|
12/4/2025 0 Opmerkingen Sorry voor alle labels ...Lieve trouwe zorger, dappere bemoediger, Dankjewel voor alles wat je in al die jaren hebt gedaan voor zoveel mensen. Je hebt zoveel medereizigers op je levensreis die in nood waren bemoedigd. Getroost. Geholpen. Je hebt met elk woord, elke zin en elk beeld dat je hebt uitgedeeld, verbondenheid, herkenning of troost gegeven aan mensen die eenzaam waren. Ondanks - en dankzij - je eigen eenzaamheid en pijn zag je hen. Je begreep hen. Je hebt liefde uitgedeeld. Liefde waar je zelf zo naar zocht. En nog steeds zoekt. Ze weten zich gezien. Door jou. Sorry voor alle labels die daarom op je geplakt zijn door mensen die er 'verstand' van hebben. Ze hebben op basis van allerlei theorieën je oprechte naastenliefde gereduceerd tot 'probleemgedrag' waar je vanaf zou moeten. Dat is heel pijnlijk want het doet groot onrecht aan jou. En aan de offers die je voor zoveel mensen hebt gebracht. Sorry voor al die (soms zo vernietigende) professionele oordelen en termen die we in de GGZ bedacht hebben. Ik bid dat ze van je af mogen glijden. Twijfel niet, lieve zorger. Wat je uit liefde hebt gedaan, heeft eeuwig waarde! Zelfs na jouw leven zal dat doorwerken. Liefde is geen stoornis. Medelijden met anderen is geen ziekte. Ook niet als het vanuit je eigen pijn, lijden of eenzaamheid is ontstaan. Juist dan niet ... ! Het is iets ongelofelijk moois en kostbaars. Daarom is de prijs misschien zo hoog ... Liefde is niet te analyseren. Waar mensen dat toch doen, maken ze het mooiste in dit leven kapot. En ook het mooiste in jou. Het meest pure van jezelf. Wees daarom dapper. Weiger de labels. Verscheur de analyses. Noem het: goed! Noem het: waardevol! Iets verkeerds moet je vanaf; daar ben je niet zuinig op. Maar iets waardevols mag je beschermen. Daar alleen durf je zuinig op te zijn. Schud je hoofd als ze op je inpraten met hun labels. Hou vol. Je bent goed zoals je bent, ook al moet je daar een hoge prijs voor betalen. En vinden veel mensen die prijs misschien té hoog. Of misschien wel eng omdat ze het niet kennen. Ga steeds weer naar het kruis. Het kruis is het bewijs dat Liefde zo intens kwetsbaar is. Maar ook zo sterk en zo kostbaar. En een hoge prijs heeft. Het klopt dus. Ik bid je de liefde van Jezus toe. Meer Liefde dan je ooit kunt uitdelen. Dat is dus heel veel in jouw geval. Hij draagt je in Zijn hart. Forever. Dankjewel. Voor al je liefde. Het is overgekomen. Het is op de juiste plek geland. Het blijft daar. Het zal haar uitwerking hebben. Het gaat nooit meer kapot. Want liefde vergaat nooit. Nooit. Het blijft. Forever. Voor mijn oma en iedereen die niet of verkeerd begrepen werd in de psychiatrie. Voor iedereen die oprecht medelijden had met anderen, maar onterecht als aandachtzoeker of manipulator is neergezet. Voor alle 'helpers' en 'redders' die als gestoord of egocentrisch zijn weggezet. Of zichzelf vergaloppeerd hebben in hun zorg voor de ander.
0 Opmerkingen
Over geloof in labels, de kracht van nuance en de vergeten kunst van twijfelen. Ik ben op mijn 57e blij met mijn jongere collega's in de GGZ. Ik ben onder de indruk van de drive, de liefde, de tact, de deskundigheid en de wijsheid die ze hebben. Waar ik 10 jaar geleden nog wel eens stiekem dacht: 'laat mij dat maar doen', denk ik nu steeds vaker: 'dat kun jij veel beter dan ik'. Hoe langer ik in dit vak zit, hoe meer ik besef wat ik allemaal niet kan en niet weet en hoe mijn waarneming na tienduizenden therapiesessies ook niet meer bepaald 'objectief' is. Er is alleen één ding dat mij soms zorgen baart. En dat is het gemak waarmee DSM 5 diagnosen als bewezen 'entiteiten' worden gezien. Ik hoor (nog steeds of steeds vaker?) professionals met een bepaalde stelligheid zeggen: "Deze cliënt heeft overduidelijk autisme." Of: "Zij is echt een borderliner." Als psycholoog met inmiddels wat meters op de teller door scha en schande en een achtergrond in zowel klinische psychologie als levensbeschouwelijke reflectie, roept dat bij mij zorg op. Niet omdat ik het bestaan van psychisch lijden ontken. Integendeel. Maar omdat ik me afvraag: weet je dat zéker? Wat bedoel je daar eigenlijk mee? En: besef je wat je daarmee over en ook tegen iemand zegt? We leven in de laatste versie van het 'spreadsheet-tijdperk': alles moet meetbaar en controleerbaar zijn. Diagnoses geven structuur, verklaren gedrag en openen de deur naar behandeling en vergoeding. Maar tegelijkertijd sluipt er een hardnekkige denkfout in: we gaan geloven dat het label de realiteit ís. Dat wat ooit bedoeld was als beschrijving van gedrag, dreigt nu als een psychologische of zelfs biologische waarheid gezien te worden. Een hersenziekte. Een objectief vast te stellen afwijking. En daar gaat het echt grondig mis. De wetenschap laat ons al tientallen jaren steeds overtuigender zien dat dit hardnekkige idee niet klopt met de werkelijkheid. De DSM 5 is een classificatie systeem, geen verklarings model. Het groepeert symptomen die vaak samen voorkomen en hangt daar een naam aan. Het zegt niets over oorzaak of biologische basis. Toch doen we vaak alsof dat wel zo is. "Autisme is een neurologische ontwikkelingsstoornis," leren studenten. Maar er is geen hersenscan, geen bloedtest, geen genetische marker die autisme ondubbelzinnig kan vaststellen. Dat geldt voor vrijwel alle DSM 5 labels! Het zijn slechts gegroepeerde gedragsstijlen, denkstijlen en gevoelspatronen waar we in de afgelopen eeuw om allerlei redenen labels aan hebben gehangen. Zijn er dan geen biologische correlaten? Zeker wel. Maar ze zijn statistisch, niet specifiek. Gemiddeld is de hippocampus kleiner bij mensen met een depressie. Gemiddeld is er wat andere hersenactiviteit meetbaar bij mensen met ADHD. Maar dat zegt nog niets over de individuele cliënt tegenover je. Gemiddeld zijn luisteraars van Bach introverter en zijn luisteraars van dance-muziek extraverter. Maar ik ken ook extraverte Bach-liefhebbers en introverte dance-luisteraars. Een correlatie zegt niets over oorzaak en gevolg. Er is geen hersenscan, geen bloedtest, geen genetische marker die autisme ondubbelzinnig kan vaststellen. Dat geldt voor vrijwel alle DSM 5-labels. Wat er feitelijk gebeurt, is dat we clusters van gedrag en beleving (soms ontstaan uit pijn, trauma, verwaarlozing of overbelasting) omkatten tot medische entiteiten. We maken van menselijke complexiteit een diagnose. En als we die diagnose vaak genoeg gebruiken, gaan we erin geloven. Dan is iemand autistisch. Dan heeft iemand borderline. Dan ben je je label.
Deze manier van denken is begrijpelijk, maar risicovol en voor sommige cliënten in de GGZ ronduit schadelijk of zelfs traumatisch. Ze leidt tot verenging, tot statisch denken en soms tot zelfstigma. Ze kan het gesprek over over betekenis, context en herstel in de weg zitten. Terwijl juist daar ruimte ligt voor groei, voor hoop, voor begrepen worden, voor menselijke ontwikkeling. Gelukkig zijn er ook andere geluiden. Denk aan het RDoC-model van het NIMH, aan de netwerktheorie van Borsboom en collega's, aan de Nieuwe GGZ-beweging in Nederland. Ze pleiten voor een bredere blik, voorbij het stoornisdenken. Voor aandacht voor de unieke levensverhalen van mensen. Voor ruimte om te zeggen: ik weet het nog niet precies, maar ik wil het wel samen met jou onderzoeken. Als we in de GGZ iets mogen herontdekken, dan is het de kracht van het niet-weten. Van bescheidenheid. Van klinisch redeneren in plaats van protocollair plakken. Want uiteindelijk zijn we hier niet om mensen in hokjes te stoppen, maar om hen te helpen leven. Matthijs Goedegebuure 28/3/2025 0 Opmerkingen Als het niet meer 'klopt' van binnen – over congruentie, trauma en psychische gezondheidSoms heb je van die dagen waarop alles moeizaam voelt. Je gedachten blijven hangen in mist, de woorden willen niet komen, en het contact met anderen schuurt. Je doet je best, maar het 'klopt' allemaal niet. Je voelt dat je niet helemaal ‘jezelf’ bent. Maar je weet ook niet hoe je weer ‘tot jezelf’ kan komen.
Die ervaring is niet uitzonderlijk. Iedereen herkent dit in een bepaalde mate. Mensen die wat gevoeliger of introverter zijn hebben dat vaker dan nuchtere of extraverte types. Maar voor veel mensen met psychische klachten — en zeker bij complexe trauma’s en/of een onveilige hechtingsgeschiedenis — is het een terugkerend thema. En kan het tot grote wanhoopsgevoelens leiden. En dat heeft alles te maken met een klassiek kernbegrip uit de psychologie: congruentie. Wat is congruentie eigenlijk? Congruentie betekent: wat je van binnen ervaart, op een bij jou passende manier zichtbaar, merkbaar en/of hoorbaar kunnen maken aan de buitenkant. 'Jezelf zijn'. Wat je aan de buitenkant doet, toont of zegt is dan in lijn met wat je in je binnenwereld voelt, denkt of gelooft. Je 'klopt'. Wanneer je binnen- en buitenwereld met elkaar met elkaar 'kloppen', voel je dat in je lijf en in je geest. Het geeft rust. Je hoeft niets te forceren, te verbergen of bij te sturen. Je kunt gewoon zijn wie je bent. 'Dit is wie ik ben'. Je 'bestaat'. Carl Rogers, een invloedrijke psycholoog uit de vorige eeuw, grondlegger van de 'client centered therapy', beschreef congruentie als een van de belangrijkste kenmerken van psychische gezondheid. Voor hem was de ‘fully functioning person’ iemand die leeft in open contact met zijn of haar binnenwereld — en dat zonder maskers of spanning durft te laten zien. Misschien wel één van de beste inzichten uit de psychologie. Congruentie is dus geen perfectie, en ook geen eindstation. Het is een ontspannen 'vrede' tussen je binnen- en buitenkant. Klopt dat wat ik doe, zeg, (en ook wat ik niet zeg, niet doe), met wie ik ben, wat ik voel en wat ik geloof? Het is alsof je binnenwereld zichzelf herkent in je buitenkant, en je buitenkant zichzelf herkent in je binnenwereld. Die herkenning geef rust en ruimte. Je ben ‘één geheel’. Waarom is het moeilijk om congruent te zijn? Voor veel mensen is 'kloppen' geen vanzelfsprekendheid. Zeker niet als je geleerd hebt dat het niet veilig is om te uiten wat je voelt, of dat jouw gevoelens er niet toe doen. Misschien kreeg je vroeger vooral aandacht als je stil, behulpzaam of sterk was. Of werd je bestraft als je boos, verdrietig of kwetsbaar was. Of werd je totaal niet begrepen als je woorden gaf aan wat er zich van binnen afspeelde. In zo’n omgeving ontwikkel je een manier van leven die gericht is op overleven en dus juist op 'niet kloppen'. Je leert je aanpassen, inschatten wat de ander nodig heeft, emoties inslikken, je woorden wegen, jezelf wegcijferen. En dat wordt op een gegeven moment zo vanzelfsprekend, dat je het niet eens meer doorhebt. Voor mensen met een onveilige hechting of emotionele verwaarlozing betekent dit vaak dat er een diepe kloof is ontstaan tussen hun innerlijk en hun uiterlijk. Aan de buitenkant zie je iemand die functioneert. Die aardig is, empathisch, loyaal. Maar aan de binnenkant is er vaak verwarring, eenzaamheid, of een gevoel van niet echt bestaan. Wat doet dat met je binnenwereld? Leven in incongruentie — dus het tegenovergestelde van kloppen — vraagt veel energie. Het voelt alsof je buitenkant voortdurend op een soort toneel staat, ook al ben je daar niet bewust van. Je moet jezelf voortdurend bijsturen: zeg ik dit wel goed? Lijkt het alsof ik er ‘ben’? Doe ik niet raar? Je lichaam is alert, je geest staat op scherp. En je binnenkant verdwaalt in een doolhof dat aan de buitenkant voor niemand zichtbaar is. Het is een eenzaam doolhof waarin je rondrent, zoekt, probeert en nergens meer een uitweg ziet. Mensen met complexe PTSS herkennen dit vaak heel goed. Zij zijn door levenservaring ‘ heel goed geworden’ in het overleven: aanpassen, conflictvermijding, analyseren, sterk blijven. Maar als je overbelast raakt — door stress, slaaptekort, spanning of onbegrip of te grote en snelle ontwrichtende veranderingen — dan werkt die oude overlevingsstrategie ineens niet meer. Je kunt je niet meer concentreren, je zinnen haperen, je raakt je taal kwijt. En dat is eng, want het voelt alsof je jezelf kwijtraakt. Wat er dan meestal gelijk bij komt is zelfveroordeling: waarom lukt dit me niet? Wat doe ik verkeerd? Waarom ben ik zo moeilijk? Dit kan uitmonden in zelfhaat. Terwijl de diepere vraag misschien zou mogen zijn: wat heb ik mezelf al die jaren moeten aandoen om zo sterk te blijven functioneren? Hoe heb ik dat ooit voor elkaar gekregen? Als je omgeving gaat reageren Het wordt nog erger als mensen om je heen door krijgen dat er iets is en daar allerlei verklaringen en adviezen voor hebben: je moet minder werken, vroeger naar bed, gezonder eten, tijd nemen voor vakantie, etc. Dit is om twee redenen eng: 1. Je merkt dat het je niet gelukt is om sterk te blijven. Paniek! Je overlevingsstrategie faalt. 