueel blijft een open wond die sowieso meegaat. Dat onderscheid vraagt om meer dan techniek. Het vraagt om liefdevolle wijsheid. Om mensen die nog aanvoelen dat niet alles wat gevoelig is, sentimenteel is. En dat niet alles wat je vasthoudt, je gevangenhoudt. Dat loslaten niet de ultieme oplossing is voor problemen. "Een mens leeft niet zozeer van wat hij loslaat. Hij leeft juist van wat hij zorgvuldig bewaart en meeneemt." Respect
Van deze drie woorden heb ik 'respect' misschien wel het meest zien verschuiven in de afgelopen veertig jaar. Ooit had dat woord iets van eerbied in zich. Waarde en ruimte toekennen. Bewust zorgvuldig omgaan met de ruimte en de zeggenschap van de ander over zijn domein. Beseffen dat de ander niet van jou is, niet door jou gedefinieerd wordt, niet zomaar tot object of functie mag worden teruggebracht. Respect had ook iets te maken met vorm, met waardigheid, met zelfbeheersing, met de erkenning dat een mens een binnenwereld heeft waar je niet achteloos overheen loopt. Maar steeds vaker hoor ik het woord vooral als een claim. 'Ik eis respect'; 'Je respecteert me niet'. En daarmee verschuift er iets. Respect lijkt dan minder te verwijzen naar wat ik de ander verschuldigd ben, en meer naar het afbakenen van mijn eigen domein. Minder eerbied, meer zelfbescherming. Minder wederkerigheid, meer territorium. Ook hier begrijp ik natuurlijk iets van de achtergrond. Wie vaak is overschreden of vernederd, mag leren zeggen dat zijn ruimte ook ruimte is. Dat is zeker niet verkeerd. Dat kan noodzakelijk zijn. Maar wanneer respect vooral een woord wordt waarmee ik mijn eigen grens markeer, verliest het iets van zijn oorspronkelijke glans. Dan gaat het minder over zorgvuldig omgaan met de ander, en meer over het handhaven van mezelf. Dan verandert respect van een innerlijke houding in een uiterlijke eis. En juist gevoelige mensen voelen dat haarscherp aan. Zij merken wanneer een woord dat ooit relationeel was, individualistischer wordt. Wanneer een woord dat ooit de ander beschermde, nu vooral het ik afschermt. En daarmee verbondenheid ondermijnt. En dat is niet alleen een betekenisverschuiving. Het zegt ook iets over hoe wij elkaar als mensen zien. Voor mij heeft echt respect nog altijd iets van eerbied. Iets van voorzichtig zijn in de ruimte van de ander. Ik ben daar te gast. Niet omdat de ander onaantastbaar zou zijn, maar omdat hij de autoriteit is in zijn eigen domein. Omdat hij een eigen unieke geschiedenis heeft. Omdat hij een eigen, unieke kwetsbaarheid heeft. Omdat je met de ziel van een mens niet werkt alsof je een technisch probleem oplost. En omdat ik de drinkbeker van die ander niet kan drinken. Respect is dan niet eerst: erken mijn grens. Respect is eerder: ik wil zorgvuldig zijn als gast in jouw binnenwereld. Vanuit het besef dat ik maar een fractie begrijp van hoe het universum van jouw binnenwereld in elkaar zit. Daar zit iets liefdevols in, maar ook iets vastberadens. Soms zelfs iets heldhaftigs. Alsof er in een mens een beschermende kracht opstaat die weigert toe te laten dat iets breekbaars kapotgemaakt wordt door botte taal, snelle analyses of een al te technische of simpele vorm van psychologie. Niet sentimenteel. Niet week. Maar respectvol, vastberaden. Ik ben in jouw binnenwereld als de astronaut die door de ruimte reist waar hij nog geen fractie van een procent van kan zien, laat staan kan begrijpen. De pijn van taal en de troost van taal Misschien is dat wat hier onder ligt. Gevoelige, altruïstische en artistieke mensen weten uit ervaring dat woorden niet bepaald neutraal zijn. Ze kunnen je maken of breken. Ze zijn een zegen of een vloek. Ze kunnen iets in je openen of iets in je sluiten. Ze kunnen een veilige kamer maken waarin je eindelijk ademruimte vindt, of juist de zuurstof er helemaal uit trekken. Woorden kunnen iemand terugbrengen naar zichzelf, of hem verder van zichzelf vervreemden. Een woord als 'pleasen' kan dan niet alleen kritisch klinken, maar zelfs beschuldigend en daarmee schaamte versterken. Een woord als 'koesteren' kan zijn waarde en warmte verliezen en verdacht worden en alle kostbare herinneringen uit je handen slaan. Een woord als 'respect' kan van richting veranderen en steeds minder over de ander gaan. Dat heeft een enorme impact. Maar er zit ook troost in. Want woorden kunnen niet alleen verschralen. Ze kunnen ook herstemd worden. Teruggebracht naar hun oorspronkelijke, zuivere toon. Ik beleef dat eerlijk gezegd als een kleine roeping. Zeker voor mensen die de pijn van taal zo sterk voelen. Ik schrijf om goede woorden en concepten te beschermen, zodat ze niet gaandeweg steeds cynischer of oordelender worden. Zodat we kostbare woorden niet achteloos laten afglijden door de tijdgeest of door steeds meer psychologische theorieën of modellen met een bijna totalitair karakter: 'allesverklarend', maar daarmee soms ook 'allesvernietigend' op het gebied van liefde, verbinding, warmte, respect. Ik wil graag de schoonheid en de kracht van deze woorden opgraven, het goud dat er in zit, en dat weer oppoetsen. Zodat deze woorden hun oorspronkelijke glans behouden of weer terugkrijgen. Zodat 'pleasen' niet alleen nog maar klinkt als zelfverlies, maar juist iets laat horen van emotionele intelligentie, tact, afstemming en liefdevolle fijngevoeligheid. Zodat 'koesteren' niet vooral een negatief, verdacht woord wordt, maar weer mag verwijzen naar het 'bewaren van hulpbronnen in het leven'. Zodat 'respect' niet verwordt tot een eis, maar weer gaat klinken als eerbied, wederkerigheid en zorgvuldig omgaan met het domein, de grenzen, de keuzes en de binnenwereld van de ander. Misschien horen gevoelige mensen niet te veel. Misschien horen zij soms als eerste wat er verdwijnt uit een woord. En misschien hebben we juist daarom deze mensen nodig. Niet om overal achterdochtig van te worden, maar om ons eraan te herinneren wat juist het 'woord' soms als enige kan overbrengen: geloof, troost, bemoediging, trouw, eerbied en naastenliefde. Aan iedereen die mij heeft gevormd in de afgelopen tientallen jaren: dankjewel voor alles wat je hebt gedeeld uit jouw binnenwereld. Ik draag wat je hebt gedeeld als kostbare parels mee in mijn verdere levensreis. En op de rand van leven en dood, zelfs als ik dit leven los moet laten en de sprong in het onbekende moet maken die we allemaal een keer moeten doen, hoop ik deze parels mee te mogen nemen naar mijn Schepper. Ik zal ze voor Hem neerleggen en Hij zal de waarde er van zien en bepalen. Wat goed was blijft voor altijd goed en wat van Hem was zal Hij herkennen. En Hij zal de schatten die Hij daar Zelf van heeft gemaakt in de hemel en voor ons heeft bewaard, daar naast leggen. Ook voor jou. Dat komt goed. Nogmaals dankjewel.
0 Opmerkingen
[In bewerking] 'En God zei: Laat de aarde groen doen uitspruiten, zaaddragend gewas en vruchtbomen die vrucht dragen naar hun aard, waarvan het zaad daarin is, op de aarde. En het was zo. En de aarde bracht groen voort, gewas dat zaad geeft naar zijn aard en bomen die vrucht dragen, waarvan het zaad daarin is naar hun aard. En God zag dat het goed was.'
Eén van mijn grootste vreugden is als ik zie dat iemand van wie ik hou naar zijn of haar aard 'vrucht draagt'. 'Vrucht dragen' heeft niets met 'presteren' te maken. Vrucht dragen is juist niet presteren, niet ploeteren, maar tevoorschijn laten komen wat bijna 'vanzelf' ontstaat als je gewoon jezelf bent. De appelboom die in de lente haar prachtige bloesem geeft en richting de herfst appels voortbrengt. En de perenboom die peren geeft. Gewoon door appelboom en perenboom te zijn tussen andere fruitbomen.
Wat mij verdriet doet: als mensen om mij heen zich zijn gaan schamen voor hun aard, hun natuurlijke gedrag, hun vruchten. Hun output. Hun creaties. Als hun puurheid, hun vrijmoedigheid, hun onbevangenheid geroofd wordt. En wat haalt de vechter in mij tevoorschijn: wanneer ik zie dat iemand bewust of onbewust door anderen onzeker gemaakt wordt over zijn of haar aard. En met allerlei (terechte of onterechte) zienswijzen verdreven wordt uit zijn of haar veilige boomgaard. Door wantrouwen, schaamte, onzekerheid, schuldgevoel of onveiligheid.
Dan ga ik aan. Zeker wanneer het een bekende betreft. Of wanneer er (goedbedoeld) theorieën uit mijn eigen vakgebied, klinische- en persoonlijkheidspsychologie, worden ingezet die mensen onzeker maken over hun gevoelige, empathische, artistieke of sociale aard. Als je aard of je talent verward wordt met psychopathologie, diagnosen, coping, etc. klim ik voor je in de pen met alle energie die ik nog kan vinden want dit raakt direct waar ik voor sta; mijn levensmissie! Waar zijn we mee bezig? Waar ben ik mee bezig? Waar ben jij vandaag mee bezig? Doe je nog waar je voor gemaakt was? Waar je altijd zo in op kon gaan? Zo niet, dan bid ik dat je de weg naar jezelf weer terug vindt. Misschien ook terug naar je Schepper. Die jou een 'aard' heeft gegeven. Om vanuit die aard onbeschaamd te bloeien. Terug naar waar je echt van houdt. Of ooit zo van hield ... Ik heb het niet over verkeerde, ongezonde verlangens, maar over jouw kleur en jouw talent. Ik gun je dat je terug kunt naar de plekken, de fase, de mensen, de situaties waar jij ooit bloeide. Een appelboom hoort in een boomgaard tussen andere fruitbomen. Helmgras hoort in de duinen, in de zon, in de zilte zeewind. Een aardbeienplant hoort in een moestuin. Waar was jij ook alweer in je element? Weet je nog toen jouw werk zo welkom en zo helpend was? Wie sprong van blijdschap een gat in de lucht bij jouw eerste 'lentebloesem'? En bij je volgende creatie? Met wie had je dat feestje van herkenning toen je jezelf vergat tijdens het creëren? Het kan nog steeds goedkomen. Het kan weer worden zoals toen. Het is nog niet te laat, al voelt dat misschien wel zo. Er is altijd hoop want de Schepper van de wijngaarden, de boomgaarden, de moestuinen, de bergen, de zeeën, de bossen, het strand en de duinen is er nog steeds. Hij verbreekt het geknakte riet niet en dooft de walmende vlaspit niet uit. Hij laat nooit los wat Zijn hand begon. Sta je naast iemand die 'zichzelf kwijt is'? Help hem of haar om zichzelf te mogen zijn en herkenning te vinden bij gelijk geaarde types. Verbindt analisten met analisten. Breng zorgers bij andere zorgers. Pleasers bij pleasers. Doeners bij doeners. Breng kunstenaars bij elkaar. Zorg dat ze zichzelf (weer) kunnen herkennen in iemand anders. Dat geeft hen moed. Hoop. Help ze hun eigen boomgaard weer te vinden. Hun eigen landschap. Hun eigen zee. Daar waar ze in hun element zijn. En verwonder je over de verschillen die je ziet met jezelf; leer er van. Geniet van wat je de anderen ziet doen. Zij doen wat jij niet kunt en op een manier die jij nooit zou kunnen leren. Zij spreken een taal die jij niet spreekt. En jij een taal die zij niet spreken. Ben je zelf die appelboom die onzeker is geworden over je bloesem of je appels? Zoek de weg terug naar jezelf. Schud de schaamte van je af en geef de wereld weer het beste wat jij haar kunt geven: de vruchten die bij jou horen. Jouw woorden. Jouw taal. Jouw kleuren. Jouw gedachten. Jouw creaties. Jouw liefde. Jouw stijl. Bedacht en gewild door jouw Schepper. Blijf maar geworteld in Hem. Aan de hemelse waterstromen. Dan draag je vrucht op jouw tijd. Is dit het enige waar het in het leven om draait? Nee, uiteraard niet. Is dit het belangrijkste om over te schrijven ... ? Misschien zelfs dat niet. Is het belangrijk? Ja, zeker weten! 100% Matthijs. Geen AI, ChatGPT of iets dergelijks. [In bewerking. Versie 11-3-2026 21.00] Ik kom op social media steeds meer posts tegen met nogal ferme taal over pleasen: pleasen is egoïsme. Pleasen is controle. Pleasen is manipulatie. Pleasen is angst. Pleasen is aanpassing. Pleasen komt voort uit trauma. Pleasen is een teken van onvolwassenheid, narcisme, co-dependency en nog een hele rits onprettige psychologische termen die je liever niet opgeplakt krijgt. Volgens deze posts en theorieën (sommige met een onmiskenbaar hoog AI-gehalte) is autonomie de oplossing: de bewustwording van je 'ik', je 'zelf', je 'bestaansrecht', je grenzen. Niet het gevoel van de ander bepaalt meer of iets goed of fout is, maar jouw gevoel bepaalt dat! Het is hot, trendy, populair en in lijn met onze tijdgeest om pleasen als iets negatiefs neer te zetten waar iedereen vanaf geholpen zou moeten worden. 'Schaam je als je in 2026 nog steeds mensen aan het pleasen bent.' Ik val maar even met de deur in huis: ik ben er een beetje klaar mee. Ik ben een pleaser. En daar ben ik trots op. Ik hou van pleasers. En deze tekst is geen AI, maar 100% Matthijs. Woord voor woord. Even lekker tegen de stroom in ;-). Een pleaser die even zijn tanden laat zien. Pleasers houden van harmonie. Ze zoeken naar harmonie; ze bewaken harmonie. Net als muzikanten. En dat ben ik toevallig ook. En ja: af en toe een een zorgvuldig gekozen dissonante toon als overgang naar een volgend akkoord is ook nodig. Zonder de spanning tussen wringende tonen wordt muziek saai en mis je het gevoel van verwachting of het verlangen naar het volgende akkoord. Of het gevoel van van 'thuiskomen' in het basisakkoord. Maar muziek draait ten diepste maar om één ding: harmonie. Zelfs de meeste ruige heavy-metal gitarist stemt heel zorgvuldig en precies zijn gitaar voor hij gaat spelen. Elk muziekstuk is een spannend verhaal van meerdere tonen, instrumenten of melodielijnen die met elkaar in een bepaald ritme dansen, wringen, soms vechten, om uiteindelijk elkaar te vinden in die unieke harmonie. In een rustig, vredig of juist krachtig slotakkoord. Daarna wordt het stil. Of barst er een bevrijdend applaus los. Ik hou niet alleen van harmonie, ik geloof ook in harmonie. We zijn gemaakt voor harmonie. En uiteindelijk smachten we allemaal naar harmonie. Ik heb in de afgelopen 58 jaar een hoop mensen zien sterven. Zowel gewild als ongewild. Ik heb naar hen geluisterd, met hen meegezocht naar wat 'loslaten', 'vasthouden', 'koesteren' en 'in je hart meedragen' nou echt betekent als het leven jou loslaat. Woorden die zo makkelijk gezegd worden met een impliciet oordeel of een pijnlijk ongepast advies er in. Maar wat is 'loslaten' als je gezondheid jou loslaat? En wat is 'vasthouden' als niemand weet of begrijpt waar je je aan probeert vast te houden? Of als mensen om je heen een negatief oordeel hebben over dat wat je als hoop, als houvast met je meedraagt? Ik heb niemand in zijn laatste momenten horen zeggen: 'Had ik maar beter voor mezelf gezorgd', of: 'Was ik maar assertiever geweest' of: 'Had ik maar meer aan mezelf gedacht'. Dat wil niet zeggen dat dit nooit gebeurt. In ieder geval heb ik het nooit meegemaakt. En dat zegt me iets. En daarom deel ik dit hier met jou. Op het allerlaatst, op de grens van leven en dood, zie ik mensen zoeken naar harmonie. Harmonie met de ander. Harmonie met de mensen die tijdens hun levensreis een plek in hun hart hebben gekregen. Zelfs harmonie met degenen die hen pijn hebben gedaan. Het zal niet toevallig zijn dat in de hospices waar ik kwam, de vrijwilligers bijna allemaal 'pleasers' waren: empathische, altruïstische, lieve mensen voor wie niets te veel is. Ze creëerden een atmosfeer van harmonie die bijdroeg aan dat laatste harmonieuze slotakkoord van iemands leven. Als het regende werden zij de paraplu. Was er een onoverkoombare woeste rivier, dan werden zij de brug. De 'bridge over troubled water'. En het is ook niet toevallig dat de mensen die mij een appje stuurden als ze wisten dat ik naar een hospice ging, allemaal zonder twijfel in de categorie 'pleasers' passen. Ze stuurden een lied wat in hen opkwam als ze aan mij of de stervende dachten. Zelfs als ze die persoon niet kenden. Een gedicht dat hen raakte. Een gebed. Dankjewel nog. Je bent een zegen. Het meest verdrietige dat ik heb gezien is sterven zonder harmonie. Los moeten laten zonder dat er vrede, harmonie tussen jou zelf en de ander is ontstaan. Dan is 'loslaten' een pijnlijke, bittere strijd. Dan wordt 'loslaten' eigenlijk 'opgeven'; aanvaarden dat het slotakkoord van je leven of van een relatie lelijk en vals is geworden. Of juist 'vasthouden' aan je eigen gelijk tot aan je laatste snik. Het is allebei pijn in je ziel die je afscheidsblik op het leven vertroebelt. Dan is morfine soms nog de enige manier om de dissonante tonen naar de achtergrond te drukken in het slotakkoord. Dat gun ik echt niemand. Ik hoop dat jij en ik in vrede mogen sterven. In harmonie. Dat het goed is tussen jou en de mensen die veel voor je betekenen. Er bestaan aan het eind van je leven, in het slotakkoord, geen mensen die veel voor je 'hebben betekend' heb ik ontdekt. Er bestaan alleen mensen die veel voor je 'betekenen'. Mijn oma die al lang geleden overleden is, is niet iemand die iets 'heeft betekend' in mijn leven, zij is iemand die 'iets betekent'. Dat blijft. Denk daar maar eens rustig (en kritisch) over na. Ik zal altijd vechten voor harmonie met de mensen die iets voor mij betekenen zolang als we nog met elkaar leven. Dat kan ook als je elkaar maar één keer per vijf jaar spreekt. Als vader moeten sterven terwijl je geen contact meer hebt met je eigen kind ... dat is voor mij als pleaser een stuk van de hel. Ik voel, denk, zoek en vecht met je mee naar harmonie. Als zus moeten sterven terwijl je broer rauw weggescheurd is uit je leven ... ik heb er geen woorden voor. Zeker als dat door toedoen van anderen is ontstaan. Of door niet meer te herleiden misverstanden waardoor je op het laatst elkaars taal niet meer sprak. Of nog erger: niet meer mocht spreken. Of wanneer je door juridisering van conflicten ongewenst lijnrecht tegenover elkaar bent komen te staan. Je werd meegesleept door de impulsieve rechtlijnige acties van iemand die zelf bepaald geen pleaser is. En meestal door een combinatie van al deze dingen. Allemaal pijn ... en mogelijk dissonante klanken in het slotakkoord van jouw levensmuziek. Ik hou van pleasers. Ik wil een pleaser zijn. Ik wil degene zijn die zich in allerlei bochten wringt om het goed te maken. Om rekening te houden met het gevoel van de ander. Om me af te stemmen op de behoeften van de ander. Niet omdat ik bang ben voor afwijzing. Niet omdat ik iets ongezonds koester. Niet omdat ik niet weet wie ik ben of waar ik voor sta. Niet uit verborgen egoïsme of narcisme voor zover ik me zelf ken. Niet omdat ik zelf geen grenzen heb of voel. En ook niet omdat ik naïef ben en de gevaren of ongezonde kanten van pleasen niet zie. Ik ben een pleaser omdat ik weet waar ik voor sta en omdat ik weet wie ik ben. En waar ik in geloof. En waar ik me aan toewijd. Ik zal altijd vechten voor het harmonieuze slotakkoord in het leven. Dat is de leeuw in mij. Het lammetje in mij is bereid zich op te offeren. Soms meer dan verstandig lijkt. En misschien soms ook meer dan verstandig is. Laat me. Dat is mijn keuze. De leeuw in mij gromt en gaat beschermend voor dit lammetje liggen. En voor de lammetjes in mijn geliefden. Daar stel ik de grens. Moet iedereen een pleaser worden? Nee. Zijn pleasers betere mensen? Zeker weten van niet. Is pleasen alleen maar goed en gezond? Nee. Is pleasen altijd helpend? Nee. Is pleasen altijd naastenliefde? Nee. Maar bedenk even hoe jouw werkrelaties, jouw familiebanden, jouw vriendschappen, jouw levensfasen, jouw beslissende momenten of jouw kerkelijke samenkomsten er uit hadden gezien zonder de tact, de aanpassing, de voorzichtigheid, de meegaandheid, de empathie en de zorg van pleasers om je heen. En hoe de wereld er uit had gezien als er geen mensen waren geweest die zichzelf soms te veel opofferen voor de ander. Ik kan je verzekeren: in zo'n wereld zou je niet willen leven. Laat staan sterven ... Als ik het goed heb verwoord en als je met je hart leest, voel je vast het pleasende lammetje in mij. Maar zie je hopelijk ook de vastberaden leeuw in mij die zijn tanden laat zien. En overeind gaat staan als iemand pleasers onzeker wil maken over hun motieven. Stay away from me als je vanuit je eigen pijn, impulsen of bitterheid dissonantie of een disharmonieus slotakkoord creëert in andermans leven. Dan ga je over mijn grens. Stop. Niet doen. Als je het heel bewust toch doet val ik je aan, desnoods met gevaar voor mijn eigen leven. Maar luister goed: ik val je niet aan met verbaal geweld of agressie. Ik val je aan met de wapens van pleasers: liefde, vergeving, begrip, eerlijkheid, zorg, empathie, respect, hoop, medeleven, gebed, verbondenheid, vertrouwen, warmte, troost, bemoediging, een gedicht, een tekst, een lied, een schilderij. Dit zijn ongelofelijk krachtige wapens. Dat zul je merken. Je gaat eraan. En als je onbewust valse slotakkoorden creëert in andermans laat ik je schrikken. Zodat je wakker wordt. Blijf van de pleasers, de bemoedigers, de troosters, de vredestichters af. Laat hen. Ga weg. Als je aan hen of aan onze harmonie komt, kom je aan mij. Waag het niet. - Matthijs Goedegebuure [Ik hoop in de toekomst verder te mogen schrijven over:
Een pleidooi voor pleasers die in relaties en samenwerking voor harmonie, empathie, bemoediging, troost, tact en veiligheid zorgen, zonder de gevaren van pleasen en van dit unieke talent te bagatelliseren. ] [In bewerking. Versie 22-3-2026 06.30] Ik zat afgelopen week 's avonds met mijn zoon samen op de bank. TV aan, we zapten wat heen en weer en bleven hangen bij Arjan Lubach, vrijwel altijd vermakelijk. Maarten van Rossem kwam, begeleid door een hoop vrolijke muziek, net als gast bij hem binnenlopen. Hij werd met luid applaus en gejoel binnengehaald en bij zijn eerste knorrige opmerking (‘Wat een ver-schrik-e-lijk-e klereherrie zeg’) had ‘ie gelijk alle lachers op zijn hand. De hele zaal vond hem aardig, leuk, geestig. Ik moest er zelf ook om grinniken omdat het een uiterst voorspelbare, maar daarmee wel typische Maarten van Rossem starter was. Duidelijk geen pleaser. Het lijkt hem geen knal te interesseren wat mensen van hem vinden. Alhoewel ... de hele scene was eigenlijk heel erg 'plezant', de Belgische variant van 'pleasant'. Terwijl ik zat te kijken naar het interview, doorspekt met allerlei lachwekkende afkeurende opmerkingen over alles en iedereen (inclusief zichzelf), drong steeds meer tot me door dat ik naar een professionele 'pleaser' zat te kijken die een uitermate aantrekkelijke en vermakelijke show neerzet. Een pleaser die mensen 'pleast' met authentieke intellectuele zurigheid. En daar zijn media-persoonlijkheid mee heeft gebouwd.
