|
Oftewel: elke psycholoog heeft zijn eigen psychologie. Dat is zowel krachtig als gevaarlijk. [In bewerking. Versie 14-12-2025 00.55] In de klinische psychologie wemelt het van de modellen en methodieken. Denk aan cognitieve gedragstherapie, schematherapie, EMDR, mentalization based treatment, Acceptance and Commitment Therapy, systeemtherapie, contextuele therapie en noem maar op. De overzichten variëren van honderden tot meer dan duizend modellen. Elk model heeft een ander perspectief op onze binnenwereld en onze psyche: de ene is vooral gericht op klachten en symptomen, de andere meer op denkpatronen, de volgende op relaties, weer een andere op identiteit of geloof. Biologisch, sociaal, psychologisch, psychodynamisch, filosofisch, fenomenologisch, praktisch, medisch, biopsychosociaal, hormonaal, ... het is bijna eindeloos. Elk van deze modellen heeft een eigen begrippenkader (‘taal’) en ook een eigen verklaring (‘verhaal’) voor mentale fenomenen als stemming, spanning, ontwikkeling, groei, fasen, hindernissen en hulp. Geen van deze modellen heeft de psychologische waarheid in pacht. Zowel de hoeveelheid modellen als de tegenstrijdigheid in hun verklaringen voor mentale problemen zegt al genoeg; het zijn sterke vereenvoudigingen van onze complexe binnenwereld. De een past beter bij een bepaalde cliënt, bij bepaalde problematiek, een therapeutisch proces of in een bepaalde levensfase dan de ander. De vraag is niet welke aanpak wetenschappelijk het best onderbouwd is (allemaal niet heel sterk) of welke theorie het meest lijkt te kloppen, maar welke manier van kijken het best aansluit bij dit verhaal, deze geschiedenis, en deze persoon in deze fase. Wat maakt een behandeltraject tot een 'goede therapie'? Goede therapie is niet een grabbelton van slimme interventies en technieken, maar vooral een steeds terugkerend, herkenbaar kader waarbinnen emoties, problemen, klachten, processen en adviezen geplaatst worden. Een therapeut die trouw blijft aan een zorgvuldig gekozen kader en daarbinnen flexibel is, biedt ordening, voorspelbaarheid en rust. De taal, de gebruikte begrippen, de metaforen en de manier van werken sluiten dan op elkaar aan en blijven herkenbaar voor de cliënt. Een goede therapeut weet nieuwe issues, ontmoedigingen en worstelingen hanteerbaar te maken door ze steeds te linken aan het inmiddels vertrouwde model. Dat geeft een cliënt met langer bestaande ernstige klachten houvast. Een herkenbaar, steeds terugkerend model zorgt bij complexe psychische problemen voor een centraal vertrekpunt. Een veilig ankerpunt in de soms wrede en hatelijke innerlijke conflicten in iemands binnenwereld. Dat model moet niet te abstract, niet te complex, maar ook weer niet te simplistisch zijn. Op zijn best is het zowel verklarend voor diepgevoelde innerlijke strijd, als ook praktisch toepasbaar in het dagelijks leven. Hoe complexer de problematiek, en hoe meer er al geprobeerd is, hoe belangrijker een 'maatwerk' model is: verweven met begrippen, namen, ervaringen, denk- en werkstijlen van de cliënt. Ideaal gesproken sluit het ook aan bij iemands natuurlijke 'taal': een manier van praten en betekenis geven die vertrouwd is. Uit onderzoek weten we dat behandelingen beter werken als therapeuten doen waar ze in getraind zijn, hun werkmodel serieus nemen en het niet steeds halverwege omgooien. Consistentie in taal en werkwijze en een veilige werkrelatie zijn waarschijnlijk belangrijker dan het nieuwste theoretische model of het laatste protocol. De keuze voor een bepaald model of een bepaalde benadering impliceert dat je je als therapeut bewust beperkt. Je belicht een aantal kernthema’s en honderden andere thema’s laat je bewust buiten beschouwing. Dat is wijs want door alles te belichten kun je als cliënt, maar ook als therapeut, compleet de weg kwijt raken. Dan verdwaal je in te veel perspectieven. Maar dat beperken is ook spannend voor elke therapeut omdat die honderden andere zaken die je niet belicht door een medebehandelaar of volgende therapeut als 'juist heel erg belangrijk' kunnen worden gelabeld. Vooral als er na een traject nog steeds klachten zijn. De kracht van beperking Het is voor elke ervaren therapeut, en zelfs ook voor iedere beginnende therapeut, een klein kunstje om een paar nieuwe invalshoeken in te brengen als je een behandeling overneemt. Of een paar zaken te belichten die nog nooit eerder zijn belicht. Omdat er in ieders leven duizenden dingen zijn om te belichten en honderden professionele perspectieven daarop. Er is altijd oneindig veel meer dat niet behandeld is dan wat er wel behandeld is. Het is daarom geen enkel probleem om als professional iets nieuws uit de ‘hoge psychologische hoed’ te toveren; de keuze is vrijwel eindeloos. Ik heb tienduizenden therapiegesprekken met cliënten gevoerd, maar als ik met een collega diepgaand over mijn eigen leven spreek, ontdek ik altijd weer iets nieuws of iets anders dat ik me nog niet eerder had gerealiseerd. Het laat zien hoe wonderlijk, complex en ontzagwekkend groots het leven is, hoe eindeloos veel er te ontdekken is en hoe beperkt alle psychologische modellen zijn. Onze binnenwereld is even wonderbaarlijk als het universum waarin we ons bevinden. We ontdekken steeds iets nieuws en elke nieuwe ontdekking roept ook weer nieuwe vragen op. De kracht van goede therapie is dus niet om alles uitputtend te belichten, maar juist om je te beperken tot die kernthema’s