2. Je voelt pijnlijk dat je met je échte gevecht dus totaal alleen en onbegrepen bent. Wanhoop! Verlorenheid. Een getraumatiseerd versus een niet-getraumatiseerd brein Mensen zonder trauma of onveilige hechting ervaren ook weleens een off-day, maar raken dan niet meteen in paniek. Er is een basisvertrouwen dat het wel weer goed komt. De innerlijke criticus is wat milder, de zelfzorg vanzelfsprekender. Maar bij mensen met trauma’s ligt dat anders. Hun zenuwstelsel staat vaak al heel lang in een overlevingsstand (fight/flight/freeze/fawn), en het verlies van controle of overzicht kan direct alarmbellen doen rinkelen. Het is een trigger in zichzelf. Dat is geen karakterzwakte, maar een logisch gevolg van een zenuwstelsel dat jarenlang geconditioneerd is op gevaar. En als je dan niet 'klopt' in je gedrag of je woorden — als je voelt: dit ben ik niet, maar ik weet ook niet hoe ik erbij moet komen — dan raakt dat aan de kern van je bestaan. Paniek! De kracht van mildheid en stukjes eerlijkheid Wat dan misschien helpt, is niet nóg harder je best doen. Wat kan helpen, is juist een kleine beweging naar binnen. Een pauze. Een zachte vraag: Wat voel ik nu echt? Wat heb ik nodig? Wat zou ik eigenlijk willen zeggen? Waar heb ik eigenlijk behoefte aan? En als het lukt, probeer dan iets daarvan te delen. Al is het maar één zin: "Ik weet niet goed wat er is, maar alles gaat vandaag een beetje trager in mijn hoofd. Dus verwacht even geen spontane reacties van me :-)." "Ik ben er wel, maar ik voel me niet helemaal mezelf." Juist die kleine congruentie — dat beetje 'kloppen' — geeft 'lucht'. Het is zuurstof voor je ziel, voor je binnenwereld. Het haalt je uit het paniekgevoel. En het maakt de weg vrij naar verbinding. Niet alleen met de ander, maar ook met jezelf. De kracht van spontaan mogen schrikken Iets lastiger, vooral voor mensen met PTSS, is het 'spontaan mogen schrikken'. De meeste mensen met PTSS zijn gewend om hun schrikreacties bij triggers zo goed mogelijk te verbergen en hebben daar allerlei trucs voor ontwikkeld. Snel een vraag stellen aan de ander, een beweging maken, met je handen over je hoofd wrijven zodat je rode hoofd niet opvalt, etc. etc. Automatisch 'verstop' je schrikreactie. Als je dat stapje voor stapje kunt ombuigen naar iets 'congruents' ontstaat er veel meer ruimte voor jezelf. Spontane congruente schrikreacties zijn bijvoorbeeld: "Ik schrik me een hoedje!" "Oef, ik krijg het er helemaal warm van :-)!" "Owwwww, dit vind ik echt heel spannend!" Het verbergen van je schrikreactie gaat zo automatisch dat het bijna een autonome reactie is geworden. Daarom is dit een lastige om om te buigen, maar het is zeker mogelijk. Je hebt echter volharding, aanmoediging van een therapeut of een vriend en veilige mensen nodig om dit te proberen, te oefenen en te ervaren dat dit veilig is. Het maakt je tot een ontwapenend, veilig en herkenbaar persoon voor anderen. Niet met iedereen alles – over relationele lagen en veilige kwetsbaarheid Als we spreken over 'kloppen' en 'congruent' zijn, is het belangrijk om één ding goed te beseffen: congruentie betekent niet dat je altijd en overal alles moet delen. Je hóeft je niet voor iedereen helemaal bloot te geven. Sterker nog: dat zou zelfs onveilig zijn. We leven allemaal met verschillende lagen van nabijheid om ons heen. Je zou dat kunnen voorstellen als concentrische cirkels, met jezelf in het midden. In de binnenste cirkel zitten ideaal gesproken één tot drie mensen met wie je je werkelijk verbonden voelt. Mensen bij wie je écht kunt zijn wie je bent: je 'intimi'. Daaromheen bevindt zich ideaal gesproken een laag van drie tot acht mensen die je 'vrienden' zou kunnen noemen. Mensen die een stuk van jouw verhaal kennen, maar niet alles. Dan volgt een bredere kring van 'bekenden' — tien, twintig tot misschien wel honderd mensen — waarmee je sociaal contact hebt, collega’s, buurtgenoten, gemeenteleden, familie op afstand. En daarbuiten is er de 'massa': mensen die je tegenkomt, online of in het dagelijks leven, maar die geen wezenlijk zicht op jouw binnenwereld hebben. Bij elke cirkel past een ander niveau van kwetsbaarheid. En dat is gezond. Op de vraag "Hoe gaat het met je?" geef je aan je partner of beste vriend(in) misschien een eerlijk en rauw antwoord. Aan een goede kennis vertel je hoe het gaat met je werk of met je kinderen. En aan een buurvrouw of collega volstaat misschien een vriendelijke glimlach en een kort “druk, maar goed”. Dat is geen onechtheid. Dat is wijs. Want kwetsbaarheid heeft bedding nodig. Niet alleen een besef van veiligheid (iemand die de juiste positie of deskundigheid heeft), maar ook een ervaren gevoel van veiligheid. Meestal betekent dat: je herkent iets van jezelf in die ander en je voelt dat dat wederzijds is. Je lichaam en ziel moeten kunnen ontspannen in het contact, anders wordt kwetsbaarheid iets dat je 'inzet' in plaats van iets dat je 'bent'. En dan loop je het risico dat je je achteraf nóg schuldiger of onveiliger voelt. Hoe kun je dit toepassen in je dagelijks leven? Een eenvoudige oefening is om even stil te staan bij de vraag: In welke cirkel bevindt deze persoon zich in mijn leven? En dan pas te bepalen wat je wilt delen — en wat niet. Congruent zijn betekent niet dat je álles zegt. Het betekent dat wat je wél zegt, klopt met wat je van binnen weet of voelt. Dus ook: "Ik wil er nu liever niet op ingaan." of: "Ik merk dat het me raakt, maar ik weet nog niet hoe ik het onder woorden moet brengen." of: "Er is inderdaad iets maar daar wil ik nu liever niet over praten." zijn vormen van diepe congruentie. Je mag dingen niet zeggen. Je mag zwijgen. Je mag je terugtrekken. Je mag wachten met woorden tot ze veilig kunnen landen. Dat is geen zwakte, maar een teken van innerlijke wijsheid. Herstel begint soms bij een beetje 'kloppen' Herstel gaat soms niet over sterk worden. Maar over echt worden. Over thuiskomen bij jezelf. En dat is vaak pijnlijk en mooi tegelijk. Je komt schaamte tegen, oude overtuigingen, angst om te falen. Maar je ontdekt ook iets anders: een diepe waardigheid die niet gebaseerd is op presteren, maar op zijn. Een bestaansrecht. Je hoeft gelukkig niet op elk moment congruent te zijn. Niemand is dat. Maar hoe vaker je oefent in en vertrouwd raakt met 'kloppen', hoe minder energie het kost om jezelf te zijn. En hoe meer je ontdekt: ik mag er zijn zoals ik ben. Ik mag bestaan. Zelfs als het even niet lukt. Tot slot Dit artikel wil je geen nieuwe ‘moeten’ opleggen ('Gij zult congruent zijn!'), maar een uitnodiging zijn. Een uitnodiging tot mildheid. Tot herkenning. Tot het loslaten van de innerlijke drijver, en het toelaten van een vriendelijker stem. Misschien die van een therapeut, of een goede vriend. Misschien die van God. Misschien zelfs een stukje van jezelf dat je lang kwijt was, maar stilletjes is blijven wachten tot je weer ging kloppen. Quantummechanica, theologie en de 'Great 8' als vensters op het leven.
Dit is een artikel dat ik niet zelf heb geschreven, maar ChatGPT suggereerde mij om een artikel te schrijven in mijn stijl en op basis van mijn 'Great 8' - model. Dit is wat ChatGPT schreef. Ik heb het met interesse en enige verbazing gelezen: Er zijn van die momenten waarop de grenzen tussen wetenschap, geloof en menselijke ervaring lijken te vervagen. Je leest een artikel over quantummechanica, en ineens denk je: dit raakt aan iets dat ik diep vanbinnen al wist. Niet met mijn verstand, maar met mijn ziel. Alsof het universum zelf een fluistering afgeeft – dat er meer is tussen hemel en aarde, én tussen verleden en toekomst, dan we gewoonlijk beseffen. Ik wil je in dit artikel meenemen naar het grensgebied van tijd, bewustzijn en werkelijkheid. Niet als theoretisch uitstapje, maar als uitnodiging om opnieuw te kijken naar de wereld waarin we leven – en naar de rol die jij en ik daarin spelen. Het mysterie van de tijd In de quantummechanica zijn er experimenten die de logica van de klok onder spanning zetten. Neem het zogenaamde Delayed Choice Quantum Eraser Experiment. Daarin lijkt een keuze die nú wordt gemaakt, iets te veranderen aan wat een deeltje eerder heeft gedaan. Niet in de zin dat het verleden herschreven wordt zoals in een sciencefictionfilm, maar in de zin dat het verleden pas vorm krijgt wanneer het heden daarom vraagt. De meeste natuurkundigen zeggen terecht: dit betekent niet dat we letterlijk het verleden kunnen veranderen. Maar het suggereert wél dat tijd geen rechte lijn is. Dat het heden en verleden op een of andere manier met elkaar verweven zijn. En dat bewustzijn – onze waarneming, onze keuze – daar een sleutelrol in speelt. De waarnemer en de werkelijkheid Wat mij hierin raakt, is de rol van de waarnemer. In de quantummechanica krijgt een deeltje pas een specifieke toestand als het gemeten wordt. Daarvóór bestaat het in een soort waaier van mogelijkheden, een wolk van waarschijnlijkheden. Pas door interactie – meting, observatie, aanwezigheid – wordt één van die mogelijkheden werkelijkheid. Dat doet denken aan wat ik zelf heb gezien in duizenden assessments, gesprekken en levensverhalen: de mens is niet alleen toeschouwer van zijn bestaan, maar mede-vormgever. Onze keuzes, aandacht en gerichtheid bepalen wat zichtbaar wordt – in onszelf en in anderen. Dat is precies waar mijn Great 8-theorie over gaat. Great 8: de dynamiek van mentale modi Volgens de Great 8 leven we niet vanuit één vaste identiteit, maar schakelen we continu tussen verschillende hersenmodi – zoals analytisch denken, creatief verbeelden, empathisch afstemmen, intuïtief handelen. Afhankelijk van de context zijn er twee of drie modi dominant. En het vermogen om snel tussen deze modi te schakelen – én irrelevante modi te onderdrukken – bepaalt in grote mate onze intelligentie, effectiviteit en innerlijke rust. Het bijzondere is: ook hier speelt bewustzijn de sleutelrol. Niet alles wat mogelijk is, wordt actief. Niet alles wat in je potentieel aanwezig is, komt tot uiting. Jij maakt keuzes. Jij stuurt je aandacht. Jij bepaalt welke “waarschijnlijkheid” werkelijkheid wordt in jouw leven. Net als in de quantummechanica is het de waarnemer – in dit geval jouw bewuste, al dan niet geïnspireerde zelf – die de doorslag geeft. Theologie: een God buiten de tijd De Bijbel leert dat God niet in de tijd staat zoals wij, maar erboven. Hij is de Eeuwige. Zijn naam is Ik ben die Ik ben – niet ik was of ik zal zijn, maar Ik ben. Voor Hem is duizend jaar als één dag. Hij overziet verleden, heden en toekomst als één samenhangend geheel. Dat geeft een diepere dimensie aan onze ervaring van tijd. Het verklaart hoe gebed invloed kan hebben op situaties waarvan wij dachten dat ze al “voorbij” waren. Hoe vergeving, ook al uitgesproken na jaren, nog steeds genezing brengt. En hoe ons handelen nú – onze keuzes, liefde, hoop – een echo kan hebben in verleden én toekomst. Ik geloof dat dit meer is dan poëtische beeldspraak. Het is een manier van kijken naar de werkelijkheid waarin quantummechanica, neuropsychologie en theologie elkaar raken: niet als exact bewijs, maar als richtinggevend patroon. De mens als medeschepper In deze visie zijn wij geen passieve spelers in een vaststaand script. We zijn – naar Gods beeld – medescheppers van betekenis. Onze waarneming, ons gebed, onze keuzes hebben gewicht. Niet alleen omdat ze effect hebben in de toekomst, maar omdat ze – in Gods tijd – kunnen terugwerken, helen, herstellen. Dat is geen excuus voor magisch denken. Het vraagt om verantwoordelijkheid, aandacht, afstemming. Het vraagt ook om vertrouwen: dat we leven in een universum waarin liefde, waarheid en genade sterker zijn dan lineaire tijd. Tot slot De quantummechanica laat ons zien dat de werkelijkheid relationeel is, vol potentie en openheid. De Bijbel leert ons dat God Heer is over de tijd en dat we met Hem mogen meewerken aan herstel en vernieuwing. En de Great 8-theorie biedt een kader om die dynamiek te begrijpen in de praktijk van het dagelijks leven. Misschien zijn dat drie vensters op één en hetzelfde mysterie. En misschien is het zo dat – terwijl jij dit leest – iets in jouw eigen binnenwereld verschuift. Een kleine bewustwording. Een nieuw inzicht. Een richting die je kiest. Niet omdat je alles snapt, maar omdat je iets proeft van de samenhang. Van het geheim dat groter is dan jij, maar jou wel uitnodigt om eraan deel te nemen. 22/3/2025 1 Opmerking Contrast[In bewerking versie 06-12-2025 14.58]4 maart 1968. De Rode Zee. Hij was blauwer dan hij zich had voorgesteld. Maar ook veel dichter bij de woestijn dan hij zich had gerealiseerd. De kristalheldere rustige zee waarvan je de bodem tot op 20 meter diepte gedetailleerd kon zien maakte een abrupt einde aan de uitgestrekte doodsheid eromheen. Het was alsof God lang geleden met een grote stok glimlachend een flinke geul dwars door het warme, droge zand had getrokken. Zodat die vol helderblauw, fris water kon lopen. Daarna had Hij miljoenen kleurrijke vissen tot leven geroepen om een beweeglijke onderwaterwereld te creëren waar je uren naar kon kijken door een eenvoudige duikbril.