'Pleasen' krijgt in onze tijdgeest gaandeweg een steeds negatievere bijklank. Het wordt steeds vaker geassocieerd met mensen die geen grenzen hebben, conflicten uit de weg gaan, zich voortdurend aanpassen en ergens diep vanbinnen smachten naar goedkeuring. De pleaser als de wat weke figuur die vooral bezig is anderen tevreden te houden omdat hij anders niet goed genoeg zou zijn. Het is het soort woord waar de psychologie anno 2026 graag een waarschuwingssticker op plakt. Pas op: verlies van zelf. Kans op codependency. Verhoogd risico op aanpassingsgedrag. Verhoogd risico op manipulatie. Dat is jammer en ook gevaarlijk. Niet omdat pleasegedrag zelf nooit ongezond kan zijn. Natuurlijk kan dat. Maar omdat we ondanks (of misschien wel: door) al onze psychologische termen te weinig doorzien wat er onder dat gedrag ligt. Want als je pleasen in de kern definieert als: de ander een aangenaam gevoel geven, of breder nog: doen wat waarschijnlijk de meeste beloning, warmte, aandacht, verbinding of veiligheid oplevert, dan wordt het plaatje ineens anders. Dan zijn pleasers niet een kleine subgroep van onzekere, conflictmijdende mensen. Dan zijn we het gewoon allemaal. Ook Maarten van Rossem. Dat klinkt op het eerste gehoor misschien hilarisch. Want ons beeld van Maarten van Rossem is nu juist niet dat van de typische pleaser. Niet de empathische man die je tas draagt, nog een kop thee voor je inschenkt en drie keer vraagt of het wel echt goed met je gaat. En als hij dat wel doet bedoelt hij waarschijnlijk dat je niet goed bij je verstand bent. Zijn stijl is het tegenovergestelde: ironie, donker gemopper, droge opmerkingen, tegendraadsheid en een intellectuele knorrigheid die door Nederland inmiddels niet meer als bot maar als geestig wordt ontvangen. Mensen lachen, luisteren, voelen zich vermaakt, herkennen iets. Of lachen omdat hij gewoon dingen zegt die wij soms denken. En ook nog eens goed onderbouwd. Hij krijgt aandacht, applaus, verbinding, genegenheid zelfs. Blijkbaar heeft hij, net als ieder ander mens, een stijl gevonden die voor hem 'werkt'. Een stijl die respons oproept. Een stijl die beloond wordt. En daar wil ik even op inzoomen. Wat wij later als iemands 'karakter' herkennen, is voor een groot deel een vroegkinderlijke 'relationele ontdekking'. Iets wat je als kind ooit hebt geleerd in de intieme kleine oefenruimte van het gezin, de familie, de klas of de buurt: zo krijg ik aansluiting, zo houd ik de ander dichtbij, zo blijft het veilig tussen ons. Het hoog-altruïstische en gevoelige kind leert dat zijn natuurlijke empathische afstemming loont. Dat hij met zijn zorgzaamheid, zijn invoelingsvermogen, zijn behulpzaamheid en het tijdig inslikken van zijn eigen impulsen de meeste vrede bewaart. Het andere, laag-altruïstische kind leert in zijn gezin en vriendengroep dat veiligheid juist via plagen, uitdagen, humor of discussie loopt. Dat je pas echt contact hebt als het een beetje schuurt, een beetje knettert, een beetje leeft. Hij ontdekt hoe hij met zijn uitdagende aard veiligheid en verbinding kan creëren. Sommige kinderen ontwikkelen zelfvertrouwen door 'rough-and-tumble'-play met hun vader: wat ruwer stoeien en merken dat je vader sterker is, maar dat hij je soms laat winnen. Weer een ander leert van zijn vader of moeder dat je vooral verbinding krijgt door slim te zijn, door scherp te formuleren, door indruk te maken met woorden of kennis. Hij zet zijn intelligentie in. Ook dat kan door middel van 'rough-and-tumble'-play zijn, maar dan meer verbaal en intellectueel. En wat als je als kind ontdekt dat wat je ook inzet, er helemaal geen verbinding ontstaat ... ? Noch door mee te bewegen, noch door te stoeien, noch door slim te zijn, noch door de clown uit te hangen of de rebel, de helper, de zorger of wat dan ook ... ? Dan nog zul je waarschijnlijk die vorm aannemen, die houding, die kleur die meestal of uiteindelijk nog de meeste veiligheid, de meeste verbinding oplevert. Juist als de situatie heel onveilig is, en een bepaald gedrag van jou als kind toch heel af en toe wordt 'beloond' met een klein stukje verbinding, ontwikkelt zich het sterkste gedragspatroon. Het is het mechanisme waardoor gokkers verslaafd raken terwijl de gokautomaat maar heel zelden de beloning geeft waar ze wanhopig naar zoeken. Zo ontwikkelt zich een 'stijl'. Niet heel bewust, maar door duizenden kleine herhalingen. Gedrag dat steeds opnieuw (of soms ineens) beloond wordt, raakt diepgeworteld in onze persoonlijkheid. Wat verbinding oplevert, gaan we herhalen. Wat applaus krijgt, gaan we zelf ook geloven. Wat veiligheid schept, wordt een tweede natuur. Het kan heel verwarrend zijn als je in het volwassen leven ontdekt dat anderen op een heel andere manier verbinding maken en dat jouw aangeleerde, vertrouwde manier helemaal niet aansluit. Dit is een van de redenen waarom ik altijd vraag naar de karakters en stijlen van vader, moeder en andere opvoeders. Daarom geloof ik steeds minder in de 'oppervlakkige' tegenstelling tussen pleasers en niet-pleasers. Die tegenstelling suggereert dat sommige mensen gericht zijn op goedkeuring en anderen daar een soort boven staan. Alsof er een ras van vrije, onverstoorbare individuen bestaat dat zich van niemand iets aantrekt en puur vanuit autonomie en zelfbeschikking leeft. Daar geloof ik na 35 jaar intensief praten en werken met mensen helemaal niets van. Ik denk dat mensen vooral een andere route aangeleerd hebben gekregen naar hetzelfde doel. Ook de harde, scherpe, dwarse, onafhankelijke mens is (onbewust) bezig met een 'relationele economie'. Alleen dan niet via warmte een empathie, maar via spanning. Niet via aanpassen, maar via prikkelen. Niet via geruststellen, maar via opvallen en je nek uitsteken. De luis in de pels zijn. De felle, gebekte oppositieleider spelen. De domme clown uithangen. Of juist de slimme clown die met elke theorie de vloer aanveegt. Ook dat is, ten diepste, een vorm van pleasen. Alleen geen harmonie-pleasen, maar humor-pleasen, intellectueel pleasen, dominant pleasen, uitdagend pleasen, pestend pleasen. De verpakking is compleet anders. De inhoud niet echt. De stijl is totaal anders. De onderliggende behoefte is dezelfde. Misschien is dat wel de reden waarom ik soms ernstige bedenkingen heb bij therapieën of zelfhulpverhalen die mensen te snel willen 'verlossen' van hun pleasegedrag. Alsof de opdracht luidt: stop ermee, word assertiever, wees minder gericht op de reactie van de ander. Dat klinkt stoer, maar het mist vaak psychologische fijngevoeligheid. Want als iemands hele relationele systeem in de eerste levensjaren heeft geleerd dat afstemming de veiligste weg naar contact is, dan kun je niet simpelweg tegen zo iemand zeggen dat hij daar maar even mee moet ophouden. Dan vraag je niet alleen om ander gedrag. Dan vraag je iemand om afscheid te nemen van een taal waarin hij ooit liefde, nabijheid en overleving vond. Of in ieder geval zocht en waar hij zelf mee vertrouwd is geraakt. Een taal die past bij zijn natuurlijke 'aard'. Daar moet je niet met grove handen aan komen want dat kan heel ontwrichtend werken. Als iemands 'gedrag' en iemands 'aard' uit elkaar gaan lopen ontstaat er diepe vervreemding van je 'zelf', existentiële onzekerheid, een gevoel van onechtheid. Bovendien gaat er in therapie 'onder de radar', in de 'overdracht', dan vaak iets helemaal mis. De pleaser gaat zijn therapeut pleasen door te laten zien dat hij niet meer pleast. Hij vertelt voorbeelden waaruit blijkt dat hij grenzen stelt, dat hij beter voor zichzelf opkomt en dat hij nu echt minder bezig is met de gevoelens van anderen. De therapeut tevreden, de cliënt ogenschijnlijk gegroeid, maar intussen gebeurt er in de onderstroom iets heel anders. De oude reflex leeft gewoon door, alleen nu met een nieuw jasje en met een extra schuld- en faalgevoel erbij. Niet meer aangepast aan moeder, vader, partner of baas, maar aangepast aan het huidige therapeutische ideaalbeeld van autonomie. Zelfs stoppen met pleasen kan een nieuwe vorm van pleasen worden. Maar dan incognito. Dat is psychologisch ronduit gevaarlijk. Daarom ben ik in mijn artikelen soms een beetje tegendraads. Ik wil kritisch blijven denken over zowel de traditionele pilaren als de hippe trends in mijn vakgebied. En de tijdgeest. We moeten met iets anders, iets hogers bezig zijn. Niet met de voorspelbare vraag: hoe krijg ik dit gedrag eruit? Maar met de vraag: welke vorm van verbinding heb ik ooit leren spreken? Wat is mijn taal? Waar en hoe past die goed, en in welke situaties en bij welke mensen past die wellicht minder? En mag ik ook zoeken naar een rol, een functie, een vriendenkring, een coachingstraject of therapie waarin dit wel past? En hoe kan ik mijn stijl zelfs nog verbeteren en optimaliseren? Hoe kan ik juist met mijn aard, met mijn verbindingsstijl een goede leider, collega, coach, therapeut, techneut, vakman of wetenschapper zijn? Dat zijn naar mijn idee meer helpende vragen dan de vraag: 'hoe leer ik dit af?'. Dan hoef je je aard niet te verraden. Dan hoef je de appelboom niet te leren zich voor haar bloesem te schamen omdat de pruimenboom tegenwoordig meer status heeft. Dan mag je onderzoeken welke vruchten en bloemen er aan jouw takken groeien, in welke bodem die vrucht is gegroeid, welke zon haar rijpt en ook wanneer dezelfde vrucht misschien overrijp wordt of uit de boom valt. Dat we allemaal pleasers zijn, betekent niet dat elke vorm van pleasen gezond is. Ik kan zo afhankelijk worden van respons, bevestiging of waardering dat ik mijn eigen innerlijke kompas kwijtraak. Dan gaat er iets mis. De zorgzame helper kan zichzelf leeggeven. De uitdager kan verslaafd raken aan aandacht en applaus. De intellectuele scherpslijper wordt onzeker als hij niet meer de slimste oplossing weet aan te reiken. Elke relationele stijl heeft zijn gevaar. Elke stijl heeft zijn schaduwkant. Maar we moeten die schaduw niet verwarren met de hele persoon. Het probleem is zelden de stijl zelf. Er ontstaan problemen wanneer we onze stijl als de enige goede gaan zien. Of wanneer we onze natuurlijke stijl juist als 'onecht', 'onvolwassen' en 'ongezond aanpassingsgedrag' bestempelen. Of wanneer we geen mensen meer om ons heen hebben die dezelfde 'taal' spreken en dezelfde 'verbindingsstijl' hebben. Volwassen worden betekent dan juist niet dat je van stijl wisselt, maar dat je je eigen stijl leert kennen zonder ervoor te knielen. Dat je gaat zien: dit is hoe ik van jongs af aan verbinding heb gezocht. Hier liggen mijn relationele talenten. Hier ook mijn risico’s. En dat je dan langzaam een klein beetje 'meertalig' wordt. Niet omdat je jezelf moet uitwissen, maar omdat mensenkennis en naastenliefde rijpt. De harmoniezoeker mag leren dat waarheid niet meteen verlating betekent. De uitdager mag leren dat zachtheid geen manipulatie is. De analyticus mag ontdekken dat niet alles eerst gewonnen hoeft te worden in een debat voordat er weer contact is. En de klassieke pleaser mag ervaren dat verbinding ook blijft bestaan als niet iedereen tevreden is. Dat is volgens mij een gezonder en ook hoopvoller mensbeeld dan het huidige psychologische wantrouwen ten opzichte van pleasers. Niet: dit zijn de zwakken die pleasen en dat zijn de sterken die dat niet doen. Maar: hier heb je mensen, ieder met hun eigen vroeggeleerde stijl om liefde te krijgen, veiligheid te bewaren en verbinding op gang te houden. Mensen die allemaal, op hun eigen manier, verlangen naar de glimlach van de ander, naar herkenning, naar reactie, naar dat kleine wonder dat iemand zegt of laat voelen: ik zie je, ik hoor je, je bent welkom hier in mijn leven. Ten diepste zijn we allemaal pleasers. Zelfs Maarten van Rossem. Dat is niet beschamend of beschuldigend. Het is iets om respect voor te hebben. Het maakt ons tot mensen. Het is een andere manier om te zeggen dat de mens een relationeel wezen is, gemaakt voor contact, voor wederkerigheid, voor het zoeken naar een toon waar de ander een antwoord op kan geven. Niet iedereen doet dat met dezelfde klanken. Maar we zoeken allemaal diep van binnen naar de invulling van datzelfde verlangen: bestaan doordat de ander jou ziet. Dat is plezant. En als iemand na het lezen van dit artikel denkt: 'wat een gruwelijk dramatisch gezeik van een ongekend zielig seniel gehalte is dit', dan kan ik weer even grinniken. Omdat dat niet mijn taal is, maar ik het heus ook wel eens denk. Oftewel: elke psycholoog heeft zijn eigen psychologie. Dat is zowel krachtig als gevaarlijk. [In bewerking. Versie 14-12-2025 00.55] In de klinische psychologie wemelt het van de modellen en methodieken. Denk aan cognitieve gedragstherapie, schematherapie, EMDR, mentalization based treatment, Acceptance and Commitment Therapy, systeemtherapie, contextuele therapie en noem maar op. De overzichten variëren van honderden tot meer dan duizend modellen. Elk model heeft een ander perspectief op onze binnenwereld en onze psyche: de ene is vooral gericht op klachten en symptomen, de andere meer op denkpatronen, de volgende op relaties, weer een andere op identiteit of geloof. Biologisch, sociaal, psychologisch, psychodynamisch, filosofisch, fenomenologisch, praktisch, medisch, biopsychosociaal, hormonaal, ... het is bijna eindeloos. Elk van deze modellen heeft een eigen begrippenkader (‘taal’) en ook een eigen verklaring (‘verhaal’) voor mentale fenomenen als stemming, spanning, ontwikkeling, groei, fasen, hindernissen en hulp. Geen van deze modellen heeft de psychologische waarheid in pacht. Zowel de hoeveelheid modellen als de tegenstrijdigheid in hun verklaringen voor mentale problemen zegt al genoeg; het zijn sterke vereenvoudigingen van onze complexe binnenwereld. De een past beter bij een bepaalde cliënt, bij bepaalde problematiek, een therapeutisch proces of in een bepaalde levensfase dan de ander. De vraag is niet welke aanpak wetenschappelijk het best onderbouwd is (allemaal niet heel sterk) of welke theorie het meest lijkt te kloppen, maar welke manier van kijken het best aansluit bij dit verhaal, deze geschiedenis, en deze persoon in deze fase. Wat maakt een behandeltraject tot een 'goede therapie'? Goede therapie is niet een grabbelton van slimme interventies en technieken, maar vooral een steeds terugkerend, herkenbaar kader waarbinnen emoties, problemen, klachten, processen en adviezen geplaatst worden. Een therapeut die trouw blijft aan een zorgvuldig gekozen kader en daarbinnen flexibel is, biedt ordening, voorspelbaarheid en rust. De taal, de gebruikte begrippen, de metaforen en de manier van werken sluiten dan op elkaar aan en blijven herkenbaar voor de cliënt. Een goede therapeut weet nieuwe issues, ontmoedigingen en worstelingen hanteerbaar te maken door ze steeds te linken aan het inmiddels vertrouwde model. Dat geeft een cliënt met langer bestaande ernstige klachten houvast. Een herkenbaar, steeds terugkerend model zorgt bij complexe psychische problemen voor een centraal vertrekpunt. Een veilig ankerpunt in de soms wrede en hatelijke innerlijke conflicten in iemands binnenwereld. Dat model moet niet te abstract, niet te complex, maar ook weer niet te simplistisch zijn. Op zijn best is het zowel verklarend voor diepgevoelde innerlijke strijd, als ook praktisch toepasbaar in het dagelijks leven. Hoe complexer de problematiek, en hoe meer er al geprobeerd is, hoe belangrijker een 'maatwerk' model is: verweven met begrippen, namen, ervaringen, denk- en werkstijlen van de cliënt. Ideaal gesproken sluit het ook aan bij iemands natuurlijke 'taal': een manier van praten en betekenis geven die vertrouwd is. Uit onderzoek weten we dat behandelingen beter werken als therapeuten doen waar ze in getraind zijn, hun werkmodel serieus nemen en het niet steeds halverwege omgooien. Consistentie in taal en werkwijze en een veilige werkrelatie zijn waarschijnlijk belangrijker dan het nieuwste theoretische model of het laatste protocol. De keuze voor een bepaald model of een bepaalde benadering impliceert dat je je als therapeut bewust beperkt. Je belicht een aantal kernthema’s en honderden andere thema’s laat je bewust buiten beschouwing. Dat is wijs want door alles te belichten kun je als cliënt, maar ook als therapeut, compleet de weg kwijt raken. Dan verdwaal je in te veel perspectieven. Maar dat beperken is ook spannend voor elke therapeut omdat die honderden andere zaken die je niet belicht door een medebehandelaar of volgende therapeut als 'juist heel erg belangrijk' kunnen worden gelabeld. Vooral als er na een traject nog steeds klachten zijn. De kracht van beperking Het is voor elke ervaren therapeut, en zelfs ook voor iedere beginnende therapeut, een klein kunstje om een paar nieuwe invalshoeken in te brengen als je een behandeling overneemt. Of een paar zaken te belichten die nog nooit eerder zijn belicht. Omdat er in ieders leven duizenden dingen zijn om te belichten en honderden professionele perspectieven daarop. Er is altijd oneindig veel meer dat niet behandeld is dan wat er wel behandeld is. Het is daarom geen enkel probleem om als professional iets nieuws uit de ‘hoge psychologische hoed’ te toveren; de keuze is vrijwel eindeloos. Ik heb tienduizenden therapiegesprekken met cliënten gevoerd, maar als ik met een collega diepgaand over mijn eigen leven spreek, ontdek ik altijd weer iets nieuws of iets anders dat ik me nog niet eerder had gerealiseerd. Het laat zien hoe wonderlijk, complex en ontzagwekkend groots het leven is, hoe eindeloos veel er te ontdekken is en hoe beperkt alle psychologische modellen zijn. Onze binnenwereld is even wonderbaarlijk als het universum waarin we ons bevinden. We ontdekken steeds iets nieuws en elke nieuwe ontdekking roept ook weer nieuwe vragen op. De kracht van goede therapie is dus niet om alles uitputtend te belichten, maar juist om je te beperken tot die kernthema’s die voor deze client, in deze fase helpend en constructief lijken te zijn voor groei en ontwikkeling. En om dat middels een herkenbaar model te doen dat in de loop van de tijd vertrouwd wordt voor de client. Zodat hij of zij deze 'tools' en 'taal' voor interne krachten, conflicten en processen steeds meer kan integreren in de eigen coping-stijl. Dat is de kracht van professionele beperking. Een therapie hoeft niet ‘compleet’ te zijn; een therapie moet ‘effectief’ zijn: voldoende verklarend en voldoende toepasbaar. Niet meer dan nodig. Niet minder dan noodzakelijk. Iedere therapeut weet hoe ingewikkeld deze balans kan zijn. Daarbij probeer je aan te sluiten bij de denk- en ervaringsstijl van iemands binnenwereld. Een analytisch persoon probeer je iets meer verklaring aan te reiken. Een artistiek persoon iets meer helpende en herkenbare metaforen. Een sociaal, betrokken mens probeer je wat extra begrip en empathie mee te geven. Een rationeel type wat meer informatie. Maar je houdt het zo beperkt en daarmee zo herkenbaar mogelijk. Less is more. Jezelf als therapeut bewust beperken tot deze kernthema’s vraagt lef, overtuiging en geeft veel zorgverleners stiekem de angst om als 'onvolledig', 'te eenzijdig' of 'onprofessioneel' gelabeld te worden door anderen die de behandeling moeten overnemen of er bij betrokken worden. Verwarring door te veel verschillende perspectieven De behandeltrajecten in de GGZ zijn de afgelopen jaren gemiddeld genomen steeds korter geworden en meer modulair ingericht. Mensen worden sneller van de ene naar de andere module doorverwezen, en soms van de ene instelling naar de andere. Daardoor neemt mogelijk het risico op verwarring door verschillende modellen en benaderingen toe. Bij cliënten met langdurige of complexe problematiek kan dan bijvoorbeeld het volgende gebeuren:
Iedereen bedoelt het goed; daar is geen twijfel over. En ieder model is waardevol. Maar voor de cliënt kan het voelen alsof zijn of haar verhaal steeds uit elkaar getrokken wordt en er steeds andere verklaringen en adviezen zijn. De (onbedoelde) verborgen boodschap die de cliënt hoort is: je hebt jezelf weer niet goed begrepen, je bent opnieuw weer niet goed beoordeeld, niemand begrijpt jou, je bent een lastig geval, je moet weer opnieuw beginnen. Diepe paniek, zelfvervreemding en een diep gevoel van verlorenheid in het bestaan. Voor mensen met een onveilige hechtingsgeschiedenis en langdurige behandeling is dit gevaarlijk en kan tot diepe wanhoop, existentiële verwarring, angst en zelfs suïcidaliteit leiden. Zij scannen vanuit diepe onveiligheid voortdurend op afwijzing, onvoorspelbaarheid en dubbelzinnigheid in relaties. Een plotselinge verandering van taal en kader in de therapie kan bij hen voelen als: de vorige keuze was fout, mijn gevoel klopte blijkbaar niet, mijn vorige therapeut koos het verkeerde pad, ik heb het niet goed uitgelegd. De therapeutische ontwikkeling valt dan in tegenstrijdige fragmenten uit elkaar. Dat kan een herhaling worden van oude ervaringen van niet gezien, niet begrepen, verlaten, verwaarloosd benadeeld of zelfs misbruikt worden. Het gevaar van modelconcurrentie Therapeuten staan aan het begin van een traject (soms onbewust) voor de uitdaging om hun client te overtuigen van de toegevoegde waarde van therapiegesprekken. Dat is niet altijd eenvoudig. Het is verleidelijk om de beperking van een voorgaand traject in te zetten als een argument voor dit traject en je eigen model als een toch iets beter model te presenteren. Op die manier creëren we een soort concurrentie tussen onze werkwijzen of therapeutische scholen. Het klinkt dan ongeveer zo:
Of we doen het nog subtieler: het hele model of kader waar de cliënt mee gewerkt heeft en de taal die ontwikkeld is verdwijnt naar de achtergrond, er wordt nauwelijks naar gevraagd en er wordt ongevraagd een totaal nieuwe manier van kijken neergezet. Voor ons als professionals misschien een interessante therapeutische en diagnostische puzzel en een frisse start, voor onze een cliënt met complexe, langdurige problematiek een volgende traumatische breukervaring. Soms doen we dit uit enthousiasme voor een favoriet psychologisch model dat als superieur wordt gezien, soms uit onwetendheid over andere behandelmodellen. Dit is het gevaar van 'modeldominantie': ons eigen vertrouwde model 'domineert' alle andere modellen en benaderingen. In de psychologie is dat gevaar mijns inziens veel groter dan in medische vakgebieden zoals cardiologie, chirurgie, etc. Dat is omdat er in de medische wetenschap per periode in de geschiedenis meestal één stroming is die het debat bepaalt met een bepaald model. In de psychologie zijn er altijd meerdere stromingen naast elkaar met ieder hun eigen model voor verklaring en behandeling. Als je een kwetsbare cliënt zonder zorgvuldige brug van het ene naar het andere model stuurt, kun je ernstige en zelfs blijvende schade aanrichten. Dan gaat het niet alleen over psychologische interventies en methodieken, maar over alles wat jarenlang vertrouwen, hoop, houvast, veiligheid, eigen taal en waardigheid heeft gegeven. De onveilige wereld wordt daarmee nog onveiliger en de cliënt is terug bij af, of zelfs dieper weggezakt dan ooit. Therapeuten met enkele jaren werkervaring lopen misschien een iets grotere kans op deze fout dan de echte beginners of juist zeer ervaren therapeuten. Laten we even denken in 'beginners', 'gevorderden' en 'experts'.
Als je begint, maar ook als je jaren lang in dit vak hebt gewerkt, heb je meer ontzag voor de complex psychologische werkelijkheid, ben je je beter bewust van de beperkingen van je eigen kennis en je eigen modellen en respectvoller naar het werk van collega's. Het is in die 'tussenfase' na enkele jaren werkervaring dat onze 'eigenwijsheid' het grootst is en onze corrigeerbaarheid het laagst. Daar staat tegenover dat ervaren therapeuten het soms lastiger vinden om zich te beperken tot de kern. Hun nuance en ervaring kan ongemerkt leiden tot te veel verbreding, te veel modellen die door elkaar gaan lopen, waardoor de therapie voor een client diffuser, waziger en minder effectief wordt. Aan de andere kant: de stelligheid en modeldominantie van de 'gevorderde', dus tussen de 'beginner' en 'expert' in, kan onzekere cliënten ook juist veel houvast en helderheid bieden. Wat elke volgende therapeut zou moeten doen Als je een cliënt overneemt van een collega, zeker in deze tijd van kortdurende en modulaire zorg, vraagt dat een hoge mate van vakmanschap en professionele bescheidenheid. In mijn ogen hoort daar minstens bij:
Je hoeft de vorige behandeling niet te idealiseren. Elke behandeling is immers beperkt en elke therapeut mist zaken en maakt fouten. Maar het kan zeker schadelijk zijn om een voorgaande behandeling achteloos weg te zetten. De cliënt heeft daar vaak moed verzameld, woorden en veiligheid gevonden voor schaamte en pijn, misschien voor het eerst iets van betekenis en houvast ervaren midden in wanhoop en verwarring. Als we dat zomaar terzijde schuiven, raken we meer dan slechts een visie, een model of een behandelplan. Het kan tot een diepgaande existentiële crises en suïcidaliteit leiden omdat een moeizaam verworven houvast ineens uit handen getrokken wordt. Zowel iemands zelfvertrouwen als het vertrouwen in hulpverlening kan daarmee zwaar beschadigd raken. Dit is een ernstige vorm van hertraumatisering. Mijn beste suggestie voor behandelaars Als therapeuten willen we graag iets toevoegen. Dat is mooi en vaak ook gewenst en nodig. Maar misschien begint goed hulpverlenerschap niet bij laten zien wat ik anders doe, of wat de vorige therapeut miste, maar bij eren en recht doen aan wat er al met zoveel moeite is opgebouwd of minstens geprobeerd. Vanuit de wetenschap weten we dat een betrouwbare relatie, een duidelijk kader en een consistente, herkenbare lijn cruciale werkzame factoren zijn. En vanuit het besef dat echte verandering langzaam groeit in een bedding van voorzichtigheid, trouw en herkenbaarheid, niet in steeds weer een nieuwe vorm. Een volgende therapeut die zorgvuldig verder bouwt op wat anderen met de cliënt hebben opgebouwd, geeft iets heel kostbaars mee: continuïteit. Respect. Vertrouwen in anderen. Vertrouwen in de eigen visie van de cliënt en het eigen narratief. Dat is als therapeut geen verlies van je eigen stijl of expertise, het is professioneel aansluiten bij het goede dat de cliënt zelf met anderen heeft opgebouwd. Zodat wat goed was ook goed blijft en er meer goeds aan toegevoegd kan worden. Dat helpt! Dat is mijn eerlijke gedachte hierover en mijn beste advies. Wat als je veel wisselende behandelaars hebt?
Voor iedereen die door omstandigheden in de loop der jaren meerdere of wisselende behandelaars heeft: blijf altijd zelf kritisch nadenken over de adviezen van elke (vorige en volgende) therapeut. Je hebt inmiddels veel ervaring met je eigen proces, met therapie en met behandelaars, dus je hebt er echt iets over te zeggen! Besef dat iedere behandelaar (en überhaupt elk medemens van je) slechts een stukje van jou ziet. Meestal datgene waar ze zelf in gespecialiseerd zijn. Dat is misschien 3, 4 of 5 procent van wie je bent. Besef dat ze hun beeld vormen op basis van wat zij nu zien. Jij alleen weet waar je al doorheen bent gegaan. Ga voor jezelf na:
Door jezelf dit soort vragen te stellen en je gedachten hierover ook aan je huidige therapeut voor te leggen, blijf je zelf de regie houden. Wat mij betreft één van de belangrijkste elementen in elke therapeutische relatie: jij bent als cliënt de baas over de onderwerpen die je bespreekt, over jouw doelen, over jouw behoeften, jouw grenzen en over de tijd en de energie die je in een traject steekt. Jij alleen bepaalt hoe lang je hier nog mee door wil gaan. Het gaat meestal mis wanneer wij als behandelaars of verwijzers te bepalend gaan worden; dat is overigens soms ook uit oprechte zorg, betrokkenheid en medeleven. Helaas soms ook wel eens uit te voorbarige of stellige overtuigingen over jouw problematiek of je voorgaande trajecten. Geef je nieuwe therapeut natuurlijk ook een kans. Het fijne en helpende van een nieuwe behandelaar is een frisse blik, een ander perspectief, nieuwe vragen, nieuwe inzichten. Het kan zomaar zijn dat iets wat een paar jaar geleden (nog) niet werkte, nu wel werkt. Een nieuwe therapeut kan soms juist beter aansluiten bij waar je nu bent dan een vorige therapeut omdat die na een intensief traject met jou per definitie ook in een bepaald patroon is terechtgekomen inclusief de blinde vlekken die daar bij horen. Als het mogelijk is: breng je voorgaande en huidige therapeut met elkaar in contact of vraag om een overleg/overdracht met beiden waar je zelf bij bent. En als dat niet lukt en je het na alle uiteenlopende adviezen allemaal niet meer weet of begrijpt, voel je met al je levenservaring diep van binnen nog steeds wat goed was en is. Ook dat is een betrouwbaar kompas. Twijfel daar nooit aan 👊! Ik wens je veel sterkte, vrede en ruimte en vrijheid in je geweten om op je eigen mening te durven staan en je eigen behoeften voor jezelf helder te houden. [In bewerking. Versie 02-11-2025 14.09] Eén van de dingen die ik als hulpverlener gaandeweg heb moeten leren was om mezelf niet als 'leraar', maar als 'leerling' op te mogen stellen in het leven van de ander. Bescheidenheid is niet alleen gepast maar ook helpend wanneer je met iemand mee mag denken, mee mag zoeken in zijn of haar strijd met het leven. Zeker als die strijd al jarenlang duurt en iemand al van alles heeft geprobeerd om vol te houden of verder te komen. Iedere therapeut die wat langer in het vak zit heeft een heleboel woorden, modellen en theorieën waarmee je al snel taal kunt geven aan allerlei psychologische processen. Mijn schrijfsels in dit 'schrijfatelier' zijn daar een klein voorbeeld van. Maar geen van deze schrijfsels kan de werkelijkheid goed beschrijven waar jij al jaren in leeft. En hoe het is om daarin te moeten leven en daar alleen in te zijn. Mijn woorden schieten tekort. Hoeveel ik er ook schrijf. Want het zijn mijn woorden. Wat voor mij een slootje is om over heen te springen is voor jou misschien een woest kolkende rivier die overgestoken moet worden. En wat voor mij een onoverkomelijke, dreigende rivier is, is voor jou misschien een drooggevallen sloot waar je zo overheen stapt. En wat de één in drie maanden voor elkaar kan krijgen, kan een ander tien jaar kosten. Eén van mijn grootste moeiten in mijn vak is altijd geweest: 'overleg' met collega's over een cliënt. Niet omdat dat zo moeilijk is, maar juist omdat het voor ons in dit vak zo griezelig makkelijk is! We kunnen als 'professionals' zonder veel moeite een hoop woorden en termen uit onze mouw schudden bij de meest schrijnende levensverhalen. In een kwartier tijd kunnen we vanuit onze theorieën, de DSM en nog wat veelgebruikte termen uit de Schematherapie in onze veilige professionele taal iemands levensloop, patronen en problemen even 'duiden'. We zien al snel de 'toch wat borderline-achtige persoonlijkheidsstructuur', de 'onveilige hechting', de 'onvolwassen patronen', de 'beperkte emotieregulatie', de 'ongezonde communicatie', de 'overlevingsstrategieën', de 'dreigende decompensatie'. En als we er niet goed uitkomen grijpen we graag naar 'aanwijzingen voor gemaskeerde ASS-problematiek', een 'patroon van splitting', 'onderliggende persoonlijkheidsproblematiek' en zo kan ik nog een aantal therapeutische stokpaardjes noemen. Ik zeg dit niet als een verwijt, maar vanuit een (hopelijk gezonde) zelfkritische houding naar mijn eigen vakgebied. Met respect naar mezelf en mijn hardwerkende collega's van wie verwacht wordt dat we in een aantal sessies therapeutische doelen bereikt hebben. En in ieder geval vermindering van symptomen kunnen aantonen met vragenlijsten. Ik geloof in het belang van een eerlijke, respectvolle en open ontmoeting met de 'ander'. Een besef dat we elkaars drinkbeker niet zomaar zouden kunnen drinken. Een besef op deze dag dat ik als hulpverlener morgen ook de hulpvrager kan zijn. En dat deze cliënt ook mijn therapeut had kunnen zijn als een paar dingen in onze levens net anders waren gelopen. Als je hulpverlener, metgezel of naaste van iemand bent: sta je zelf toe om respectvol, blanco en 'bewust onwetend' het levensverhaal van de ander te mogen betreden. Het is een grote eer om als gast in iemands wereld toegelaten te worden. Vergeet dat nooit. Durf eerst een 'leerling' te zijn van je cliënt of naaste. Verwonder je erover hoe hij of zij elke dag de dag weer doorgaat en doorkomt met de last die er te dragen is. "Echte experts zien zichzelf als leerlingen. Wie zichzelf een expert noemt, heeft nog veel te leren." Ben je cliënt of hulpvrager: geef je hulpverlener de tijd om jou te leren kennen en neem je eigen levenservaring, je eigen levenslessen en je eigen behoeften serieus. Jij alleen weet wat het tot nu toe heeft gekost om 'jij' te zijn. Om jouw leven te moeten leven. En waar je in je levensreis doorheen bent gegaan en nu doorheen gaat. Wat hielp. En wat niet hielp. Wat past en wat niet past. Alle psychologische en therapeutische termen van een ander schieten per definitie tekort om dat te beschrijven want het zijn woorden die voor duizenden mensen gelden. En jouw leven is niet dat gemiddelde leven van die duizenden.