die voor deze client, in deze fase helpend en constructief lijken te zijn voor groei en ontwikkeling. En om dat middels een herkenbaar model te doen dat in de loop van de tijd vertrouwd wordt voor de client. Zodat hij of zij deze 'tools' en 'taal' voor interne krachten, conflicten en processen steeds meer kan integreren in de eigen coping-stijl. Dat is de kracht van professionele beperking. Een therapie hoeft niet ‘compleet’ te zijn; een therapie moet ‘effectief’ zijn: voldoende verklarend en voldoende toepasbaar. Niet meer dan nodig. Niet minder dan noodzakelijk. Iedere therapeut weet hoe ingewikkeld deze balans kan zijn. Daarbij probeer je aan te sluiten bij de denk- en ervaringsstijl van iemands binnenwereld. Een analytisch persoon probeer je iets meer verklaring aan te reiken. Een artistiek persoon iets meer helpende en herkenbare metaforen. Een sociaal, betrokken mens probeer je wat extra begrip en empathie mee te geven. Een rationeel type wat meer informatie. Maar je houdt het zo beperkt en daarmee zo herkenbaar mogelijk. Less is more. Jezelf als therapeut bewust beperken tot deze kernthema’s vraagt lef, overtuiging en geeft veel zorgverleners stiekem de angst om als 'onvolledig', 'te eenzijdig' of 'onprofessioneel' gelabeld te worden door anderen die de behandeling moeten overnemen of er bij betrokken worden. Verwarring door te veel verschillende perspectieven De behandeltrajecten in de GGZ zijn de afgelopen jaren gemiddeld genomen steeds korter geworden en meer modulair ingericht. Mensen worden sneller van de ene naar de andere module doorverwezen, en soms van de ene instelling naar de andere. Daardoor neemt mogelijk het risico op verwarring door verschillende modellen en benaderingen toe. Bij cliënten met langdurige of complexe problematiek kan dan bijvoorbeeld het volgende gebeuren:
Iedereen bedoelt het goed; daar is geen twijfel over. En ieder model is waardevol. Maar voor de cliënt kan het voelen alsof zijn of haar verhaal steeds uit elkaar getrokken wordt en er steeds andere verklaringen en adviezen zijn. De (onbedoelde) verborgen boodschap die de cliënt hoort is: je hebt jezelf weer niet goed begrepen, je bent opnieuw weer niet goed beoordeeld, niemand begrijpt jou, je bent een lastig geval, je moet weer opnieuw beginnen. Diepe paniek, zelfvervreemding en een diep gevoel van verlorenheid in het bestaan. Voor mensen met een onveilige hechtingsgeschiedenis en langdurige behandeling is dit gevaarlijk en kan tot diepe wanhoop, existentiële verwarring, angst en zelfs suïcidaliteit leiden. Zij scannen vanuit diepe onveiligheid voortdurend op afwijzing, onvoorspelbaarheid en dubbelzinnigheid in relaties. Een plotselinge verandering van taal en kader in de therapie kan bij hen voelen als: de vorige keuze was fout, mijn gevoel klopte blijkbaar niet, mijn vorige therapeut koos het verkeerde pad, ik heb het niet goed uitgelegd. De therapeutische ontwikkeling valt dan in tegenstrijdige fragmenten uit elkaar. Dat kan een herhaling worden van oude ervaringen van niet gezien, niet begrepen, verlaten, verwaarloosd benadeeld of zelfs misbruikt worden. Het gevaar van modelconcurrentie Therapeuten staan aan het begin van een traject (soms onbewust) voor de uitdaging om hun client te overtuigen van de toegevoegde waarde van therapiegesprekken. Dat is niet altijd eenvoudig. Het is verleidelijk om de beperking van een voorgaand traject in te zetten als een argument voor dit traject en je eigen model als een toch iets beter model te presenteren. Op die manier creëren we een soort concurrentie tussen onze werkwijzen of therapeutische scholen. Het klinkt dan ongeveer zo:
Of we doen het nog subtieler: het hele model of kader waar de cliënt mee gewerkt heeft en de taal die ontwikkeld is verdwijnt naar de achtergrond, er wordt nauwelijks naar gevraagd en er wordt ongevraagd een totaal nieuwe manier van kijken neergezet. Voor ons als professionals misschien een interessante therapeutische en diagnostische puzzel en een frisse start, voor onze een cliënt met complexe, langdurige problematiek een volgende traumatische breukervaring. Soms doen we dit uit enthousiasme voor een favoriet psychologisch model dat als superieur wordt gezien, soms uit onwetendheid over andere behandelmodellen. Dit is het gevaar van 'modeldominantie': ons eigen vertrouwde model 'domineert' alle andere modellen en benaderingen. In de psychologie is dat gevaar mijns inziens veel groter dan in medische vakgebieden zoals cardiologie, chirurgie, etc. Dat is omdat er in de medische wetenschap per periode in de geschiedenis meestal één stroming is die het debat bepaalt met een bepaald model. In de psychologie zijn er altijd meerdere stromingen naast elkaar met ieder hun eigen model voor verklaring en behandeling. Als je een kwetsbare cliënt zonder zorgvuldige brug van het ene naar het andere model stuurt, kun je ernstige en zelfs blijvende schade aanrichten. Dan gaat het niet alleen over psychologische interventies en methodieken, maar over alles wat jarenlang vertrouwen, hoop, houvast, veiligheid, eigen taal en waardigheid heeft gegeven. De onveilige wereld wordt daarmee nog onveiliger en de cliënt is terug bij af, of zelfs dieper weggezakt dan ooit. Therapeuten met enkele jaren werkervaring lopen misschien een iets grotere kans op deze fout dan de echte beginners of juist zeer ervaren therapeuten. Laten we even denken in 'beginners', 'gevorderden' en 'experts'.