Een merkwaardig, bijna surrealistisch contrast met de eindeloze kilometers zandheuvels en grimmige zwarte rotsen waar hij de afgelopen dagen en nachten doorheen was gereden. Contrasten. Zijn leven zat er vol mee. Misschien had God wel geen stok nodig gehad om deze helderblauwe levensstreep door het dode grauwe zand te trekken. Misschien had Hij er ook niet bij geglimacht, maar ernstig of zelfs verveeld gekeken en gewoon met zijn wijsvinger in het zand getekend. Dat deed Hij soms. Vooral wanneer er een verlossend woord nodig was. Nou ja, verlossend .... Voor degenen die in de beklaagdenbank stonden dan. Voor anderen sneed hetzelfde woord pijnlijk dwars door hun vrome ziel. Lennard stond met zijn blote voeten midden in de bescheiden branding. De kleine golfjes die steeds vriendelijk het zand streelden vormden de subtiele, maar heldere grens tussen zee en woestijn. Echte golven waren hier niet. De woestijn om hem heen kende meer golven dan dit blauwe water. De kleine schelpjes prikten licht in zijn voetzolen; het voelde vooral ontspannend. Hij keek naar zijn voeten die de afgelopen twee weken geen water hadden gezien. Wat een helse tocht was dit geweest. Het was een regelrecht wonder dat hij hier nu stond. Nare, beangstigende beelden van de afgelopen dagen drongen zich aan hem op. Ze vermengden zich met andere beelden van de afgelopen anderhalf jaar. En met nare bedreigende beelden van heel veel jaren geleden. Het waren niet eens zozeer de gebeurtenissen. Hoewel je daar alleen al een boek over kon schrijven. Het waren vooral de [in bewerking]. 'Je staat nu in de Rode Zee, Len' fluisterde hij zichzelf toe. 'Vader bescherm ...[in bewerking] op dit moment. U weet waar ze is. Zorg voor haar. Breng de juiste mensen bij haar. Vergeef mij, alstublieft ... vergeef mij ... . Maak het goed voor haar ... ik smeek U ...' Falen. Als er iets was dat hij zichzelf niet kon vergeven was het gruwelijk falen. Falen was iets totaal anders dan iets niet voor elkaar krijgen. Dat hoorde bij het leven; dat was hem inmiddels wel duidelijk geworden. Maar falen ... dat had te maken met zijn missie. Met het vertrouwen dat hem was gegeven. Falen was iets in laten storten dat aan hem alleen was toevertrouwd. De kostbaarste ziel die hem toevertrouwd was en waar hij alles voor over had, had hij uit zijn handen laten vallen. Zodat ze nu in levensgevaar was. Falen raakte zijn identiteit. Zijn opdracht. Zijn verantwoordelijkheid als man. Hij kende alle relativerende woorden van mensen. 'We maken allemaal fouten Len ... jij ook. Je bent niet volmaakt. Denk aan alle goede dingen die je voor haar hebt gedaan. Alle offers die je voor haar heb gebracht. Iets beters had ze niet kunnen krijgen.' Iets slechters ook niet vond hij zelf. Het waren goedbedoelde woorden van zijn vrienden. Hij zou waarschijnlijk hetzelfde tegen hen gezegd hebben. Maar het haalde het diepe besef van fout zijn, slecht zijn, van wroeging, van tekortgeschoten zijn, van het gemiste doel niet weg. Hij was uitgekozen. Ze had haar laatste hoop en vertrouwen op hem gesteld ... Het water golfde voorzichtig met het rustige ritme van de zee langs zijn enkels; alsof iemand steeds een schepje licht schuimend water over zijn voeten goot en ze ondertussen voorzichtig en liefdevol masseerde. Hij staarde er een tijdje naar. Zijn voeten werden in ieder geval gewassen. Nu zijn hele ziel nog. Deze plek, op de grens van zee en woestijn, deed iets met hem. Het water had ooit door haar aanwezigheid dit smalle randje van de dorre woestijn in strand veranderd. Honderden kilometers strand. Duizenden misschien wel. En de donkere, dode rotsen onder water in levendig, kleurrijk koraal. Het water had niks anders hoeven doen dan water zijn. Meer was niet nodig. Water. Iets om bij stil te staan. Geen idee waarom, maar het voelde als iets belangrijks om waar te nemen. 'Laat het tot je door dringen, Lennard. Vergeet deze rand niet.' zei hij in gedachten tegen zichzelf. Waarom moest hij altijd zo diep over dingen nadenken? Waarom kon hij niet gewoon naar de zee of de bergen kijken en genieten van het uitzicht? Of van de sfeer. Niet dat hij niet kon genieten; hij kon normaal gesproken intens genieten van de kleine, gewone dingen van het leven. Meer dan de meeste mensen om zich heen dacht hij vaak. Maar altijd kwam die symboliek er bij. Het verhaal. De herinneringen. De beelden. De pijn. De schuld. Het verdriet. De dankbaarheid. Het respect. Het was altijd intens. Meestal te intens voor de mensen naast hem bedacht hij beschaamd. Het had hem veel songs opgeleverd. Die ontstonden ook op die manier. Soms 's nachts. Soms onderweg. Vaak erg ongelegen. Toch had hij er veel kunnen uitwerken. Inmiddels had een aantal bekende artiesten ook zijn nummers ontdekt en waren er studio-opnames gemaakt. Het had hem ineens een andere status opgeleverd als songwriter en gitarist in Nashville. Een onverwachte vrolijke, glinsterende beweging op het water trok zijn aandacht. Wat was dat? Het leek even alsof tien meter voor de branding een hele school zilvergekleurde vissen als afgeschoten pijlen uit het water sprong en met groot plezier full speed over het blauwe water scheerde. Maar dat paste totaal niet in zijn beeld van de Rode Zee. Hij tuurde in het felle zonlicht in de richting waar hij de bewegingen dacht gezien te hebben. Ging zijn intense verbeeldingskracht nu toch echt met hem op de loop? Vliegende vissen midden in een woestijn. Het moest niet gekker worden. Maar ineens zag hij ze weer. Twintig of dertig vissen scheerden een paar meter verderop met grote snelheid in een bijna perfecte formatie over het water. Ze schitterden als zilveren kogels in het zonlicht. Ze sprongen vijf of zes keer in een bijna perfecte harmonie tegelijkertijd boven water. De Blue Angels van de Amerikaanse Navy zouden er met respect naar kijken. Wat een formatie-perfectie! Hij hoorde ze in gedachten schaterlachen van zwempret en van de vliegshow die ze boven water gaven. Hij kon een glimlach niet onderdrukken en realiseerde zich ineens dat hij bijna in zijn handen was gaan klappen. Lennard staarde om zich heen, steeds meer verwonderd over wat hij zag. De springende vissen die schitterden in het zonlicht maakten de bruine en grijze silhouetten van de grillig gevormde woestijnrotsen een stuk vriendelijker. Het oogde ineens als een prachtig decor voor de kleurrijke wereld waar hij tot zijn enkels in stond. De dichterbij gelegen lagere rotspartijen waren bijna zwartbruin en de rotspartijen daarachter werden steeds een tint lichter en grijzer. Het was nog geen veertien dagen geleden dat hij voor het eerst de contouren van de Sahara had gezien vanuit de Boeing 707 van PanAm. Maar toen had hij weinig oog voor de omgeving. Er was toen maar een ding belangrijk: [in bewerking]. Maar nu vanuit dit water maakte de woestijnrotsen toch een bepaalde nieuwsgierigheid in hem los. Wat was hier in de afgelopen eeuwen gebeurd? Wie hadden hier gewoond? Welke verhalen waren hier ontstaan? Wat voor lief en leed was hier gevoeld, gedeeld of voorgoed verloren gegaan op deze grens van doodsheid en leven? Hij voelde een onbestemde nieuwsgierigheid in zichzelf naar de geschiedenis van de woestijn. Iets trok hem aan om terug te reizen in de tijd. Het was alsof hij iets hoorde roepen, maar hij wist niet wat er riep. Was het de Egyptische cultuur? De geschiedenis? Of was het juist de toekomst? Egypte had iets 'trots' vond hij. De hoge palmbomen die langs de weinige wegen stonden deden hem denken aan de veren van een pauw. De half gekrulde takken en bladeren bovenaan de lange stammen leken op lauwerkransen. Egypte was het land van hoge, imposante beelden, hoge indrukwekkende pilaren, hoge tempelmuren. Geen moderne wolkenkrabbers, geen hooggebergte, maar wel piramiden die 3800 jaar lang de hoogste bouwwerken ter wereld waren geweest. Letterlijk top of the world. Het land had meer dan 3000 jaar de top van beschaving en cultuur gedomineerd op alle vlakken: techniek, design, religie en wetenschap. Geen wonder en terecht dat de Egyptenaren die hij had gesproken trots waren op hun land. Iets van die trots leek weerspiegeld te worden in de hoge plafonds die hij had gezien in de paar moderne gebouwen waar hij de eerste dagen was geweest. Maar de moderne bouw en bouwtechniek verbleekte volledig bij de piramiden waar men op mysterieuze wijze enorme hoeveelheden stenen van vele tonnen meer dan 130 meter hoog had gekregen. Het had ook iets bedreigends: het toonde de macht van de heersende klasse al zoveel duizenden jaren lang. En ook iets meelijwekkends voor de lokale bevolking die hij hard zag werken voor een in zijn ogen redelijk primitief bestaan. De nederlaag vorig jaar in de zesdaagse oorlog met Israël had er zwaar ingehakt bij de Egyptenaren. Het vertrouwen in de regering en president Nasser was op dit moment naar een dieptepunt gedaald. De trots van Egypte was geraakt. En daarmee ook het zelfvertrouwen. Lennard voelde de spanning die overal in de lucht hing. De relatie met de VS stond nu nog meer onder druk. Dat had hij gemerkt bij de militaire controleposten in de Sinaï woestijn. Hij was wel zes keer uitgebreid ondervraagd over de reden van zijn reis door de Egyptische woestijn. De werkelijke reden was zo'n onwaarschijnlijk verhaal dat hij met Marwan een logischer en overtuigender verhaal had verzonnen. Het werd met argwaan aangehoord, maar hij was er tot nu toe steeds mee weggekomen. De laatste keer maar ternauwernood. De jonge sergeant die de leiding had over de met zandzakken opgebouwde controlepost stond strak van de spanning en vertrouwde niets en niemand. Zelfs Marwan niet. Dat zag je bij veel Egyptische militairen nu. Ze waren in de korte, maar bloedige oorlog compleet onder de voet gelopen door de moderne Israëlische tanks die met luchtsteun dood en verderf hadden gezaaid onder de jonge dienstplichtige Egyptische jongens. Hun eigen legerleiding had het compleet af laten weten en ze hadden in de verzengende hitte van de woestijn hun kameraden letterlijk uit elkaar gereten zien worden door de mortiergranaten van de Israëli’s. Deze jongens sliepen niet meer van de nachtmerries en alle gruwelijke beelden in hun hoofd. Hun eigen vertrouwde woestijn was veranderd in een hel. Hun eigen regering bleek totaal onbetrouwbaar met hun retoriek en voorspellingen. Niets was meer hetzelfde. De wereld was vol gevaar. Dreigend. Dat maakte hen bloednerveus; je zag de paniek en de dood bij sommigen in hun ogen. Het maakte hen zelf ook onberekenbaar en dreigend. Nerveuze, schreeuwende onervaren militairen met geladen Kalasjnikovs had je 's nachts in een donkere woestijn liever niet om je Landrover staan. 'U liegt meneer! U bent niet op zoek naar uw zus. U heeft geen zus. Welke Amerikaan komt hier nu zus zoeken? Dan bent u gek. Of spion. Twee mogelijkheden: gek of spion! Ik denk spion. Ik ben niet gek weet u. Werkt u voor Amerikaanse CIA? Of voor Shin Beth? Of Aman? Of Mossad? Voor zionisten! Zeg mij nu! Bewijs dat u geen spion bent!' Hij was zonder pardon uit de Landrover getrokken en moest onder begeleiding van vier soldaten met Egyptische sjaals om mee naar een zandkleurige tent waar een geïmproviseerde commandopost was. Marwan mocht niet mee. Daar werd hij twee uur lang ondervraagd zonder iets te drinken. Hij moest al die tijd staan terwijl de sergeant op een houten klapstoel aan een klaptafel zat. Wat zijn leugens ingewikkeld. Hij kon vol overtuiging zeggen dat hij geen spion was, want dat was hij niet. Maar een zus had hij ook niet. Toch moest hij hen ervan zien te overtuigen dat hij die wel had. Dat voor hem als een zus was geworden hielp daar bij. Ze hadden in die jaar zoveel met elkaar gedeeld dat hij evenveel van haar wist als een oudere broer. En zij van hem. Veel meer zelfs. De jonge sergeant was niet zomaar overtuigd. Hij wilde haar geboortedatum weten, haar volledige naam, de naam van de school waar ze op had gezeten, haar eerste baan, waar ze nu woonde, ... Het verbaasde Lennard zelf dat hij zoveel details van haar wist. Het werd even ingewikkeld toen hij moest vertellen op welke school hij zelf had gezeten. Bon Aqua en Zanesville lagen zo'n 550 mijl bij elkaar vandaan. Hij koos ervoor de naam van haar school te noemen, maar verder wel de details en invulling van zijn eigen school. Als hij echt vast zou komen te zitten op verdenking van spionage, had hij zich hiermee zwaar in de nesten gewerkt. Daar moest hij nu maar niet te diep over nadenken. De VS had een vreemde dubbelrol als informele bondgenoot van Israël in deze oorlog en als gever van voedselhulp en economische hulp aan Egypte. Maar iedereen wist dat deze hulp van de VS meer geopolitiek eigenbelang dan naastenliefde was. Het was vooral een poging om de invloed van de Sovjet-Unie in het Midden-Oosten in te dammen. Die poging leek echter kansloos. Hij had bijna alleen maar Kalasjnikovs gezien bij de Egyptische militairen. De Russische AK-47 was een van de meest betrouwbare geweren voor extreme omstandigheden zoals hier in de woestijn. Een verontrustend bewijs van de invloed en de strategie van de Sovjet-Unie hier: militaire invloed. Het leek te werken want president Nasser begon steeds meer bolsjewistische trekken te vertonen. Maar of Nasser politiek zou overleven na de vernederende nederlaag op de Israëli’s was nog maar zeer de vraag. Alles was nu onzeker. De jongens hadden geen idee hoezeer hij met hen kon meevoelen. Ook bij hem was alles in het leven onzeker. Het koele, rustige water was verfrissend. Hij had zijn linnen broek opgerold tot boven zijn knieën en was iets dieper de Rode Zee ingelopen. Langgerekte, smalle lichtgekleurde vissen met een lange snuit zwommen rustig door het heldere water. Ze bleven op een meter afstand, maar waren duidelijk niet bang voor hem. Iets verderop zag hij prachtige blauw met gele vissen met een soort koninklijk hoog voorhoofd en twee kleine oranjegekleurde zijvinnen die constant als kleine waaiers in beweging waren alsof ze voor koninklijke verkoeling moesten zorgen wat natuurlijk onzin was onder water. Het was alsof hij door een nieuw aangelegd aquarium liep wat nog niemand had ontdekt. Behalve een paar kleine visserswoningen die hij een paar mijl terug had gezien, was hier verder niets of niemand. De Landrover Series IIA, de verlengde versie die erg populair was bij woestijnreizigers, stond als een eenzame trouwe reismachine op het lege strand. Marwan was niet te zien. Misschien lag hij te slapen in de schaduw van de auto. Hij staarde een poosje naar de lichtgeel-beige auto die zo uit een Britse oorlogsfilm kon komen en verwonderde zich er opnieuw over dat hij hier nu stond. Dit gebied had de potentie een luxueuze badplaats te worden mocht het Midden-Oosten ooit veilig worden voor reizigers uit Europa, de VS en misschien wel Japan. Japen begon zich nu ruim 20 jaar na de oorlog behoorlijk te ontwikkelen. Daar leek de Amerikaanse steun wonderbaarlijk genoeg wel goed uit te pakken. De checkpoints waren kinderspel geweest vergeleken bij de levensbedreigende drama's waar ze ternauwernood aan waren