Tegelijkertijd is dat ook niet erg. Wanneer je merkt dat een hulpverlener dat beseft en respectvol zoekt om zich zo goed mogelijk te verplaatsen in jouw wereld, jouw gevoelens en jouw strijd, geeft dat al hoop. En erkenning. En ook voor deze tekst en al mijn schrijfsels geldt: het zijn woorden die slechts ten dele kloppen. Respect voor jou en alles wat je tot nu toe gedragen of overwonnen hebt. Dank voor alles wat ik van jou heb mogen leren! Het helpt mij om mijn eigen strijd beter te kunnen strijden. Een boodschap uit mijn hart naar aanleiding van de moord op Charlie Kirk. [In bewerking. Laatste update: 15-09-2025 22.26] Het lijkt alsof er deze week na de afschuwelijke moord op Charlie Kirk ineens maar twee soorten mensen meer bestaan: vechters voor de de waarheid en vechters voor harmonie. Iedereen die mij een beetje kent weet dat dit soort polarisatie mij diep raakt. Het raakt mij omdat polarisatie het tegenovergestelde is van wie God zelf is als een Eenheid in Verscheidenheid. We kunnen niet minder op God lijken, niet minder zijn beelddragers zijn, dan wanneer we lijnrecht tegenover elkaar komen te staan en elkaar veroordelen. Daarom moet ik er even iets over schrijven. Het helpt me als ik het een beetje kan verwoorden. En het is een belangrijk deel van mijn schrijfmissie: verzoening tussen mensen die door polarisatie uit elkaar gedreven zijn.
Voor 'waarheids-predikers' en 'vechters voor orde' is genade en empathie soms griezelig ruim en verdacht grenzeloos. Empathie of eenzijdige nadruk op genade is voor hen sjoemelen met de waarheid, water bij de wijn. Zij zien het als pleasegedrag waarmee kromme zaken recht gepraat worden 'onder het mom van genade'. Voor 'genade-predikers' en 'harmonie-zoekers' is juist de waarheid soms griezelig hard, koud en bot. Waarheidspredikers zijn voor hen al snel 'haatzaaiers' omdat ze bijzonder pijnlijke dingen zeggen zonder rekening te houden met de gevoelens, beperkingen of goede intenties van mensen. Het klinkt voor hen als liefdeloze woorden zonder enig inlevingsvermogen 'onder de vlag van de waarheid'. Er is slechts één Mens die beide kon en kan verenigen: Jezus Christus. Hij is 'vol van Genade én Waarheid' zegt de apostel Johannes (Joh. 1:14). Inderdaad: vol! De rest van de mensheid kan hoogstens een accent leggen: de één iets meer op waarheid, de ander iets meer op genade. Maar we zijn er zeker niet vol van. Niemand heeft de volle waarheid in pacht en niemand is zo overvloedig genadig als God. Althans: ik ben er nog niet één tegenkomen. Ondanks (of dankzij) deze grote verschillen zullen we met elkaar in dit leven de lastige levenspuzzel moeten leggen. Ik ben zelf duidelijk meer een harmonie-zoeker. De man van begrip en empathie. Iedereen die mij een beetje of zelfs goed kent zal dat vast beamen. Wat ik soms nodig heb zijn mensen die de harde waarheid spreken. Misschien kan ik er moeilijk mee samenwerken. Misschien zouden ze niet mijn mentor, therapeut, beste vriend of businesspartner kunnen zijn. En dat hoeft ook niet. Maar ik voed me wel met de input van mensen die juist minder empathisch zijn, durven zeggen waar het op staat en mij op de gevaren van mijn empathie durven wijzen. Want empathie zonder waarheid of grenzen kan wel degelijk ook gevaarlijk zijn. Net als waarheid zonder genade. In de kerk komen de 'herder' en de 'leraar' daarom soms tegenover elkaar te staan. De 'herder' (de dienaar met het pastorale hart) wringt zich in allerlei bochten om dat ene schaap te redden. Desnoods met gevaar voor eigen leven. Voor de herder zijn liefde, genade en ontferming sleutelwoorden. De 'leraar' (de uitlegger van de principes van Gods koninkrijk) wijdt zich er aan toe om het Woord van God recht te snijden. Desnoods met het gevaar mensen tegen zich in het harnas te jagen. Voor de leraar zijn recht, gerechtigheid, zuiverheid en principes sleutelwoorden. Beiden zullen zichzelf als 'trouw' zien. De herder trouw aan zijn roeping, liefde en overgave voor de schapen. De leraar trouw aan het Woord van God. We beseffen allemaal wel dat genade niet zonder waarheid kan, en dat waarheid niet zonder genade kan. Dat is niet zo heel moeilijk te begrijpen. Genade bestaat überhaupt bij de gratie van waarheid (waarvoor zou anders 'genade' geschonken moeten worden?) en waarheid zonder genade zou sowieso geen mens overleven. Een 'basisprincipe' van het christelijk geloof dat we allemaal wel kennen. Maar in de omgang met elkaar blijkt dit heel lastig te zijn omdat niemand van ons in staat is beide in volmaakte balans te houden. We neigen allemaal naar een bepaalde kant op deze dimensie. Daar komt onze persoonlijkheid, ons karakter, onze eigen aard in beeld. Het heeft nogal wat implicaties aan welke kant van deze dimensie je staat. Het stelt je tot iets in staat, maar het zorgt er ook voor dat je tot sommige dingen niet in staat bent. Ben je écht empathisch en ook nog emotioneel intelligent, dan kun je per definitie niemand hard veroordelen, laat staan haten. Want je begrijpt en doorziet hoe mensen tot bepaalde uitspraken of daden komen. Voor jou is niet alles zwart-wit, maar er bestaat ook grijs. Er zit overal een verhaal achter. Te veel rationele kaders of theologische modellen zouden je begrip voor de ander ondermijnen. Je zult misschien eerder 'herderlijke' dan 'lerende' taken krijgen in de kerk. Ben je écht geroepen om de waarheid te vertellen, dan kun je je per definitie nooit helemaal verplaatsen in de ander. Waarom niet? Omdat je als waarheidsprediker ten diepste in één waarheid gelooft en het zou de kracht van je boodschap weghalen als je die te veel gaat nuanceren door empathie of begrip voor ieders verhaal. Een principe is zwart of wit. Grijs is voor jou een vermenging van leugen en waarheid. Empathie zou je van het rechte spoor afhouden. Pastorale taken lijken daarom misschien minder bij je te passen. Voor alle waarheids-liefhebbers: wees alsjeblieft dankbaar voor de mensen die genuanceerd zijn. En verder kunnen waar jouw logica ophoudt. Zonder hen zou Gods genade in deze wereld geen handen en voeten meer kunnen krijgen. Veroordeel niet alle empathische personen tot leugenaars, dwaalleraars of emotionele manipulators. Voor alle harmonie-liefhebbers: wees alsjeblieft dankbaar voor de mensen die ongenuanceerd de waarheid durven zeggen. Zonder hen zouden we alles maar begrijpen en goedkeuren of minstens toelaten. Ook ongezonde zaken. We zouden ons morele kompas en onze scherpte daardoor kunnen verliezen. Veroordeel niet alle waarheids-zoekers tot kille, gevoelloze narcisten. Weiger om de ander te haten! Weiger ook om de ander zomaar als een haatzaaier te zien! Weiger het oordeel dat de ander een kwaadaardige geest is. Of dat de oorzaak van de moord op Charlie Kirk bij één bepaalde groep ligt. Dat is het meest trieste of domme wat we kunnen doen. Zie de liefde voor harmonie of juist de liefde voor de waarheid in de ander. Wees daar blij mee. Heb er respect voor. Vergeef waar de ander uit de bocht is gevlogen. Een bocht waar jij zelf misschien niet uit zou vliegen. Laat integendeel de drive van die ander je inspireren om het beste van de eerlijke waarheid of het beste van genade in dit leven binnen te brengen. Laat je daarin leiden door de enige zuivere, goede Geest: de Heilige Geest. Dankjewel Charlie voor je liefde voor en toewijding aan de waarheid. En de radicale overtuiging waarmee je over Jezus sprak als de Enige Weg tot de Vader. Je hebt me de afgelopen jaren aangescherpt en nieuwe inzichten gegeven. We zullen je missen. Ik bid dat je vrouw en kinderen omgeven mogen worden door mensen die troost, liefde, zorg en medelijden kunnen geven. - Matthijs Goedegebuure Hoe overleef je een onmenselijk lange wachtstand? <Concept. Laatst bijgewerkt: 25-07, 15.45.>Sommigen onder ons zitten midden in een orkaan die niemand ziet. Misschien jij wel. Of een goede vriend van je. Er wordt niet geschreeuwd, er is geen zichtbare brand, maar er blijft juist iets helemaal stil. Onheilspellend stil. Ieder uur weer een uur langer. Geen nieuws. Geen teken van leven. Geen duidelijkheid. Geen antwoord. Stilte. Alleen maar stilte. Terwijl de klokt tikt. Uren. Dagen. Weken. Maanden. Jaren soms. Dat soort stilte is een kwelling voor je ziel. Een constante pijn in je hart. Denk aan mensen die maanden of jarenlang wachten op een bericht van een geliefde. Aan de partner van iemand met een ernstige psychische of lichamelijke handicap, waardoor er op een bepaald gebied een pijnlijk gemis en een stilzwijgende, blijvende afstand is ontstaan. Aan de vader of moeder van een kind dat vermist is. Aan de oma wiens kleinzoon al een jaar lang gegijzeld is. Aan de man wiens vrouw al maanden in coma ligt. Aan de zus wiens tweelingbroer met de noorderzon vertrokken is. Aan de gijzelaar die al maanden niet weet of hij over een uur nog leeft. En hoe het ondertussen met zijn familie gaat. Aan de moeder wiens tienerdochter boos weggelopen is van huis en al maanden onbereikbaar is. Aan de moeder wiens kind uit huis geplaatst is en die een contactverbod heeft gekregen. Maar er zijn nog veel meer mensen die lijden onder stilte, eindeloos wachten of een onoverbrugbare afstand. Als je daar iets van herkent, dan begrijp je wat ik bedoel: stilte is geen rust meer. En rust is geen stilte meer. De breuk heeft je gebroken en stilte is nu iets geworden dat je steeds verder breekt. Je herbeleeft de pijn en het verdriet van het laatste contact of het noodlottige bericht duizenden keren. Afleiding houdt je op de been. Even rusten is er niet meer bij, want rust confronteert je met die kwellende stilte die direct tot wanhoop, onrust en interne paniek leidt. Je hart bonkt door je lijf als je even ‘rustig’ gaat liggen. De doemscenario's over het lot van de ander gieren door je hoofd als je vijf minuten geen afleiding hebt. Wandelen door de natuur was ooit fijn en ontspannend, maar is nu een kwelling vanwege de emotionele pijn, het gemis, de bezorgdheid of het angstig dreigende gevoel dat het geeft. Je liefde en zorg voor de ander zoekt wanhopig iets om te doen, te zorgen, te helpen. Maar er is niets te doen dan de kwelling van de stilte zien te overleven. En maar blijven hopen op een teken van leven. Op een goed bericht. En niemand om je heen ziet het want je houdt je sterk. Dat is heel vervreemdend. Lonesome to the bone. Hoe stilte of rust een trigger kon worden Ons verstand wil dingen begrijpen, verklaren. Ons hart zoekt iets om te geloven. Onze geest zoekt een richting, een vuurtoren in de verte, iets van hoop. Maar als er geen informatie komt, geen antwoord, geen richting, dan gaat je geest 'tollen'. Als een kompas dat het magnetische noorden niet meer kan vinden. Het blijft draaien, zoeken. Het blijft scannen. Wat gaat er gebeuren? Hoe loopt dit af? Waarom niet ... ? Waar is … ? Hoe is het nu met ... ? Leeft hij nog? Leeft zij nog? En ondertussen ben je zelf nog steeds op de plek waar je was toen de klap kwam. Continu wakend. Ieder uur biddend. Wachtend. Wanhopig hopend. Scrollend op je mobiel naar een aanwijzing, een teken van leven of een lichtpuntje. Je mentale weerstand gaat steeds verder achteruit. 'De breuk heeft iets in me gebroken. Stilte en rust zijn voor mij vanaf dat moment triggers van angst, schuld, zorg, gemis en paniek geworden.' Dit soort stilte heeft niets meer met rust te maken. Het is een angstig wachten dat je emotioneel volkomen uitput. Stilte zelf is traumatisch geworden. Waardoor elk moment in de dag van letterlijke stilte, een pauze, een wandelingetje of een powernap waar je vroeger van opknapte, nu juist een trigger is voor de (her)beleving van dit trauma. Je herbeleeft in elk stukje rust steeds het moment waarop het onheil onverwacht als een raket insloeg. En daarna werd het akelig stil. En het bleef stil. Je leven is vanaf dat moment niet meer hetzelfde. Hoe blijf je dan heel? Dat is een heel lastige vraag waar geen eenduidig antwoord op te geven is. In ieder geval niet door de impact die het verlies, de breuk of de stilte op je heeft weg te 'relativeren'. En ook niet door je laten te verdrinken in de hoge golven van wanhoop. Misschien door te proberen zachtjes, stap voor stap, een beetje bedding te maken of houden voor jezelf. Hieronder deel ik wat mij en anderen soms helpt in die stille, onzichtbare crises. 1. Geef de akelige stilte een passende naam Zeg eerlijk tegen jezelf: “Stilte is voor mij geen stilte meer. Stilte is geen rust meer. Stilte is een akelige, kwellende trigger van paniek geworden en zo zal ik er vanaf nu mee om moeten gaan.” Erkennen dat iets een kwelling of een trigger is, helpt je zenuwstelsel meer dan je denkt. Je hoeft het niet af te zwakken of minder erg te maken. De kwelling mag (of moet misschien wel) een naam krijgen. Het 'moet mogen bestaan'. Je leest niet veel over stilte of rust als 'trigger'; overal lees je juist over het belang van stilte en hoe helpend stilte zou moeten zijn. Maar er zijn inmiddels, zowel door ervaring als ook wetenschappelijk gezien, voldoende aanwijzingen dat stilte juist ook een trigger van pijn, paniek en herbelevingen kan zijn. Bij deze de erkenning dat je niet gek bent als stilte niet helpend, maar juist ondraaglijk is geworden. Je bent niet de enige die hier alleen mee is … 2. Focus je een paar keer per dag heel bewust Je kunt niet 24 uur per dag in de half bewuste, angstige of passieve wachtstand staan. Dat zuigt je leeg. Wat misschien helpt: kies twee vaste momenten op de dag waarop je juist heel bewust 'actief' stilstaat of afdaalt in het wachten, in de pijn. Je doet er dan zelf bewust iets mee in plaats van dat het alleen maar iets met jou doet. Bijvoorbeeld: elke ochtend om 10.00 uur en elke avond om 20.30 uur maak je tijd. Steek misschien een kaarsje aan. Of werk dan aan een schilderij, een tekst, een artikel (zoals dit), een lied of een brief. Het klinkt zo cliché, maar helpt soms meer dan je zou denken. Bid op vaste tijden heel gericht voor hem, haar of hen; laat je daarbij leiden door wat je die ander nu toewenst. Denk juist bewust aan degene op wie je al zo lang in spanning wacht. Zodat je geest het daarna misschien weer een poosje los kan laten. Je kunt niet iets loslaten voor je het eerst heel bewust beetpakt. En je kunt niet zomaar iets loslaten dat niet goed afgesloten is. 3. Geef uitdrukking aan je dankbaarheid en je liefde Als je iemand mist maar niets hoort doet dat pijn in je ziel. Dat vreet aan je. Het triggert in je brein dezelfde gebieden die ook actief worden bij fysieke pijn. Schrijf een brief. Zeg vanuit je hart wat je zou willen zeggen. Waar je diegene dankbaar voor bent. Of misschien wel waar je spijt van hebt. Of schrijf over je pijn. Fluister het. Of zing het. Of teken het. Niet om er perse controle over te krijgen, maar om te kunnen bestaan met wat je voelt, herinnert, weet, koestert en gelooft. Ook al sta je daar volkomen alleen in. Juist dan is dit zo belangrijk. 'Je bent niet de enige die hier alleen mee is ... ' 4. Zoek helpend geluid in plaats van kwellende stilte
Als stilte je overspoelt met onrust, vul haar dan soms met iets zachts. Met rustige muziek als dat helpt. Met een gesproken tekst. De stem van de Bijbel-app. Een psalm. Een stem die je aandacht even naar iets anders 'draagt'. Of je helpt uit te zoomen op het leven. Soms helpt het om elke dag naar hetzelfde lied, dezelfde componist, dezelfde zangeres te luisteren, of een podcast van dezelfde persoon. Het is een soort anker. Een beetje herkenbare houvast in de chaos. 5. Ga staan op wat je gelooft Naast het zachte voor je kwetsbare kant, heb je ook steeds opnieuw de kracht van je diepste overtuigingen nodig voor je sterke kant. Wat geloof je nog steeds? Waar ben je ondanks alles nog steeds van overtuigd? Waar brult de sterke leeuw in jezelf? Wat zegt die? Waar ben je misschien verontwaardigd of boos over? Geef ook je overtuiging een stem. Misschien wel als je alleen in de auto zit en je met een soort ‘autoriteit’ iets kan zingen, bidden, roepen of zeggen waar je ondanks alles nog steeds van overtuigd bent. Of schrijf zelf een inspirerend Facebook bericht over wat je ook nu gelooft. Daar zit kracht in! Pak een stok en sla hem kapot op de grond. Voel de kracht die je gegeven is! Je gelooft nog ergens in, ondanks alles! 6. Je mag afleiding zoeken en de ander even 'vergeten' Je hoeft niet constant je mail, social media of het nieuws in de gaten te houden, al zul je geneigd zijn dat steeds te doen. Je hoeft niet elke minuut aan die ander te denken. Je mag ook gewoon even thee drinken met een YouTube filmpje om de stiltetriggers te voorkomen. Of buiten lopen terwijl je iemand even belt voor een praatje of afleiding. Of lachen om een mop of een komiek. Of een spelletje doen. Dat maakt je niet ontrouw. Het is geen 'verraad'. Dat maakt je mens. Tot slot Je hebt niet gekozen voor de situatie waarin je zit. En ook niet voor hoe je binnenwereld nu reageert op stilte. Maar je kunt wél kiezen hoe je je eigen binnenwereld vormgeeft. Durf dat op jouw manier. Niet om alles te fixen. Maar om overeind te blijven, juist nu. "Ik weet niet hoe dit afloopt. Maar ik blijf vanuit liefde reageren. Ik wil een gevend mens blijven. Aan de ander. Aan mezelf. Aan het leven. Aan Hem die mij eerst liefhad." Misschien is dat genoeg voor vandaag. 1. Achtergrond: PTSS en traumagekoppelde triggers
Posttraumatische stressstoornis (PTSS) ontstaat na een ingrijpende gebeurtenis waarin iemand intense angst, hulpeloosheid of afschuw ervaart. Bekende triggers zijn beelden, geuren, geluiden of situaties die aan het trauma herinneren. Maar: niet elke trigger is ‘hard’. Soms zijn het juist afwezigheden – zoals stilte, leegte, alleen-zijn – die het zenuwstelsel activeren. Dat is minder zichtbaar, maar minstens zo ontwrichtend. 2. Wat is een trigger eigenlijk – en hoe werkt het? Een trigger is een prikkel (intern of extern) die het brein associeert met dreiging. Bij PTSS is het geheugen zó overgevoelig geworden voor gevaar, dat ook onschuldige signalen (zoals stilte) een alarmsignaal kunnen worden. De amygdala speelt hierin een centrale rol: het scant voortdurend op gevaar. Bij PTSS is deze amygdala hyperactief, terwijl de prefrontale cortex – die normaal nuance aanbrengt – minder goed remt. 3. Waarom kan stilte een trigger zijn? Stilte is op zichzelf geen dreiging, maar in bepaalde contexten symboliseert het iets voor iemand met trauma. Meerdere mechanismen kunnen een rol spelen: A. Conditionering: “De stilte vóór de klap” Veel mensen met trauma herinneren zich dat voordat het misging, er een moment van doodse stilte was. Of juist nadat het trauma plaatsvond. Denk aan:
Het brein koppelt die stilte aan dreiging. Dus zelfs jaren later kan een vergelijkbare stilte dezelfde alarmreactie opwekken. B. Onvoorspelbaarheid en controleverlies Stilte = gebrek aan informatie. Mensen met PTSS hebben vaak een intense behoefte aan controle, omdat hun ervaring er één was van machteloosheid. In stilte is er geen input, dus ook geen mogelijkheid om gevaar te voorspellen. Dit versterkt het gevoel van onveiligheid. C. Hyperarousal + introspectie = explosief Bij PTSS is het autonome zenuwstelsel overactief. In stilte is er minder afleiding van binnenwereld (gedachten, beelden, gevoelens). De persoon ‘valt naar binnen’ en kan overspoeld raken door flashbacks, angst, dissociatie of ruminatie. De stilte fungeert dan als een versterker van de interne storm. D. Ambigue verlies en onvoltooid rouwproces Bij mensen die iemand missen zonder duidelijkheid (zoals bij vermissing of langdurig geen contact) wordt stilte een symbool van het niet-weten, van onmacht. Boss (1999) noemt dit “ambiguous loss” – een verlies zonder slot, zonder ritueel. De stilte bevestigt de open wond, en triggert telkens opnieuw het brein om “het gat te dichten”. 4. Empirische bevindingen: wat zegt de wetenschap? Er is geen overvloed aan studies die expliciet “stilte” als trigger onderzoeken, maar verschillende onderzoeksvelden bevestigen de plausibiliteit: a. Neurobiologie van trauma Studies (Rauch et al., 2006; van der Kolk, 2014) laten zien dat traumatische herinneringen niet alleen expliciet, maar ook impliciet en zintuiglijk zijn opgeslagen. Dus zelfs niet-zichtbare of niet-woordenrijke stimuli (zoals sfeer of geluid) kunnen triggers zijn. Sensorimotor Psychotherapy (Ogden & Fisher, 2015) werkt expliciet met het idee dat omgevingssignalen onbewust trauma kunnen reactiveren. b. Ambigue verlies en chronische onzekerheid Pauline Boss (1999, 2006) beschrijft hoe het ontbreken van informatie (stilte, wachten) psychisch slopend is en PTSS-symptomen kan veroorzaken of verergeren. Onderzoek naar familieleden van vermisten (Kristensen et al., 2012) toont verhoogde PTSS-scores, met stilte en onzekerheid als directe stressoren. c. Stilte in therapeutische contexten Ironisch genoeg kan ook stilte in therapie onveilig aanvoelen voor mensen met PTSS (Ladany et al., 2004). Stiltes die voor sommigen rustgevend zijn, kunnen voor getraumatiseerde cliënten voelen als afwijzing, verlating of verlies van controle. Sommige therapievormen (bijv. ACT of mindfulness) passen hier hun interventies op aan, door stilte voorzichtig op te bouwen of te vervangen door geleide aandachtsoefeningen. 5. Wat betekent dit voor begeleiding en therapie? Stilte is niet neutraal. Vraag expliciet na of stilte voor de cliënt prettig is. Als stilte een trigger is, werk dan met ritme, klank, voorspelbaarheid:
Conclusie Stilte kan bij PTSS een krachtige trigger zijn. Niet omdat er iets gebeurt, maar juist omdat er niets gebeurt – en dat niets voelt als gevaar. Door trauma-opslag in het lichaam en het brein kan stilte symbool staan voor onveiligheid, verlamming, verlies of onmacht. Zorgvuldige begeleiding vraagt om erkenning van deze dynamiek. Niet elke cliënt vindt rust in stilte. Soms begint heling juist bij klank, ritme, woorden en verbondenheid. <Concept. In bewerking. Laatst bijgewerkt: 26-7-2025 15.22>Iedereen die regelmatig met jeugdzorg, GGZ-wachtlijsten of met de acute kant van de GGZ te maken heeft voelt het: de methodische, rationele en soms bijna juridische taal van protocollen, diagnoses en dbc's staat steeds meer op gespannen voet met de complexe emotionele werkelijkheid van psychische nood, jarenlange strijd, onveiligheid, lange wachtlijsten en cliëntenstops die er in alle regio's zijn. Naar schatting van het Trimbos instituut zijn er in Nederland ieder jaar 100.000 mensen die een suïcidepoging doen. Laat even op je inwerken: 100.000 mensen. Dat is een complete stad. Allemaal mensen als jij en ik die in uiterste wanhoop een poging doen om te sterven zodat er een einde komt aan hun psychische lijden. Elk jaar opnieuw 100.000 pogingen ... . Bijna 2000 daarvan 'slagen'. Voor deze mensen was hulp vanuit de Jeugdzorg of de GGZ te laat, niet bereikbaar, niet helpend of niet voldoende. Hun eenzame strijd, het niet begrepen zijn, bleef of werd steeds erger ondanks al onze 'evidence based' kennis. Niets mis op zich met protocollen, risico-inventarisaties en richtlijnen. Ze tonen het beste wat we hebben; de state-of-the-art van de wetenschap van de psychologie. Laat daar geen twijfel over zijn. Ik wil daar niet negatief over doen. Respect voor mijn collega's die zich hebben ingezet om wat we wel en niet weten zo goed mogelijk te vertalen in richtlijnen. Maar met deze state-of-the-art van de GGZ zijn we maar zeer beperkt in staat om mensen een helpende hand te reiken, suïciderisico's goed in te schatten, mensen het gevoel te geven dat ze gezien of gehoord worden. Ontwikkelaars van protocollen en risico-inventarisatie instrumenten benadrukken dit zelf steeds opnieuw. We schieten eenvoudig tekort, hoe hard we ook werken en goed we ons best ook doen. "These tools cannot predict with clinical certainty who will attempt or complete suicide." (Bron: APA, NICE, WHO-richtlijnen) Wanneer je als hulpverlener na een gesprek met een cliënt, die in uiterste wanhoop en eenzaamheid vecht met suïcidale gedachten, een beleidsstuk van de NZa gaat lezen, kun je er niet omheen dat hier twee werelden flink uit elkaar zijn gelopen. Iets wringt. Iets klopt er niet. Op zijn minst niet helemaal. Op zijn ergst totaal niet. Of niet meer. Of misschien: nog steeds niet. We kunnen ons zelfs afvragen of we als wetenschappers in de psychologie onszelf niet in de voet hebben geschoten met het ontwikkelen van dit soort risico-inventarisatie tools, omdat we daarmee bij verzekeraars, de overheid en de inspectie de indruk hebben gewekt dat we betrouwbare tools hebben. Een indruk die (als we dan toch evidence-based willen redeneren) helaas een illusie blijkt te zijn. Maar waarmee men de GGZ wel 'om de oren slaat' als er klachten, meldingen of problemen zijn. Voor mij is dit het punt waar fenomenologie begint. Niet als theorie of methode, maar meer als een houding ten opzichte van de rauwe werkelijkheid zoals die op ons afkomt. Als een existentiële en intellectuele uitdaging, of zelfs noodzaak, om het vanzelfsprekende te bevragen; om het opnieuw te durven bekijken alsof je van niets weet. Als een erkenning dat al onze psychologische modellen en theorieën (waar ik als psycholoog juist ook zo enthousiast over ben), allemaal maar een beperkt licht doen schijnen op de uiterst complexe psychologische en geestelijke werkelijkheid waar we ons in bevinden. Elk psychologisch model, of het nu cognitieve gedragstherapie, schematherapie, contextuele therapie of meer specialistische modellen voor persoonlijkheid, trauma of psychopathologie betreft, is een poging om de complexe binnenwereld van mensen terug te brengen tot iets 'begrijpelijks' en iets waar we invloed op hebben. Hoe langer je expert bent 'binnen' zo'n model, hoe meer bewijzen je gaat zien dat jouw model klopt. En als je daar als hulpverlener eenmaal van overtuigd bent geraakt is de volgende stap dat je vanuit dat 'altijd kloppende' of 'universele' model cliënten en hun levensvragen gaat benaderen. Daarmee wordt het een 'totalitair' of 'superieur' model dat niet meer ter discussie staat; met bijbehorende taal, begrippen, verklaringen, schema's en interventies. En zo ontstaan de gesprekken die cliënten ervaren als het rationeel doornemen van een 'afvinklijst' of 'checklist' zodat de cliënt, de hulpvraag, de problematiek of de diagnose in kaart gebracht kan worden. De verwondering verdwijnt daarmee. De cliënt krijgt terug dat hij of zij diagnose X heeft en dat daar behandelmodules Y en Z bij horen die wel of niet in het contract met de zorgverzekeraar zitten. Of: bij meer complexe modellen zoals bepaalde psychodynamische en contextuele theorieën, krijgt de cliënt een bepaalde taal mee die net anders is dan hoe de wereld om hem heen praat. Dat kan helpend maar ook heel vervreemdend en ontwrichtend zijn. Reageert de cliënt niet zoals men ideaal gesproken hoopt, dan word hij of zij verwezen naar een andere therapeut met een ander model, 'want dit valt buiten mijn expertise'. Dan ineens is het eigen model niet meer zo superieur. Of: het is stiekem een manier om van een 'lastige' cliënt af te komen die 'niet in staat is om de werkelijkheid goed te zien.' Tja ... "Ik ben zeker niet tegen modellen. Maar wel tegen rigide of totalitaire toepassing van modellen." Ik ben niet tegen modellen of systemen. Maar misschien wel tegen de rigide of totalitaire toepassing van modellen en systemen. Elk model, hoe prachtig en volledig het ook lijkt, en hoe intellectueel bevredigend het ook is, schiet te kort bij de werkelijkheid en de vragen van het lijden. Vooral de modellen die verder gaan dan het 'beschrijven' van psychologische fenomenen, kunnen totalitaire trekjes krijgen. Ik bedoel daarmee dat ze een normatief karakter krijgen. Ze bevatten 'impliciet' een eigen moraal, een eigen ethiek, een eigen verklaring van wat gezond, ongezond, rechtmatig of onrechtmatig is. Dat is naar mijn idee voor een psychologisch model gevaarlijk omdat het ongemerkt (vooral ongemerkt voor degene die het model inzet) bepalend of oordelend gaat worden. Daar is psychologie en hulpverlening misschien niet zo geschikt voor.