Als je begint, maar ook als je jaren lang in dit vak hebt gewerkt, heb je meer ontzag voor de complex psychologische werkelijkheid, ben je je beter bewust van de beperkingen van je eigen kennis en je eigen modellen en respectvoller naar het werk van collega's. Het is in die 'tussenfase' na enkele jaren werkervaring dat onze 'eigenwijsheid' het grootst is en onze corrigeerbaarheid het laagst. Daar staat tegenover dat ervaren therapeuten het soms lastiger vinden om zich te beperken tot de kern. Hun nuance en ervaring kan ongemerkt leiden tot te veel verbreding, te veel modellen die door elkaar gaan lopen, waardoor de therapie voor een client diffuser, waziger en minder effectief wordt. Aan de andere kant: de stelligheid en modeldominantie van de 'gevorderde', dus tussen de 'beginner' en 'expert' in, kan onzekere cliënten ook juist veel houvast en helderheid bieden. Wat elke volgende therapeut zou moeten doen Als je een cliënt overneemt van een collega, zeker in deze tijd van kortdurende en modulaire zorg, vraagt dat een hoge mate van vakmanschap en professionele bescheidenheid. In mijn ogen hoort daar minstens bij:
Je hoeft de vorige behandeling niet te idealiseren. Elke behandeling is immers beperkt en elke therapeut mist zaken en maakt fouten. Maar het kan zeker schadelijk zijn om een voorgaande behandeling achteloos weg te zetten. De cliënt heeft daar vaak moed verzameld, woorden en veiligheid gevonden voor schaamte en pijn, misschien voor het eerst iets van betekenis en houvast ervaren midden in wanhoop en verwarring. Als we dat zomaar terzijde schuiven, raken we meer dan slechts een visie, een model of een behandelplan. Het kan tot een diepgaande existentiële crises en suïcidaliteit leiden omdat een moeizaam verworven houvast ineens uit handen getrokken wordt. Zowel iemands zelfvertrouwen als het vertrouwen in hulpverlening kan daarmee zwaar beschadigd raken. Dit is een ernstige vorm van hertraumatisering. Mijn beste suggestie voor behandelaars Als therapeuten willen we graag iets toevoegen. Dat is mooi en vaak ook gewenst en nodig. Maar misschien begint goed hulpverlenerschap niet bij laten zien wat ik anders doe, of wat de vorige therapeut miste, maar bij eren en recht doen aan wat er al met zoveel moeite is opgebouwd of minstens geprobeerd. Vanuit de wetenschap weten we dat een betrouwbare relatie, een duidelijk kader en een consistente, herkenbare lijn cruciale werkzame factoren zijn. En vanuit het besef dat echte verandering langzaam groeit in een bedding van voorzichtigheid, trouw en herkenbaarheid, niet in steeds weer een nieuwe vorm. Een volgende therapeut die zorgvuldig verder bouwt op wat anderen met de cliënt hebben opgebouwd, geeft iets heel kostbaars mee: continuïteit. Respect. Vertrouwen in anderen. Vertrouwen in de eigen visie van de cliënt en het eigen narratief. Dat is als therapeut geen verlies van je eigen stijl of expertise, het is professioneel aansluiten bij het goede dat de cliënt zelf met anderen heeft opgebouwd. Zodat wat goed was ook goed blijft en er meer goeds aan toegevoegd kan worden. Dat helpt! Dat is mijn eerlijke gedachte hierover en mijn beste advies. Wat als je veel wisselende behandelaars hebt?