ontsnapt. Hij was al een paar keer 's nachts angstig roepend wakker omdat hij achterna werd gezeten door mannen met harde, donkere genadeloze blikken die overtuigd waren van hun recht om hem te doden. Dat was het meest enge aan de nachtmerries: de genadeloze overtuiging die hij zag in de ogen van zijn vervolgers. Voor hen was het geen twijfel dat ze een goed werk deden door hem te doden. Het ingewikkelde was dat hij het er gedeeltelijk helemaal mee eens was. Ook als hij wakker werd. Maar gedeeltelijk zaten ze er totaal naast. Ze deelden een aantal feiten, ze deelden de hitte van de woestijn, maar zaten toch allemaal in een andere werkelijkheid. Een totaal andere werkelijkheid zelfs. Gelukkig kende Marwan de woestijn als zijn broekzak. Hij was er in opgegroeid en wist hoe te overleven en ook hoe achtervolgers van zich af te schudden. Ze hadden nu bijna 24 uur doorgereden en de kans dat ze hen hadden weten te volgen naar deze plek achtten ze beiden heel klein. Langs de oever waren de woestijnduinen opvallend plat. Alsof iemand met een rechte horizontale meetlat alle oneffenheden had weggestreken. Daar verlangde hij ook naar. Een goddelijke hand die alle pijnlijke, scherpe, rafelige randen van zijn leven glad zou strijken. Some glad morning, I'll fly away. Een van de laatste gospels die hij in 1964 met Jim Reeves in Studio B had opgenomen. Het was kwalitatief zelfs één van beste geworden vond hij zelf. Een paar maanden was die 'glad morning' voor Jim aangebroken toen zijn vliegtuig zich in een Thunderstorm in de buurt van Bon Aqua in de grond had geboord. Die fly-away had niemand bedacht toen Chet Atkins het nummer suggereerde aan Jim. Het leven van Jim kende ook meer ruwe rafelranden dan de miljoenen fans wereldwijd maar konden vermoeden. In de UK scoorde Jim momenteel hit na hit in zijn aardse hiernamaals. Lennard kon alleen maar hopen dat zijn hemelse hiernamaals veilig gesteld was en dat Jim in zijn laatste momenten Jezus had aangeroepen. Jezus roepen ... dat was het enige dat overbleef voor iedereen die slecht was. Of reddeloos verloren. Niemand wil slecht zijn. Hij in ieder geval niet. Goed zijn, goed doen, mensen helpen, mensen redden, mensen blij maken. Zo had hij altijd willen zijn. Hij was een heel eind gekomen in de ogen van veel mensen. Maar één druppeltje Ricine in een bekertje helder water maakt de hele beker dodelijk giftig. Slecht. Wat als je eerlijk moest vaststellen dat je slecht was ... ? En je ziet niemand om je heen die even slecht is als jij? Jezus ... die had ook het gif in Zijn beker gekregen. Hij had Hem naast zich zien hangen. Jezus aan Zijn onverdiende kruis en hijzelf aan zijn eigen welverdiende kruis ... . 'Jezus ... denk aan mij ...'. Marwan was een regelrecht geschenk uit de hemel. Hij had hem pas vorig jaar voor het eerst ontmoet in Memphis, Arizona, maar het voelde alsof ze elkaar al jaren kenden. Zijn vader was een Brits archeoloog en zijn moeder een Joodse die deel uitmaakte van een Joodse gemeenschap die tot 1948 in Alexandrië leefde. Ze hadden elkaar in 1938 in Egypte ontmoet waar zij als gids en tolk optrad voor het archeologische team. Het was liefde op het eerste gezicht, had Marwan verteld, ondanks een leeftijdsverschil van 17 jaar. Toen de oorlog uitbrak in Europa werd het Midden-Oosten steeds onveiliger voor Amerikanen en Engelsen. Zijn moeder had geen moment getwijfeld en besloot mee te gaan naar de UK. Haar familie vertrouwde de oudere Brit niet en deed er alles aan om haar te tegen te houden maar ze was vastbesloten. Uiteindelijk stemde haar vader in, op voorwaarde dat ze eerst zouden trouwen. Dat was binnen 48 uur geregeld. Daarna begon een niet ongevaarlijke terugreis door een wereld in oorlog. Ze konden mee met een Amerikaans passagiersschip dat Amerikanen uit Noord Afrika repatrieerde. Na een wekenlange tocht via Zuid Amerika vanwege de dreiging van Duitse U-boten, kwam het pasgetrouwde stel in de VS aan, Daar zijn ze blijven wonen en daar werd al snel Marwan geboren. Hij had Marwan ontmoet toen hij .. [in bewerking] Later die avond ging zijn geest op reis. De matras in de Landrover tussen alle jerrycans met water en dieselolie, lag verrassend goed. Door de halfgebogen raampjes aan de zijkanten van het dak keek hij regelrecht de sterrenhemel in. Sterrenlicht dat na ontelbare lichtjaren zijn ogen bereikte. Onderweg in een auto slapen had hem altijd bekoord. Er waren weinig dingen die hem normaal gesproken zo'n gevoel van vrijheid en avontuur gaven als dat. Als gitarist genoot hij altijd van het 'On the road' zijn. Ergens in een slaapzak op een onbekende plek kreeg hij vaak de beste inspiratie voor liedjes, verhalen. Maar hij had reizen ook nodig om zijn geest weer 'los' te krijgen. Om alles wat hij meemaakte weer in het juiste perspectief te zien, dingen te verwerken, te relativeren. Als zijn lijf kon reizen kon zijn geest ook weer reizen. Maar zijn reis naar Egypte was daar niet voor bedoeld. Hij was hier met een missie. Voor hem telde maar één ding. Eén persoon: . Zij moest gevonden worden. En beschermd. Een pijnlijke onrust ging iedere keer door zijn binnenwereld en zijn ingewanden heen als hij aan haar dacht. En dat was vrijwel continu; er ging geen minuut voorbij zonder haar.. --- Hij reisde in zijn slaapzak in de Landrover in gedachten duizenden en duizenden jaren terug. Hij kwam bij het moment dat Mozes ook ergens hier op de grens van de woestijn en de Rode Zee had gestaan. Op de grens van verleden en toekomst. Van slavernij en vrijheid. Van dood en leven. Zelfs toen waren de piramiden al meer dan 1000 jaar oud had Marwan hem verteld, en was de Egyptische cultuur en bouwkunst al weer eeuwen en eeuwen doorontwikkeld. Piramidebouw was ook toen al lang vervangen door de bouw van indrukwekkende graftempels met enorme pilaren, sfinxen en kleurrijke beschilderingen. Het nieuwe, moderne Egypte van duizenden jaren terug waar Mozes in opgegroeid en onderwezen was. Hij voelde dat iets van 'oude' en 'moderne' Egypte nog steeds sluimerend aanwezig was in het onzekere Egypte van nu. Waar piramiden overduidelijk op de binnenkant en het hiernamaals waren gericht, leken de graftempels uit de tijd van Mozes veel meer op de buitenkant en op het hier-en-nu gericht. De oud Egyptische symboliek die vooral met leven en dood te maken had, leek toen al plaatsgemaakt te hebben voor een focus op architectuur, design, kleur met veel blauw, goud en bijpassende kleurpaletten. Onder de donkere Egyptische hemel met duizenden sterren sprong Lennard's geest als een Egyptische vis even uit het water van de tijd het oneindige universum in. Hij zag de aarde met al haar tijdperken en culturen in een oogwenk vanuit een heel ander perspectief. Het ging in zijn eigen westerse cultuur precies zo zag hij. Misschien zelfs veel extremer. Hij zag hoe het geloof in een eeuwig leven, dat honderden jaren lang de westerse kijk op leven, lijden en wetenschap had geïnspireerd, was vervangen door het geloof in een eenmalig leven. Dit had een hedonistische cultuur opgewekt waar uiterlijk, design, plezier en instant behoeftebevrediging leidend waren geworden. God, schepping en eeuwigheid waren vervangen door wetenschap, zinloosheid en persoonlijke ambitie. Het bracht Mozes met de twaalf stammen aan de oever van de Rode Zee ineens een stuk dichterbij. De Egyptenaren waren in Mozes' tijd al verbluffend ver op militair gebied, maar ook in de geneeskunde en op bestuurlijk gebied met regelgeving, ambtenaren en administratie. Er werden zelf chirurgische ingrepen gedaan in grote steden zoals Luxor, tot en met oogoperaties aan toe had Marwan hem met gepaste trots verteld. Ook toen kwamen reizigers uit verre landen de rijke historie, en de nieuwste creaties op het gebied van cultuur, wetenschap, religie en bouwkunst bekijken. De westerse cultuur met zijn land, de Verenigde Staten, voorop, bevond zich ook in een stroomversnelling op allerlei gebied voelde hij. De muziek business waar hij in zat was in de afgelopen jaren drastisch veranderd. De studio's in Nashville van RCA Victor en Capitol waren nu in staat om elk instrument apart op te nemen en achteraf aan te passen en te mixen. Dat was een paar jaar geleden nog ondenkbaar. Buizen werden steeds vaker vervangen door kleine transistors waardoor geluidsapparatuur steeds compacter en stabieler werd. Maar de grootste technologische ontwikkeling op dit moment was ongetwijfeld de nieuwe ruimtevaart. President Johnson leek ondanks de situatie in Vietnam en het Tet-offensief van enkele weken geleden nog steeds vastberaden om volgend jaar astronauten naar de maan te brengen met de Apollo V, een onvoorstelbaar grote raket van de NASA die 10 jaar geleden was opgericht. Het gevaarte was even hoog als een gebouw in new York met 36 verdiepingen en even zwaar als een volgeladen goederentrein met 100 wagons. Het zou binnen enkele minuten al hoog in de ruimte zijn. Zou dat het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt van de westerse beschaving worden of was dit nog maar het begin van wat er stond te gebeuren richting het einde van de twintigste eeuw? Het jaar 2000 was nog ver weg, maar heel erg dichtbij als je de even uitzoomde op de tijdlijn van de Egyptische cultuur. De plannen leken steeds realistischer te worden. Al moest hij het eerst nog zien gebeuren. De dramatische test met de Apollo 1 vorig jaar had het vertrouwen in het Apollo-project een grote deuk gegeven. Voorlopig liep Rusland nog voorop leek het. Maar als dat zou lukken zou de menselijke beschaving in een heel andere fase belanden vermoedde hij. Dan zouden er ongetwijfeld snel meer ruimtereizen naar andere planeten volgen. Het was nog maar net zestig jaar geleden dat de gebroeders Wright hun eerste vliegtuig van hout, katoen en een beetje metaal twaalf seconden hadden laten vliegen op het strand bij Kitty Hawk. Op dit moment bouwde Boeing aan een revolutionair supervliegtuig, de 'Jumbo Jet', waar twee keer zoveel mensen in konden als in de 707 waar hij twee weken geleden in had gezeten. Hij had in de Washington Post en Time wat schetsen gezien van de binnen- en buitenkant van dit immens brede en hoge toestel dat misschien 747 zou gaan heten. Als men in zestig jaar tijd van de Wright Flyer I naar een Saturn V en een Jumbo Jet kon komen, hoe ver zou de lucht- en ruimtevaarttechniek dan over zestig jaar vanaf nu wel niet zijn? 2028. Hij zou dan zelf 98 zijn mocht hij dan nog leven. Kleine kans. Maar tegen die tijd zou de medische wetenschap vast in staat zijn om levens te verlengen. Wie weet was hij dan ook al een paar keer op een andere planeet geweest. Wat zouden de kinderen die afgelopen weken geboren gaan meemaken in hun leven? Waar zou het allemaal heengaan? Welke technologieën zouden er in de komende tientallen jaren nog ontwikkeld worden? Men was nu al bezig met volledig automatische rekenmachines die telegrafisch met elkaar verbonden zouden kunnen worden. Volgens sommige toekomstvoorspellers zou de financiële sector hierdoor drastisch gaan veranderen. De NASA scheen daar ook gebruik van te maken voor het maandlandingsproject waar via televisie-uitzendingen iedereen ter wereld op datzelfde moment naar kon kijken. Onvoorstelbaar. Je zag al op steeds meer plaatsen televisietoestellen die gewoon op een tafeltje in de woonkamer konden staan. Dat was tien jaar geleden nog amper voor te stellen. Met de vraag waar het allemaal heen zou gaan drong zich ook de vraag op waar het zou eindigen. Hij zag nu al hoe tieners en twintigers compleet ontspoorden in de valse regenboogbeweging met drugs, vrije seks en alcohol. De verhalen die hij had gehoord over het 'Summer of Love' festival van een aantal maanden geleden in San Francisco klonken als de ondergang van alle waarden waar hij als rechtgeaarde Amerikaan voor stond. De nieuwe anticonceptiepil zou daar ongetwijfeld geen goed aan gaan doen. De christelijke waarden werden vervangen door vrijheid, blijheid en vage spirituele ervaringen onder invloed van LSD. Misschien was de westerse cultuur ook wel aan haar einde gekomen? Misschien kwamen er ooit reizigers naar de half vergane westerse lucht- en ruimteschepen kijken om zich te vergapen aan de slimme techniek van honderden of duizenden jaren geleden? Half verroeste bouwwerken waarmee de westerlingen op de top van hun wereldwijde dominantie ooit op mysterieuze wijze de oorspronkelijke grenzen van hun planeet hadden doorbroken? Maar daar verscheen ze weer in zijn binnenwereld. Een diep verdriet, een diep gemis en … [in bewerking] Lennard besefte onder de donkere sterrenhemel dat hij van een afstand één van die oneindig vele Egypte-gangers leek. Hoeveel mensen waren er in de afgelopen duizenden jaren niet Egypte afgereisd om de Egyptische wereldwonderen te aanschouwen? Een twinkelende ster in de blauwzwarte hemel herinnerde hem er ineens aan dat ook Jezus nog een aantal jaren in Egypte had gewoond met zijn vader en moeder. Nou ja, pleegvader en moeder beter gezegd. Alexandrië had in de tijd een grote Joodse gemeenschap, dus grote kans dat Jezus daar peuter en misschien nog wel kleuter was geweest. Merkwaardig. Mozes, Jezus, Jozef, ... alle drie hadden ze een belangrijk deel van hun ontwikkeling in Egypte doorgemaakt. Jezus als peuter, Mozes tot zijn veertigste en Jozef vanaf zijn zeventiende. Alle verhalen draaiden om vreemde contrasten van verdrukking en bescherming. Onrecht en recht. Vernedering en eerherstel. Slavernij en bevrijding. Relatiebreuken en relatieherstel. Haat en eindeloze, vergevende liefde. Lennard had geen idee wat hij met deze gedachten moest. Maar daar had hij meestal geen probleem mee. Hij had inmiddels geleerd dat hij altijd eerst puzzelstukken kreeg. En dat die later wel op hun plaats zouden vallen. Met deze gedachten viel Lennard uiteindelijk in een diepe, maar onrustige slaap. In zijn dromen wandelden ze samen door de bossen, langs het water. Ze praatten zoals alleen zij uren konden praten. Over Bijbelverhalen, gelijkenissen, gevechten en overwinningen. Over God en over muziek. Over hun families en over verre reizen en bergwandelingen die ze ooit zouden doen. Maar ook over de meest gewone, gezellige dingen die andere mensen totaal onbelangrijk zouden vinden. Ze vertelde en vertelde, hij luisterde. Ze lachten samen om gekke dingen en spontane ingevingen. Renden achter elkaar langs de oever van de Rode Zee. Het water bruiste langs hun voeten. Het waste alles schoon. Alles ... Hij was dankbaar … . 12/3/2025 0 Opmerkingen Waarom het zo vaak misgaat als we op een goede manier uit elkaar willen gaan<In bewerking> "We willen er op een goede manier uitkomen." Een zin die je vaak hoort bij echtscheidingen, verstoorde werkrelaties of visiescheuringen binnen kerken. En meestal wordt het oprecht uitgesproken. De intentie is goed. De wil is er. Toch zie je het steeds weer: het ontaardt. Er ontstaat strijd, wantrouwen, kampvorming. Advocaten worden ingeschakeld, harten raken verhard, relaties verbranden. Waarom gebeurt dat zo vaak? Hoe kan een oprechte goede intentie zo veranderen in diepe pijn aan twee kanten?