In deze korte zoektocht wil ik drie stemmen verkennen die mij de afgelopen jaren hebben geïnspireerd en aangemoedigd om 'anders' te kijken en rondom het lijden ook mijn vertrouwde theoretische kaders even los te laten: die van Jim van Os, Dirk de Wachter en Iain McGilchrist. Als kritische, maar tevens juist zeer mensgerichte en betrokken denkers op een pad dat misschien richting biedt in een tijd waarin de geestelijke gezondheidszorg steeds verder systemisch vast lijkt te lopen. De moeizame anatomie van een systeem De Nederlandse GGZ is een systeem geworden dat zichzelf bij voortduring probeert te verbeteren, maar daarbij misschien het wezenlijke uit het oog verliest. In naam van kwaliteitseisen en doelmatigheid zijn we gaan werken met DSM-categorieën, DBC-structuren en meetbare behandeldoelen. Maar steeds vaker klinkt de vraag: wie wordt hier nou beter van? Wachtlijsten groeien. Hulpverleners lopen vast in bureaucratie. En cliënten voelen zich, ondanks alle goede bedoelingen van iedereen, regelmatig niet echt gezien of gehoord. Het is alsof het systeem met al zijn protocollen het lijden probeert op te lossen, maar het niet langer kan verdragen. Alsof lijden pas bestaansrecht heeft als ze past binnen een classificatie; en liefst ook behandelbaar is binnen 12 sessies van 45 minuten. Jim van Os: het verhaal boven de diagnose Jim van Os is geen filosoof. Hij is psychiater, epidemioloog, en staat met beide voeten in de wetenschap. Maar als je goed luistert, hoor je in zijn werk een duidelijke fenomenologische gevoeligheid. Wanneer Van Os spreekt over het psychosecontinuüm, over het afschaffen van de diagnose schizofrenie, en over 'herstelondersteunende zorg', spreekt hij in wezen over een verschuiving: van ziekte naar betekenis. Van classificatie naar ervaring. Van protocol naar ontmoeting. Hij stelt de vraag: wat gebeurt er als we niet de stoornis centraal stellen, maar het levensverhaal van de mens? Wat als de subjectieve beleving niet een ruis is op de lijn van de diagnose, maar de hoofdzaak? In die verschuiving zit een fenomenologische kern. Want wat is fenomenologie anders dan trouw zijn aan de ervaring zoals die zich aandient? Dirk de Wachter: de menselijke maat Ook Dirk de Wachter spreekt over herstel, maar dan op een andere toon. Minder gericht op systemen, meer op onze maatschappelijke context. In zijn werk klinkt een existentiële laag door die raakt aan de grondvragen van het mens-zijn: Wie ben ik als het leven pijn doet? Wat betekent het om te lijden zonder dat er meteen een oplossing in zicht is? De Wachter weigert het lijden te reduceren tot iets dat opgelost moet worden. Hij ziet het als iets wat gedragen mag worden, gedeeld ook, in relatie. Hij pleit voor een therapie waarin de ander aanwezig is, niet als expert, maar als medemens. Het is die houding – beschikbaar zijn zonder te fixen – die nauw verwant is aan de fenomenologische traditie. In de lijn van Levinas, Merleau-Ponty en Buber gaat het hier om de ontmoeting, niet om de interventie. En dat is precies wat de GGZ zo vaak dreigt kwijt te raken: de ruimte voor ontmoeting. Voor nabijheid zonder productieverantwoording. Voor luisteren zonder afvinken. Iain McGilchrist: het verdwijnende geheel En dan is er nog Iain McGilchrist, neuroloog en filosoof, die vanuit een totaal andere hoek dezelfde kwetsuur blootlegt. In zijn monumentale werk over de twee hersenhelften laat hij zien hoe onze cultuur zich in toenemende mate laat leiden door de logica van de linkerhersenhelft: analyserend, controlerend, gericht op fragmentatie, op meten en beheersen. De rechterhersenhelft daarentegen (die van de context, het relationele, het belichaamde weten) raakt op de achtergrond. Niet omdat zij minder belangrijk is, maar omdat haar manier van kennen niet past in spreadsheets en beleidsplannen. McGilchrist’s analyse biedt een diepe onderstroom aan het probleem van de GGZ. Het gaat niet alleen om beleid. Het gaat om een cultuur die de gevoeligheid voor het geheel, voor betekenis, voor complexiteit is kwijtgeraakt. En dus ook voor de mens in zijn lijden. Een pleidooi voor vertraging Wat deze drie denkers met elkaar verbindt , is niet dat ze exact hetzelfde zeggen. Het is dat ze, elk op hun manier, de vertraging verdedigen. De herwaardering van het subjectieve, het relationele, het onmeetbare. Niet als soft alternatief, maar als noodzakelijke tegenkracht tegen een systeem dat in zijn streven naar controle zichzelf heeft vervreemd van zijn oorspronkelijke bedoeling. Fenomenologie is dan geen luxe, maar een discipline van aandacht. Een ethiek van nabijheid. Een taal waarin de ander niet hoeft te passen, maar mag verschijnen. Misschien ligt daar een beginpunt. Niet van een nieuwe methode, maar van een ander luisteren. Niet om het systeem omver te werpen, maar om er opnieuw ziel in te blazen. Omdat de mens meer is dan zijn diagnose. En omdat zorg begint waar iemand werkelijk gezien wordt; niet als casus, maar als persoon. En dan hebben we het niet alleen over de client, maar ook over de zorgverlener. Luistertip: https://open.spotify.com/episode/5ROuYaLlSgIBVffcVrRkys?si=0bDucvUCR8WY9yuDpvk50Q 3/5/2025 0 Opmerkingen De taal van je hart. Waarom jij geraakt wordt door iets wat de ander koud laat.Over de pijn en de schoonheid van onze verschillen – en waarom ze ons van elkaar verwijderen of juist verbinden. [Laatst bewerkt 31-5-2025 16.25] Er zijn van die momenten waarop je geraakt wordt tot in je diepste vezels, en je niet goed kunt uitleggen waarom. Een zin in een lied. Een blik die iemand je toewerpt. Een hug. Afwijzing. Een boze blik. Een uitleg. Een beeld. Een tekst op een kaart. Een ontmoeting. Afstand. Stilte. Het raakt iets diep binnen in je, het schudt iets in je wakker, het ontroert je, het doet pijn of neemt je ineens mee terug in de tijd. En dan zie je dat anderen (vrienden, broers, zussen, collega’s) het niet eens opmerken. Het lijkt ze totaal niets te doen. En het omgekeerde gebeurt ook: zij kunnen zich druk maken of gekwetst voelen door dingen die jou werkelijk niets doen. Hoe komt dat? Waarom raakt hetzelfde leven ons zo verschillend? Meestal, ook in de psychologie en de GGZ, wordt dit gekoppeld aan trauma’s, wonden in onze ziel, fawning, sociale fobie, allerlei diagnosen, autisme, borderline, etc. Maar er is veel meer dan dat. Het heeft ook te maken met welk menstype je bent en de ‘taal van je hart’. Niet alle pijnlijke of intense emoties komen voort uit ‘stoornissen’ waar de taal van de GGZ mee is doorspekt. Het zegt ook iets over je unieke gezonde, sterke kant. Geraakt worden is persoonlijk De afgelopen dertig jaar heb ik veel mensen mogen spreken over hun diepste pijn. Wat mij steeds weer raakt is dit: we hebben allemaal onze eigen 'eenzame' kracht en 'eenzame' kwetsbaarheid. Naast onze geschiedenis, wonden, pijn, geheimen, verdriet en ervaringen, hebben we allemaal ook een unieke manier van waarnemen, interpreteren en voelen. Sommige mensen zien snel symmetrie of structuur in dingen, anderen zijn gevoelig voor feiten en rechtvaardigheid. Andere mensen denken in beelden, symboliek, metaforen, schoonheid en betekenis. Weer anderen zijn alert op communicatiestijlen, op relationele processen, op bevestiging, of juist op onafhankelijkheid en autonomie. We zien niet allemaal hetzelfde met de ogen van ons hart en we spreken niet allemaal dezelfde hartstaal in onze binnenwereld. En dat maakt uit, enorm zelfs, voor wat ons raakt. En hoe we reageren als we geraakt worden. En wat ons dan helpt. Of wat juist niet ... Je eigen taal leren herkennen Voor sommige mensen is het bijna vanzelfsprekend: ze verwoorden makkelijk wat ze voelen, wat hen raakt, wat hen ontroert of wat hen pijn doet. Maar voor veel anderen (en opvallend vaak voor artistieke en creatieve geesten, gevoelige mensen met een diepe en soms meer gefragmenteerde dynamische binnenwereld) is het een ingewikkelde zoektocht. Ze voelen veel, intens en diep, maar vinden soms moeilijk de woorden die daar 'recht' aan doen, die uitdrukken wat ze werkelijk voelen. Vaak ook omdat ze veel tegenstrijdige gevoelens hebben. Sommigen hebben zich jarenlang aangepast en hebben zichzelf en hun taal weggecijferd; anderen hebben hun oorspronkelijke hartstaal nooit ontdekt omdat niemand in hun naaste omgeving diezelfde taal sprak. Of omdat niemand hun tegenstrijdigheden begreep en accepteerde. 'Je zei gisteren dit en vandaag dit. Wat is het nu?' Het triggert diepe schuld- en schaamtegevoelens. En eenzaamheid. Het heeft grote impact op je zelfbeeld als jouw taal wordt genegeerd. Het voelt als 'afgekeurd'. Je wilt iets oprechts overbrengen, maar het wordt gezien als aandacht trekken of zelfs als manipulatie. 'Ik voelde me dan echt een domme trut ... ' vertelde iemand mij ooit. Ik heb gezien hoe het kan leiden tot zelfveroordeling, zelfhaat, zelfverminking en zelfs suïcide. Ideaal gesproken zouden we in onze kinder- of tienertijd allemaal de herkenning moeten krijgen van een vertrouwd en betrouwbaar persoon die onze hartstaal spreekt. Of minstens hoort en respecteert. En ons kan helpen om taal te vinden voor de ingewikkelde dynamiek in onszelf: de spanning (en bij sommigen: strijd) tussen de diverse tegengestelde angsten, behoeften, verlangens en schaamtegevoelens in onszelf. Het is niet toevallig dat we in onze tienerjaren zo geraakt worden door liedjes en teksten van artiesten. Ze geven ons de herkenning die we zoeken. Het leven is echter verre van ideaal, dus hebben velen van ons in hun volwassenheid nog een lange, ingewikkelde zoektocht te gaan naar hun eigen taal. Je hebt geluk als je iemand treft die je kan helpen vrede te krijgen met jouw binnenwereld, jouw eigen kleur, jouw unieke leefstijl en jouw hartstaal. De zes 'stijlen' van geraakt-zijn Eén (slechts één!) manier waarop ik soms naar die binnenwerelden en de bijbehorende talen kijk, is via het RIASOC-model van Holland. Een model dat zes 'menstypes' beschrijft (met oneindig veel variaties). Oorspronkelijk bedoeld voor beroepskeuze, maar ook best verhelderend voor in de therapeutische praktijk. Elk menstype heeft een eigen gevoeligheid, een eigen vorm van kwetsbaarheid, en dus ook een eigen normale manier waarop verdriet, angst, trauma of emotionele pijn beleefd wordt. Ik hoop meer artikelen te schrijven waarin ik de verschillen tussen mensen vanuit andere psychologische, filosofische en Bijbelse modellen of perspectieven wil belichten, maar in dit artikel doe ik dat eens vanuit het RIASOC model. Laat me je even meenemen in deze zes kleuren van geraakt, gekwetst worden; misschien herken je iets van jezelf hierin. Of van die ander naast je die voor jou soms zo onbegrijpelijk reageert. #1. 'Doeners' en de pijn van machteloosheid Realistische types zijn mensen van de praktijk. Ze werken graag met hun handen, zijn nuchter, vaak taakgericht, oplossingsgericht. Ze verwerken door te doen. Wat hen diep kan raken is machteloosheid. Situaties waarin ze niet konden ingrijpen, waarin ze met hun praktische vaardigheden toch niet het verschil konden maken. Een ongeluk, een ziekte, een kind dat ze niet konden beschermen, hun ouderdomsbeperkingen. Hun trauma zit vaak niet in het grote drama, maar in het falen van hun vermogen om concreet en praktisch te helpen. Dat voelt als verlies van hun identiteit: de 'doener' die niets kon 'doen' en machteloos moest toezien hoe iets pijnlijk misliep. 'Als ik er iets eerder bij was geweest was dit niet gebeurd.' #2. 'Analisten': getriggerd door onnodig lijden Intellectuele types zoeken begrip, logica, verklaringen. Ze willen dingen doorgronden. Wat hen raakt is irrationele chaos en tegenstrijdigheden. Vooral acties of keuzes van anderen waar geen geldige redenen voor zijn, waar geen rationele verklaring of uitleg voor is, treffen hen soms pijnlijk. Zij lijden vooral onder de tegenstrijdige uitspraken en gedragingen van anderen en de impact daarvan op hun leven of van hun naasten. Ze kunnen diep verdriet hebben over 'zinloos' of 'onnodig lijden'. Waarom gedraagt een goede vriend zich zo irrationeel? Waarom luistert mijn dochter niet naar mijn uitleg die toch helder is? Waarom past iemand dit goede, waardevolle advies niet toe? Hun kwetsbaarheid ligt misschien niet primair in hun eigen gevoel, maar in de grillige emoties van anderen die botsten met (voor hen) algemene logica, common sense en gezond verstand. Trauma is voor hen vooral een lastig virus in hun denksysteem of in het denksysteem van de ander. #3. 'Kunstenaars': onbegrepen hartstaal Artistieke types leven op snelle, intuïtieve associaties. Ze voelen intens, spreken in beelden, klanken en kleuren. Wat hen raakt, is niet altijd begrijpelijk voor de buitenwereld. Ze kunnen beschadigd raken door een totaal verkeerde interpretatie van hun expressie, het gevoel niet gezien of begrepen te worden in wat voor hen wezenlijk is. Een ouder die hun fantasie belachelijk maakte. Een partner die hun innerlijke wereld negeerde. Een therapeut die hun expressie of beeldende en verhalende schrijfstijl als extreem of manipulatief heeft gelabeld. Ze zijn gevoelig voor symboliek. Voor hen zijn tegenstrijdige emoties altijd aanwezig; ze ervaren dat in zichzelf, maar zien het ook duidelijk bij anderen. Ook bij doeners en analisten. Trauma zit voor hen niet zozeer in wat er gebeurde, maar in wat het betekende. Vaak kunnen ze daar alleen woorden aan geven via kunst, beelden, muziek of verhalen. Een passende metafoor van een therapeut, een vriend of een spreker waarin de tegenstrijdigheden in één verhaal terugkomen, maakt de verwarrende doolhof voor hen soms weer wat veilig 'kloppend'. Het kan hen helpen als ze dat verhaal in een schilderij, gedicht of tekst weten te 'vangen'. Terwijl doeners en analisten met dat verhaal of die metafoor meestal weinig kunnen. #4. 'Helpers' en de pijn van afwijzing Sociale types leven voor en door relaties, maar ervaren daar ook juist de meeste pijn waardoor ze zich soms terugtrekken. Ze zoeken harmonie, verbinding en bieden graag zorg. Hun wonden zitten in de sfeer van verlating, afwijzing, verbroken relaties of miskenning. Ze kunnen jarenlang worstelen met een opmerking van een leraar, de blik van een ouder of het gevoel buitengesloten te zijn. Wat voor anderen een kleinigheid lijkt, kan voor hen een lelijke allesoverheersende barst zijn in de spiegel van hun leven. Ze verwerken pijn via empathie van anderen, door begrepen en gerespecteerd te worden, door te praten, luisteren en/of schrijven. Zij zullen altijd blijven zoeken naar herstel van de verbinding die verloren is geraakt. Maar als die verbinding uitblijft, blijft er een innerlijke wond. Soms voor de rest van hun leven. Medelijden, verdriet, bezwaarde gevoelens, een onbegrepen gevoel. Dat hoor je terug in hun taal. #5. 'Ondernemers': ondermijnd in hun regie Ondernemende mensen zijn actief, doelgericht, vaak leiders. Hun trauma’s liggen op het snijvlak van controleverlies en mislukking. Niet gehoord worden, niet erkend, een droom die instortte, gezichtsverlies. Of juist: te vroeg verantwoordelijk gemaakt worden. Ze dragen vaak het masker van succes, maar daaronder zit soms het jongetje of meisje dat zich ooit totaal alleen voelde. Ze zijn geneigd hun kwetsuren te compenseren met actie, invloed. Maar heling begint soms pas als ze die actie durven laten rusten. Maar dat zit niet in hun DNA. Ze hebben het nodig om weer iets op te pakken, iets op te bouwen, aan iets te sleutelen. Hun kracht is dat ze altijd iets willen leren van hun fouten. #6. 'Boekhouders' en hun moeite met chaos Conventionele types houden van structuur, voorspelbaarheid, duidelijke regels. Ze vinden veiligheid en houvast in systemen. Wat hen raakt, is ontregeling: plotseling verlies, onrechtvaardigheid, dubbele boodschappen. Een scheiding, ontslag, gezinsgeheimen; het ondermijnt hun vertrouwde kijk op de wereld. Het maakt hun wereld instabiel. Ze verwerken vak dingen via herhaling, via ordening. Maar als hun vertrouwde structuur wegvalt, worden ze angstig en eventueel dwangmatig controlerend. Hun pijn is vaak stil, verborgen onder loyaliteit of discipline. Primaire reacties en talen De eerste primaire reacties op een heftige gebeurtenis zeggen soms al veel over welk menstype je bent en over jouw taal. Hoe reageren mensen bijvoorbeeld als ze horen dat hun broer of zus gaat scheiden:
Of hoe we de onderlinge 'klik' in een relatie beschrijven:
De vervreemding van elkaar Misschien geeft dit wat helpende woorden aan de verschillen tussen jou en mensen om je heen. En maakt het een beetje zichtbaar waarom jij geraakt wordt door iets dat een ander ogenschijnlijk koud laat. Jij spreekt beeldtaal, hij spreekt getallentaal. Jij zoekt betekenis, zij zoekt structuur. Jij voelt je verwond in de verbinding, de ander in zijn autonomie. Jij zoekt naar harmonie en je wilt dat het weer goed komt, maar hij zoekt naar de feiten en naar juridisch recht. En juist daar ontstaan de pijnlijke misverstanden, de botsingen, het gevoel in een andere werkelijkheid te zitten en de vervreemding die dat geeft. De artistieke dochter die zich niet gezien voelt door haar conventionele vader die haar vooral graag structuur wil bieden. De analytische therapeut die zijn cliënt vol tegenstrijdige emoties en metaforen en symboliek 'kwijtraakt'. De zorgzame 'helper' die nu voor zichzelf snakt naar een beetje empathie en verbinding, terwijl de praktische ander zijn liefde vooral toont door dingen te doen. De sociale en artistieke man die door middel van symboliek zijn hart toont, maar merkt dat zijn praktisch en sociaal ingestelde vrouw daar 'geen belangstelling' voor heeft. We komen op een bepaalde manier allemaal van een andere planeet ... Als ik één ding heb geleerd in de afgelopen dertig jaar is het dit: we spreken écht verschillende hartstalen. We komen op een bepaalde manier allemaal van een andere planeet. En worden door verschillende dingen geraakt. Het voelt als 'thuiskomen' als je iemand ontmoet die jouw taal spreekt. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dat best uniek is. De meeste mensen om je heen spreken een net iets andere taal dan jij. Zolang we (onbewust) blijven verwachten of hopen dat die ander toch onze taal zal verstaan of spreken, worden we steeds opnieuw pijnlijk teleurgesteld.
Hey, je bent dus niet gek. Je bent geen domme trut of rare sukkel met jouw ingewikkelde binnenwereld en jouw hartstaal. Er zijn veel meer mensen die jouw taal spreken. Misschien niet exact hetzelfde 'dialect', maar wel dezelfde 'moedertaal'. Die herkennen jouw tegenstrijdigheden. Zij schrijven ook kaarten, worden ook geraakt door kinderliedjes, een kadootje of een symbolisch voorwerp. Zij moeten ook iets creëren om dingen te verwerken. Ik zeg dit vooral tegen de sociale en artistieke types en zeker tegen iedereen die én artistiek én sociaal is. Je voelt je misschien geen roepende in de woestijn, maar meer een wanhopig fluisterend kind in een eindeloze oceaan. Niemand reageert. Niemand schrijft iets terug in jouw taal. Niemand geeft je begrip of herkenning. Maar er zijn mensen die net als jij zijn. En denken. En voelen. En doen. En ook dezelfde eenzaamheid en wanhoop kennen. Je bent niet alleen ... Als je jezelf hierin herkent: ik hoop en bid dat dit inzicht (weer) een klein beginnetje mag zijn om een beetje terug te keren naar jezelf. Om tot jezelf te komen. Begin klein. Wat herken je in dit artikel? Wat raakte jou vandaag? Wat laat jou al een tijdje niet los? Waar reageer je soms op met tranen, met verlegenheid, met boosheid, met verlangen of met ontroering? Dat kunnen sporen zijn richting jouw binnenwereld: wat zegt het over jouw liefde (waar hou je van en wat is 'heilig' voor jou) en jouw taal? Het leren herkennen van je eigen taal is vaak een eerste stap naar heling – en de eerste sleutel tot verbinding met de ander. Want pas als jij jouw taal begint te herkennen, te waarderen en durft te spreken, kunnen anderen die ook deze taal spreken, jou ook werkelijk verstaan. En jij hen. Kunnen we de taal van de ander leren spreken? Niet altijd. Het is voor meer analytische types vaak moeilijk de hartstaal van de artistiekelingen te spreken. Het voelt voor hen al snel 'meeslepend', 'dramatisch', 'theatraal' of zelfs 'manipulatief'. Dat wil niet zeggen dat analytische mensen kunst, muziek, schilderijen, gedichten, etc. niet kunnen waarderen. Analytische personen kunnen soms enorm genieten als ze klassieke muziekstukken kunnen analyseren. De 'lijnen' er in gaan zien. Maar ze zullen zelf niet zo snel een gedicht, een lied of een verhaal schrijven of iets schilderen om hun verdriet of pijn te uiten. Evenmin kunnen meer ondernemende types de empathische en verbindende hartstaal van sociale types echt begrijpen. En hun pijn of verdriet. Maar evenzo is het voor artistieke mensen lastig om de helderheid, logica of rust die analytische of conventionele types kunnen bieden met hun taal te verstaan. Ik hoop dat je al lezend niet alleen je eigen taal en gevoeligheid herkent, maar ook wat meer respect krijgt voor de taal en de gevoeligheid van de ander. En meer begrip voor hoe de ander geraakt wordt – op een heel andere manier, door heel andere dingen. Dan kan er compassie ontstaan. Respect. Begrip. Ruimte. En misschien zelfs: enthousiasme over elkaar. Want jouw onvermogen is misschien wel de kracht van de ander naast jou. Denk in combinaties, zowel binnen jezelf als samen Niemand is 100% artistiek, realistisch, ondernemend of wat dan ook. We zijn allemaal unieke combinaties van meerdere menstypen. Denk eens na over de combinatie die jij in je hebt. Of de combinatie die jij met anderen kunt vormen. Een paar voorbeelden:
De combinaties zijn eindeloos – en prachtig. Eénheid in verscheidenheid – het Goddelijke kenmerk Als christen geloof ik dat deze verscheidenheid geen toeval is. Ze is bewust geschapen. God zelf is in Zichzelf al vol verschillen: Vader, Zoon en Geest. Ieder met een heel eigen manier van verschijnen, van werken, van spreken. Jezus verschijnt heel concreet en realistisch als een mensenbaby. De Heilige Geest als een krachtige wind met bovennatuurlijke verschijnselen. Ongrijpbaar; soms als een vuur en soms als een duif. De Vader verschijnt niet zelf, maar verschijnt via Zijn Zoon en de Heilige Geest. Alle drie zijn ze totaal verschillend. Maar ze zijn vol van elkaar, en vol respect voor elkaar. Vol liefde. Vol eenheid. Ze verwijzen met een heilig enthousiasme naar elkaar en representeren elkaar volledig. Ik geloof dat wij zijn geschapen naar Zijn beeld: als mensen die verschillen, maar in dat verschil juist elkaars spiegel en aanvulling zijn. En daarmee Hem mogen weerspiegelen. De één misschien iets meer van de Vader, en de ander misschien meer van de Geest of van de Zoon. Maar dat is juist de bedoeling. En misschien begint echte heling daar waar we stoppen met oordelen. Oordelen over de uitingen van de ander. Of over hoe de ander zich al of niet 'laat raken'. Laten we meer tijd nemen om te luisteren. Luisteren zonder oordeel. Niet alleen naar de letterlijke woorden. En wat die op onze eigen planeet zouden betekenen. Maar naar de diepere taal van andermans hart. Reis naar de planeet van de ander en wees daar te gast. Respecteer de regels die daar gelden en de taal die daar gesproken wordt. Het verandert je leven. En dat van anderen. Mag dit artikel een klein sleuteltje zijn voor jou, of voor iemand die je lief is. Een sleutel naar meer begrip. Een sleutel naar meer vrede; met jezelf én met de ander. Dit is mijn taal en een inkijkje in mijn binnenwereld. Dankjewel voor het luisteren en lezen en dus voor het afdalen naar mijn planeet. Dat waardeer ik! Somebody's praying. For you. Every day. 3/5/2025 0 Opmerkingen Waarom 'iets voor jezelf doen' zo moeilijk is bij complexe PTSS – en waarom dat geen onwil is<In bewerking> Mensen met complexe PTSS krijgen vaak het advies om 'meer aan zichzelf te denken', 'gewoon iets op te pakken', of 'de dag voor zichzelf te beginnen'. Maar wie een beetje begrijpt wat CPTSS met iemand doet, weet dat dit veel meer is dan een kwestie van motivatie. Wat maakt dit zo ingewikkeld? En wanneer is gedrag dat er aan de buitenkant gezond uitziet eigenlijk een subtiele voortzetting van overlevingsgedrag? Een klein inkijkje in de diepte van dit dilemma.