Voor iedereen die door omstandigheden in de loop der jaren meerdere of wisselende behandelaars heeft: blijf altijd zelf kritisch nadenken over de adviezen van elke (vorige en volgende) therapeut. Je hebt inmiddels veel ervaring met je eigen proces, met therapie en met behandelaars, dus je hebt er echt iets over te zeggen! Besef dat iedere behandelaar (en überhaupt elk medemens van je) slechts een stukje van jou ziet. Meestal datgene waar ze zelf in gespecialiseerd zijn. Dat is misschien 3, 4 of 5 procent van wie je bent. Besef dat ze hun beeld vormen op basis van wat zij nu zien. Jij alleen weet waar je al doorheen bent gegaan. Ga voor jezelf na:
Door jezelf dit soort vragen te stellen en je gedachten hierover ook aan je huidige therapeut voor te leggen, blijf je zelf de regie houden. Wat mij betreft één van de belangrijkste elementen in elke therapeutische relatie: jij bent als cliënt de baas over de onderwerpen die je bespreekt, over jouw doelen, over jouw behoeften, jouw grenzen en over de tijd en de energie die je in een traject steekt. Jij alleen bepaalt hoe lang je hier nog mee door wil gaan. Het gaat meestal mis wanneer wij als behandelaars of verwijzers te bepalend gaan worden; dat is overigens soms ook uit oprechte zorg, betrokkenheid en medeleven. Helaas soms ook wel eens uit te voorbarige of stellige overtuigingen over jouw problematiek of je voorgaande trajecten. Geef je nieuwe therapeut natuurlijk ook een kans. Het fijne en helpende van een nieuwe behandelaar is een frisse blik, een ander perspectief, nieuwe vragen, nieuwe inzichten. Het kan zomaar zijn dat iets wat een paar jaar geleden (nog) niet werkte, nu wel werkt. Een nieuwe therapeut kan soms juist beter aansluiten bij waar je nu bent dan een vorige therapeut omdat die na een intensief traject met jou per definitie ook in een bepaald patroon is terechtgekomen inclusief de blinde vlekken die daar bij horen. Als het mogelijk is: breng je voorgaande en huidige therapeut met elkaar in contact of vraag om een overleg/overdracht met beiden waar je zelf bij bent. En als dat niet lukt en je het na alle uiteenlopende adviezen allemaal niet meer weet of begrijpt, voel je met al je levenservaring diep van binnen nog steeds wat goed was en is. Ook dat is een betrouwbaar kompas. Twijfel daar nooit aan 👊! Ik wens je veel sterkte, vrede en ruimte en vrijheid in je geweten om op je eigen mening te durven staan en je eigen behoeften voor jezelf helder te houden.
0 Opmerkingen
<Concept. In bewerking. Laatst bijgewerkt: 26-7-2025 15.22>Iedereen die regelmatig met jeugdzorg, GGZ-wachtlijsten of met de acute kant van de GGZ te maken heeft voelt het: de methodische, rationele en soms bijna juridische taal van protocollen, diagnoses en dbc's staat steeds meer op gespannen voet met de complexe emotionele werkelijkheid van psychische nood, jarenlange strijd, onveiligheid, lange wachtlijsten en cliëntenstops die er in alle regio's zijn. Naar schatting van het Trimbos instituut zijn er in Nederland ieder jaar 100.000 mensen die een suïcidepoging doen. Laat even op je inwerken: 100.000 mensen. Dat is een complete stad. Allemaal mensen als jij en ik die in uiterste wanhoop een poging doen om te sterven zodat er een einde komt aan hun psychische lijden. Elk jaar opnieuw 100.000 pogingen ... . Bijna 2000 daarvan 'slagen'. Voor deze mensen was hulp vanuit de Jeugdzorg of de GGZ te laat, niet bereikbaar, niet helpend of niet voldoende. Hun eenzame strijd, het niet begrepen zijn, bleef of werd steeds erger ondanks al onze 'evidence based' kennis. Niets mis op zich met protocollen, risico-inventarisaties en richtlijnen. Ze tonen het beste wat we hebben; de state-of-the-art van de wetenschap van de psychologie. Laat daar geen twijfel over zijn. Ik wil daar niet negatief over doen. Respect voor mijn collega's die zich hebben ingezet om wat we wel en niet weten zo goed mogelijk te vertalen in richtlijnen. Maar met deze state-of-the-art van de GGZ zijn we maar zeer beperkt in staat om mensen een helpende hand te reiken, suïciderisico's goed in te schatten, mensen het gevoel te geven dat ze gezien of gehoord worden. Ontwikkelaars van protocollen en risico-inventarisatie instrumenten benadrukken dit zelf steeds opnieuw. We schieten eenvoudig tekort, hoe hard we ook werken en goed we ons best ook doen. "These tools cannot predict with clinical certainty who will attempt or complete suicide." (Bron: APA, NICE, WHO-richtlijnen) Wanneer je als hulpverlener na een gesprek met een cliënt, die in uiterste wanhoop en eenzaamheid vecht met suïcidale gedachten, een beleidsstuk van de NZa gaat lezen, kun je er niet omheen dat hier twee werelden flink uit elkaar zijn gelopen. Iets wringt. Iets klopt er niet. Op zijn minst niet helemaal. Op zijn ergst totaal niet. Of niet meer. Of misschien: nog steeds niet. We kunnen ons zelfs afvragen of we als wetenschappers in de psychologie onszelf niet in de voet hebben geschoten met het ontwikkelen van dit soort risico-inventarisatie tools, omdat we daarmee bij verzekeraars, de overheid en de inspectie de indruk