In dit artikel verken ik een paar psychologische inzichten, filosofische gedachten en iets uit de Bijbel. Niet om een pasklaar antwoord te geven, maar als een poging beter te begrijpen wat er gebeurt in onszelf en in de ander wanneer 'samen eruit komen' verandert in 'tegenover elkaar staan'. En ook niet omdat ik denk dat ik het weet of het wel zou kunnen. Ik schrijf dit met een eerlijke blik op mezelf die me direct al duidelijk maakt dat ik niet eens in staat ben een eerlijke blik op mezelf te werpen. Zeker niet als pijn me overspoelt. De psychologie van de escalatie Onze hersenen raken bij conflicten meer gericht op overleving dan op het stichten van vrede. In conflict raken onze diepere, meer primitieve breinlagen actief: het limbisch systeem, de amygdala. Angst, woede en wantrouwen nemen stap voor stap het stuur over van ons rationele denken. Terwijl we met onze mond vrede zoeken, staat ons lijf al in de vechtstand. Daar komt bij dat we onszelf allemaal graag als redelijk, loyaal en rechtvaardig zien. Als het misloopt, ontstaat er cognitieve dissonantie: een pijnlijk, onverdraaglijk verschil tussen wie we willen zijn en wie we geworden zijn. Maar ook tussen hoe we gezien willen worden en hoe we gezien worden. Om die spanning te verminderen, vervormen we (vaak onbewust) ons eigen beeld van de situatie:
Wat als samenwerking begon, verandert langzaam in een strijd om het narratief. En waar het narratief de strijd wordt, sneuvelen liefde en eerlijkheid al snel. Ook bij onszelf. We signaleren dit echter vooral bij de ander en minder bij onszelf. Psycholoog Friedrich Glasl beschreef hoe conflicten escaleren in fases. Eerst is er verschil van inzicht, dan toenemende polarisatie, en uiteindelijk vernietigingsdrang. Vertrouwen verdwijnt, communicatie verandert in strategie, en het oorspronkelijke doel – een goede afronding – raakt volledig ondergesneeuwd. Waar eerst een gezamenlijke werkelijkheid bestond, ontstaan langzaam aan meerdere werkelijkheden. Die werkelijkheden worden in eerste instantie nog gebaseerd op waarneembare feiten en de gedeelde (goede) geschiedenis, maar naarmate het conflict escaleert voor een steeds groter deel uit (onbewuste) aannames en een andere, nieuwe blik op de geschiedenis. Door 'confirmation bias' en 'cognitieve dissonantie' zien we snel 'bewijzen' voor deze aannames en negeren we onbewust de aanwijzingen die niet kloppen met onze aannames. Dit kan griezelige vormen aannemen: we lezen dezelfde apps of mails die we voor het conflict nog als verbindend en goedaardig beleefden, maar het voelt alsof nu 'onze ogen open zijn gegaan' en we de kwaadaardigheid in diezelfde teksten lezen. We gaan het zien als mooie woorden met een duistere manipulatieve kracht daaronder. We worden in deze nieuwe werkelijkheid bevestigd door nieuwe mensen om ons heen die geen geschiedenis of band met de andere 'partij' hebben. Of zelfs financiële, juridische of vergeldende belangen hebben bij de ontwikkeling van deze nieuwe pijnlijke werkelijkheid. Het gaat polariseren. In relationele systemen, zoals gezinnen of geloofsgemeenschappen, is het soms nog complexer. Er zijn verborgen loyaliteiten, triangulaties, onderstromen. Wie blijft loyaal aan wie? Wie spreekt zich uit, wie zwijgt? Wie kiest partij, wie wordt gemeden? Het conflict krijgt een eigen leven en raakt steeds meer los van de inhoud. Soms lijkt het wel alsof het 'systeem' zelf niet toelaat dat er vrede komt. Het verzet zich er bijna tegen. Een observatie uit mijn praktijk: tijdens conflicten vallen ook persoonlijkheidsverschillen extra op, met name rond het domein altruïsme. Mensen die hoog scoren op altruïsme hebben vaak een diepgewortelde behoefte aan harmonie en zijn bereid om zichzelf weg te cijferen om de sfeer en de relatie goed te houden. Ze zijn soms zelfs bereid om een stuk onrechtvaardigheid te verdragen. Maar juist daardoor voelen ze het als extra schrijnend en pijnlijk wanneer de ander de harmonie, de band of de vriendschap doorbreekt. Voor de één voelt het als zelfbehoud; voor de ander als verraad. Dat verschil in beleving verdiept de kloof. Tegelijkertijd voelen mensen die lager scoren op altruïsme vaak een sterke loyaliteit aan wat zij als waarheid zien. Hun pijn zit minder in de disharmonie en meer in het gevoel dat de ander de waarheid verdraait of manipuleert. Dan gaan ze vechten – voor duidelijkheid, recht, transparantie. Maar dat gevecht wordt door de hoogscoorders op altruïsme vaak ervaren als kilheid of agressie, wat hun liefde voor harmonie pijnlijk raakt. Bij conflicten tussen hoogscoorders op altruïsme ontstaan diepe wonden, juist omdat ze jarenlang veel herkenning en verbondenheid hebben ervaren. Het conflict ontstaat bij hen vaak niet in de relatie zelf, maar wanneer de relatie met de één niet meer te verenigen is met de relatie met een ander. Wanneer zo’n relatie breekt, voelt het als een 'ontrouw' aan iets dat heilig, goed en helpend voor hen was en is. Hoe langer de band goed was, hoe dieper de pijn van de breuk. En hoe groter de pijn, hoe groter de kans op verbittering. Dat maakt het afscheid niet alleen verdrietig, maar ook existentieel verwarrend omdat verbittering haaks staat op altruïsme. We raken iets moois, iets puurs wat ons kenmerkte kwijt. Er sterft iets in ons. Wanneer gaat het echt mis Vanaf het moment dat er advocaten of onderzoekers bij het conflict betrokken worden, polariseert de situatie rap verder. Het relationele probleem wordt nu een juridisch conflict. Hierdoor ontstaan direct aan beide kanten andere belangen: wie heeft gelijk? Deze belangen komen verder tegenover elkaar te staan in een juridische context. De focus komt nu op feiten te liggen en niet meer op beleving of herstel. En: de communicatie wordt daardoor per definitie vervreemdend. We krijgen via verslagen van een advocaat of onderzoeker woorden en uitspraken tot ons die niet rechtstreeks van de ander komen, maar door de advocaat of onderzoeker zijn geformuleerd. Het roept pijn en verontwaardiging op: 'Hoe bestaat het dat hij dit heeft gezegd!', 'Dat is dus hoe ze achter mijn rug om over mij praat!'. De werkelijkheid is vrijwel altijd dat het niet letterlijk zo gezegd is, maar het is formele of juridische taal van de advocaat of de onderzoeker die soms dingen juist 'uit elkaar moet trekken' in de zoektocht naar feiten in plaats van 'verbinden'. De conclusies in het rapport zijn soms slechts gebaseerd op gesloten vragen die de ander met ja of nee moest antwoorden. Daar is een verhaal van gemaakt dat overeenkomsten en verschillen tussen partijen zo helder mogelijk in kaart brengt om het conflict, de klacht of beschuldiging helder neer te zetten. Dat is immers de reden waarom er een advocaat of onderzoeker bij betrokken is en niet een mediator of relatietherapeut. Gevolg is echter dat we via via een verhaal te lezen krijgen dat per definitie heel vervreemdend is ('Nu gaan mijn ogen open, het is nog veel erger dan ik dacht') en heel erg pijnlijk ('Ik heb me nog nooit zo verraden gevoeld'). We praten niet meer met elkaar maar met een juridiserende tussenpartij. De emoties worden daar niet minder door geraakt. Eerder meer. Het voelt al lezend alsof de ander die bewuste ene zin of dat ene woord uit het verslag letterlijk zo heeft gezegd. Dat is zout in de wond. 'Ik vertrouwde hem volledig. En nu zegt hij dit blijkbaar ... hoe komt hij daarbij? Waar is 'ie op uit? '. Dit leidt meestal tot verdergaande hertraumatisering. Het ondermijnt ons vertrouwen in de ander, in het systeem en ook in onszelf. 'Hoe kan het dat ik dit niet eerder zag?'. Er is in dit stadium een wonder, heel veel zelfreflectie en eerlijke kwetsbare gesprekken met elkaar onder leiding een wijze, liefdevolle onpartijdige derde nodig om hier nog uit te komen. Dan kunnen er mogelijk stappen gezet worden voor erkenning, belijdenis en misschien vergeving. De kans daarop wordt menselijkerwijs gesproken in dit stadium heel erg klein. Vervolgens gaat de hierboven beschreven confirmation bias en cognitieve dissonantie zich versterken en zo ontstaat een neerwaarts spiraal waarin de ander steeds meer de onbegrijpelijke kwaadaardige vijand wordt en de verblindende pijn in ons eigen hart steeds groter. Het is voor mij persoonlijk de meest trieste, hartverscheurende en verdrietige situatie waarin we terecht kunnen komen. Mensen die het dwars door alle ups en downs jarenlang goed met elkaar hebben gehad, worden zwaar verwond uit elkaar gedreven. Zelfs de beste, mooiste perioden van je geschiedenis kunnen door pijn en nieuwe belangen ingekleurd herschreven worden tot er niets goeds meer over is. Wat veilig was is griezelig gemaakt. Polarisatie en hertraumatisering door indirecte communicatie (via een ander) behoren misschien wel tot de meest ontwrichtende krachten die er bestaan ... De tragiek van de menselijke conditie Filosofen als Aristoteles, Kierkegaard en Levinas geven woorden aan de diepte van deze tragiek. Aristoteles zag de mens als een sociaal wezen dat streeft naar het goede, maar ook vatbaar is voor zelfbedrog. Kierkegaard sprak over de innerlijke verdeeldheid van de mens die geconfronteerd wordt met de ander, en daarin zijn onvolmaaktheid niet kan verdragen. Levinas riep ons op om het gelaat van de ander werkelijk te zien – als mens, niet als tegenstander of obstakel. Maar precies dat zien we in conflicten vaak niet meer. De ander wordt gereduceerd tot een rol: dader, obstakel, vijand, verrader. Daarmee verliezen we onze ethiek. Niet omdat we zo slecht zijn, maar omdat we het niet meer uithouden om werkelijk te blijven zien. Want dat doet pijn. Het vraagt zelfverlies. En dat is immens beangstigend. Foucault zou zeggen: zelfs de taal van 'er goed uitkomen' kan een vorm van macht zijn. Wie bepaalt wat ‘goed’ is? Wie mag het verhaal vertellen? Autonomie en waardigheid spelen hier een grote rol. Zodra we ons miskend voelen, komt iets in ons in verzet – zelfs als dat irrationeel of onterecht is. Vrede vraagt meer dan overeenstemming; het vraagt gelijkwaardigheid en wederzijdse erkenning. En dat is zeldzaam. De geestelijke laag: vlees en Geest De Bijbel is realistisch over conflicten de gevolgen daarvan. In Genesis 3 al schuift Adam de schuld op Eva. Paulus en Barnabas gaan uit elkaar na een heftige woordenwisseling. De brieven van Paulus zitten vol oproepen tot verzoening, juist omdat het blijkbaar niet vanzelf gaat. Volgens Galaten 5 is er een strijd gaande in elk mens: tussen het vlees (ego, zelfhandhaving, trots, zelfrechtvaardiging) en de Geest (naastenliefde, zachtmoedigheid, vergeving, zelfverloochening). Die strijd speelt zich niet alleen af in individuele zielen, maar ook in relaties. Je ziet het gebeuren: mensen die ooit verbonden waren, raken verstrikt in verwijt, zelfrechtvaardiging, afstand. Het vlees wordt actief. De Geest trekt zich terug. Wie durft te zeggen dat hij daar immuun voor is? Wie denkt er niet verblind te kunnen worden door pijn? Vergeving is in de christelijke traditie geen zwakte, maar radicale kracht. Het is niet het ontkennen van onrecht, maar het weigeren om wrok te laten regeren. Het is het risico nemen dat de ander je niet begrijpt of niet terugvergeeft – en toch loslaten. Maar dat is zeldzaam. En pijnlijk. Want vergeving kost altijd iets. Het is geen gevoel, maar een daad van overgave. Verbittering is het eindstation waar de duisternis ons naar toe wil voeren. Waarom? Omdat verbittering een toestand is die voor Satan zelf eeuwig is geworden. Een eindtoestand. Daar wil hij zoveel mogelijk levende zielen in meetrekken. Misschien is het afwijzen van verbittering wel één van de grootste of laatste gevechten waar we in dit tijdelijke leven voor staan. In de eeuwigheid is er geen tijd meer. Er kunnen daar geen dingen meer hersteld worden. Wat zwart is, blijft zwart en wat wit is, blijft wit. Wat goed is en was blijft goed. Wat verbitterd is en was blijft verbitterd. In dit tijdelijke leven kan zwart nog wit worden. Maar wit kan ook zwart worden. En blijven. Liefde kan verbittering worden. Maar verbittering kan ook door liefde overwonnen worden. Waarom het zo vaak misgaat Het is geen cynisme om te zeggen dat het helaas vaak misgaat als mensen op een goede manier uit elkaar willen. Het is realisme. Want:
Toch is er hoop. Want juist als we dit weten, kunnen we naar het goede zoeken. Niet naïef, maar helder. We kunnen mensen er bij betrekken die de vrede durven zoeken en dienen, ook als dat onhandig, pijnlijk of langzaam gaat. We kunnen oefenen in luisteren, loslaten en liefhebben zonder gewin. We kunnen weigeren om bitterheid te drinken. En bovenal: we kunnen ons openen voor de genade en liefde van Jezus. Want waar het vlees regeert kan alleen de Geest weer leven brengen. Ook tussen mensen die elkaar kwijtraakten. En voor iedereen die mij echt kent en dit leest en zich afvraagt waar ik het lef vandaan haal dit te schrijven: dat is een terechte vraag. Ik hoop maar dat ik het lef niet haal uit zelfrechtvaardiging. Maar ik durf dat niet met zekerheid te zeggen want de Bijbel zegt me dat mijn hart arglistig is. Ik hoop en bid dat het uit liefde is en niet uit pijn, vergeldingsdrang of zelfrechtvaardiging. Maar die twee kunnen enorm verstrikt raken. Pijn kan de zuiverheid van liefde ondermijnen. En liefde kan je blind maken voor pijn. Het zal in de eeuwigheid blijken. Geef mij een zuiver, oprecht hart Heer. Herstel de vreugde over Uw heilsplan. Maak mijn diepste innerlijk standvastig daarin. Open mijn ogen voor mijn eigen fouten en voor het hart en het gelaat van de ander. <Concept. In bewerking.>
Inleiding Zorgverleners in de geestelijke gezondheidszorg, jeugdzorg en maatschappelijke dienstverlening worden regelmatig geconfronteerd met schrijnende levensverhalen, gedetailleerde beschrijvingen van ernstige trauma's, diepe eenzaamheid of langdurig uitzichtloos psychisch lijden. Herhaaldelijke en langdurige blootstelling aan deze traumatische verhalen kan diepgaande psychische en existentiële effecten hebben op de zorgverlener zelf. Dit fenomeen staat bekend als secundaire traumatisering, al zijn er meerdere begrippen in omloop. In dit overzicht verken ik de verschillende vormen van deze belasting, wat de wetenschap hierover zegt, hoe systeemdruk zoals toezicht en tuchtzaken hierop inwerkt, en welke lacunes er nog zijn in kennis en beleid. Begrippen en definities Er zijn verschillende termen die in de literatuur worden gebruikt om aan te geven hoe zorgverleners kunnen (mee)lijden onder de trauma’s van hun cliënten: Secondary Traumatic Stress (STS) Dit verwijst naar symptomen die lijken op posttraumatische stress, zoals herbelevingen, vermijdingsgedrag, verhoogde waakzaamheid en paniekaanvallen bij triggers. Deze ontstaan niet door directe blootstelling aan een traumatische gebeurtenis, maar door het horen of zien van de gevolgen ervan bij anderen. Zorgverleners met een extra inlevings- en voorstellingsvermogen (vaak gezien als de meest betrokken en begaafde hulpverleners) lopen een groter risico STS te ontwikkelen in hun werk. Vicarious Trauma (VT) Bij deze vorm gaat het niet om acute symptomen, maar om een meer geleidelijke verandering in het wereldbeeld, zelfbeeld, toekomstbeeld en het vertrouwen van de zorgverlener. Deze verandering ontstaat door langdurige blootstelling (soms tientallen jaren) aan traumatische verhalen en het intense empathische proces dat hiermee gepaard gaat. Wantrouwen, verbittering en cynisme kunnen hier bij horen. Traumatherapeuten, begeleiders van mensen met complexe of langdurige PTSS en hulpverleners in de jeugdzorg zoals gezinshuisouders lopen een groter risico VT te ontwikkelen. Dit kan hand in gaan met extra ontwikkelde affectieve (i.t.t. cognitieve) empathische vermogens. Compassion Fatigue (CF) Compassion fatigue is een bredere term die zowel STS als burn-out kan omvatten. Het verwijst naar de uitputting van het empathisch vermogen als gevolg van langdurige zorg voor mensen die lijden. Zorgverleners raken dan overspoeld door het leed van mensen en verliezen het vermogen om nabij en betrokken te blijven. Of verliezen juist het vermogen om een helpende emotionele afstand te bewaren. Burn-out Hoewel vaak in één adem genoemd met bovenstaande begrippen, heeft burn-out een andere oorsprong. Burn-out ontstaat door chronische werkstress, vaak veroorzaakt door een hoge werkdruk, gebrek aan autonomie of waardering en onvoldoende herstelmomenten. Countertransference In psychodynamische termen spreekt men van tegenoverdracht: gevoelens van de hulpverlener die worden opgeroepen door de cliënt en diens problematiek. Deze gevoelens kunnen resoneren met onverwerkt eigen trauma, wat de hulpverlener extra kwetsbaar maakt. Gevolgen voor de hulpverlener Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat zorgverleners die regelmatig worden geconfronteerd met traumaverhalen risico lopen op:
Hulpverleners die zelf traumatische ervaringen hebben, blijken extra kwetsbaar voor het ontwikkelen van STS en VT. Tegelijkertijd kan deze ervaring ook bijdragen aan meer empathie en begrip, mits er voldoende zelfzorg en ondersteuning aanwezig is. De rol van toezicht en tuchtzaken Naast de emotionele belasting door het werk zelf, ervaren veel zorgverleners ook stress door externe druk en de toenemende polarisatie, agressie en juridisering van relationele problemen. Het grote schrikbeeld van veel hulpverleners is een melding door ontevreden familieleden van je cliënt bij de inspectie of het tuchtcollege. Instanties die niet je empathie, je inzet, je betrokkenheid, je intenties, je naastenliefde of eventuele secundaire trauma’s onderzoeken, maar door een primair juridische bril naar je acties en je dossier kijken. De meeste mensen zijn het erover eens dat controlerende instanties en tuchtcolleges goed en nodig zijn. Maar er zit er ook een keerzijde aan. Iedereen in de zorg kent voorbeelden van gewaardeerde collega’s die na een ‘klacht’ of een ‘zaak’ geknakt zijn. De combinatie van een melding en een tuchtzaak kan meerdere jaren duren en is emotioneel uitputtend door de combinatie van schuld, zelfverwijt, schaamte, bezorgdheid over de betreffende cliënt, zorg over de gevolgen voor collega's, familie, inkomen, jarenlange onduidelijkheid over maatregelen, openbaarmaking, etc. Ze slapen sinds de melding of tuchtzaak niet meer zonder pillen, slikken zelf regelmatig oxazepam om hun paniek te onderdrukken, moeten zelf in therapie of zijn noodgedwongen minder gaan werken of arbeidsongeschikt geraakt. Of durven uit schuldgevoel over hun fout niet meer te werken. Om niet te spreken over collega’s die met naam en toenaam in de media zijn gekomen. Verhalen van of over collega’s die tijdens of na een tuchtzaak hun baan, gezin en reputatie verloren kunnen bij zorgverleners ook tot secundaire traumatisering leiden. Ook voor degenen die gedurende dit proces naast hun collega staan heeft dit grote impact en leidt niet zelden tot een risicomijdende stijl van werken. De angst voor controle, afrekening en tucht kan zo groot worden dat zorgverleners cliënten met complexe problematiek (waarbij het risico op een fout of een klacht groter is) maar liever snel doorverwijzen. Of zich krampachtig aan het protocol vasthouden waardoor de belangrijke relationele kant van therapie niet goed ontwikkelt. De beangstigende verhalen over inspectie, maatregelen, tuchtrecht en klachtencommissies vergroten een gevoel van onveiligheid, angst en de ervaren werkdruk, vooral wanneer deze systemen als onveilig, hard of willekeurig worden ervaren. Zorgverleners kunnen hierdoor:
Deze factoren versterken elkaar: wie al onder druk staat door secundaire traumatisering, raakt extra kwetsbaar door de angst voor een klacht of controle. Dit kan leiden tot perfectionisme, angstgedreven handelen, angst voor crises of suïcides en emotionele uitputting in het werk. Andere factoren die kunnen bijdragen aan secundaire traumatisering zijn o.a.: publiek opinie over de (jeugd)zorg, moral injury (protocollen of werkwijzen moeten toepassen die indruisen tegen je intuïtie en je geweten), onderbezetting, ziekteverzuim van collega's, hoge caseload, sterk verantwoordelijkheidsgevoel, professionalisering waardoor kwetsbare gevoelens van zorgverleners uit beeld raken, te jong in een regiebehandelaarsrol komen en reorganisaties in de GGZ waardoor bepaalde doelgroepen in de knel komen. Wat is nog onvoldoende bekend? Ondanks groeiende aandacht voor deze thematiek, zijn er nog belangrijke lacunes in de kennis:
Aanbevelingen voor praktijk en beleid Om zorgverleners duurzaam inzetbaar en gezond te houden, zijn de volgende maatregelen wenselijk:
Slotopmerking Zorgverleners dragen een grote verantwoordelijkheid en tonen dagelijks morele moed in hun werk. Zij verdienen bescherming, ruimte voor zelfzorg en erkenning van hun kwetsbaarheid. Secundaire traumatisering is geen teken van zwakte, maar van betrokkenheid. Juist die betrokkenheid verdient beleid dat voedt, beschermt en herstelt. Naschrift: In dit overzicht gaat het over de secundaire traumatisering bij zorgverleners en niet bij cliënten. De grootste zorg van de secundair getraumatiseerde zorgverlener is echter per definitie zijn of haar cliënt en niet zichzelf. Welke gevolgen heeft de eigen secundaire traumatisering voor de cliënt? En in het geval van fouten: welke gevolgen heeft de gemaakte fout, maar ook een eventuele tuchtprocedure en het pakket maatregelen voor zijn of haar cliënt? In welke mate is dit hertraumatiserend voor hem of haar? Is de waarde en het positieve effect van het behandeltraject door de eigen trauma's van de zorgverlener, door eventuele fouten of door ontstane juridisering daarna nu helemaal met de grond gelijk gemaakt? In welke mate is een uitspraak of een pakket maatregelen, sancties of boetes misschien toch helpend voor zijn of haar cliënt? Kan een schadevergoeding daarin helpend zijn? In het beste geval doet de uitspraak recht aan het gevoel van een cliënt. Of aan diens autonomie. De 'echte' zorgverlener 'in hart en nieren' zal zich daar ook gedurende klachtprocedures altijd voor blijven inzetten. Dat is meestal waarom hij of zij dit beroep heeft gekozen. 4/2/2025 0 Opmerkingen Oma ...Een dankbaar eerbetoon aan mijn oma Neeltje Goedegebuure die in 1975 overleed na een leven lang ernstige psychische klachten, opnames, medicatie, wanhoop en verdriet. Maar: oma Neel was een Vechter. Een biddende oma. Mijn opa Matthijs Goedegebuure was een zoeker. Hij zocht in de het Woord van God. De gebeden van mijn oma werken door in mijn leven tot op deze dag. Dat geloof ik. Dat merk ik. De zoekende houding van mijn opa ook. Naast zijn naam heb ik ook zijn liefde voor de Bijbel gekregen. Zij zijn weer samen. Met hun Heer. Forever. Verlost. Vrij. Nog een poosje en dan zal ik hen weer zien. Eindelijk. Zaterdagnacht, 31 januari 1953 Sint Annaland, Zeeland Heere, Uw rechterhand ondersteunde mij toen het leven uit mij weg vloeide een stroom van duisternis mij mee voerde naar de eenzame donkere stad U was bij mij toen men mij vastbond een stuk hout in mijn mond stopte Ik was machteloos en in doodsangst als een dier, gevangen voor de slacht U waakte over mij in de stroom van helse pijnen die door mijn hoofd werden gestuurd om mijn ziel en de liefde voor mijn kinderen te verbranden tot er slechts as over was U bent het licht nu de stroom is uitgevallen de vaste Rots in deze waterstromen och Heere, redt mijn kinderen en hun kinderen uit de stroom van de boze die ons wil verslinden Och Heere, laat Uw stroom van zegen hen overspoelen en hen meevoeren begeleid door hemelse legerscharen tot zij in eeuwigheid bij U zijn Amen 'Snel, naar boven! Iedereen naar boven! Het water komt! Het water komt!' Zowel binnen als buiten het huis werd er nu hard geschreeuwd in de donkere nacht. Een uur geleden was de stroom in het hele dorp uitgevallen; het was onheilspellend donker geworden op straat. De tienjarige Wim probeerde in de donkere kamer nog wat te zien, maar dat was lastig.