1. Het zenuwstelsel in overlevingsstand Complexe PTSS ontstaat vaak na langdurige blootstelling aan onveiligheid, vooral in hechtingsrelaties. Dat laat diepe sporen achter in het zenuwstelsel. Volgens de polyvagaaltheorie (Stephen Porges) schakelt het autonome zenuwstelsel voortdurend tussen drie toestanden: vechten/vluchten, bevriezen en sociale aanpassing. Mensen met CPTSS raken vaak verstrikt in een chronische toestand van hyper- of hypoarousal. De energie die nodig is om iets op te starten, zeker iets 'voor jezelf', is dan simpelweg niet beschikbaar. Het opstarten van de dag voelt vaak als het zoeken naar het beginnetje op een gladde rol plakband. Je gaat met je nagel steeds de hele rol langs maar je kunt nergens het beginnetje vinden. Zelfinitiatie vraagt een gevoel van veiligheid, innerlijke samenhang en toegang tot executieve functies. Maar die raken juist verstoord door trauma. Voor iemand met CPTSS voelt een ochtend zonder duidelijke externe structuur niet als vrijheid, maar als chaos en dreiging. 2. De gespleten binnenwereld: ANP en EP De theorie van structurele dissociatie (van der Hart, Nijenhuis, Steele) laat zien hoe CPTSS leidt tot een innerlijke verdeeldheid. Aan de ene kant is er een 'dagelijks functionerend deel', het zogeheten Apparently Normal Part (ANP). Dit deel richt zich op overleven in het dagelijks leven, is taakgericht, en probeert het leven te organiseren en onder controle te houden. Aan de andere kant zijn er een of meerdere Emotional Parts (EP’s), die vastzitten in traumatische herinneringen, intense emoties en primitieve overlevingsstrategieën zoals vechten, vluchten of bevriezen. Je kunt dit vergelijken met het Transactionele Analysemodel (OVK) van Eric Berne, waarin wordt gesproken over het Ouder-, Volwassene- en Kind-deel. Het ANP functioneert vaak vanuit het Volwassene-deel, maar is in mensen met CPTSS vaak overbelast en dwangmatig, zonder echte verbinding met gevoel. De EP’s lijken sterk op het Kind-deel: impulsief, emotioneel, angstig of rebels, en vaak geladen met oude, niet-geïntegreerde ervaringen uit de kindertijd. Soms nemen ook (echo's van) ouderlijke stemmen bezit van het innerlijk, zoals een kritische Ouder die het Kind-deel onderdrukt. Zodra iemand iets voor zichzelf wil doen, kan een EP worden geactiveerd: een deel dat geleerd heeft dat eigen behoeften gevaarlijk zijn. Wat voor de buitenwereld een klein initiatief lijkt, is voor binnen een confrontatie met schaamte, angst of afwijzing. Het ANP probeert dan te compenseren door nog harder te functioneren, wat uiteindelijk uitput. 3. Hechting en het verboden zelf Veel mensen met CPTSS groeiden op met onveilige of disorganiserende gehechtheid. Ze leerden impliciet dat hun waarde afhing van het voldoen aan de verwachtingen van anderen. Autonoom gedrag voelde onveilig of werd bestraft. Daardoor is hun interne kompas afgestemd op externe signalen ('Wat wil de ander?') in plaats van op eigen behoeften ('Wat wil ik?'). In zulke gevallen voelt 'de dag voor jezelf beginnen' niet als zelfzorg, maar als risicovol. Alsof je buiten de lijntjes kleurt, en elk moment gecorrigeerd kunt worden. 4. Als het onder druk van een ander wél lukt – goed teken of niet? Soms lukt het mensen met CPTSS wél om in beweging te komen als iemand hen aanspoort. Is dat dan een stap vooruit? Dat hangt ervan af. Als het gaat om co-regulatie – een veilige ander die rust en vertrouwen uitstraalt – kan dit een waardevolle brug zijn naar meer autonomie. Volgens de polyvagaaltheorie is co-regulatie zelfs een voorwaarde voor zelfregulatie. Maar als het voortkomt uit aanpassing of 'fawning' – overlevingsgedrag om de ander tevreden te houden – is het geen herstel, maar een herhaling van trauma. Het gedrag verandert dan misschien, maar de onderliggende drijfveer blijft angst. 5. Echte verbetering versus uitgeputte aanpassing Aanpassing is niet per definitie slecht. In sommige fases is het zelfs noodzakelijk. Maar het is belangrijk onderscheid te maken tussen helpende en uitputtende aanpassing. Uitputtende aanpassing
Echte verbetering
Aanpassing is dus niet het probleem, zolang het een bewuste keuze is vanuit autonomie – en geen automatisme vanuit overleving. 6. Wat helpt dan wel? Herstel van CPTSS vraagt geen trucjes of alleen cognitief inzicht, maar een diepe hernieuwde verbinding met het lichaam, met veilige relaties en met het eigen gevoel van waarde. Dat kan o.a. via:
Tot slot Aanpassing is soms een noodzakelijke tussenstap. Maar échte verbetering betekent dat iemand zich niet alleen anders gedraagt, maar zich ook anders voelt. Meer zichzelf. Meer in verbinding. Minder bang. Dáár begint herstel. Niet in hoe het eruitziet van buiten, maar in hoe het voelt van binnen. En dus is het logisch – en geen zwakte – als 'gewoon iets voor jezelf doen' nog niet lukt. Je lichaam beschermt je. Het vraagt om veiligheid, niet om prestatie. <Laatst bewerkt: 25-5-2025 12.42> Leven naast iemand met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) vraagt moed, liefde en uithoudingsvermogen. Het kan verwarrend, uitputtend en ontregelend zijn. Je ziet iemand van wie je houdt worstelen met angsten, wantrouwen, doemscenario's of juist zich verstoppen achter een emotionele muur. Je wilt er voor diegene zijn, maar voelt je soms machteloos of zelfs afgewezen. Misschien loop je op eieren, of juist tegen muren op. Dit artikel is bedoeld voor jou, de partner, ouder, vriend, broer, zus of collega, die probeert te blijven staan naast iemand die geraakt is door trauma. PTSS van binnenuit: wat je niet altijd ziet Mensen met PTSS leven in een staat van continu alarm. Hun zenuwgestel, verweven met lichaam en geest, staat 24 uur per dag op ‘stand gevaar’. Zelfs jaren na de trauma's kunnen ogenschijnlijk gewone situaties plotseling diepe angst, woede, grote paniek of verstarring oproepen. Bij complexe PTSS (meerdere langdurige traumatiserende ervaringen en leefsituaties, meestal in de kindertijd) is deze alarmstand nog veel intenser. Wat je misschien niet ziet:
Trauma laat niet alleen sporen achter in je geheugen, maar ook in je lichaam, je zelfbeeld, je manier van denken, voelen en reageren. Voor mensen met PTSS is de wereld per definitie onvoorspelbaar en bedreigend; en dat geldt vaak ook voor relaties. Daardoor reageert iemand met PTSS ook op jou soms vijandig, angstig of diep teleurgesteld. Terwijl je juist zo graag wil helpen. Wat voor jou emotioneel gezien een slootje is waar je even overheen moet springen, kan voor hen een rivier zijn waar ze doorheen moeten zwemmen naar de overkant en waar de golven continu over hun hoofd slaan. Het is al heel helpend als je rustig bij hen blijft zolang ze de 'overkant' nog niet bereikt hebben. Wat PTSS met jou kan doen Het is belangrijk om te beseffen wat het met jou zelf kan doen als naaste, als vriend, wanneer je naast iemand staat die PTSS heeft:
Dit is normaal. Je bent geen slechte partner, ouder, broer, zus, zorgverlener of vriend als je het moeilijk vindt. Ook jouw gevoelens mogen er zijn. Je hoeft jezelf niet op te laten branden om trouw te zijn. Wat helpt Hieronder een paar voorbeelden van wat soms wél helpt:
Wat helpt meestal niet En een paar voorbeelden van wat beter niet te zeggen (hoe goedbedoeld ook):
Dit soort goedbedoelde opmerkingen kunnen gevoelens van schaamte, zelfverwijt of machteloosheid triggeren. Vaak versterkt het de innerlijke criticus of aanklager die al dagelijks praat of zelfs schreeuwt: “Zie je wel, je stelt je aan. Je ben een last!”. Waarom deze opmerkingen zo pijnlijk zijn? Mensen met PTSS worden continu geconfronteerd met autonome angstreacties waar ze geen controle over hebben. De meest stoere Navy SEALs kunnen zo ernstig getraumatiseerd raken dat ze 20 keer per dag een paniekaanval krijgen van volkomen onschuldige geluidjes. Dit voelt voor hen zelf vaak als heel stom, als falen en kan tot zelfveroordeling of zelfs zelfhaat leiden. Elke opmerking die suggereert dat ze dit toch een beetje zelf in de hand hebben, (“denk nou eens even rustig na over de herkomst van dat geluid”), komt pijnlijk hard aan. Het versterkt het besef totaal niet begrepen te worden of het gevoel een 'loser' te zijn. De lastigste knop om om te zetten voor mensen rondom iemand met PTSS, is de erkenning dat traumareacties niet opgelost of voorkomen kunnen worden door logica. De sleutel voor de juiste houding is 'respect geven en veiligheid bieden'. En niet: de getraumatiseerde laten inzien dat zijn of haar angsten niet nodig zijn omdat er nu helemaal geen gevaar is. Als er iemand is die dat weet is het wel de getraumatiseerde persoon zelf. Maar ondanks dat gaat zijn of haar interne alarmsysteem gierend af: schrik, extreme alertheid, bewustzijnsvernauwing, bonkend hart, dissociatie, interne oordelen, angstscenario's, herbelevingen, ... Eén tikkend geluid of één bepaald woord of blik van iemand en in een fractie van een seconde gebeurt het. Het is een autonome reactie geworden, volledig los van wat iemand denkt of weet. Dat besef en het respect daarvoor is de kern van een helpende houding. Het besef en de erkenning dat PTSS niet opgelost kan worden door even logisch na te denken is de sleutel voor een helpende houding Het balanceren tussen begrip geven enerzijds, maar ook je eigen kijk op de realiteit vasthouden anderzijds kan heel lastig zijn. Het is niet te voorkomen dat je iemand met PTSS soms pijnlijk raakt; je bent soms zelf die trigger. Meestal helpt het om eerlijk te bespreken wat er gebeurde. Mensen met PTSS kunnen over het algemeen achteraf je opmerking die pijn triggerde, wel weer relativeren. Wederzijds begrip werkt genezend. Grenzen stellen is óók liefde Soms is het nodig om grenzen te stellen; uit zorg voor jezelf én de ander. Dat is geen afwijzing, maar juist een manier om de relatie gezond te houden. Zeg bijvoorbeeld:
Zorg dragen is geen alles-of-niets. Het is balanceren; je eigen evenwicht bewaren. En soms heeft echte verbondenheid juist ook ruimte en even afstand nodig. Wees zuinig op alles wat veilig is Elke relatie die in de loop der jaren veilig is geworden, is daarom goud waard. Bescherm die. Wees nooit negatief over een ander 'veilig' persoon, ook niet als je zelf moeite hebt met die persoon; loyaliteitsconflicten worden voor mensen met (complexe) PTSS per definitie een nieuw trauma. Ze moeten dan voor de één en tégen de ander kiezen. Een relatiebreuk met een vertrouwenspersoon is zeer ontwrichtend voor iemand met (complexe) PTSS. Het leidt meestal tot ernstige zelfveroordeling, schuld, gewetensnood, relatieangst, faalangst, dwanghandelingen, automutilatie en terugval. De weg naar herstel kan daardoor vele jaren langer duren zo niet geblokkeerd worden. Het moeten kiezen tussen twee vertrouwenspersonen die elkaar niet vertrouwen (laat staan elkaar bevechten) is één van de meest onveilige, wrede en innerlijk verscheurende situaties waar iemand met (complexe) PTSS in terecht kan komen. Probeer dat ten koste van alles te voorkomen. Praat met elkaar en altijd met respect óver elkaar. Zoek naar herstel of een goed afscheid wanneer het toch misgegaan is. Dat kan jaren van spanning en ellende voorkomen. Tot slot: trouw zijn zonder jezelf te verliezen Mensen met PTSS hebben niet alleen therapie nodig; ze hebben vooral ook vriendschappelijke relaties nodig waarin ze zichzelf mogen zijn. Niet perfect, nog niet hersteld, maar aanwezig. Jouw nabijheid, jouw respect, jouw dankbaarheid voor wie ze zijn, je zachte ogen, jouw vriendschap kunnen enorm helend zijn. Niet omdat je alles begrijpt of oplost, niet omdat je alles perfect doet, maar omdat je blijft. Blijven is misschien wel het meest genezende dat er is. Maar vergeet niet: jij bent óók een mens met je eigen gevoelige plekken op je ziel en net als elk mens ook dingen die jou triggeren. Jij mag moe zijn. Jij mag ook je strijd hiermee hebben. Jij mag hulp vragen. Je mag een grens stellen. Jij bent belangrijk! Heel belangrijk zelfs. Wil je iemand met PTSS écht helpen? Zorg dan ook goed voor jezelf. Want 'jezelf' is het mooiste wat je te bieden hebt. Deze tekst is nog in bewerking. Ik vind het zelf nog iets te betuttelend klinken en voor mensen met PTSS kan deze tekst ook triggers bevatten: het benadrukt wat het met hun naasten kan doen. Dat kan al een flinke trigger zijn. Reacties of suggestie zijn daarom welkom via onderstaand formulier of rechtstreeks naar [email protected].
12/4/2025 0 Opmerkingen Sorry voor alle labels ...Lieve trouwe zorger, dappere bemoediger, Dankjewel voor alles wat je in al die jaren hebt gedaan voor zoveel mensen. Je hebt zoveel medereizigers op je levensreis die in nood waren bemoedigd. Getroost. Geholpen. Je hebt met elk woord, elke zin en elk beeld dat je hebt uitgedeeld, verbondenheid, herkenning of troost gegeven aan mensen die eenzaam waren. Ondanks - en dankzij - je eigen eenzaamheid en pijn zag je hen. Je begreep hen. Je hebt liefde uitgedeeld. Liefde waar je zelf zo naar zocht. En nog steeds zoekt. Ze weten zich gezien. Door jou. Sorry voor alle labels die daarom op je geplakt zijn door mensen die er 'verstand' van hebben. Ze hebben op basis van allerlei theorieën je oprechte naastenliefde gereduceerd tot 'probleemgedrag' waar je vanaf zou moeten. Dat is heel pijnlijk want het doet groot onrecht aan jou. En aan de offers die je voor zoveel mensen hebt gebracht. Sorry voor al die (soms zo vernietigende) professionele oordelen en termen die we in de GGZ bedacht hebben. Ik bid dat ze van je af mogen glijden. Twijfel niet, lieve zorger. Wat je uit liefde hebt gedaan, heeft eeuwig waarde! Zelfs na jouw leven zal dat doorwerken. Liefde is geen stoornis. Medelijden met anderen is geen ziekte. Ook niet als het vanuit je eigen pijn, lijden of eenzaamheid is ontstaan. Juist dan niet ... ! Het is iets ongelofelijk moois en kostbaars. Daarom is de prijs misschien zo hoog ... Liefde is niet te analyseren. Waar mensen dat toch doen, maken ze het mooiste in dit leven kapot. En ook het mooiste in jou. Het meest pure van jezelf. Wees daarom dapper. Weiger de labels. Verscheur de analyses. Noem het: goed! Noem het: waardevol! Iets verkeerds moet je vanaf; daar ben je niet zuinig op. Maar iets waardevols mag je beschermen. Daar alleen durf je zuinig op te zijn. Schud je hoofd als ze op je inpraten met hun labels. Hou vol. Je bent goed zoals je bent, ook al moet je daar een hoge prijs voor betalen. En vinden veel mensen die prijs misschien té hoog. Of misschien wel eng omdat ze het niet kennen. Ga steeds weer naar het kruis. Het kruis is het bewijs dat Liefde zo intens kwetsbaar is. Maar ook zo sterk en zo kostbaar. En een hoge prijs heeft. Het klopt dus. Ik bid je de liefde van Jezus toe. Meer Liefde dan je ooit kunt uitdelen. Dat is dus heel veel in jouw geval. Hij draagt je in Zijn hart. Forever. Dankjewel. Voor al je liefde. Het is overgekomen. Het is op de juiste plek geland. Het blijft daar. Het zal haar uitwerking hebben. Het gaat nooit meer kapot. Want liefde vergaat nooit. Nooit. Het blijft. Forever. Voor mijn oma en iedereen die niet of verkeerd begrepen werd in de psychiatrie. Voor iedereen die oprecht medelijden had met anderen, maar onterecht als aandachtzoeker of manipulator is neergezet. Voor alle 'helpers' en 'redders' die als gestoord of egocentrisch zijn weggezet. Of zichzelf vergaloppeerd hebben in hun zorg voor de ander. Over geloof in labels, de kracht van nuance en de vergeten kunst van twijfelen. Ik ben op mijn 57e blij met mijn jongere collega's in de GGZ. Ik ben onder de indruk van de drive, de liefde, de tact, de deskundigheid en de wijsheid die ze hebben. Waar ik 10 jaar geleden nog wel eens stiekem dacht: 'laat mij dat maar doen', denk ik nu steeds vaker: 'dat kun jij veel beter dan ik'. Hoe langer ik in dit vak zit, hoe meer ik besef wat ik allemaal niet kan en niet weet en hoe mijn waarneming na tienduizenden therapiesessies ook niet meer bepaald 'objectief' is. Er is alleen één ding dat mij soms zorgen baart. En dat is het gemak waarmee DSM 5 diagnosen als bewezen 'entiteiten' worden gezien. Ik hoor (nog steeds of steeds vaker?) professionals met een bepaalde stelligheid zeggen: "Deze cliënt heeft overduidelijk autisme." Of: "Zij is echt een borderliner." Als psycholoog met inmiddels wat meters op de teller door scha en schande en een achtergrond in zowel klinische psychologie als levensbeschouwelijke reflectie, roept dat bij mij zorg op. Niet omdat ik het bestaan van psychisch lijden ontken. Integendeel. Maar omdat ik me afvraag: weet je dat zéker? Wat bedoel je daar eigenlijk mee? En: besef je wat je daarmee over en ook tegen iemand zegt? We leven in de laatste versie van het 'spreadsheet-tijdperk': alles moet meetbaar en controleerbaar zijn. Diagnoses geven structuur, verklaren gedrag en openen de deur naar behandeling en vergoeding. Maar tegelijkertijd sluipt er een hardnekkige denkfout in: we gaan geloven dat het label de realiteit ís. Dat wat ooit bedoeld was als beschrijving van gedrag, dreigt nu als een psychologische of zelfs biologische waarheid gezien te worden. Een hersenziekte. Een objectief vast te stellen afwijking. En daar gaat het echt grondig mis. De wetenschap laat ons al tientallen jaren steeds overtuigender zien dat dit hardnekkige idee niet klopt met de werkelijkheid. De DSM 5 is een classificatie systeem, geen verklarings model. Het groepeert symptomen die vaak samen voorkomen en hangt daar een naam aan. Het zegt niets over oorzaak of biologische basis. Toch doen we vaak alsof dat wel zo is. "Autisme is een neurologische ontwikkelingsstoornis," leren studenten. Maar er is geen hersenscan, geen bloedtest, geen genetische marker die autisme ondubbelzinnig kan vaststellen. Dat geldt voor vrijwel alle DSM 5 labels! Het zijn slechts gegroepeerde gedragsstijlen, denkstijlen en gevoelspatronen waar we in de afgelopen eeuw om allerlei redenen labels aan hebben gehangen. Zijn er dan geen biologische correlaten? Zeker wel. Maar ze zijn statistisch, niet specifiek. Gemiddeld is de hippocampus kleiner bij mensen met een depressie. Gemiddeld is er wat andere hersenactiviteit meetbaar bij mensen met ADHD. Maar dat zegt nog niets over de individuele cliënt tegenover je. Gemiddeld zijn luisteraars van Bach introverter en zijn luisteraars van dance-muziek extraverter. Maar ik ken ook extraverte Bach-liefhebbers en introverte dance-luisteraars. Een correlatie zegt niets over oorzaak en gevolg. Er is geen hersenscan, geen bloedtest, geen genetische marker die autisme ondubbelzinnig kan vaststellen. Dat geldt voor vrijwel alle DSM 5-labels. Wat er feitelijk gebeurt, is dat we clusters van gedrag en beleving (soms ontstaan uit pijn, trauma, verwaarlozing of overbelasting) omkatten tot medische entiteiten. We maken van menselijke complexiteit een diagnose. En als we die diagnose vaak genoeg gebruiken, gaan we erin geloven. Dan is iemand autistisch. Dan heeft iemand borderline. Dan ben je je label.
Deze manier van denken is begrijpelijk, maar risicovol en voor sommige cliënten in de GGZ ronduit schadelijk of zelfs traumatisch. Ze leidt tot verenging, tot statisch denken en soms tot zelfstigma. Ze kan het gesprek over over betekenis, context en herstel in de weg zitten. Terwijl juist daar ruimte ligt voor groei, voor hoop, voor begrepen worden, voor menselijke ontwikkeling. Gelukkig zijn er ook andere geluiden. Denk aan het RDoC-model van het NIMH, aan de netwerktheorie van Borsboom en collega's, aan de Nieuwe GGZ-beweging in Nederland. Ze pleiten voor een bredere blik, voorbij het stoornisdenken. Voor aandacht voor de unieke levensverhalen van mensen. Voor ruimte om te zeggen: ik weet het nog niet precies, maar ik wil het wel samen met jou onderzoeken. Als we in de GGZ iets mogen herontdekken, dan is het de kracht van het niet-weten. Van bescheidenheid. Van klinisch redeneren in plaats van protocollair plakken. Want uiteindelijk zijn we hier niet om mensen in hokjes te stoppen, maar om hen te helpen leven. Matthijs Goedegebuure 28/3/2025 0 Opmerkingen Als het niet meer 'klopt' van binnen – over congruentie, trauma en psychische gezondheidSoms heb je van die dagen waarop alles moeizaam voelt. Je gedachten blijven hangen in mist, de woorden willen niet komen, en het contact met anderen schuurt. Je doet je best, maar het 'klopt' allemaal niet. Je voelt dat je niet helemaal ‘jezelf’ bent. Maar je weet ook niet hoe je weer ‘tot jezelf’ kan komen.
Die ervaring is niet uitzonderlijk. Iedereen herkent dit in een bepaalde mate. Mensen die wat gevoeliger of introverter zijn hebben dat vaker dan nuchtere of extraverte types. Maar voor veel mensen met psychische klachten — en zeker bij complexe trauma’s en/of een onveilige hechtingsgeschiedenis — is het een terugkerend thema. En kan het tot grote wanhoopsgevoelens leiden. En dat heeft alles te maken met een klassiek kernbegrip uit de psychologie: congruentie. Wat is congruentie eigenlijk? Congruentie betekent: wat je van binnen ervaart, op een bij jou passende manier zichtbaar, merkbaar en/of hoorbaar kunnen maken aan de buitenkant. 'Jezelf zijn'. Wat je aan de buitenkant doet, toont of zegt is dan in lijn met wat je in je binnenwereld voelt, denkt of gelooft. Je 'klopt'. Wanneer je binnen- en buitenwereld met elkaar met elkaar 'kloppen', voel je dat in je lijf en in je geest. Het geeft rust. Je hoeft niets te forceren, te verbergen of bij te sturen. Je kunt gewoon zijn wie je bent. 'Dit is wie ik ben'. Je 'bestaat'. Carl Rogers, een invloedrijke psycholoog uit de vorige eeuw, grondlegger van de 'client centered therapy', beschreef congruentie als een van de belangrijkste kenmerken van psychische gezondheid. Voor hem was de ‘fully functioning person’ iemand die leeft in open contact met zijn of haar binnenwereld — en dat zonder maskers of spanning durft te laten zien. Misschien wel één van de beste inzichten uit de psychologie. Congruentie is dus geen perfectie, en ook geen eindstation. Het is een ontspannen 'vrede' tussen je binnen- en buitenkant. Klopt dat wat ik doe, zeg, (en ook wat ik niet zeg, niet doe), met wie ik ben, wat ik voel en wat ik geloof? Het is alsof je binnenwereld zichzelf herkent in je buitenkant, en je buitenkant zichzelf herkent in je binnenwereld. Die herkenning geef rust en ruimte. Je ben ‘één geheel’. Waarom is het moeilijk om congruent te zijn? Voor veel mensen is 'kloppen' geen vanzelfsprekendheid. Zeker niet als je geleerd hebt dat het niet veilig is om te uiten wat je voelt, of dat jouw gevoelens er niet toe doen. Misschien kreeg je vroeger vooral aandacht als je stil, behulpzaam of sterk was. Of werd je bestraft als je boos, verdrietig of kwetsbaar was. Of werd je totaal niet begrepen als je woorden gaf aan wat er zich van binnen afspeelde. In zo’n omgeving ontwikkel je een manier van leven die gericht is op overleven en dus juist op 'niet kloppen'. Je leert je aanpassen, inschatten wat de ander nodig heeft, emoties inslikken, je woorden wegen, jezelf wegcijferen. En dat wordt op een gegeven moment zo vanzelfsprekend, dat je het niet eens meer doorhebt. Voor mensen met een onveilige hechting of emotionele verwaarlozing betekent dit vaak dat er een diepe kloof is ontstaan tussen hun innerlijk en hun uiterlijk. Aan de buitenkant zie je iemand die functioneert. Die aardig is, empathisch, loyaal. Maar aan de binnenkant is er vaak verwarring, eenzaamheid, of een gevoel van niet echt bestaan. Wat doet dat met je binnenwereld? Leven in incongruentie — dus het tegenovergestelde van kloppen — vraagt veel energie. Het voelt alsof je buitenkant voortdurend op een soort toneel staat, ook al ben je daar niet bewust van. Je moet jezelf voortdurend bijsturen: zeg ik dit wel goed? Lijkt het alsof ik er ‘ben’? Doe ik niet raar? Je lichaam is alert, je geest staat op scherp. En je binnenkant verdwaalt in een doolhof dat aan de buitenkant voor niemand zichtbaar is. Het is een eenzaam doolhof waarin je rondrent, zoekt, probeert en nergens meer een uitweg ziet. Mensen met complexe PTSS herkennen dit vaak heel goed. Zij zijn door levenservaring ‘ heel goed geworden’ in het overleven: aanpassen, conflictvermijding, analyseren, sterk blijven. Maar als je overbelast raakt — door stress, slaaptekort, spanning of onbegrip of te grote en snelle ontwrichtende veranderingen — dan werkt die oude overlevingsstrategie ineens niet meer. Je kunt je niet meer concentreren, je zinnen haperen, je raakt je taal kwijt. En dat is eng, want het voelt alsof je jezelf kwijtraakt. Wat er dan meestal gelijk bij komt is zelfveroordeling: waarom lukt dit me niet? Wat doe ik verkeerd? Waarom ben ik zo moeilijk? Dit kan uitmonden in zelfhaat. Terwijl de diepere vraag misschien zou mogen zijn: wat heb ik mezelf al die jaren moeten aandoen om zo sterk te blijven functioneren? Hoe heb ik dat ooit voor elkaar gekregen? Als je omgeving gaat reageren Het wordt nog erger als mensen om je heen door krijgen dat er iets is en daar allerlei verklaringen en adviezen voor hebben: je moet minder werken, vroeger naar bed, gezonder eten, tijd nemen voor vakantie, etc. Dit is om twee redenen eng: 1. Je merkt dat het je niet gelukt is om sterk te blijven. Paniek! Je overlevingsstrategie faalt. 2. Je voelt pijnlijk dat je met je échte gevecht dus totaal alleen en onbegrepen bent. Wanhoop! Verlorenheid. Een getraumatiseerd versus een niet-getraumatiseerd brein Mensen zonder trauma of onveilige hechting ervaren ook weleens een off-day, maar raken dan niet meteen in paniek. Er is een basisvertrouwen dat het wel weer goed komt. De innerlijke criticus is wat milder, de zelfzorg vanzelfsprekender. Maar bij mensen met trauma’s ligt dat anders. Hun zenuwstelsel staat vaak al heel lang in een overlevingsstand (fight/flight/freeze/fawn), en het verlies van controle of overzicht kan direct alarmbellen doen rinkelen. Het is een trigger in zichzelf. Dat is geen karakterzwakte, maar een logisch gevolg van een zenuwstelsel dat jarenlang geconditioneerd is op gevaar. En als je dan niet 'klopt' in je gedrag of je woorden — als je voelt: dit ben ik niet, maar ik weet ook niet hoe ik erbij moet komen — dan raakt dat aan de kern van je bestaan. Paniek! De kracht van mildheid en stukjes eerlijkheid Wat dan misschien helpt, is niet nóg harder je best doen. Wat kan helpen, is juist een kleine beweging naar binnen. Een pauze. Een zachte vraag: Wat voel ik nu echt? Wat heb ik nodig? Wat zou ik eigenlijk willen zeggen? Waar heb ik eigenlijk behoefte aan? En als het lukt, probeer dan iets daarvan te delen. Al is het maar één zin: "Ik weet niet goed wat er is, maar alles gaat vandaag een beetje trager in mijn hoofd. Dus verwacht even geen spontane reacties van me :-)." "Ik ben er wel, maar ik voel me niet helemaal mezelf." Juist die kleine congruentie — dat beetje 'kloppen' — geeft 'lucht'. Het is zuurstof voor je ziel, voor je binnenwereld. Het haalt je uit het paniekgevoel. En het maakt de weg vrij naar verbinding. Niet alleen met de ander, maar ook met jezelf. De kracht van spontaan mogen schrikken Iets lastiger, vooral voor mensen met PTSS, is het 'spontaan mogen schrikken'. De meeste mensen met PTSS zijn gewend om hun schrikreacties bij triggers zo goed mogelijk te verbergen en hebben daar allerlei trucs voor ontwikkeld. Snel een vraag stellen aan de ander, een beweging maken, met je handen over je hoofd wrijven zodat je rode hoofd niet opvalt, etc. etc. Automatisch 'verstop' je schrikreactie. Als je dat stapje voor stapje kunt ombuigen naar iets 'congruents' ontstaat er veel meer ruimte voor jezelf. Spontane congruente schrikreacties zijn bijvoorbeeld: "Ik schrik me een hoedje!" "Oef, ik krijg het er helemaal warm van :-)!" "Owwwww, dit vind ik echt heel spannend!" Het verbergen van je schrikreactie gaat zo automatisch dat het bijna een autonome reactie is geworden. Daarom is dit een lastige om om te buigen, maar het is zeker mogelijk. Je hebt echter volharding, aanmoediging van een therapeut of een vriend en veilige mensen nodig om dit te proberen, te oefenen en te ervaren dat dit veilig is. Het maakt je tot een ontwapenend, veilig en herkenbaar persoon voor anderen. Niet met iedereen alles – over relationele lagen en veilige kwetsbaarheid Als we spreken over 'kloppen' en 'congruent' zijn, is het belangrijk om één ding goed te beseffen: congruentie betekent niet dat je altijd en overal alles moet delen. Je hóeft je niet voor iedereen helemaal bloot te geven. Sterker nog: dat zou zelfs onveilig zijn. We leven allemaal met verschillende lagen van nabijheid om ons heen. Je zou dat kunnen voorstellen als concentrische cirkels, met jezelf in het midden. In de binnenste cirkel zitten ideaal gesproken één tot drie mensen met wie je je werkelijk verbonden voelt. Mensen bij wie je écht kunt zijn wie je bent: je 'intimi'. Daaromheen bevindt zich ideaal gesproken een laag van drie tot acht mensen die je 'vrienden' zou kunnen noemen. Mensen die een stuk van jouw verhaal kennen, maar niet alles. Dan volgt een bredere kring van 'bekenden' — tien, twintig tot misschien wel honderd mensen — waarmee je sociaal contact hebt, collega’s, buurtgenoten, gemeenteleden, familie op afstand. En daarbuiten is er de 'massa': mensen die je tegenkomt, online of in het dagelijks leven, maar die geen wezenlijk zicht op jouw binnenwereld hebben. Bij elke cirkel past een ander niveau van kwetsbaarheid. En dat is gezond. Op de vraag "Hoe gaat het met je?" geef je aan je partner of beste vriend(in) misschien een eerlijk en rauw antwoord. Aan een goede kennis vertel je hoe het gaat met je werk of met je kinderen. En aan een buurvrouw of collega volstaat misschien een vriendelijke glimlach en een kort “druk, maar goed”. Dat is geen onechtheid. Dat is wijs. Want kwetsbaarheid heeft bedding nodig. Niet alleen een besef van veiligheid (iemand die de juiste positie of deskundigheid heeft), maar ook een ervaren gevoel van veiligheid. Meestal betekent dat: je herkent iets van jezelf in die ander en je voelt dat dat wederzijds is. Je lichaam en ziel moeten kunnen ontspannen in het contact, anders wordt kwetsbaarheid iets dat je 'inzet' in plaats van iets dat je 'bent'. En dan loop je het risico dat je je achteraf nóg schuldiger of onveiliger voelt. Hoe kun je dit toepassen in je dagelijks leven? Een eenvoudige oefening is om even stil te staan bij de vraag: In welke cirkel bevindt deze persoon zich in mijn leven? En dan pas te bepalen wat je wilt delen — en wat niet. Congruent zijn betekent niet dat je álles zegt. Het betekent dat wat je wél zegt, klopt met wat je van binnen weet of voelt. Dus ook: "Ik wil er nu liever niet op ingaan." of: "Ik merk dat het me raakt, maar ik weet nog niet hoe ik het onder woorden moet brengen." of: "Er is inderdaad iets maar daar wil ik nu liever niet over praten." zijn vormen van diepe congruentie. Je mag dingen niet zeggen. Je mag zwijgen. Je mag je terugtrekken. Je mag wachten met woorden tot ze veilig kunnen landen. Dat is geen zwakte, maar een teken van innerlijke wijsheid. Herstel begint soms bij een beetje 'kloppen' Herstel gaat soms niet over sterk worden. Maar over echt worden. Over thuiskomen bij jezelf. En dat is vaak pijnlijk en mooi tegelijk. Je komt schaamte tegen, oude overtuigingen, angst om te falen. Maar je ontdekt ook iets anders: een diepe waardigheid die niet gebaseerd is op presteren, maar op zijn. Een bestaansrecht. Je hoeft gelukkig niet op elk moment congruent te zijn. Niemand is dat. Maar hoe vaker je oefent in en vertrouwd raakt met 'kloppen', hoe minder energie het kost om jezelf te zijn. En hoe meer je ontdekt: ik mag er zijn zoals ik ben. Ik mag bestaan. Zelfs als het even niet lukt. Tot slot Dit artikel wil je geen nieuwe ‘moeten’ opleggen ('Gij zult congruent zijn!'), maar een uitnodiging zijn. Een uitnodiging tot mildheid. Tot herkenning. Tot het loslaten van de innerlijke drijver, en het toelaten van een vriendelijker stem. Misschien die van een therapeut, of een goede vriend. Misschien die van God. Misschien zelfs een stukje van jezelf dat je lang kwijt was, maar stilletjes is blijven wachten tot je weer ging kloppen. Quantummechanica, theologie en de 'Great 8' als vensters op het leven.