hebben gewekt dat we betrouwbare tools hebben. Een indruk die (als we dan toch evidence-based willen redeneren) helaas een illusie blijkt te zijn. Maar waarmee men de GGZ wel 'om de oren slaat' als er klachten, meldingen of problemen zijn. Voor mij is dit het punt waar fenomenologie begint. Niet als theorie of methode, maar meer als een houding ten opzichte van de rauwe werkelijkheid zoals die op ons afkomt. Als een existentiële en intellectuele uitdaging, of zelfs noodzaak, om het vanzelfsprekende te bevragen; om het opnieuw te durven bekijken alsof je van niets weet. Als een erkenning dat al onze psychologische modellen en theorieën (waar ik als psycholoog juist ook zo enthousiast over ben), allemaal maar een beperkt licht doen schijnen op de uiterst complexe psychologische en geestelijke werkelijkheid waar we ons in bevinden. Elk psychologisch model, of het nu cognitieve gedragstherapie, schematherapie, contextuele therapie of meer specialistische modellen voor persoonlijkheid, trauma of psychopathologie betreft, is een poging om de complexe binnenwereld van mensen terug te brengen tot iets 'begrijpelijks' en iets waar we invloed op hebben. Hoe langer je expert bent 'binnen' zo'n model, hoe meer bewijzen je gaat zien dat jouw model klopt. En als je daar als hulpverlener eenmaal van overtuigd bent geraakt is de volgende stap dat je vanuit dat 'altijd kloppende' of 'universele' model cliënten en hun levensvragen gaat benaderen. Daarmee wordt het een 'totalitair' of 'superieur' model dat niet meer ter discussie staat; met bijbehorende taal, begrippen, verklaringen, schema's en interventies. En zo ontstaan de gesprekken die cliënten ervaren als het rationeel doornemen van een 'afvinklijst' of 'checklist' zodat de cliënt, de hulpvraag, de problematiek of de diagnose in kaart gebracht kan worden. De verwondering verdwijnt daarmee. De cliënt krijgt terug dat hij of zij diagnose X heeft en dat daar behandelmodules Y en Z bij horen die wel of niet in het contract met de zorgverzekeraar zitten. Of: bij meer complexe modellen zoals bepaalde psychodynamische en contextuele theorieën, krijgt de cliënt een bepaalde taal mee die net anders is dan hoe de wereld om hem heen praat. Dat kan helpend maar ook heel vervreemdend en ontwrichtend zijn. Reageert de cliënt niet zoals men ideaal gesproken hoopt, dan word hij of zij verwezen naar een andere therapeut met een ander model, 'want dit valt buiten mijn expertise'. Dan ineens is het eigen model niet meer zo superieur. Of: het is stiekem een manier om van een 'lastige' cliënt af te komen die 'niet in staat is om de werkelijkheid goed te zien.' Tja ... "Ik ben zeker niet tegen modellen. Maar wel tegen rigide of totalitaire toepassing van modellen." Ik ben niet tegen modellen of systemen. Maar misschien wel tegen de rigide of totalitaire toepassing van modellen en systemen. Elk model, hoe prachtig en volledig het ook lijkt, en hoe intellectueel bevredigend het ook is, schiet te kort bij de werkelijkheid en de vragen van het lijden. Vooral de modellen die verder gaan dan het 'beschrijven' van psychologische fenomenen, kunnen totalitaire trekjes krijgen. Ik bedoel daarmee dat ze een normatief karakter krijgen. Ze bevatten 'impliciet' een eigen moraal, een eigen ethiek, een eigen verklaring van wat gezond, ongezond, rechtmatig of onrechtmatig is. Dat is naar mijn idee voor een psychologisch model gevaarlijk omdat het ongemerkt (vooral ongemerkt voor degene die het model inzet) bepalend of oordelend gaat worden. Daar is psychologie en hulpverlening misschien niet zo geschikt voor.
In deze korte zoektocht wil ik drie stemmen verkennen die mij de afgelopen jaren hebben geïnspireerd en aangemoedigd om 'anders' te kijken en rondom het lijden ook mijn vertrouwde theoretische kaders even los te laten: die van Jim van Os, Dirk de Wachter en Iain McGilchrist. Als kritische, maar tevens juist zeer mensgerichte en betrokken denkers op een pad dat misschien richting biedt in een tijd waarin de geestelijke gezondheidszorg steeds verder systemisch vast lijkt te lopen. De moeizame anatomie van een systeem De Nederlandse GGZ is een systeem geworden dat zichzelf bij voortduring probeert te verbeteren, maar daarbij misschien het wezenlijke uit het oog verliest. In naam van kwaliteitseisen en doelmatigheid zijn we gaan werken met DSM-categorieën, DBC-structuren en meetbare behandeldoelen. Maar steeds vaker klinkt de vraag: wie wordt hier nou beter van? Wachtlijsten groeien. Hulpverleners lopen vast in bureaucratie. En cliënten voelen zich, ondanks alle goede bedoelingen van iedereen, regelmatig niet echt gezien of gehoord. Het is alsof het systeem met al zijn protocollen het lijden probeert op te lossen, maar het niet langer kan verdragen. Alsof lijden pas bestaansrecht heeft als ze past binnen een classificatie; en liefst ook behandelbaar is binnen 12 sessies van 45 minuten. Jim van Os: het verhaal boven de diagnose Jim van Os is geen filosoof. Hij is psychiater, epidemioloog, en staat met beide voeten in de wetenschap. Maar als je goed luistert, hoor je in