Waar bleef vader nou toch? Hij was al uren weg. Het enige dat hij wist was dat vader moest helpen om de dijken sterk te houden. Zijn vader had overal een oplossing voor. Hij zou wel iets verzinnen om de dijken sterker te maken. Het had de hele dag en avond hard gestormd. De zon had zich die dag amper een half uur laten zien. Donkere wolken werden onafgebroken langs de hemel voortgejaagd en het leek wel of de avond vroeger dan ooit begon. De gure wind huilde en gierde om het huis en liet de balken kraken. Moeder was vaak naar het raam gelopen om even in de straat te kijken. Het was spannend dat hij zo lang op mocht blijven. Zijn oudere zussen hadden de hele avond op de bank in de kleine achterkamer gezeten terwijl zijn jongere broertjes en zusje in de voorkamer onder de grote tafel speelden alsof er niks aan de hand was. Midden in de nacht was het licht uitgevallen. Van het ene op het andere moment was het aardedonker, zowel binnen als buiten. Iedereen in huis was ineens doodstil geworden. De bulderende wind en het gekraak van de balken leek nu veel harder. Moeder had als eerste wat gezegd; dat het beter was om met zijn allen naar tante Tona te gaan, want die zat nu alleen in haar huis in het donker. Iedereen had zwijgend zijn jas aan gedaan en een deken gepakt en toen moesten ze door de storm naar het kleine huisje van tante Tona, een paar honderd meter verderop in de straat. Het was maar een klein stukje lopen door de Tienhoven in Sint Annaland, maar in de inktzwarte duisternis was het toch een heel eind. Het leek er op dat de wind toch wat minder aan het worden was. Tante Tona was een lieve tante. Ze hield heel veel van de kinderen van haar jongere zus Neeltje. Haar ronde ogen in haar ronde gezicht keken blij toen ze met zijn allen de bijkeuken binnenstapten. Bij tante Tona was het veilig. Ze hadden hier al zo vaak gegeten en geslapen als moeder weer in het ziekenhuis was. Een soort ziekenhuis dan. Wim begreep er niet alles van, maar het had met zenuwen en verdriet te maken. Moeder was zo vaak verdrietig. Dan kon ze helemaal niks meer. Hij had van vader gehoord dat moeder van een dokter elektrische schokken in haar hoofd had gekregen zodat ze zich beter zou voelen. Het klonk verschrikkelijk; stroomschokken door je hoofd. Maar als het zou helpen, als ze er minder verdrietig door werd … Maar toen ze na een lange tijd weer terugkwam leek het wel of ze nog stiller was geworden en zag hij haar vaak zachtjes huilend op haar stoel aan de eettafel zitten. Wim’s gedachten werden abrupt afgebroken toen zijn zus Janna een gil gaf. ‘Er komt hier water onder de deur!!!’ ‘Allemaal naar boven kinderen, naar de zolder!’ hoorde hij moeder vanuit het donker rustig zeggen. Hij hoorde het nu zelf ook; het water liep gewoon de kleine woonkamer binnen. Hij zag het glinsteren in het donker. Het begon langzaam, maar het ging nu steeds sneller stromen en het leek wel of hij het buiten al tegen de muren hoorde klotsen. Het was een vreemd, onwerkelijk geluid. Hij hoorde hoe zijn broertje Ewout begon te huilen en tante tante Tona hem troostte. Zijn zussen liepen met de twee andere broertjes op hun armen op de tast achter tante Tona de trap op naar de zolder. Zo hoog zou het wel niet komen en daar zat je droog. Wim was door het donker ook bij de smalle trap aangekomen en sloot achter aan in de rij om naar boven te gaan. Het water stroomde nu langs zijn schoenen. Een pantoffel van tante Tona met iets glinsterends erop geborduurd draaide rondjes naast hem in het stromende water. Een naar, dreigend gevoel overviel hem. Zijn hart bonkte nu in zijn keel. Buiten op straat klonk geschreeuw en hij hoorde door de wind heen de kerkklokken luiden; er werd ineens hard op de ramen van de keuken gebonkt en mannen stemmen riepen ‘Wakker worden, wakker worden, het water komt eraan!’. Hij stond nu op de eerste traptrede. Die was nog droog. Waar was moeder? Hij keek achter zich en zag vaag in het donker zijn moeder op haar knieën in het water zitten. Hij schrok, want het leek of ze was gevallen en pijn had, maar toen hij beter keek door het duister zag hij dat ze haar handen had gevouwen. Was ze aan het bidden? Hij zakte met bonkend hart een beetje door zijn knieën om haar beter te kunnen zien en horen. Hij hoorde haar met een rustige, zachte stem bidden terwijl het water rond haar knieën stroomde. Het enige wat hij kon verstaan was het woord ‘stroom’ ... 27/1/2025 0 Opmerkingen Big Five in een notendop ...1. Gevoeligheid
Scoor je hoog, dan heb je veel behoefte aan emotionele herkenning, veiligheid en overzicht. Scoor je laag, dan beleef je contacten primair als dialogen waarin informatie wordt uitgewisseld. 2. Extraversie Scoor je hoog dan hou je van gezelligheid. Scoor je lager dan zoek je in je leven meer persoonlijke, intieme contacten en vriendschappen. Scoor je laag op Extraversie en hoog op Gevoeligheid dan versterkt dat deze behoeften en ervaar je stress als er geen veiligheid of verbondenheid is. Scoor je laag op Gevoeligheid en juist hoog op Extraversie, dan heb je de wind mee in je karakter en ben je meer easy-going. 3. Openheid Scoor je hoog, dan leef je ontdekkend: je associeert snel woorden en ideeën en je neemt meer risico's om doelen te bereiken. Scoor je laag, dan hou je minder van risico's en kies je liever voor zekerheid. 4. Altruïsme Scoor je hoog, dan zoek je altijd naar harmonie en voel je sterk de pijn van disharmonie: kritiek, oordeel, ruzie, verdeeldheid. Je probeert pijn te voorkomen. Rechtvaardigheid is voor jou altijd verweven met 'respect' en 'begrip'. Scoor je laag op Altruïsme dan vecht je voor de waarheid en zit je pijn in leugens over die waarheid. Je imago interesseert je minder dan de waarheid. Rechtvaardigheid is voor jou gekoppeld aan waarheidsvinding. Pijn is voor jou een noodzakelijke fase om verder te komen. Scoor je hoog op Openheid en hoog op Altruïsme dan kun je je diep inleven in anderen, maar ook verdwalen in relaties. Je bent grenzelozer in je zorg voor anderen ten koste van jezelf, maar laagscoorders op Altruïsme interpreteren je inzet soms juist als eigenbelang. Dat doet pijn. Scoor je hoog op Openheid en laag op Altruïsme dan ben je assertief en een vechter voor de waarheid. Hoogscoorders op Altruïsme interpreteren juist dat soms als eigenbelang. Dat doet pijn. Scoor je hoog op Gevoeligheid en Altruïsme dan heb je de bedrading voor 'trauma-sensitiviteit': je voelt als geen ander aan hoe je angstige of getraumatiseerde mensen kunt geruststellen met je houding, je blik, je stem. Dit is vaak onbewust waardoor je gevangen kunt raken in deze rol; je bent altijd degene moet zorgen, redden of sterk moet zijn en mensen zoeken jouw nabijheid. Heb je zelf ook trauma's dan versterkt dat dit effect. Besef hoe waardevol en liefdevol dit is, maar ook wat voor beklemmend juk dit kan zijn. Ben je ook nog eens introvert, dan wordt dit effect nog sterker. 5. Sturing Scoor je hoog, dan werk je gestructureerd naar het hoogste doel. Scoor je laag dan werk je spontaan, ongestructureerd naar creaties die 'ontstaan' terwijl je in een flow zit. Scoor je hoog op Altruïsme en hoog op Sturing dan leg je de lat voor jezelf hoog. Scoor je laag op Altruïsme en hoog op Sturing dan leg je de lat voor de ander hoger. Kun je dit veranderen met coaching of therapie? Een beetje, maar dan vooral het gedrag (bijvoorbeeld vermijdingsgedrag). De onderliggende neigingen en behoeften blijken erg robuust gedurende je leven. Beter is je leven en werkstijl aanpassen aan (de positieve kanten van) deze eigenschappen. De psychologie van relationele ontwrichting.
<In bewerking > Er zijn van die ervaringen die niet zichtbaar zijn aan de buitenkant, maar die van binnen alles overhoop halen. Genegeerd worden door iemand die veel voor je betekent, is zo'n ervaring. Een partner die ineens stil valt. Een ouder die je systematisch ontwijkt. Een vriend die je appjes niet meer beantwoordt. Het lijkt misschien klein, maar wat er onder de oppervlakte gebeurt, kan diepgaand ontwrichtend zijn. Het brein voelt het als pijn Wat we vaak 'emotionele pijn' noemen, blijkt neurologisch gezien nauwelijks te onderscheiden van fysieke pijn. Je brein maakt letterlijk geen onderscheid tussen een afwijzing en een klap. Als je genegeerd wordt door iemand van wie je houdt, lichten in je hersenen dezelfde gebieden op als wanneer je je brandt aan de oven: de anterieure cingulate cortex en de insulaire cortex. Dat maakt ook dat je soms fysiek iets voelt: een dichte keel, een gebroken hart, misselijkheid. Het is niet 'tussen je oren', het ís in je brein. Hormonale storm Naast je hersenen reageert ook je lichaam. Je stresssysteem schiet aan, en het hormoon cortisol wordt aangemaakt alsof je in gevaar bent. Tegelijkertijd blijft het knuffelhormoon oxytocine uit: de warme verbinding die je normaal voelt, valt weg. De dopamine, die je normaal een prettig gevoel geeft als je in contact bent met die ander, wordt ineens niet meer afgegeven. En serotonine, de stof die je stemming stabiel houdt, raakt uit balans. Geen wonder dat je je emotioneel ontregeld voelt. Je systeem is van slag. Psychologische verwarring en pijn Op psychologisch niveau is genegeerd worden ontwrichtend omdat het raakt aan vier basisbehoeften: verbondenheid, eigenwaarde, controle en betekenis. Als iemand die belangrijk voor je is doet alsof je niet bestaat, raakt dat je hele zelfbeeld. Je gaat twijfelen aan jezelf: ben ik niet de moeite waard? Wat heb ik verkeerd gedaan? Je voelt je machteloos, alsof je geen invloed hebt. En het bestaansrecht dat je normaal ontleent aan het 'gezien worden', valt weg. Het kan je radeloos maken. De een klampt zich vast, doet alles om weer contact te krijgen. De ander trekt zich terug en bouwt muren. Weer een ander wordt boos, roept of schreeuwt, uit wanhoop. Het zijn allemaal manieren om iets van controle terug te krijgen, om de verbinding te herstellen of om jezelf te beschermen. De diepe impact van herhaling Als het negeren geen eenmalige gebeurtenis is, maar zich herhaalt of langdurig aanhoudt, kan het ernstige schade veroorzaken. Je gaat geloven dat het aan jou ligt. Dat je niet goed genoeg bent. Je coping raakt uitgeput. Je trekt je terug. Je wordt angstig, depressief of zelfs suïcidaal. Het vertrouwen in anderen kan beschadigen. Wat begon als 'stilte' van de ander, wordt binnenin jou een donderstorm van onzekerheid, zelfverwijt en verdriet. Voor jongeren is dit extra ingrijpend. Hun brein en identiteit zijn nog in ontwikkeling. Afwijzing door ouders of leeftijdsgenoten kan diepe littekens achterlaten. En voor kinderen die structureel worden genegeerd door hun opvoeders, is het bijna per definitie traumatisch: het ondermijnt hun basisveiligheid, hun gevoel dat ze er mogen zijn. Ontwrichtend, maar niet hopeloos Erkennen dat deze vorm van afwijzing zoveel impact heeft, is al een belangrijke stap. Het geeft taal aan iets wat vaak in stilte wordt doorgemaakt. En het helpt te begrijpen waarom je zo ontregeld kunt zijn als dit je overkomt. Het ligt niet aan jou dat je zoveel voelt. Je hersenen, je lijf, je psyche: alles reageert op de breuk in die ene belangrijke verbinding. En het is geen kleinigheid. Het is ontwrichtend. Maar: ontwrichting hoeft niet het einde te zijn. Het kan ook een begin zijn van heling, van grenzen stellen, van leren kiezen voor mensen die je wél zien. Soms betekent dat rouwen, soms vergeven, soms loslaten. En soms ook: opnieuw durven verbinden. Omdat je, hoe gekwetst ook, gemaakt bent voor contact. Voor gezien worden. En voor liefde die dankbaar terugkijkt en hoopvol vooruitkijkt. Ken je dat moment waarop alles lijkt te mislukken? Waarin de grond onder je voeten wegzakt? Het verhaal van David in 1 Samuël 30:6 begint precies daar. Zijn stad was verwoest, zijn familie ontvoerd, en zelfs zijn eigen mannen verloren hun vertrouwen in hem. Alles leek uitzichtloos.