Dit is een artikel dat ik niet zelf heb geschreven, maar ChatGPT suggereerde mij om een artikel te schrijven in mijn stijl en op basis van mijn 'Great 8' - model. Dit is wat ChatGPT schreef. Ik heb het met interesse en enige verbazing gelezen: Er zijn van die momenten waarop de grenzen tussen wetenschap, geloof en menselijke ervaring lijken te vervagen. Je leest een artikel over quantummechanica, en ineens denk je: dit raakt aan iets dat ik diep vanbinnen al wist. Niet met mijn verstand, maar met mijn ziel. Alsof het universum zelf een fluistering afgeeft – dat er meer is tussen hemel en aarde, én tussen verleden en toekomst, dan we gewoonlijk beseffen. Ik wil je in dit artikel meenemen naar het grensgebied van tijd, bewustzijn en werkelijkheid. Niet als theoretisch uitstapje, maar als uitnodiging om opnieuw te kijken naar de wereld waarin we leven – en naar de rol die jij en ik daarin spelen. Het mysterie van de tijd In de quantummechanica zijn er experimenten die de logica van de klok onder spanning zetten. Neem het zogenaamde Delayed Choice Quantum Eraser Experiment. Daarin lijkt een keuze die nú wordt gemaakt, iets te veranderen aan wat een deeltje eerder heeft gedaan. Niet in de zin dat het verleden herschreven wordt zoals in een sciencefictionfilm, maar in de zin dat het verleden pas vorm krijgt wanneer het heden daarom vraagt. De meeste natuurkundigen zeggen terecht: dit betekent niet dat we letterlijk het verleden kunnen veranderen. Maar het suggereert wél dat tijd geen rechte lijn is. Dat het heden en verleden op een of andere manier met elkaar verweven zijn. En dat bewustzijn – onze waarneming, onze keuze – daar een sleutelrol in speelt. De waarnemer en de werkelijkheid Wat mij hierin raakt, is de rol van de waarnemer. In de quantummechanica krijgt een deeltje pas een specifieke toestand als het gemeten wordt. Daarvóór bestaat het in een soort waaier van mogelijkheden, een wolk van waarschijnlijkheden. Pas door interactie – meting, observatie, aanwezigheid – wordt één van die mogelijkheden werkelijkheid. Dat doet denken aan wat ik zelf heb gezien in duizenden assessments, gesprekken en levensverhalen: de mens is niet alleen toeschouwer van zijn bestaan, maar mede-vormgever. Onze keuzes, aandacht en gerichtheid bepalen wat zichtbaar wordt – in onszelf en in anderen. Dat is precies waar mijn Great 8-theorie over gaat. Great 8: de dynamiek van mentale modi Volgens de Great 8 leven we niet vanuit één vaste identiteit, maar schakelen we continu tussen verschillende hersenmodi – zoals analytisch denken, creatief verbeelden, empathisch afstemmen, intuïtief handelen. Afhankelijk van de context zijn er twee of drie modi dominant. En het vermogen om snel tussen deze modi te schakelen – én irrelevante modi te onderdrukken – bepaalt in grote mate onze intelligentie, effectiviteit en innerlijke rust. Het bijzondere is: ook hier speelt bewustzijn de sleutelrol. Niet alles wat mogelijk is, wordt actief. Niet alles wat in je potentieel aanwezig is, komt tot uiting. Jij maakt keuzes. Jij stuurt je aandacht. Jij bepaalt welke “waarschijnlijkheid” werkelijkheid wordt in jouw leven. Net als in de quantummechanica is het de waarnemer – in dit geval jouw bewuste, al dan niet geïnspireerde zelf – die de doorslag geeft. Theologie: een God buiten de tijd De Bijbel leert dat God niet in de tijd staat zoals wij, maar erboven. Hij is de Eeuwige. Zijn naam is Ik ben die Ik ben – niet ik was of ik zal zijn, maar Ik ben. Voor Hem is duizend jaar als één dag. Hij overziet verleden, heden en toekomst als één samenhangend geheel. Dat geeft een diepere dimensie aan onze ervaring van tijd. Het verklaart hoe gebed invloed kan hebben op situaties waarvan wij dachten dat ze al “voorbij” waren. Hoe vergeving, ook al uitgesproken na jaren, nog steeds genezing brengt. En hoe ons handelen nú – onze keuzes, liefde, hoop – een echo kan hebben in verleden én toekomst. Ik geloof dat dit meer is dan poëtische beeldspraak. Het is een manier van kijken naar de werkelijkheid waarin quantummechanica, neuropsychologie en theologie elkaar raken: niet als exact bewijs, maar als richtinggevend patroon. De mens als medeschepper In deze visie zijn wij geen passieve spelers in een vaststaand script. We zijn – naar Gods beeld – medescheppers van betekenis. Onze waarneming, ons gebed, onze keuzes hebben gewicht. Niet alleen omdat ze effect hebben in de toekomst, maar omdat ze – in Gods tijd – kunnen terugwerken, helen, herstellen. Dat is geen excuus voor magisch denken. Het vraagt om verantwoordelijkheid, aandacht, afstemming. Het vraagt ook om vertrouwen: dat we leven in een universum waarin liefde, waarheid en genade sterker zijn dan lineaire tijd. Tot slot De quantummechanica laat ons zien dat de werkelijkheid relationeel is, vol potentie en openheid. De Bijbel leert ons dat God Heer is over de tijd en dat we met Hem mogen meewerken aan herstel en vernieuwing. En de Great 8-theorie biedt een kader om die dynamiek te begrijpen in de praktijk van het dagelijks leven. Misschien zijn dat drie vensters op één en hetzelfde mysterie. En misschien is het zo dat – terwijl jij dit leest – iets in jouw eigen binnenwereld verschuift. Een kleine bewustwording. Een nieuw inzicht. Een richting die je kiest. Niet omdat je alles snapt, maar omdat je iets proeft van de samenhang. Van het geheim dat groter is dan jij, maar jou wel uitnodigt om eraan deel te nemen. 12/3/2025 0 Opmerkingen Waarom het zo vaak misgaat als we op een goede manier uit elkaar willen gaan<In bewerking> "We willen er op een goede manier uitkomen." Een zin die je vaak hoort bij echtscheidingen, verstoorde werkrelaties of visiescheuringen binnen kerken. En meestal wordt het oprecht uitgesproken. De intentie is goed. De wil is er. Toch zie je het steeds weer: het ontaardt. Er ontstaat strijd, wantrouwen, kampvorming. Advocaten worden ingeschakeld, harten raken verhard, relaties verbranden. Waarom gebeurt dat zo vaak? Hoe kan een oprechte goede intentie zo veranderen in diepe pijn aan twee kanten?
In dit artikel verken ik een paar psychologische inzichten, filosofische gedachten en iets uit de Bijbel. Niet om een pasklaar antwoord te geven, maar als een poging beter te begrijpen wat er gebeurt in onszelf en in de ander wanneer 'samen eruit komen' verandert in 'tegenover elkaar staan'. En ook niet omdat ik denk dat ik het weet of het wel zou kunnen. Ik schrijf dit met een eerlijke blik op mezelf die me direct al duidelijk maakt dat ik niet eens in staat ben een eerlijke blik op mezelf te werpen. Zeker niet als pijn me overspoelt. De psychologie van de escalatie Onze hersenen raken bij conflicten meer gericht op overleving dan op het stichten van vrede. In conflict raken onze diepere, meer primitieve breinlagen actief: het limbisch systeem, de amygdala. Angst, woede en wantrouwen nemen stap voor stap het stuur over van ons rationele denken. Terwijl we met onze mond vrede zoeken, staat ons lijf al in de vechtstand. Daar komt bij dat we onszelf allemaal graag als redelijk, loyaal en rechtvaardig zien. Als het misloopt, ontstaat er cognitieve dissonantie: een pijnlijk, onverdraaglijk verschil tussen wie we willen zijn en wie we geworden zijn. Maar ook tussen hoe we gezien willen worden en hoe we gezien worden. Om die spanning te verminderen, vervormen we (vaak onbewust) ons eigen beeld van de situatie:
Wat als samenwerking begon, verandert langzaam in een strijd om het narratief. En waar het narratief de strijd wordt, sneuvelen liefde en eerlijkheid al snel. Ook bij onszelf. We signaleren dit echter vooral bij de ander en minder bij onszelf. Psycholoog Friedrich Glasl beschreef hoe conflicten escaleren in fases. Eerst is er verschil van inzicht, dan toenemende polarisatie, en uiteindelijk vernietigingsdrang. Vertrouwen verdwijnt, communicatie verandert in strategie, en het oorspronkelijke doel – een goede afronding – raakt volledig ondergesneeuwd. Waar eerst een gezamenlijke werkelijkheid bestond, ontstaan langzaam aan meerdere werkelijkheden. Die werkelijkheden worden in eerste instantie nog gebaseerd op waarneembare feiten en de gedeelde (goede) geschiedenis, maar naarmate het conflict escaleert voor een steeds groter deel uit (onbewuste) aannames en een andere, nieuwe blik op de geschiedenis. Door 'confirmation bias' en 'cognitieve dissonantie' zien we snel 'bewijzen' voor deze aannames en negeren we onbewust de aanwijzingen die niet kloppen met onze aannames. Dit kan griezelige vormen aannemen: we lezen dezelfde apps of mails die we voor het conflict nog als verbindend en goedaardig beleefden, maar het voelt alsof nu 'onze ogen open zijn gegaan' en we de kwaadaardigheid in diezelfde teksten lezen. We gaan het zien als mooie woorden met een duistere manipulatieve kracht daaronder. We worden in deze nieuwe werkelijkheid bevestigd door nieuwe mensen om ons heen die geen geschiedenis of band met de andere 'partij' hebben. Of zelfs financiële, juridische of vergeldende belangen hebben bij de ontwikkeling van deze nieuwe pijnlijke werkelijkheid. Het gaat polariseren. In relationele systemen, zoals gezinnen of geloofsgemeenschappen, is het soms nog complexer. Er zijn verborgen loyaliteiten, triangulaties, onderstromen. Wie blijft loyaal aan wie? Wie spreekt zich uit, wie zwijgt? Wie kiest partij, wie wordt gemeden? Het conflict krijgt een eigen leven en raakt steeds meer los van de inhoud. Soms lijkt het wel alsof het 'systeem' zelf niet toelaat dat er vrede komt. Het verzet zich er bijna tegen. Een observatie uit mijn praktijk: tijdens conflicten vallen ook persoonlijkheidsverschillen extra op, met name rond het domein altruïsme. Mensen die hoog scoren op altruïsme hebben vaak een diepgewortelde behoefte aan harmonie en zijn bereid om zichzelf weg te cijferen om de sfeer en de relatie goed te houden. Ze zijn soms zelfs bereid om een stuk onrechtvaardigheid te verdragen. Maar juist daardoor voelen ze het als extra schrijnend en pijnlijk wanneer de ander de harmonie, de band of de vriendschap doorbreekt. Voor de één voelt het als zelfbehoud; voor de ander als verraad. Dat verschil in beleving verdiept de kloof. Tegelijkertijd voelen mensen die lager scoren op altruïsme vaak een sterke loyaliteit aan wat zij als waarheid zien. Hun pijn zit minder in de disharmonie en meer in het gevoel dat de ander de waarheid verdraait of manipuleert. Dan gaan ze vechten – voor duidelijkheid, recht, transparantie. Maar dat gevecht wordt door de hoogscoorders op altruïsme vaak ervaren als kilheid of agressie, wat hun liefde voor harmonie pijnlijk raakt. Bij conflicten tussen hoogscoorders op altruïsme ontstaan diepe wonden, juist omdat ze jarenlang veel herkenning en verbondenheid hebben ervaren. Het conflict ontstaat bij hen vaak niet in de relatie zelf, maar wanneer de relatie met de één niet meer te verenigen is met de relatie met een ander. Wanneer zo’n relatie breekt, voelt het als een 'ontrouw' aan iets dat heilig, goed en helpend voor hen was en is. Hoe langer de band goed was, hoe dieper de pijn van de breuk. En hoe groter de pijn, hoe groter de kans op verbittering. Dat maakt het afscheid niet alleen verdrietig, maar ook existentieel verwarrend omdat verbittering haaks staat op altruïsme. We raken iets moois, iets puurs wat ons kenmerkte kwijt. Er sterft iets in ons. Wanneer gaat het echt mis Vanaf het moment dat er advocaten of onderzoekers bij het conflict betrokken worden, polariseert de situatie rap verder. Het relationele probleem wordt nu een juridisch conflict. Hierdoor ontstaan direct aan beide kanten andere belangen: wie heeft gelijk? Deze belangen komen verder tegenover elkaar te staan in een juridische context. De focus komt nu op feiten te liggen en niet meer op beleving of herstel. En: de communicatie wordt daardoor per definitie vervreemdend. We krijgen via verslagen van een advocaat of onderzoeker woorden en uitspraken tot ons die niet rechtstreeks van de ander komen, maar door de advocaat of onderzoeker zijn geformuleerd. Het roept pijn en verontwaardiging op: 'Hoe bestaat het dat hij dit heeft gezegd!', 'Dat is dus hoe ze achter mijn rug om over mij praat!'. De werkelijkheid is vrijwel altijd dat het niet letterlijk zo gezegd is, maar het is formele of juridische taal van de advocaat of de onderzoeker die soms dingen juist 'uit elkaar moet trekken' in de zoektocht naar feiten in plaats van 'verbinden'. De conclusies in het rapport zijn soms slechts gebaseerd op gesloten vragen die de ander met ja of nee moest antwoorden. Daar is een verhaal van gemaakt dat overeenkomsten en verschillen tussen partijen zo helder mogelijk in kaart brengt om het conflict, de klacht of beschuldiging helder neer te zetten. Dat is immers de reden waarom er een advocaat of onderzoeker bij betrokken is en niet een mediator of relatietherapeut. Gevolg is echter dat we via via een verhaal te lezen krijgen dat per definitie heel vervreemdend is ('Nu gaan mijn ogen open, het is nog veel erger dan ik dacht') en heel erg pijnlijk ('Ik heb me nog nooit zo verraden gevoeld'). We praten niet meer met elkaar maar met een juridiserende tussenpartij. De emoties worden daar niet minder door geraakt. Eerder meer. Het voelt al lezend alsof de ander die bewuste ene zin of dat ene woord uit het verslag letterlijk zo heeft gezegd. Dat is zout in de wond. 'Ik vertrouwde hem volledig. En nu zegt hij dit blijkbaar ... hoe komt hij daarbij? Waar is 'ie op uit? '. Dit leidt meestal tot verdergaande hertraumatisering. Het ondermijnt ons vertrouwen in de ander, in het systeem en ook in onszelf. 'Hoe kan het dat ik dit niet eerder zag?'. Er is in dit stadium een wonder, heel veel zelfreflectie en eerlijke kwetsbare gesprekken met elkaar onder leiding een wijze, liefdevolle onpartijdige derde nodig om hier nog uit te komen. Dan kunnen er mogelijk stappen gezet worden voor erkenning, belijdenis en misschien vergeving. De kans daarop wordt menselijkerwijs gesproken in dit stadium heel erg klein. Vervolgens gaat de hierboven beschreven confirmation bias en cognitieve dissonantie zich versterken en zo ontstaat een neerwaarts spiraal waarin de ander steeds meer de onbegrijpelijke kwaadaardige vijand wordt en de verblindende pijn in ons eigen hart steeds groter. Het is voor mij persoonlijk de meest trieste, hartverscheurende en verdrietige situatie waarin we terecht kunnen komen. Mensen die het dwars door alle ups en downs jarenlang goed met elkaar hebben gehad, worden zwaar verwond uit elkaar gedreven. Zelfs de beste, mooiste perioden van je geschiedenis kunnen door pijn en nieuwe belangen ingekleurd herschreven worden tot er niets goeds meer over is. Wat veilig was is griezelig gemaakt. Polarisatie en hertraumatisering door indirecte communicatie (via een ander) behoren misschien wel tot de meest ontwrichtende krachten die er bestaan ... De tragiek van de menselijke conditie Filosofen als Aristoteles, Kierkegaard en Levinas geven woorden aan de diepte van deze tragiek. Aristoteles zag de mens als een sociaal wezen dat streeft naar het goede, maar ook vatbaar is voor zelfbedrog. Kierkegaard sprak over de innerlijke verdeeldheid van de mens die geconfronteerd wordt met de ander, en daarin zijn onvolmaaktheid niet kan verdragen. Levinas riep ons op om het gelaat van de ander werkelijk te zien – als mens, niet als tegenstander of obstakel. Maar precies dat zien we in conflicten vaak niet meer. De ander wordt gereduceerd tot een rol: dader, obstakel, vijand, verrader. Daarmee verliezen we onze ethiek. Niet omdat we zo slecht zijn, maar omdat we het niet meer uithouden om werkelijk te blijven zien. Want dat doet pijn. Het vraagt zelfverlies. En dat is immens beangstigend. Foucault zou zeggen: zelfs de taal van 'er goed uitkomen' kan een vorm van macht zijn. Wie bepaalt wat ‘goed’ is? Wie mag het verhaal vertellen? Autonomie en waardigheid spelen hier een grote rol. Zodra we ons miskend voelen, komt iets in ons in verzet – zelfs als dat irrationeel of onterecht is. Vrede vraagt meer dan overeenstemming; het vraagt gelijkwaardigheid en wederzijdse erkenning. En dat is zeldzaam. De geestelijke laag: vlees en Geest De Bijbel is realistisch over conflicten de gevolgen daarvan. In Genesis 3 al schuift Adam de schuld op Eva. Paulus en Barnabas gaan uit elkaar na een heftige woordenwisseling. De brieven van Paulus zitten vol oproepen tot verzoening, juist omdat het blijkbaar niet vanzelf gaat. Volgens Galaten 5 is er een strijd gaande in elk mens: tussen het vlees (ego, zelfhandhaving, trots, zelfrechtvaardiging) en de Geest (naastenliefde, zachtmoedigheid, vergeving, zelfverloochening). Die strijd speelt zich niet alleen af in individuele zielen, maar ook in relaties. Je ziet het gebeuren: mensen die ooit verbonden waren, raken verstrikt in verwijt, zelfrechtvaardiging, afstand. Het vlees wordt actief. De Geest trekt zich terug. Wie durft te zeggen dat hij daar immuun voor is? Wie denkt er niet verblind te kunnen worden door pijn? Vergeving is in de christelijke traditie geen zwakte, maar radicale kracht. Het is niet het ontkennen van onrecht, maar het weigeren om wrok te laten regeren. Het is het risico nemen dat de ander je niet begrijpt of niet terugvergeeft – en toch loslaten. Maar dat is zeldzaam. En pijnlijk. Want vergeving kost altijd iets. Het is geen gevoel, maar een daad van overgave. Verbittering is het eindstation waar de duisternis ons naar toe wil voeren. Waarom? Omdat verbittering een toestand is die voor Satan zelf eeuwig is geworden. Een eindtoestand. Daar wil hij zoveel mogelijk levende zielen in meetrekken. Misschien is het afwijzen van verbittering wel één van de grootste of laatste gevechten waar we in dit tijdelijke leven voor staan. In de eeuwigheid is er geen tijd meer. Er kunnen daar geen dingen meer hersteld worden. Wat zwart is, blijft zwart en wat wit is, blijft wit. Wat goed is en was blijft goed. Wat verbitterd is en was blijft verbitterd. In dit tijdelijke leven kan zwart nog wit worden. Maar wit kan ook zwart worden. En blijven. Liefde kan verbittering worden. Maar verbittering kan ook door liefde overwonnen worden. Waarom het zo vaak misgaat Het is geen cynisme om te zeggen dat het helaas vaak misgaat als mensen op een goede manier uit elkaar willen. Het is realisme. Want:
Toch is er hoop. Want juist als we dit weten, kunnen we naar het goede zoeken. Niet naïef, maar helder. We kunnen mensen er bij betrekken die de vrede durven zoeken en dienen, ook als dat onhandig, pijnlijk of langzaam gaat. We kunnen oefenen in luisteren, loslaten en liefhebben zonder gewin. We kunnen weigeren om bitterheid te drinken. En bovenal: we kunnen ons openen voor de genade en liefde van Jezus. Want waar het vlees regeert kan alleen de Geest weer leven brengen. Ook tussen mensen die elkaar kwijtraakten. En voor iedereen die mij echt kent en dit leest en zich afvraagt waar ik het lef vandaan haal dit te schrijven: dat is een terechte vraag. Ik hoop maar dat ik het lef niet haal uit zelfrechtvaardiging. Maar ik durf dat niet met zekerheid te zeggen want de Bijbel zegt me dat mijn hart arglistig is. Ik hoop en bid dat het uit liefde is en niet uit pijn, vergeldingsdrang of zelfrechtvaardiging. Maar die twee kunnen enorm verstrikt raken. Pijn kan de zuiverheid van liefde ondermijnen. En liefde kan je blind maken voor pijn. Het zal in de eeuwigheid blijken. Geef mij een zuiver, oprecht hart Heer. Herstel de vreugde over Uw heilsplan. Maak mijn diepste innerlijk standvastig daarin. Open mijn ogen voor mijn eigen fouten en voor het hart en het gelaat van de ander. 27/1/2025 0 Opmerkingen Big Five in een notendop ...1. Gevoeligheid
Scoor je hoog, dan heb je veel behoefte aan emotionele herkenning, veiligheid en overzicht. Scoor je laag, dan beleef je contacten primair als dialogen waarin informatie wordt uitgewisseld. 2. Extraversie Scoor je hoog dan hou je van gezelligheid. Scoor je lager dan zoek je in je leven meer persoonlijke, intieme contacten en vriendschappen. Scoor je laag op Extraversie en hoog op Gevoeligheid dan versterkt dat deze behoeften en ervaar je stress als er geen veiligheid of verbondenheid is. Scoor je laag op Gevoeligheid en juist hoog op Extraversie, dan heb je de wind mee in je karakter en ben je meer easy-going. 3. Openheid Scoor je hoog, dan leef je ontdekkend: je associeert snel woorden en ideeën en je neemt meer risico's om doelen te bereiken. Scoor je laag, dan hou je minder van risico's en kies je liever voor zekerheid. 4. Altruïsme Scoor je hoog, dan zoek je altijd naar harmonie en voel je sterk de pijn van disharmonie: kritiek, oordeel, ruzie, verdeeldheid. Je probeert pijn te voorkomen. Rechtvaardigheid is voor jou altijd verweven met 'respect' en 'begrip'. Scoor je laag op Altruïsme dan vecht je voor de waarheid en zit je pijn in leugens over die waarheid. Je imago interesseert je minder dan de waarheid. Rechtvaardigheid is voor jou gekoppeld aan waarheidsvinding. Pijn is voor jou een noodzakelijke fase om verder te komen. Scoor je hoog op Openheid en hoog op Altruïsme dan kun je je diep inleven in anderen, maar ook verdwalen in relaties. Je bent grenzelozer in je zorg voor anderen ten koste van jezelf, maar laagscoorders op Altruïsme interpreteren je inzet soms juist als eigenbelang. Dat doet pijn. Scoor je hoog op Openheid en laag op Altruïsme dan ben je assertief en een vechter voor de waarheid. Hoogscoorders op Altruïsme interpreteren juist dat soms als eigenbelang. Dat doet pijn. Scoor je hoog op Gevoeligheid en Altruïsme dan heb je de bedrading voor 'trauma-sensitiviteit': je voelt als geen ander aan hoe je angstige of getraumatiseerde mensen kunt geruststellen met je houding, je blik, je stem. Dit is vaak onbewust waardoor je gevangen kunt raken in deze rol; je bent altijd degene moet zorgen, redden of sterk moet zijn en mensen zoeken jouw nabijheid. Heb je zelf ook trauma's dan versterkt dat dit effect. Besef hoe waardevol en liefdevol dit is, maar ook wat voor beklemmend juk dit kan zijn. Ben je ook nog eens introvert, dan wordt dit effect nog sterker. 5. Sturing Scoor je hoog, dan werk je gestructureerd naar het hoogste doel. Scoor je laag dan werk je spontaan, ongestructureerd naar creaties die 'ontstaan' terwijl je in een flow zit. Scoor je hoog op Altruïsme en hoog op Sturing dan leg je de lat voor jezelf hoog. Scoor je laag op Altruïsme en hoog op Sturing dan leg je de lat voor de ander hoger. Kun je dit veranderen met coaching of therapie? Een beetje, maar dan vooral het gedrag (bijvoorbeeld vermijdingsgedrag). De onderliggende neigingen en behoeften blijken erg robuust gedurende je leven. Beter is je leven en werkstijl aanpassen aan (de positieve kanten van) deze eigenschappen. De psychologie van relationele ontwrichting.