zijn werk een duidelijke fenomenologische gevoeligheid. Wanneer Van Os spreekt over het psychosecontinuüm, over het afschaffen van de diagnose schizofrenie, en over 'herstelondersteunende zorg', spreekt hij in wezen over een verschuiving: van ziekte naar betekenis. Van classificatie naar ervaring. Van protocol naar ontmoeting. Hij stelt de vraag: wat gebeurt er als we niet de stoornis centraal stellen, maar het levensverhaal van de mens? Wat als de subjectieve beleving niet een ruis is op de lijn van de diagnose, maar de hoofdzaak? In die verschuiving zit een fenomenologische kern. Want wat is fenomenologie anders dan trouw zijn aan de ervaring zoals die zich aandient? Dirk de Wachter: de menselijke maat Ook Dirk de Wachter spreekt over herstel, maar dan op een andere toon. Minder gericht op systemen, meer op onze maatschappelijke context. In zijn werk klinkt een existentiële laag door die raakt aan de grondvragen van het mens-zijn: Wie ben ik als het leven pijn doet? Wat betekent het om te lijden zonder dat er meteen een oplossing in zicht is? De Wachter weigert het lijden te reduceren tot iets dat opgelost moet worden. Hij ziet het als iets wat gedragen mag worden, gedeeld ook, in relatie. Hij pleit voor een therapie waarin de ander aanwezig is, niet als expert, maar als medemens. Het is die houding – beschikbaar zijn zonder te fixen – die nauw verwant is aan de fenomenologische traditie. In de lijn van Levinas, Merleau-Ponty en Buber gaat het hier om de ontmoeting, niet om de interventie. En dat is precies wat de GGZ zo vaak dreigt kwijt te raken: de ruimte voor ontmoeting. Voor nabijheid zonder productieverantwoording. Voor luisteren zonder afvinken. Iain McGilchrist: het verdwijnende geheel En dan is er nog Iain McGilchrist, neuroloog en filosoof, die vanuit een totaal andere hoek dezelfde kwetsuur blootlegt. In zijn monumentale werk over de twee hersenhelften laat hij zien hoe onze cultuur zich in toenemende mate laat leiden door de logica van de linkerhersenhelft: analyserend, controlerend, gericht op fragmentatie, op meten en beheersen. De rechterhersenhelft daarentegen (die van de context, het relationele, het belichaamde weten) raakt op de achtergrond. Niet omdat zij minder belangrijk is, maar omdat haar manier van kennen niet past in spreadsheets en beleidsplannen. McGilchrist’s analyse biedt een diepe onderstroom aan het probleem van de GGZ. Het gaat niet alleen om beleid. Het gaat om een cultuur die de gevoeligheid voor het geheel, voor betekenis, voor complexiteit is kwijtgeraakt. En dus ook voor de mens in zijn lijden. Een pleidooi voor vertraging Wat deze drie denkers met elkaar verbindt , is niet dat ze exact hetzelfde zeggen. Het is dat ze, elk op hun manier, de vertraging verdedigen. De herwaardering van het subjectieve, het relationele, het onmeetbare. Niet als soft alternatief, maar als noodzakelijke tegenkracht tegen een systeem dat in zijn streven naar controle zichzelf heeft vervreemd van zijn oorspronkelijke bedoeling. Fenomenologie is dan geen luxe, maar een discipline van aandacht. Een ethiek van nabijheid. Een taal waarin de ander niet hoeft te passen, maar mag verschijnen. Misschien ligt daar een beginpunt. Niet van een nieuwe methode, maar van een ander luisteren. Niet om het systeem omver te werpen, maar om er opnieuw ziel in te blazen. Omdat de mens meer is dan zijn diagnose. En omdat zorg begint waar iemand werkelijk gezien wordt; niet als casus, maar als persoon. En dan hebben we het niet alleen over de client, maar ook over de zorgverlener. Luistertip: https://open.spotify.com/episode/5ROuYaLlSgIBVffcVrRkys?si=0bDucvUCR8WY9yuDpvk50Q 12/4/2025 0 Opmerkingen Sorry voor alle labels ...Lieve trouwe zorger, dappere bemoediger, Dankjewel voor alles wat je in al die jaren hebt gedaan voor zoveel mensen. Je hebt zoveel medereizigers op je levensreis die in nood waren bemoedigd. Getroost. Geholpen. Je hebt met elk woord, elke zin en elk beeld dat je hebt uitgedeeld, verbondenheid, herkenning of troost gegeven aan mensen die eenzaam waren. Ondanks - en dankzij - je eigen eenzaamheid en pijn zag je hen. Je begreep hen. Je hebt liefde uitgedeeld. Liefde waar je zelf zo naar zocht. En nog steeds zoekt. Ze weten zich gezien. Door jou. Sorry voor alle labels die daarom op je geplakt zijn door mensen die er 'verstand' van hebben. Ze hebben op basis van allerlei theorieën je oprechte naastenliefde gereduceerd tot 'probleemgedrag' waar je vanaf zou moeten. Dat is heel pijnlijk want het doet groot onrecht aan jou. En aan de offers die je voor zoveel mensen hebt gebracht. Sorry voor al die (soms zo vernietigende) professionele oordelen en termen die we in de GGZ bedacht hebben. Ik bid dat ze van je af mogen glijden. Twijfel niet, lieve zorger. Wat je uit liefde hebt gedaan, heeft eeuwig waarde! Zelfs na jouw leven zal dat doorwerken. Liefde is geen stoornis. Medelijden met anderen is geen ziekte. Ook niet als het vanuit je eigen pijn, lijden of eenzaamheid is ontstaan. Juist dan niet ... ! Het is iets ongelofelijk moois en kostbaars. Daarom is de prijs