<In bewerking > Er zijn van die ervaringen die niet zichtbaar zijn aan de buitenkant, maar die van binnen alles overhoop halen. Genegeerd worden door iemand die veel voor je betekent, is zo'n ervaring. Een partner die ineens stil valt. Een ouder die je systematisch ontwijkt. Een vriend die je appjes niet meer beantwoordt. Het lijkt misschien klein, maar wat er onder de oppervlakte gebeurt, kan diepgaand ontwrichtend zijn. Het brein voelt het als pijn Wat we vaak 'emotionele pijn' noemen, blijkt neurologisch gezien nauwelijks te onderscheiden van fysieke pijn. Je brein maakt letterlijk geen onderscheid tussen een afwijzing en een klap. Als je genegeerd wordt door iemand van wie je houdt, lichten in je hersenen dezelfde gebieden op als wanneer je je brandt aan de oven: de anterieure cingulate cortex en de insulaire cortex. Dat maakt ook dat je soms fysiek iets voelt: een dichte keel, een gebroken hart, misselijkheid. Het is niet 'tussen je oren', het ís in je brein. Hormonale storm Naast je hersenen reageert ook je lichaam. Je stresssysteem schiet aan, en het hormoon cortisol wordt aangemaakt alsof je in gevaar bent. Tegelijkertijd blijft het knuffelhormoon oxytocine uit: de warme verbinding die je normaal voelt, valt weg. De dopamine, die je normaal een prettig gevoel geeft als je in contact bent met die ander, wordt ineens niet meer afgegeven. En serotonine, de stof die je stemming stabiel houdt, raakt uit balans. Geen wonder dat je je emotioneel ontregeld voelt. Je systeem is van slag. Psychologische verwarring en pijn Op psychologisch niveau is genegeerd worden ontwrichtend omdat het raakt aan vier basisbehoeften: verbondenheid, eigenwaarde, controle en betekenis. Als iemand die belangrijk voor je is doet alsof je niet bestaat, raakt dat je hele zelfbeeld. Je gaat twijfelen aan jezelf: ben ik niet de moeite waard? Wat heb ik verkeerd gedaan? Je voelt je machteloos, alsof je geen invloed hebt. En het bestaansrecht dat je normaal ontleent aan het 'gezien worden', valt weg. Het kan je radeloos maken. De een klampt zich vast, doet alles om weer contact te krijgen. De ander trekt zich terug en bouwt muren. Weer een ander wordt boos, roept of schreeuwt, uit wanhoop. Het zijn allemaal manieren om iets van controle terug te krijgen, om de verbinding te herstellen of om jezelf te beschermen. De diepe impact van herhaling Als het negeren geen eenmalige gebeurtenis is, maar zich herhaalt of langdurig aanhoudt, kan het ernstige schade veroorzaken. Je gaat geloven dat het aan jou ligt. Dat je niet goed genoeg bent. Je coping raakt uitgeput. Je trekt je terug. Je wordt angstig, depressief of zelfs suïcidaal. Het vertrouwen in anderen kan beschadigen. Wat begon als 'stilte' van de ander, wordt binnenin jou een donderstorm van onzekerheid, zelfverwijt en verdriet. Voor jongeren is dit extra ingrijpend. Hun brein en identiteit zijn nog in ontwikkeling. Afwijzing door ouders of leeftijdsgenoten kan diepe littekens achterlaten. En voor kinderen die structureel worden genegeerd door hun opvoeders, is het bijna per definitie traumatisch: het ondermijnt hun basisveiligheid, hun gevoel dat ze er mogen zijn. Ontwrichtend, maar niet hopeloos Erkennen dat deze vorm van afwijzing zoveel impact heeft, is al een belangrijke stap. Het geeft taal aan iets wat vaak in stilte wordt doorgemaakt. En het helpt te begrijpen waarom je zo ontregeld kunt zijn als dit je overkomt. Het ligt niet aan jou dat je zoveel voelt. Je hersenen, je lijf, je psyche: alles reageert op de breuk in die ene belangrijke verbinding. En het is geen kleinigheid. Het is ontwrichtend. Maar: ontwrichting hoeft niet het einde te zijn. Het kan ook een begin zijn van heling, van grenzen stellen, van leren kiezen voor mensen die je wél zien. Soms betekent dat rouwen, soms vergeven, soms loslaten. En soms ook: opnieuw durven verbinden. Omdat je, hoe gekwetst ook, gemaakt bent voor contact. Voor gezien worden. En voor liefde die dankbaar terugkijkt en hoopvol vooruitkijkt. 18/12/2024 0 Opmerkingen Wanneer een label loont: financiële prikkels rond de ASS-diagnose bij vrouwenDe laatste jaren zien we een opvallende toename van autismediagnoses bij vrouwen. Volgens sommigen is dat een broodnodige correctie: jarenlang zijn meisjes en vrouwen met het zogenoemde female phenotype van ASS onder de radar gebleven. Maar er klinkt ook een ander geluid: wordt autisme soms te gemakkelijk ingezet als verlegenheidsdiagnose bij vrouwen met langdurige, moeilijk behandelbare psychische problematiek?
Die vraag moet niet alleen inhoudelijk, maar ook financieel worden bekeken. In ons zorgstelsel zijn er prikkels die het stellen van een ASS-diagnose aantrekkelijker maken dan alternatieve classificaties. Niet omdat verzekeraars of behandelaren kwade bedoelingen hebben, maar omdat het systeem zo is ingericht. 1. Het Nederlandse financieringssysteem: van DBC’s naar zorgclusters Tot 2022 werkte de GGZ met DBC’s (Diagnose-Behandelcombinaties). Inmiddels zijn die vervangen door het Zorgprestatiemodel, waarin prestaties per sessie en zorgvraagzwaarte worden bekostigd. Toch blijft de diagnose leidend: het bepaalt de zwaarte en duur van het traject.
2. Verwachtingsmanagement: ASS vs. behandelbare problematiek Bij trauma en persoonlijkheidsstoornissen verwachten cliënten (en financiers) doorgaans behandeling met herstelperspectief. Dat vraagt tijd, expertise en intensieve inzet. Bij ASS ligt de nadruk op begeleiding en aanpassing: verbeteren van functioneren, maar niet genezen. Voor instellingen en verzekeraars betekent dat een lager risicoprofiel: minder kans op teleurstelling, drop-out, tuchtzaken of klachten over uitblijvend herstel. 3. Kosten verschuiven naar andere domeinen Een ASS-diagnose opent vaak de deur naar voorzieningen buiten de Zorgverzekeringswet:
Dat betekent dat een deel van de kosten uit de Zvw verschuift naar gemeenten en sociale zekerheid. Voor verzekeraars is dat financieel gunstig; voor cliënten kan het praktisch helpend zijn, maar het verandert wél de verdeling van verantwoordelijkheden. 4. Onbedoeld bijeffect: van onderdiagnose naar trenddiagnose Nederland volgt hier dezelfde internationale trend: de man-vrouwratio in ASS-diagnoses is verschoven van 5:1 naar dichter bij 3:1. Volgens sommige onderzoekers wijst dat op een terechte correctie. Tegelijkertijd zien behandelaren dat ASS soms een “uitweglabel” wordt bij vrouwen met hardnekkige klachten. De prikkel is duidelijk:
Het gevaar is dat diepere oorzaken (trauma, hechtingspijn, systemische stress) minder aandacht krijgen, omdat het autismeframe “handiger” past binnen het systeem. 5. De menselijke kant Voor veel vrouwen geeft een ASS-diagnose erkenning en toegang tot passende begeleiding. Dat is waardevol en soms levensveranderend. Maar het risico is dat er sprake is van te snelle medicalisering: dat de diagnose niet zozeer een zorgvuldig resultaat van differentiaaldiagnostiek is, maar een systeemoplossing. Het label geeft rust, maar kan ook verdere zoektocht en herstel belemmeren. 6. Conclusie: systeemkritiek nodig Het is te kort door de bocht om te zeggen dat verzekeraars “bewust sturen” op ASS-diagnoses. Het gaat subtieler: de financieringsstructuur van de Nederlandse GGZ maakt sommige labels aantrekkelijker en praktischer dan andere. ASS profiteert daarvan, zeker bij vrouwen met langdurige psychische problematiek. Daarmee dreigt de ene diagnostische blinde vlek (onderdiagnose bij vrouwen) te worden ingewisseld voor een nieuwe (overdiagnose als verlegenheidslabel). Wie eerlijk wil zijn in dit debat, moet met twee dingen rekening houden:
De oplossing ligt niet in simpelweg meer of minder diagnoses, maar in fijnmazige differentiaaldiagnostiek én een financieringssysteem dat complexiteit niet straft, maar beloont. Want uiteindelijk gaat het niet om spreadsheets en clusters, maar om vrouwen die verdienen dat hun verhaal volledig wordt gezien. 25/12/2023 0 Opmerkingen Als élke keuze fout is ...Over morele pijn, gewetensnood, schuld, verborgen strijd en de aanwezigheid van God tussen de brokstukken van je hart.
<In bewerking> Soms dwingt het leven je tot een keuze die je helemaal niet wilt maken. Links is slecht. Rechts is slecht. Rechtdoor is slecht. Stilstaan is slecht. Teruggaan is slecht. Er is geen goede keuze. Geen juiste weg. Elke richting die je kiest, hoe je ook wikt en weegt, laat je altijd iets verliezen wat je oprecht liefhebt. Of iemand waar je van houdt of die belangrijk voor je is. Je staat op een splitsing waar geen enkel pad leidt naar het volle goede. Alle wegen zijn duister. Elke keuze slaat bij voorbaat diepe wonden. In zulke momenten breekt de weg waar je op loopt open, en je hart breekt mee. De verborgen strijd De echte strijd voltrekt zich onzichtbaar voor de mensen om je heen. Van buiten lijkt alles beredeneerd of goed doordacht. Maar van binnen woedt de storm van wroeging, vertwijfeling en schuld. Je vraagt je af: Heb ik werkelijk alles goed en eerlijk overwogen? Had ik nog verder moeten zoeken, nog meer moeten verdragen, nog langer hopen? Had ik harder moeten vechten; heb ik het te veel laten gebeuren? En dan de bijtende vragen die je 's nachts wakker houden: Wat als ik de verkeerde keuze heb gemaakt? Wat als ik onherstelbare schade heb aangericht? Wat zegt deze keuze over wie ik werkelijk ben? Wat gebeurt er nu met de ander ... ? Als je écht van harte het goede zoekt, zul je juist op deze momenten jezelf als schrijnend ontoereikend ervaren. Je schiet pijnlijk tekort. Je wilt het goede doen, maar er is geen 'goede'. Niet alleen omdat de situatie onmogelijk is, maar ook omdat je in je eigen hart tegen de grenzen van je liefde of je kunnen bent gebotst. De pijn van niet begrepen worden Misschien probeer je uit te leggen waarom je deed wat je deed. Een enkeling begrijpt het misschien een beetje. Maar niemand het hele verhaal. En hoe meer je probeert te verwoorden wat niet in woorden past, hoe dieper de eenzaamheid wordt. Je valt stil. Letterlijk. Mensen staren je goedbedoeld vragend aan. Je kunt niet uitleggen wat er door je heen ging toen je moest kiezen. De verscheurdheid. De hoop tegen beter weten in. De tranen die niemand heeft gezien. Je draagt de last alleen, zoals zoveel diepe, morele keuzes uiteindelijk in stilte worden gedragen. Alle mooie gedichten of liederen over liefde en verbondenheid ten spijt: dit is eenzaam. Alleen. De worsteling met jezelf Je staat voor de spiegel en je ziel schreeuwt: "Waarom heb je het zo ver laten komen?! Waarom heb je niet eerder ingegrepen?!" Je staart jezelf aan en je hebt geen antwoord op je eigen vraag. Of je weet zelfs je vraag niet te verwoorden. Er komen duizenden beelden die iets verklaren van hoe je zo ver kwam. Maar het zijn er te veel om ooit aan iemand uit te leggen. Wanhoop. De worsteling met God Soms schreeuw je het inwendig uit: "Heer, waarom liet U het zover komen? Waarom liet U mij kiezen tussen twee rampen?" En soms is er alleen stilte. Een stilte die snijdt. Je merkt hoe griezelig dun geloof kan worden als het op de proef wordt gesteld. Hoe alle mooie woorden verbleken tegenover de rauwheid van het echte leven. En toch ... Juist daar, in het breekpunt van je bestaan, waar geen uitleg meer mogelijk is, waar de laatste zekerheden uit je handen vallen, is Hij daar. Hij zou er zijn. Dat had Hij beloofd. En Hij is er. Zonder woorden misschien. Niet als iemand die de gebroken situatie ongedaan maakt. Niet als iemand die je keuze voor jou uit handen neemt. Maar als iemand die naast je hangt aan een kruis. Het kruis van het wanhopige "Waarom ... ?!!!". Het kruis van veroordeling. Straf. Consequenties van jouw fouten. Hij weet dat jouw liefde heeft gezocht, ook toen de liefde geen begaanbare weg meer vond. Hij draagt niet alleen de gevolgen van je keuze, Hij draagt ook jou, in je verdriet, je schuld, je onvermogen. In het licht van de eeuwigheid Vanuit de hemel en de eeuwigheid wordt dit diepe verscheurende gevecht met het leven niet bespot of afgewezen. Ze worden gekend. Ze zijn opgenomen in een groter verhaal waarin liefde toch overwint; niet omdat wij alles goed deden, maar omdat God het begin is. En het einde. Hij heeft het laatste woord. Hij schreef je zonden niet op stenen tafelen. Maar in het zand. En ook de zonden van de ander. Zodat ze uitwisbaar waren. Daar, in het licht dat eens alles helder zal maken, zal blijken dat je niet alleen stond toen je koos in de duisternis. Dat je gedragen werd, juist toen je het minst wist hoe je verder moest. Wat helpt? Ik weet ook niet wat jou helpt; wist ik het maar. Ik zou het je per direct willen geven. Ik heb alleen maar een paar gedachten.
Tot slot Er zijn keuzes die je tekenen voor het leven. Niet omdat je faalde, maar omdat je beminde in een wereld die stuk is. En in die barst, in die diepe breuk, weerspiegelt de glans van de Vredevorst – stil, zacht, onoverwinnelijk. Van pool tot pool. Kroon Hem. ‘Heb je nog tips of een advies voor me?’ Misschien één van de meest gestelde vragen aan elke adviseur, consultant, therapeut, mentor of coach. Na dertig jaar therapeutische en adviserende gesprekken met mensen, soms op de meest extreme kruispunten van leven en dood, deel ik hier graag mijn drie beste adviezen voor iedereen die anderen helpt met advies, begrip en aanscherping. Advies 1: zie je oog en je aandacht als een lamp! Train jezelf elke dag om met het meest eerlijke in jezelf eerlijk te kijken naar alles wat op je afkomt en in je opkomt. Kijk aandachtig, kijk scherp, met het oog van een arend, tot je de waarheid, de leugen, de essentie, de waarde, de kans of het patroon ziet. Frons je wenkbrauwen en kijk de situatie nog strakker recht en eerlijk aan! Laat je niet leiden door de consequenties van je eerlijkheid. De waarheid is belangrijker dan de soms ongemakkelijke consequenties van de waarheid. Uiteindelijk zal het zien van de waarheid en de werkelijkheid bevrijdend zijn. Laat het normale, gebruikelijke idee los dat je oog een passief sensorisch zintuig is en zie je oog en je aandacht in de eerste plaats als een lamp, een actief zoeklicht dat zaken glashelder in de spotlight zet. Als je met het meest eerlijke in jezelf scherp kijkt naar wat er op je afkomt zul je niet alleen helderheid krijgen en geven, maar zul je zonder het door te hebben ook het meest ‘jezelf’ zijn. Je verschijnt. Je wordt zichtbaar, je wordt ‘geopenbaard’. Hierdoor geef je degene die jou om advies vraagt niet alleen maar je meest eerlijke en grondige antwoord, maar ook een ontmoeting met jou.
Advies 2: denk niet langer in ‘rollen’ maar in ‘verschijningsvormen’! Hoe algemeen verbreid en herkenbaar de 'rollentheorie' ook is, neem er afstand van. Mentor, coach, therapeut of leider zijn kan niet vanuit een 'rol'. Het woord 'rol' impliceert onechtheid, incongruentie. Een rol klopt niet altijd met wie je bent en je binnenwereld en dat kost niet alleen veel energie, het ondermijnt je impact. Denk vanaf nu in ‘verschijningsvormen’ die wel kloppen met wie je bent en met je binnenwereld. Als je vanuit het diepste, meest eerlijke in jezelf, kijkt naar wat er op je afkomt zul je soms vanuit je binnenwereld in de buitenwereld verschijnen als een sfeervol kaarsje. Een andere keer als een warm haardvuur of een vuurspuwende vlammenwerper. Weer een andere keer als een handige aansteker of een richtinggevende vuurtoren. Soms misschien als een kwetsbare walmende vlaspit en even later als een spetterende vuurwerkshow. Verbaas je niet over de verschillen, ook niet als deze verschijningsvormen zich allemaal binnen één gesprek afwisselen, maar laat ze zijn zoals ze zijn, in overeenstemming met wie je bent en en je binnenwereld. Soms heb je urenlang dezelfde verschijningsvorm, het zij zo. Rollen worden gespeeld, maar verschijningsvormen zijn puur. Rollen triggeren tegenrollen. Echtheid triggert echtheid. Advies 3: geef alles om de ander te helpen zichzelf te begrijpen! Train jezelf continu om ieder mens die iets persoonlijks tegen je zegt, te helpen zichzelf en zijn of haar eigen gedachten béter te snappen dan vóórdat hij of zij met jou begon te praten. Wijd je eraan toe. Maak het tot een missie. Ook wanneer iemand kritiek op je heeft. Vat samen wat de ander zegt, geef je beste woorden alsof je hem of haar verdedigt. Wees nooit bang dat dit zich tegen je zal keren. Kruip in de huid van de ander en probeer met diens ogen te kijken en zeg zo overtuigend mogelijk wat je ziet vanuit het perspectief van die ander. Doe dat net zo lang tot je ziet en voelt dat de ander zich gehoord, gerespecteerd en écht begrepen voelt. Zie je woorden en je reacties als een spiegel en ga er vanuit dat herkenning de diepste behoefte is van elk mens. Verschijn in gesprekken pas met jouw mening, standpunt, advies of gedachten als de ander zich voldoende heeft herkend in jouw samenvatting, reflectie of duiding. Stop met het eindeloze gevecht om eerst zelf begrepen te willen worden door de ander. Geef de ander het oprechte begrip dat je zelf zoekt en nog meer! Een hart dat zich begrepen voelt gaat open om de ander te begrijpen. Als je je hieraan toewijdt zullen mensen zich veilig bij je weten en naar je advies luisteren. Als je bereid bent te luisteren en de ander te helpen zichzelf te begrijpen, zal er ook naar jou geluisterd worden en zul je begrepen worden, hoewel we allemaal iets eenzaams met ons meedragen. Wie graag gehoord wil worden, zal zich nooit gehoord voelen. Je bent het meest jezelf als je jezelf vergeet. Je vindt je 'zelf' daar waar je niet met jezelf bezig bent. Let op: het kan je op korte termijn veel kosten als je deze adviezen gaat toepassen. Pas ze alleen toe als je ze gelooft en er geen twijfel over hebt dat je dit wilt. Dan zul je er bergen mee verzetten. Uitdaging: pas een, twee of drie van deze adviezen één hele dag toe en kijk eerlijk en scherp wat er gebeurt. De vergeten factor in analyses over generaties. Het artikel dat je liever niet leest voor je veertig bent ;-) In alle interessante en helpende discussies over de verschillen tussen generaties en hoe daar mee om te gaan, mis ik soms een belangrijke factor. Een factor die mijns inziens een noodzakelijk puzzelstuk vormt om de krachten en verbindingen tussen generaties goed te zien en te begrijpen. Ik heb het over de factor ‘levensfase’. Niet alle verschillen tussen generaties zijn te verklaren door specifieke kenmerken, stijlen en voorkeuren van de afzonderlijke generaties. Een heleboel verschillen tussen generaties zijn van alle eeuwen en hebben eenvoudigweg met onze leeftijd te maken.