misschien zo hoog ... Liefde is niet te analyseren. Waar mensen dat toch doen, maken ze het mooiste in dit leven kapot. En ook het mooiste in jou. Het meest pure van jezelf. Wees daarom dapper. Weiger de labels. Verscheur de analyses. Noem het: goed! Noem het: waardevol! Iets verkeerds moet je vanaf; daar ben je niet zuinig op. Maar iets waardevols mag je beschermen. Daar alleen durf je zuinig op te zijn. Schud je hoofd als ze op je inpraten met hun labels. Hou vol. Je bent goed zoals je bent, ook al moet je daar een hoge prijs voor betalen. En vinden veel mensen die prijs misschien té hoog. Of misschien wel eng omdat ze het niet kennen. Ga steeds weer naar het kruis. Het kruis is het bewijs dat Liefde zo intens kwetsbaar is. Maar ook zo sterk en zo kostbaar. En een hoge prijs heeft. Het klopt dus. Ik bid je de liefde van Jezus toe. Meer Liefde dan je ooit kunt uitdelen. Dat is dus heel veel in jouw geval. Hij draagt je in Zijn hart. Forever. Dankjewel. Voor al je liefde. Het is overgekomen. Het is op de juiste plek geland. Het blijft daar. Het zal haar uitwerking hebben. Het gaat nooit meer kapot. Want liefde vergaat nooit. Nooit. Het blijft. Forever. Voor mijn oma en iedereen die niet of verkeerd begrepen werd in de psychiatrie. Voor iedereen die oprecht medelijden had met anderen, maar onterecht als aandachtzoeker of manipulator is neergezet. Voor alle 'helpers' en 'redders' die als gestoord of egocentrisch zijn weggezet. Of zichzelf vergaloppeerd hebben in hun zorg voor de ander. Over geloof in labels, de kracht van nuance en de vergeten kunst van twijfelen. Ik ben op mijn 57e blij met mijn jongere collega's in de GGZ. Ik ben onder de indruk van de drive, de liefde, de tact, de deskundigheid en de wijsheid die ze hebben. Waar ik 10 jaar geleden nog wel eens stiekem dacht: 'laat mij dat maar doen', denk ik nu steeds vaker: 'dat kun jij veel beter dan ik'. Hoe langer ik in dit vak zit, hoe meer ik besef wat ik allemaal niet kan en niet weet en hoe mijn waarneming na tienduizenden therapiesessies ook niet meer bepaald 'objectief' is. Er is alleen één ding dat mij soms zorgen baart. En dat is het gemak waarmee DSM 5 diagnosen als bewezen 'entiteiten' worden gezien. Ik hoor (nog steeds of steeds vaker?) professionals met een bepaalde stelligheid zeggen: "Deze cliënt heeft overduidelijk autisme." Of: "Zij is echt een borderliner." Als psycholoog met inmiddels wat meters op de teller door scha en schande en een achtergrond in zowel klinische psychologie als levensbeschouwelijke reflectie, roept dat bij mij zorg op. Niet omdat ik het bestaan van psychisch lijden ontken. Integendeel. Maar omdat ik me afvraag: weet je dat zéker? Wat bedoel je daar eigenlijk mee? En: besef je wat je daarmee over en ook tegen iemand zegt? We leven in de laatste versie van het 'spreadsheet-tijdperk': alles moet meetbaar en controleerbaar zijn. Diagnoses geven structuur, verklaren gedrag en openen de deur naar behandeling en vergoeding. Maar tegelijkertijd sluipt er een hardnekkige denkfout in: we gaan geloven dat het label de realiteit ís. Dat wat ooit bedoeld was als beschrijving van gedrag, dreigt nu als een psychologische of zelfs biologische waarheid gezien te worden. Een hersenziekte. Een objectief vast te stellen afwijking. En daar gaat het echt grondig mis. De wetenschap laat ons al tientallen jaren steeds overtuigender zien dat dit hardnekkige idee niet klopt met de werkelijkheid. De DSM 5 is een classificatie systeem, geen verklarings model. Het groepeert symptomen die vaak samen voorkomen en hangt daar een naam aan. Het zegt niets over oorzaak of biologische basis. Toch doen we vaak alsof dat wel zo is. "Autisme is een neurologische ontwikkelingsstoornis," leren studenten. Maar er is geen hersenscan, geen bloedtest, geen genetische marker die autisme ondubbelzinnig kan vaststellen. Dat geldt voor vrijwel alle DSM 5 labels! Het zijn slechts gegroepeerde gedragsstijlen, denkstijlen en gevoelspatronen waar we in de afgelopen eeuw om allerlei redenen labels aan hebben gehangen. Zijn er dan geen biologische correlaten? Zeker wel. Maar ze zijn statistisch, niet specifiek. Gemiddeld is de hippocampus kleiner bij mensen met een depressie. Gemiddeld is er wat andere hersenactiviteit meetbaar bij mensen met ADHD. Maar dat zegt nog niets over de individuele cliënt tegenover je. Gemiddeld zijn luisteraars van Bach introverter en zijn luisteraars van dance-muziek extraverter. Maar ik ken ook extraverte Bach-liefhebbers en introverte dance-luisteraars. Een correlatie zegt niets over oorzaak en gevolg. Er is geen hersenscan, geen bloedtest, geen genetische marker die autisme ondubbelzinnig kan vaststellen. Dat geldt voor vrijwel alle DSM 5-labels. Wat er feitelijk gebeurt, is dat we clusters van gedrag en beleving (soms ontstaan uit pijn, trauma, verwaarlozing of overbelasting) omkatten tot medische entiteiten. We maken van menselijke complexiteit een diagnose. En als we die diagnose vaak genoeg gebruiken, gaan we erin geloven. Dan is iemand autistisch. Dan heeft iemand borderline. Dan ben je je label.