De manier waarop bijvoorbeeld Millenials en Generatie X elkaar zien en elkaar (soms niet en soms juist wel) begrijpen komt ook door de verschillende levensfasen waarin dertigers en vijftigers zich bevinden. Daarmee ontken ik zeker niet dat specifieke generatiestijlen en tijdgeesten bestaan. Ik heb daar zelf ook e.e.a. over gepubliceerd. Maar naast de invloed van tijdgeest, technologie, cultuur, wereldpolitiek, crises en klimaat op onze leef- en werkhouding bestaan er ook nog invloeden van onze leeftijd. Ik ben nu 54 terwijl ik dit schrijf en durf te zeggen dat ik niet meer dezelfde ben als toen ik 34 was. Ik ben veranderd in wat ik belangrijk vind en waar ik me op focus. Terwijl ik zowel twintig jaar geleden als gisteren bij generatie X hoorde. Speciaal voor LinkedIn daarom hierbij mijn observaties en gedachten over de diverse levensfasen en hoe deze elkaar onderling beïnvloeden. Het gevaar van een korte uiteenzetting is altijd dat het de werkelijkheid te veel vereenvoudigt en te kort door de bocht is. Vergeef me dit en bedenk dat het een poging is iets heel complex terug te brengen tot een paar essenties. Ik hoop dat het lezen van dit artikel mag bijdragen aan meer onderling begrip, verbinding en betere samenwerking tussen generaties. Maar het leven is oneindig veel meer dan ik hier kan verwoorden. Levensfase 1: het jonge kind Veiligheid: wie zorgt voor mij? In onze kindertijd (0-10 voor het gemak) draait alles om kwetsbaarheid en bescherming. Veruit het belangrijkste dat we psychologisch gezien nodig hebben in deze fase: veilige hechting. Deze veilige hechting begint al tijdens de zwangerschap door de bewegingen en hartslag van moeder en is cruciaal om goed door alle volgende levensfasen heen te gaan. Het is psychologisch gezien het belangrijkste fundament voor een gezonde identiteits-ontwikkeling en voor de levenslang durende continue aanpassing aan nieuwe levensfasen en -omstandigheden. Zonder het fundament van veilige hechting in je vroege kindertijd vormen je tienerjaren gelijk al een akelig onzekere tijd. Maar ook in alle volgende levensfasen bouw je op dit fundament verder. Je kunt een kind dat dat zonder veilige hechting is opgegroeid niet zomaar alsnog een veilige hechting meegeven. Dat geldt eigenlijk voor elke fase: wat je specifiek in elke fase nodig hebt kun je moeilijk later 'inhalen'. Wat je wel kunt doen is een kind ervaringen meegeven die hem of haar in één van de volgende fasen zal helpen. Hier wordt naar mijn idee in de kinder- en jeugdhulpverlening nog te weinig op ingezet. De focus ligt (o.a. door het financiële systeem van de GGZ) meer op diagnosen, symptomen en klachtreductie op korte en middellange termijn dan op het meegeven van ervaringen voor later in het leven. In een ander artikel hoop ik daar ooit meer over te schrijven. Natuurlijk zijn er nog veel meer zaken die essentieel zijn voor onze ontwikkeling in deze fase: taal, spelen, vriendschappen, fantasie, stoeien, grenzen en nog veel meer. Maar de effecten van (on)veiligheid springen er voor mij als psycholoog uit. Levensfase 2: de tiener Sociale identiteit: bij welke groep hoor ik? Onze tienerjaren kenmerken zich door wisselende gevoelens van onzekerheid en ontdekkingsdrang. De onzekerheid heeft vooral te maken met groepsidentiteit. Als tiener zoek je een groep, (sub)cultuur of ‘held’ waar je bij hoort, en die jou een eigen (maar juist ook niet te eenzame) identiteit geeft. De ontdekkingsdrang wordt vooral ingegeven door het (soms wanhopig) zoeken naar een 'goed gevoel' in een fase waarin je geplaagd wordt door het ontwaken van allerlei angstige, depressieve, eenzame, agressieve, bewonderings-, afwijzings-, hunkerings- en verliefdheidsgevoelens. In deze fase worden specifieke karaktertrekken steeds zichtbaarder. Er ontstaan ineens overduidelijke verschillen tussen bijvoorbeeld introverte, extraverte, gevoelige en nuchtere tieners. De introvert ontdekt onbewust zijn of haar behoefte aan intieme verbondenheid. De extravert zijn of haar behoefte aan gezelligheid en uitgaan. De gevoelige tiener zoekt naar veiligheid en de nuchtere tiener naar informatie en kennis. Essentieel voor deze fase: bevestiging, toenemende vrijheid en eigen verantwoordelijkheid, maar ook nog een mate van begrenzing en structuur. Rond ons vijftiende levensjaar bevindt ons vermogen tot ‘sturing geven’ (consciëntieusheid) zich op een dieptepunt en hebben we volwassenen nodig om niet te ontsporen. Het duurt tot ons vijfentwintigste voor we bij ons definitieve volwassen niveau van sturing en structuur uitkomen. Eén van de grootste gevaren in deze periode: geen bevestiging krijgen van een vaderlijk of moederlijk figuur waar je respect voor hebt. Anders gezegd: je hebt het in deze fase nodig dat een ‘stoer’ persoon die boven je staat trots op jou is en dat ook overbrengt. Iemand die in je gelooft. Een mentor, een leraar, een vader, een moeder, een trainer, een baas. Zonder iets van deze bevestiging ga je in je adolescentie- en twintigersjaren mogelijk wanhopig op zoek naar compensatie hiervoor in de vorm van aandacht, uiterlijk, seks of prestaties. Dan moet je jezelf ‘bevestigen’ en dat is een lastige opgave kan ik je vertellen. Levensfase 3: de twintiger Volwassenwording. Wat wordt er van mij verwacht in de volwassen wereld? Na (ideaal gesproken) de veiligheid van je kindertijd, de ouderlijke bevestiging en sociale identiteitsontwikkeling van je tienerjaren, draait in je jonge volwassenheid alles om vrijheid, verwachtingen en verantwoordelijkheid. Het is ‘effe wennen’ in het volwassen leven na ruim twintig jaar onvolwassenheid. Wennen aan vrijheid: niemand controleert je meer. Wennen aan verantwoordelijkheid: er worden voor het eerst taken of zelfs mensen aan jou toevertrouwd. Wennen aan verwachtingen en eisen die op je af komen. Hoe moet je zijn? Welke rol of houding moet je aannemen? Hoe reageer je op klanten, collega’s, mentors of leidinggevenden? Hoe moet je je gedragen in de familie van je vriend, vriendin of partner? En in de rol van werknemer? In deze fase zijn we eigenlijk even niet zo met ons zelf of onze identiteit bezig (dat komt later weer) als wel met ons gedrag en wat er van ons wordt verwacht in de grote sociale wereld die we betreden. Hoe hoort het? Hoe werkt het? Ik herinner me deze tijd als een fantastisch leuke periode waarin ik steeds meer mijn eigen stempel op mijn leven kon gaan drukken. Maar ook wel als een spannende tijd: stages, afstuderen, relatie, eerste baan en vader worden. Wat je in deze fase nodig hebt: jezelf kunnen onderscheiden van je eigen ouders. Welke normen en waarden van hen neem je mee in je leven en welke laat je los? Alleen door je te onderscheiden van je ouders, en door zowel hun kracht als ook hun beperkingen te zien, kun je respect voor hen ontwikkelen. En juist dat respect voor deze sleutel-volwassenen is het beste startblok voor je eigen volwassenheid. De ‘moederlijke’ veiligheid uit je kindertijd en de 'vaderlijke' bevestiging van je tienerjaren (hopelijk mag ik in 2022 deze archetypen nog gebruiken) zijn cruciaal om deze spannende ontdekkingstocht te durven doen waarbij ik durf te stellen dat de eerste belangrijker is dan de tweede. Psychologisch gezien is het grootste gevaar van deze fase: niet gezond loskomen (leren vergeven en leren waarderen) van eigen ouders (of ouderfiguren of opvoeders). En tenslotte dit nog: in de tweede helft van je twintigers-jaren ga je meer loskomen van de identificatie-figuren uit je tienertijd. Ze hielpen je, maar een paar nare kanten van hen zijn vermengd geraakt met je innerlijke criticus. Hun uitspraken over hoe het 'hoort' blijven maar echoën in je ziel en geven je het gevoel dat je niet goed genoeg bent. Dat is verrekte irritant en er is soms heel wat boosheid nodig om daar vanaf te komen. Dit geldt vooral voor degenen die een therapeut, mentor, jeugdleider, coach of iets dergelijks hadden. Om los te komen ontkom je er soms niet aan iets 'lelijks' over (of zelfs tegen) die persoon te zeggen. Je wrikt jezelf los en laat je tanden zien. Een ervaren volwassen mentor is zelf ook door die fase heen gegaan en kan dit daarom wel relativeren. De onvolwassen mentor zal zich verongelijkt voelen en lelijk terug gaan doen. Om later een volwassen mentor te kunnen worden moet je langs dit station: het 'afrekenen' met de vermenging van identificatiefiguren met je innerlijke criticus. Levensfase 4: de dertiger Kracht, moed en overtuiging. Wie ben ik ten diepste? Wat is mijn missie? In je dertigers jaren is het nieuwe van de twintigers-fase eraf. Je hebt ontdekt hoe dingen werken en je hebt je eigen stijl, je eigen ideeën en je eigen overtuigingen ontwikkeld. En mogelijk zelfs je eigen expertise als je een wat specialistisch beroep hebt. Je hebt inmiddels in de keuken van diverse werkgevers, groepen of organisaties gekeken en dat geeft een gevoel van grip, van controle, van zelfvertrouwen. Je begrijpt steeds beter hoe dingen werken in het leven en in jouw vakgebied en mensen komen steeds vaker naar jou toe voor advies. Je begint steeds meer te beseffen hoeveel mensen en organisaties in hun eigen patronen en gewoontes vastzitten. Je doorziet die patronen steeds beter en kunt daardoor ook aangeven wat er beter kan of anders moet. Waar je in je twintigers-jaren patronen probeerde te doorzien om daar bij aan te kunnen sluiten, probeer je in je dertigers jaren patronen te doorzien om ze te doorbreken. Je voelt de drive om dingen op jouw manier of volgens jouw overtuigingen te doen. Het feit dat de volgende halte ‘veertig’ is helpt een handje om er nu ook werk van te gaan maken, want veertig voelt voor een dertiger al een beetje ‘oud’. Het zet de dertiger stil bij de vraag: ‘Wat is mijn missie?’. Het is om deze reden dat dertigers graag een nieuwe kerk, een nieuwe politieke partij, een eigen bedrijf of een eigen beweging opzetten. 'Dit moet anders', of: 'dit kan echt beter'. Als dertiger heb je ook de energie om dat te doen, hoewel het voor velen ook de drukste tijd van hun leven is, zeker als je een jong gezin en allerlei leidinggevende taken hebt. De dertiger is krachtig, charismatisch, dynamisch en missie-gedreven. En heeft inmiddels werk- en levenservaring. Maar ook in deze fase zijn er gevaren. Dertigers die als kind weinig veiligheid hebben gekend of in hun tienerjaren niet goed aansluiting bij een groep hebben kunnen vinden, kunnen extreem worden en uit de bocht vliegen. Uitwassen: ontwikkeling tot sekteleider of aansluiten bij extreme politieke of religieuze stromingen met als doel de gevestigde orde te ontwrichten. Onveilige hechting uit kindertijd versterkt het risico op extremisme en wantrouwen richting een bepaalde cultuur, of richting gezag en autoriteit. Ik heb in mijn dertigers-jaren veel geleerd van met mensen met gedurfde ‘extreme’ opvattingen. Daar zit veel waarheid en scherpte in. Maar ik heb in die periode ook moeten leren herkennen of die ideeën uit pijn, haat en eigenbelang of uit liefde, eerlijkheid en wijsheid zijn ontstaan en verkondigd. De jonge dertiger is daar over het algemeen nog wat minder goed in. Zowel in het herkennen van narcisme, ik-gerichtheid, pijn en tijdgeest-invloeden bij (politieke en religieuze) mentors of leiders als ook in het herkennen van deze dingen bij hen zelf. Terugkijkend zie ik dat ik me soms ook liet meeslepen door opvattingen en ideeën die niet allemaal even zuiver waren. Of niet allemaal vanuit liefde werden verkondigd. Helpend in deze fase: veilige hechting vanuit je kindertijd (zelfvertrouwen), een eigen mentor (zelfreflectie) en mensen die je inspireren (voorbeelden). In je dertigers-jaren herbeleef je soms ook weer het gevecht om je plek tussen leeftijdgenoten van je tienerjaren. Dit is speciaal het geval wanneer je in je dertigers-jaren voor het eerst in een leidinggevende positie komt. De sociale spanning, schaamte en onzekerheid of traumatische angst die je als tiener had wordt getriggerd door situaties waarin jij ineens de leiding moet nemen en iedereen naar jou kijkt. Wees gerust: dat is normaal. Verzamel de moed om dit kwetsbare te delen met mensen om je heen. Maar kijk uit: doe dat alleen bij mensen waar je je ook echt veilig bij voelt. Ga af op je gevoel, niet op hoe je vindt dat je het ‘zou moeten voelen’. Een tip van een vijftiger … ;-) Het grootste gevaar van de dertiger: zelfoverschatting en/of overschatting van zelfontwikkelde of zelf gekozen theorieën, principes en verklaringen. Zowel de positieve als de negatieve. Zowel over jezelf als over anderen. Dit gevaar is groter bij onvoldoende bevestiging in tienerjaren. Een laatste vleugje jonge naïviteit vergroot dit gevaar. Levensfase 5: de veertiger Rijping, loutering door twijfel. Overgang van junior naar senior. Na de krachtige dertigers-fase breekt voor veel mensen de wat meer onzekere veertigers-fase aan. In je veertigersjaren ontstaan er (meestal gezonde) twijfels aan bepaalde overtuigingen uit je dertigers-fase. Dat is logisch. Je hebt inmiddels gezien dat ondanks al die goede overtuigingen, niet alles goed afliep. Je hebt huwelijken zien stranden, vriendschappen verloren, kerken zien scheuren, bedrijven failliet zien gaan, politieke en religieuze leiders zien omvallen. En daar zaten ook mensen bij met dezelfde overtuigingen als die jij had. En misschien heb je zelf wel ernstig gefaald ondanks al je krachtige overtuigingen. Het laatste restje dertigersnaïviteit verdwijnt. Intellectuele en existentiële twijfels krijgen meer ruimte. Je begint als professional meer te beseffen wat je allemaal niet weet. Al heeft de sky nog steeds geen limit, je loopt wel tegen je eigen limits aan. Je vakgebied is zoveel groter dan je ooit zult kunnen bevatten. Er komt bovendien alweer een volgende generatie je vakgebied binnen die werkt met (voor jou nog) onbekende nieuwe technieken. En sommige jongere collega’s van je stappen hun dertigers-jaren in en beginnen dingen te roepen die je ergens irriteren omdat je jezelf erin herkent van 10 jaar geleden. Maar als je eerlijk bent maken ze je ook een beetje onzeker omdat ze sommige zaken beter lijken te beheersen dan jij. En ze zetten zich zelfs een beetje af tegen de methoden en cultuur waar jij in de afgelopen tien jaar voor hebt gevochten. Misschien hebben ze nog wel gelijk ook … Je voelt je ergens verloren tussen de vijftigers en zestigers boven je waar je echt nog niet bij hoort enerzijds en de twintigers en jonge dertigers waar je ook niet meer bij hoort anderzijds. En toch is dit misschien wel de meest bepalende fase van je leven. Als je de eerlijke twijfels toe kunt laten zullen ze je louteren tot een wijze mentor. Als je de twijfels tegenhoudt zal je ontwikkeling stagneren en zul je altijd blijven vechten tegen mensen die jou aan het twijfelen brengen. Sommige overtuigingen gaan wellicht overboord omdat ze de tand des tijds niet konden doorstaan. Als je eerlijk kijkt zijn het eigenlijk al geen overtuigingen meer, maar slechts vertrouwde ideeën. Het vuur van het leven heeft de kern ervan al verbrand. Andere overtuigingen zullen juist sterker worden omdat ze de vuurproef van het leven hebben doorstaan. Ze zijn een houvast gebleken ook al heeft niet iedereen met deze overtuigingen het gered. Het stemt allemaal tot nadenken, tot bezinning. En dat vraagt om eerlijkheid. De paar overtuigingen die je overhoudt zullen echte, beproefde overtuigingen zijn. Geen absolute waarheden meer misschien, maar wel overtuigingen waar je op kunt bouwen. In deze fase is het belangrijk om een doel voor ogen te hebben. Het beste doel dat ik je nu kan geven zijn je vijftigers-jaren! Want er zijn volgens mij maar twee soorten vijftigers: 1. verbitterde (of minstens teleurgestelde) vijftigers die openlijk of diep van binnen cynisch zijn over de hele wereld of over iedereen die anders doet of denkt dan zij zelf, en 2. vaderlijke of moederlijke vijftigers die oprecht van mensen houden en een mentor voor volgende generaties willen zijn. Mentors die de krachtige combinatie van overtuiging, enthousiasme en nuance hebben. Mentors met vertrouwen, zodat ze ook vertrouwen kunnen doorgeven. De manier en de houding waarmee je door je veertigers-fase heen gaat bepaalt volgens mijn observatie van de afgelopen dertig jaar voor een groot deel hoe je als vijftiger gaat zijn. De manier waarop je door je twintigers-jaren bent gegaan is gek genoeg van grote invloed op deze fase. Toen was ook alles nieuw en wist je nog niet hoe het werkte in het eerste deel van je volwassen leven dat net was begonnen. Nu is het tweede deel begonnen en weet je weer even niet hoe het werkt. Durf het toe te laten. Het zal je bij deel drie vanaf je zestigers-jaren ook weer helpen! Nodig in je veertigers-jaren: twijfels, eerlijkheid, eenzaamheid en vriendschap. En muziek. Veel goede muziek uit je tienerjaren. Levensfase 6: de vijftiger Definitieve vaderlijkheid of moederlijkheid. Gelouterde overtuigingen. Wat is er mooier dan in je vijftigers-jaren een senior in je vakgebied, je kerk, je familie of je buurt te zijn die alle gevechten met zichzelf en de wereld wel een beetje heeft gehad (of heeft aanvaard dat sommige gevechten er nou eenmaal zijn) en vanuit vrede met zichzelf en je plek in het leven de volgende generaties kan helpen bij hun persoonlijke ontwikkeling en levensreis? Het fijne van vijftiger zijn (uitgaande van voldoende gezondheid en een beetje logische loopbaan - dat is niet voor iedereen zo besef ik heel goed!) is dat je wat beter kunt nuanceren, dat je het kind in jezelf weer een beetje ruimte mag geven (de cowboylaarzen, de motor, de gitaar of de caravan) en dat je alle gekke tegenslagen in je vakgebied wel een keer hebt zien langskomen. En voor de bevoorrechten onder ons geldt dat er wat meer financiële ruimte is voor vakanties of hobby's. Het lastige van vijftiger zijn is dat je toch wat meer grenzen krijgt en dat je spiegel, de weegschaal en de reclames voor 50+ hulpmiddelen die ineens op je mobiel verschijnen je glashard de waarheid vertellen over de levensfase waar je je nu in bevindt. Maar nog lastiger is misschien wel dat je de generatie boven je nu echt ziet verzwakken of zelfs wegvallen terwijl jij misschien wel op de top van je carrière of je succes bent. Dat confronteert je met je eindigheid en roept vragen op over leven, dood, zingeving, eeuwigheid en tijdelijkheid en over de waarde van je huidige succes. Wat is eigenlijk succes? Ik maak me bij vijftigers niet altijd populair als ik hen voorzichtig of juist niet voorzichtig de spiegel voorhoudt van de twee soorten vijftigers: de verbitterde wantrouwende zeikerd of de vaderlijke/moederlijke mentor. 'En de tussenvorm kom ik eerlijk gezegd nooit tegen' voeg ik er meestal aan toe. Verbittering ontstaat niet ineens in je vijftigers-jaren. Het is een rode draad die vaak al begint in die allereerste twee fasen waarin voldoende veiligheid en een bepaalde mate van bevestiging cruciaal zijn. Zonder die twee is het veel moeilijker om niet verbitterd te raken door alles wat er tegenzit in het leven. Zonder die twee is het veel moeilijker om je medemensen, leiders, collega's, klanten, leveranciers en handhavers te vertrouwen, te vergeven of te verdragen. Zonder die twee is het veel moeilijker om jezelf, je partner, je kind, je familie te vergeven waar ze je pijn hebben gedaan. Vertrouwen is misschien wel iets dat we bijna alleen maar kunnen 'doorgeven' na het zelf ontvangen te hebben? Maar de rode draad van verbittering kan ook ontstaan doordat je in je volwassen leven nooit een bevestiger of mentor hebt gehad die in jou geloofde gedurende je carrière. En dan is het veel moeilijker om zelf een mentor te zijn voor mensen die op jouw kosten fouten maken of thuis zitten. Bevestiging is misschien ook wel iets dat we vooral 'doorgeven'? Dus respect voor iedereen die deze dingen heeft gemist en worstelt met gevoelens van verbittering. Maar ik geloof (na alle twijfels van mijn veertigers-jaren nog steeds) dat niet verbitterd raken ook te maken heeft met een keuze. De keuze om verbittering simpelweg niet toe te laten als het bij je aanklopt of door de kieren van de deur van je hart wil binnensluipen. En dat tweede is waarschijnlijker. En die keuze kun je zelfs al in je twintigers- of dertigersjaren maken nadat je dit artikel hebt gelezen. Want een vaderlijke of moederlijke mentor worden begint oftewel met een voorbeeld dat je wil navolgen, oftewel met een diepe bewuste keuze om die kant op te willen groeien in je leven. Helpend in deze fase: veiligheid uit je kindertijd, sociale identiteit en bevestiging uit je tienertijd, een eigen mentor in voorgaande levensfasen, de keuze om een mentor te willen zijn, vriendschappen, financiële ruimte, ruimte voor het kind in jezelf. Wat ik als het grootste gevaar zie voor de vijftiger: niet kunnen loskomen van je dertigers-drive die niet meer waargemaakt kan worden en tot verbittering leidt. Verbittering uit zich in felle kritiek op alles wat de eigen dertigers-ambities heeft tegengehouden: politiek, oudere generaties, kerk, bepaalde maatschappelijke 'systemen'. Levensfase 7: de zestiger Verzilvering. Controle loslaten en verantwoordelijkheid overdragen. Vereenvoudiging. De zestiger begint net als toen hij baby, twintiger en veertiger was aan een nieuwe grote onbekende levensfase. Als pasgeboren baby begon hij aan een eindeloos voelende kindertijd. Als twintiger stapte hij in de toen nog eindeloos lijkende volwassen wereld waarin alles nog mogelijk was. Als veertiger sloot hij zijn jonge leven af en maakte de overstap naar een nieuwe lange periode van senioriteit. En nu als zestiger begint hij aan een onbestemde ouderdomsfase waarin ook nog van alles mogelijk is, maar waarin de ervaren eindeloosheid van vroeger vervangen wordt door een besef van eindigheid. Ik ben zelf nog geen zestiger op het moment dat ik dit schrijf, maar heb wel veel gesproken met zestigers. Drie thema's vallen mij vooral op in al deze gesprekken: betekenisgeving, loslaten, en genieten. Er moet een begin worden gemaakt met loslaten: eigen kracht, snelheid, werk, taken, mensen, een bepaalde status in je werk of vakgebied, vrienden, familie, ruimte, vertrouwde plaatsen, onbereikte idealen en gewoontes. Het is makkelijker om iets los te laten wat je eerst een goede betekenis hebt gegeven en waar je dankbaar voor kunt zijn. Wat je vast had laat je achter. De betekenis en dankbaarheid neem je mee. Maar is dat ook niet het kostbaarste van alles? Of is dat te mooi gezegd ... ? Het zijn de vragen waar de zestiger in toenemende mate mee te maken krijgt. De zestiger krijgt ook een vernieuwd besef van de waarde van 'kunnen genieten'. Nu het verleden langer en de toekomst korter wordt, wordt duidelijker wat echt waardevol is en wat minder belangrijk is. Wat als dertiger een onbelangrijk detail leek, blijkt nu toch waardevol te zijn. Dat hoekje in de tuin met twee stoelen en een tafeltje. Of de vogels in de bomen. De Bijbel van oma. Er ontstaat meer ruimte voor dankbaarheid, maar ook voor verdriet, voor details, voor kwetsbaarheid. Het kost sommigen wat meer tijd om nieuwe gadgets te leren gebruiken, of een verre reis voor te bereiden, maar er wordt ook extra dankbaar van genoten. Wat mij opvalt in onderzoek naar Big Five Persoonlijkheidstrekken is dat de verschillen tussen mannen en vrouwen in onze zestigers-jaren steeds kleiner worden. Met andere woorden: hetero-stellen gaan iets meer op elkaar lijken als het gaat om Gevoeligheid, Extraversie, Openheid en Sturing. De enige uitzondering is Altruïsme (kritisch en taakgericht vs. meegaand en mensgericht). Op dit domein blijven de verschillen tussen mannen en vrouwen redelijk intact waarbij vrouwen duidelijk altruïstischer blijven dan mannen. Het meest opvallende is dat vrouwen in de loop van hun leven steeds wat minder gevoelig worden en in hun zestigers-jaren dichter bij mannen staan dan ooit tevoren. Het kan ruimte geven voor meer herkenning en verbondenheid in deze fase van het leven. Wat (voor zover ik het nu kan zien als vijftiger) helpend is in deze fase: nieuwe betekenisgeving aan verleden (wat was mooi?), heden (wat is nu belangrijk nu ik het nog kan?) en toekomst (waar ga ik me vooral nog op richten?). Levensfase 8: de zeventiger Omgaan met eenzaamheid en verbondenheid. Stap voor stap aanvaarden van verlies van (motorische) skills. In onze zeventigers-jaren worden de eerste psychologische ouderdomsverschijnselen goed merkbaar. Onze score op Gevoeligheid is langzaamaan steeds hoger geworden: we schieten sneller in de stress en worden ook wat sneller emotioneel. Onze veerkracht neemt af. Daarbij wordt de score op Sturing bij velen van ons rap lager: we vinden het moeilijker om dingen te overzien, te ordenen, te structureren terwijl de behoefte aan overzicht en voorspelbaarheid juist groter wordt. Dat noopt ons er toe om ons leven te vereenvoudigen. Het grote huis geeft te veel prikkels, de organisatie van verjaardagsfeestjes wordt lastiger en administratie wordt een project op zich. Wie zijn of haar leven in deze zeventigers-jaren op tijd weet te 'vereenvoudigen', of altijd al 'eenvoudig' leefde, kan (bij voldoende gezondheid) nog een bloeiende periode van reizen, nieuwe vriendschappen, ontdekkingen tegemoet zien! Wie te lang 'groot' of 'complex' blijft wonen en leven kan ineens overvallen worden door de angst dat alles instort. Het valt mij op dat 'denkers', 'voelers', 'ontdekkers' en 'verbinders' het in deze periode wat makkelijker hebben dan de typische 'praktische doeners'. Lezen, schrijven, praten, kijken en luisteren kun je tegenwoordig lang volhouden met alle smartphone- en tablet-technologie, terwijl actief 'doe-het-zelven', tillen, op ladders staan en sjouwen met bouwmarkt-spullen ineens lastig kan worden. Vooral voor de 'doeners' in de zestigers-fase dus hierbij het advies om alvast te wennen aan denk- of ontdekactiviteiten die je ook in een lekkere stoel of op je balkon kunt doen. Onze 'Openheid' (leergierigheid, ontdekkingsdrang) wordt minder in deze fase, dus nieuwe dingen leren over jezelf, het leven, de wereld, techniek, gezondheid, verleden en eeuwigheid wordt lastig. Je 'teert' in deze fase op wat je in alle voorgaande fasen hebt geleerd. In deze fase kun je veel steun hebben aan leeftijdgenoten die hun leefstijl ook moeten aanpassen. En wat kan humor helpen in deze fase! En hoe lang geleden je kindertijd inmiddels ook is, de (on)veiligheid uit fase 1 en de sociale bevestiging uit fase 2 zijn van grote invloed op deze periode. Zorg extra voor degenen die weinig veiligheid en bevestiging hebben gehad in het leven. En voor degenen die geen kinderen hebben. Wie in zijn veertigers-jaren zijn twijfels goed heeft doorgewerkt wordt daar nu minder door geplaagd. En ook de mate van verbittering, 'vervaderlijking' of 'vermoederlijking' uit onze vijftigersjaren zijn bepalend voor innerlijke rust in deze fase. Zingeving, geloof, levensvisie, een visie op het hiernamaals en de kracht van vergeving kunnen het verschil maken tussen hoop en wanhoop, tussen dankbaarheid en teleurstelling. En ook hier weer: muziek uit je tienertijd. En verhalen uit je twintigersjaren! Levensfase 9: de tachtiger Aanvaarden van kleinere wereld en verdergaand verlies van motorische, kinetische en (emotie)regulerende capaciteiten. Ik moet glimlachen als ik denk aan de tachtigers die ik als therapeut mocht begeleiden. Het waren allemaal mensen die mij verrast hebben door hun leergierigheid, humor en volkomen vrijheid van status. Het waren mensen die niets meer te verliezen hadden en in de bonus-jaren van hun leven waren gekomen. Zij hadden hun dagelijks leven vereenvoudigd, hulp leren aanvaarden en zetten de tijd, energie en middelen die ze nog hadden in voor anderen, maar ook om nieuwe dingen te leren! Ik zie een verschil tussen tachtigers met een uitgebluste geest en tachtigers met een vurige geest. Wat het geheim is van een vurige geest op die leeftijd weet ik niet precies. Ik ben nog niet zover. Ik vermoed dat het ook weer met die cruciale vijftigers-jaren te maken heeft. Maar daar wil ik niet alles aan ophangen. Ook voor verbitterde vijftigers is er een weg naar een vurige geest in je tachtigers-jaren. Dat heb ik ook gezien. Het vraagt om volkomen eerlijkheid met je zelf, met het leven en met de Schepper van je leven. Tenslotte Dank voor het lezend meereizen door onze levensfasen. Misschien heeft het iets verhelderends, maar misschien ook wel even iets deprimerends. Dat is ook niet gek als het leven teruggebracht wordt tot één artikel. Ik hoop dat het stilstaan hierbij je mag helpen het beste uit jouw leven en jouw talent te halen. Door obstakels of scheefgroei of dreigende verbittering te herkennen. Ik hoop dat door het stilstaan hierbij je uiteindelijk vooral kunt genieten van de fase waar je je nu in bevindt. Maar ook dat het je extra begrip mag geven voor je collega, klant, coachee of familielid die in een andere levensfase zit. En dat je je adviezen als leidinggevende, coach of adviseur beter kunt afstemmen op iemands levensfase. Tenslotte hoop ik dat het iemand helpt te investeren in de veiligheid en bevestiging van kinderen en tieners. Want die lezen dit artikel niet, maar hebben wel de toekomst. Misschien ben jij wel degene die veiligheid of bevestiging kan overbrengen. Geef een kind ervaringen* mee voor de toekomst. Zie hieronder het naschrift*. *Naschrift Een voorbeeld van zo'n ervaring die je een kind mee kunt geven voor volgende fasen is het steeds opnieuw beleven dat er echt oprecht met een open hart en volle aandacht naar hem of haar geluisterd wordt. Ook al praat het kind niet over de dingen waar jij als ouder of hulpverlener van denkt dat het daar over zou moeten gaan. Deze ervaring van oprecht luisteren doet drie dingen: 1. het helpt het kind om zich later veilig te voelen bij iemand die naar hem of haar luistert als hij of zij (meestal in de dertigers-fase) last krijgt van de onveilige hechting en hulp daarbij nodig heeft; 2. het helpt het kind om dan ook zelf naar de adviezen, hulp en begrip van een ander te kunnen luisteren. Het veelvuldig zien hoe je moet 'luisteren' helpt automatisch om dat later zelf ook te kunnen. En 3. het helpt om later oprechte aandacht van psychopathische aandacht te kunnen onderscheiden. Kinderen met onveilige hechting lopen een verhoogd risico om in hun tiener- en twintigersjaren slachtoffer te worden van psychopaten of narcisten die luisterende aandacht 'imiteren' om daarmee iemand te kunnen manipuleren voor eigen doeleinden. Het kunnen onderscheiden van oprechte, zuivere aandacht en gevaarlijke, manipulatieve aandacht vervangt geen hechting, maar kan wel bijdragen aan het voorkomen van de meest ernstige gevolgen van onveilige hechting op latere leeftijd. Later misbruikt worden in de breedste zin van het woord is misschien wel één van de grootste risico's die een onveilig gehecht kind loopt. Gepubliceerd op LinkedIn |
Waarom schrijf ik?Ik schrijf over de verschillen tussen karakters, binnenwerelden en innerlijke talen. Omdat ik geloof in respect voor de ander die anders is. En in luisteren naar die ander zonder oordeel.
Ik schrijf omdat ik zie dat polarisatie, oordeel, wantrouwen, verwijdering, vijandschap, eenzaamheid, onbegrip en karikatuurvorming zoveel kapot maakt. Het zit blijkbaar in ons. In mij. In jou. Ik schrijf omdat eerlijke liefdevolle en zoekende woorden een wapen zijn tegen ontwrichting, eenzaamheid, zonde, leugens en verbittering. Ik schrijf omdat we allemaal ongelofelijk complex zijn. Onze eigen binnenwerelden zijn vergelijkbaar met afzonderlijke universums. We kunnen onszelf en de ander nooit helemaal begrijpen. Maar wel steeds meer respecteren. Respect en naastenliefde is niet ingewikkeld. Het is een grondhouding. Maar die grondhouding kan je wel alles kosten. Ik schrijf niet omdat ik veel meen te weten of een voorbeeld ben. Verre van dat. Ik schrijf juist omdat ik zoveel niet weet, maar wel al tientallen jaren zoek en blijf zoeken hoe ik kán weten en wellicht daarmee een klein voorbeeld mag zijn. Al was het maar in het omgaan met fouten, pijn en strijd. Ik schrijf voor jou, wanneer je jezelf niet meer herkent in deze wereld en in de mensen om je heen. Dat is gruwelijk eng. Je bent niet gek. Ik bid dat er iets tussen mijn schrijfsels zit waar je wél iets in herkent van jezelf. Of dat jou helpt om oordeel los te laten. Vooral over jezelf. Ik schrijf omdat er altijd hoop fluistert. Altijd. Echt. Het vraagt oefening om het te horen. Ik hoor het soms ook niet meer. Dan ga ik schrijven ... herschrijven, zoeken naar woorden die 'kloppen'. Ik schrijf ook omdat ik zonder schrijven simpelweg zou stikken. Ik kan eigenlijk niet anders. Vergeef me. Je neemt me het meest serieus als je me niet té letterlijk serieus neemt. Mijn zinnen zijn slechts pogingen om één bepaald perspectief te schilderen in woorden. Tussen duizenden andere waardevolle perspectieven. En voor iedereen die ook schrijft of schildert: blijf schrijven. Blijf alsjeblieft schilderen. Zo blijf je leven. Archieven
April 2026
CategorieënAlles Autisme Autonomie Big Five Borderline Chronisch Psychisch Lijden Diagnostiek Diagnostische Dwaling DSM V Empathie Evangelie Geloof Gevoeligheid Herkenning Hertraumatisering Informatie Voor Naasten Johnny Cash Langdurige Problematiek Levensfasen Liefdesverdriet Lijden Mentale Gezondheid Misdiagnose Muziek Onmogelijke Keuzes Persoonlijk Psychologie Psychopathologie Relationele Ontwrichting Songteksten Stress Therapeutische Klik Therapiematch Trauma Vriendschap Zelfreflectie |
Wil je meer weten over mijn werk als psycholoog, schrijver of muzikant? Kijk dan op één van mijn websites.
RSS-feed