Deze manier van denken is begrijpelijk, maar risicovol en voor sommige cliënten in de GGZ ronduit schadelijk of zelfs traumatisch. Ze leidt tot verenging, tot statisch denken en soms tot zelfstigma. Ze kan het gesprek over over betekenis, context en herstel in de weg zitten. Terwijl juist daar ruimte ligt voor groei, voor hoop, voor begrepen worden, voor menselijke ontwikkeling. Gelukkig zijn er ook andere geluiden. Denk aan het RDoC-model van het NIMH, aan de netwerktheorie van Borsboom en collega's, aan de Nieuwe GGZ-beweging in Nederland. Ze pleiten voor een bredere blik, voorbij het stoornisdenken. Voor aandacht voor de unieke levensverhalen van mensen. Voor ruimte om te zeggen: ik weet het nog niet precies, maar ik wil het wel samen met jou onderzoeken. Als we in de GGZ iets mogen herontdekken, dan is het de kracht van het niet-weten. Van bescheidenheid. Van klinisch redeneren in plaats van protocollair plakken. Want uiteindelijk zijn we hier niet om mensen in hokjes te stoppen, maar om hen te helpen leven. Matthijs Goedegebuure |
Waarom schrijf ik?Ik schrijf over de verschillen tussen karakters, binnenwerelden en innerlijke talen. Omdat ik geloof in respect voor de ander die anders is. En in luisteren naar die ander zonder oordeel.
Ik schrijf omdat ik zie dat polarisatie, oordeel, wantrouwen, verwijdering, vijandschap, eenzaamheid, onbegrip en karikatuurvorming zoveel kapot maakt. Het zit blijkbaar in ons. In mij. In jou. Ik schrijf omdat eerlijke liefdevolle en zoekende woorden een wapen zijn tegen ontwrichting, eenzaamheid, zonde, leugens en verbittering. Ik schrijf omdat we allemaal ongelofelijk complex zijn. Onze eigen binnenwerelden zijn vergelijkbaar met afzonderlijke universums. We kunnen onszelf en de ander nooit helemaal begrijpen. Maar wel steeds meer respecteren. Respect en naastenliefde is niet ingewikkeld. Het is een grondhouding. Maar die grondhouding kan je wel alles kosten. Ik schrijf niet omdat ik veel meen te weten of een voorbeeld ben. Verre van dat. Ik schrijf juist omdat ik zoveel niet weet, maar wel al tientallen jaren zoek en blijf zoeken hoe ik kán weten en wellicht daarmee een klein voorbeeld mag zijn. Al was het maar in het omgaan met fouten, pijn en strijd. Ik schrijf voor jou, wanneer je jezelf niet meer herkent in deze wereld en in de mensen om je heen. Dat is gruwelijk eng. Je bent niet gek. Ik bid dat er iets tussen mijn schrijfsels zit waar je wél iets in herkent van jezelf. Of dat jou helpt om oordeel los te laten. Vooral over jezelf. Ik schrijf omdat er altijd hoop fluistert. Altijd. Echt. Het vraagt oefening om het te horen. Ik hoor het soms ook niet meer. Dan ga ik schrijven ... herschrijven, zoeken naar woorden die 'kloppen'. Ik schrijf ook omdat ik zonder schrijven simpelweg zou stikken. Ik kan eigenlijk niet anders. Vergeef me. Je neemt me het meest serieus als je me niet té letterlijk serieus neemt. Mijn zinnen zijn slechts pogingen om één bepaald perspectief te schilderen in woorden. Tussen duizenden andere waardevolle perspectieven. En voor iedereen die ook schrijft of schildert: blijf schrijven. Blijf alsjeblieft schilderen. Zo blijf je leven. Archieven
Maart 2026
CategorieënAlles Autisme Autonomie Big Five Borderline Chronisch Psychisch Lijden Diagnostiek Diagnostische Dwaling DSM V Empathie Evangelie Geloof Gevoeligheid Herkenning Hertraumatisering Informatie Voor Naasten Johnny Cash Langdurige Problematiek Levensfasen Liefdesverdriet Lijden Mentale Gezondheid Misdiagnose Muziek Onmogelijke Keuzes Persoonlijk Psychologie Psychopathologie Relationele Ontwrichting Songteksten Stress Therapeutische Klik Therapiematch Trauma Vriendschap Zelfreflectie |
Wil je meer weten over mijn werk als psycholoog, schrijver of muzikant? Kijk dan op één van mijn websites.
RSS-feed