'Maar David sterkte zich in de Here, zijn God.' Dat woordje – maar – is cruciaal. Het markeert een keerpunt. Het betekent dat, hoe groot de duisternis ook lijkt, er een andere werkelijkheid is. Het is Gods uitnodiging om je blik te verleggen, om voorbij jouw omstandigheden en jouw werkelijkheid te kijken naar zijn werkelijkheid. 'Maar' betekent: 'Hier stopt jouw verhaal niet. Hier begint iets nieuws.' David koos ervoor om zich niet te laten verlammen door angst of boosheid. Hij zocht zijn sterkte niet in zichzelf, niet in mensen, maar in de Here, zijn God. Dat woordje maar laat zien dat David wist: God is niet alleen een toevlucht, Hij is de enige Bron van Sterkte. En dat besef, dat weten veranderde alles. Misschien sta jij ook op een punt waarop je een maar nodig hebt. Een moment waarop je zegt: 'Ik kan dit niet, maar God wel.' Weet dat dit niet het einde is. Sterk je in de Here, jouw God. Hij ziet je, Hij hoort je, en Hij nodigt je uit om je in Hem te sterken. Als we elkaar 'Sterkte' wensen, laat het dan deze betekenis mogen hebben. Gepubliceerd op Facebook 1/1/2025 0 Opmerkingen Verdriet (songtekst)Ik stik in mijn verdriet of stikt mijn verdriet in mij? Maar … geldt voor beide opties niet: het mooiste is voorbij ... ? Ik heb een wonder nodig een bevrijding, niet voor mij - nee, voor jou zoek ik verlossing Dán is mijn verdriet voorbij Tekst en muziek: Matthijs Goedegebuure
18/12/2024 0 Opmerkingen Wanneer een label loont: financiële prikkels rond de ASS-diagnose bij vrouwenDe laatste jaren zien we een opvallende toename van autismediagnoses bij vrouwen. Volgens sommigen is dat een broodnodige correctie: jarenlang zijn meisjes en vrouwen met het zogenoemde female phenotype van ASS onder de radar gebleven. Maar er klinkt ook een ander geluid: wordt autisme soms te gemakkelijk ingezet als verlegenheidsdiagnose bij vrouwen met langdurige, moeilijk behandelbare psychische problematiek?
Die vraag moet niet alleen inhoudelijk, maar ook financieel worden bekeken. In ons zorgstelsel zijn er prikkels die het stellen van een ASS-diagnose aantrekkelijker maken dan alternatieve classificaties. Niet omdat verzekeraars of behandelaren kwade bedoelingen hebben, maar omdat het systeem zo is ingericht. 1. Het Nederlandse financieringssysteem: van DBC’s naar zorgclusters Tot 2022 werkte de GGZ met DBC’s (Diagnose-Behandelcombinaties). Inmiddels zijn die vervangen door het Zorgprestatiemodel, waarin prestaties per sessie en zorgvraagzwaarte worden bekostigd. Toch blijft de diagnose leidend: het bepaalt de zwaarte en duur van het traject.
2. Verwachtingsmanagement: ASS vs. behandelbare problematiek Bij trauma en persoonlijkheidsstoornissen verwachten cliënten (en financiers) doorgaans behandeling met herstelperspectief. Dat vraagt tijd, expertise en intensieve inzet. Bij ASS ligt de nadruk op begeleiding en aanpassing: verbeteren van functioneren, maar niet genezen. Voor instellingen en verzekeraars betekent dat een lager risicoprofiel: minder kans op teleurstelling, drop-out, tuchtzaken of klachten over uitblijvend herstel. 3. Kosten verschuiven naar andere domeinen Een ASS-diagnose opent vaak de deur naar voorzieningen buiten de Zorgverzekeringswet:
Dat betekent dat een deel van de kosten uit de Zvw verschuift naar gemeenten en sociale zekerheid. Voor verzekeraars is dat financieel gunstig; voor cliënten kan het praktisch helpend zijn, maar het verandert wél de verdeling van verantwoordelijkheden. 4. Onbedoeld bijeffect: van onderdiagnose naar trenddiagnose Nederland volgt hier dezelfde internationale trend: de man-vrouwratio in ASS-diagnoses is verschoven van 5:1 naar dichter bij 3:1. Volgens sommige onderzoekers wijst dat op een terechte correctie. Tegelijkertijd zien behandelaren dat ASS soms een “uitweglabel” wordt bij vrouwen met hardnekkige klachten. De prikkel is duidelijk:
Het gevaar is dat diepere oorzaken (trauma, hechtingspijn, systemische stress) minder aandacht krijgen, omdat het autismeframe “handiger” past binnen het systeem. 5. De menselijke kant Voor veel vrouwen geeft een ASS-diagnose erkenning en toegang tot passende begeleiding. Dat is waardevol en soms levensveranderend. Maar het risico is dat er sprake is van te snelle medicalisering: dat de diagnose niet zozeer een zorgvuldig resultaat van differentiaaldiagnostiek is, maar een systeemoplossing. Het label geeft rust, maar kan ook verdere zoektocht en herstel belemmeren. 6. Conclusie: systeemkritiek nodig Het is te kort door de bocht om te zeggen dat verzekeraars “bewust sturen” op ASS-diagnoses. Het gaat subtieler: de financieringsstructuur van de Nederlandse GGZ maakt sommige labels aantrekkelijker en praktischer dan andere. ASS profiteert daarvan, zeker bij vrouwen met langdurige psychische problematiek. Daarmee dreigt de ene diagnostische blinde vlek (onderdiagnose bij vrouwen) te worden ingewisseld voor een nieuwe (overdiagnose als verlegenheidslabel). Wie eerlijk wil zijn in dit debat, moet met twee dingen rekening houden:
De oplossing ligt niet in simpelweg meer of minder diagnoses, maar in fijnmazige differentiaaldiagnostiek én een financieringssysteem dat complexiteit niet straft, maar beloont. Want uiteindelijk gaat het niet om spreadsheets en clusters, maar om vrouwen die verdienen dat hun verhaal volledig wordt gezien. 13/11/2024 0 Opmerkingen Spreekt je therapeut jouw 'taal'?Waarom een ‘klik’ met je therapeut niet over de diagnose gaat, maar over jouw 'menstype'. “Ik kreeg een goed bedoelde uitleg over mijn denkschema’s, maar ik voelde me totaal onbegrepen en alleen.” Deze uitspraak van een cliënt bleef me bij. Het raakte precies de kern van wat in veel behandeltrajecten misgaat: we stemmen therapie af op de diagnose, maar vergeten ondanks al onze kennis en ervaring de persoon die tegenover ons zit. In de GGZ gebruiken we vaak een medisch model: iemand meldt zich met klachten, we stellen een diagnose, en daar hoort een bewezen effectieve behandeling bij. Dat werkt soms – maar zeer regelmatig ook niet. Dan voelt het alsof de vorm van therapie niet klopt. Alsof de therapeut niet echt aansluit. Terwijl die aansluiting – de beruchte 'klik' – misschien wel de belangrijkste voorspeller van succes is. Maar waar zit ‘m die klik dan in? Eén (slechts één!) perspectief daarop is de innerlijke 'taal' die iemand spreekt. En dan bedoel ik niet Nederlands, maar de taal uit iemands innerlijke wereld: hoe iemand denkt, voelt, betekenis geeft en problemen ervaart. Jouw innerlijke taal: de lens van het Holland-model Het Holland-model – ook bekend als RIASEC of PAKSOC – beschrijft zes menstypes:
De zes menstypes zeggen daar iets over. Hier zijn ze: 📘 1. Realistisch (doeners) Kenmerken: praktisch, concreet, gericht op doen en ervaren. Voorkeurstaal: actie, tastbaarheid, duidelijkheid. Passende therapieën en methodieken:
Voorbeeld Jan, een automonteur met burn-outklachten, knapt op van PMT omdat hij voelt wat stress doet in zijn lijf, in plaats van erover te praten. Wetenschappelijke aanwijzingen Onderzoek toont aan dat praktisch ingestelde cliënten meer baat hebben bij gedragsmatige en ervaringsgerichte interventies (Beutler et al., 2004). 📊 2. Intellectueel (denkers) Kenmerken: nieuwsgierig, abstract-denkend, analytisch. Voorkeurstaal: theorie, logica, inzicht. Mogelijk passende therapieën en methodieken:
Voorbeeld Emma, een wetenschapper met angstklachten, krijgt grip op haar paniek via CGT waarbij zij leert haar catastrofale gedachten te doorzien. Wetenschappelijke aanwijzingen Analytisch ingestelde mensen blijken significant beter te reageren op cognitieve en inzichtgerichte therapieën (Norcross, 2011). 🎨 3. Artistiek en metaforisch (creatieve geesten) Kenmerken: expressief, gevoelig, intuïtief, zoekt zingeving. Voorkeurstaal: beeld, verhaal, metafoor. Mogelijk passende therapieën en methodieken:
Voorbeeld Lotte, een illustrator, herontdekt zichzelf via beeldende therapie waarin ze haar angst verbeeldt als een steeds veranderend landschap. Aanwijzingen Hoge 'Openheid voor ervaring' (Big Five) – vaak gekoppeld aan artistieke types – voorspelt positieve respons op ongestructureerde, expressieve therapieën (Soldz & Vaillant, 1999) 🤝 4. Sociaal (helpers) Kenmerken: empathisch, relationeel, hulpvaardig. Voorkeurstaal: dialoog, verbinding, erkenning. Mogelijk passende therapieën en methodieken:
Voorbeeld Ahmed voelt zich voor het eerst gezien in een therapie, waar hij in de therapeutische relatie leert dat zijn patroon van zorgen voor anderen voortkomt uit angst om buitengesloten te worden. Wetenschappelijke aanwijzingen Sociaal ingestelde mensen reageren beter op therapieën die gericht zijn op verbinding en erkenning (Barrett-Lennard, 1998). 📈 5. Ondernemend (leiders) Kenmerken: doelgericht, energiek, overtuigend. Voorkeurstaal: actie, prestatie, doelen. Mogelijk passende therapieën en methodieken:
Voorbeeld Patrick, een jonge ondernemer met stressklachten, raakt gemotiveerd door oplossingsgerichte coaching waarin hij zijn eigen waarden opnieuw definieert. Aanwijzingen Ondernemende types scoren hoog op extraversie en assertiviteit, en reageren goed op actiegerichte benaderingen (Norcross & Wampold, 2011). 📂 6. Conventioneel (structuurbewakers) Kenmerken: gestructureerd, precies, betrouwbaar. Voorkeurstaal: overzicht, duidelijkheid, stappenplan. Suggesties therapieën en methodieken:
Voorbeeld Marieke, een boekhoudster met somberheidsklachten, vindt houvast in een CGT-schema waarin ze haar negatieve gedachten en gedragingen systematisch leert ombuigen. Onderbouwing Structuurgerichte mensen voelen zich veiliger bij protocollaire, voorspelbare therapieën (Beutler & Harwood, 2000). Waarom klikt het soms níét?
Een mismatch in 'taal' is een belangrijke reden waarom therapie soms niet werkt. Het ligt niet aan jouw motivatie, en niet per se aan de therapeut. Jullie spreken gewoon een andere binnenwereldtaal. En dat frustreert, remt groei, en kan je zelfvertrouwen ondermijnen. Stel dat jij een artistiek menstype bent (je zoekt in beelden en verhalen naar de essentie van jezelf en je gevecht) en je therapeut is meer een conventioneel menstype (hij denkt in logische schema's en structuren en werkt meer protocollair), dan worden je schrijfsels, je tekeningen of schilderijen niet 'begrepen'. Ze worden getoetst aan een protocol of ingepast in een schema wat een erg 'onbegrepen' gevoel geeft. Omgekeerd kan een goede klik voelen als thuiskomen. Alsof iemand voor het eerst écht hoort wat jij bedoelt. Van dezelfde planeet komt. Je taal spreekt. Maar ook hier een kanttekening Een te sterke klik kan leiden tot blind begrip, gebrek aan uitdaging of zelfs idealisering. Een goede therapeut is geen ‘soulmate’, maar een gids die jouw taal spreekt én je eventueel uitdaagt er een tweede bij te leren. Tot slot: therapie op jouw golflengte Als je therapie hebt geprobeerd en het werkte niet, durf dan te vragen: "Werd er wel gewerkt in mijn taal?" Jouw persoonlijkheid – en dus jouw voorkeursstijl – mag leidend zijn in therapie. Dat betekent: niet alleen kijken naar de diagnose, maar naar wie je bent. Niet alleen naar wat je mist, maar ook naar hoe je denkt, voelt, groeit en pijn verwerkt. Niet alleen naar de klacht, maar ook naar de stijl en de taal van je binnenwereld. 10/10/2024 0 Opmerkingen Lost in paradox (songtekst)Whatever I do or whatever I say Wherever I go or wherever I'll stay It will hurt you It wil hurt you Whatever I choose or whatever I feel Whenever I leave or whenever I heal It will hurt you It will hurt you I want to tell you that I'm sorry for the things that I've done wrong I want to tell you how I love you and how your heart's where I belong I want to show you all my scars How I’ve changed since you've been gone But every time that I get closer You just turn and carry on And whatever I do or whatever I say Wherever I go or wherever I'll stay It will hurt you It will hurt you Whatever I choose or whatever I feel Whenever I leave or whenever I heal It will hurt you It wil hurt you I'm lost in paradox, I'm lost in paradox where left is bad and right is wrong I’m stuck between the pain and loss I'm holding on, yes I'm holding on But nothing seems to heal the pain Or break the golden chain So whatever I do or whatever I say Wherever I go or wherever I'll stay It will hurt you It will hurt you Whatever I choose or whatever I feel Whenever I leave or whenever I heal It will hurt you It will hurt you Music and lyrics: Matthijs Goedegebuure
1/5/2024 0 Opmerkingen Dit, dit is de wereld ...De daken met hun wirwar van antennes, het ronken van een vliegtuig in de nacht. 't Reclamebord dat telkens aan- en uitflitst; 't verkeerslicht waar ik dagelijks voor wacht. Dit, dit is de wereld, de wereld waar ik woon. Hier zijn de treden te zien van Gods troon. Wie hier om hoog klimt, vanuit het gedruis, ontwaart de contouren van 't Vaderlijk huis. Het flatgebouw met helverlichte vensters, dat schittert als een lichtzuil in de nacht. En daar omheen, veel hoger dan de huizen, oneindigheid en verre sterrenpracht. De hele wereld houdt Hij in Zijn handen. Hij spreekt in stilte en in stadsgerucht, van liefde en genade en erbarmen voor ieder die in wanhoop naar Hem vlucht. Miljoenen sterren wil Hij laten gloeien, als bakens in de golven van 't bestaan, om koers te kunnen houden naar de haven, aan 't einde van de wereldoceaan. Toen ik zes jaar oud was nam mijn moeder me mee naar een concert van het I.J.E. koor uit Rotterdam. Tientallen tieners en twintigers met een band en blazers. Ze zongen vol overgave liederen over de liefde van God en de woorden van Jezus in de wereld van 1974. Toen maakten vliegtuigen nog zware ronkende geluiden en bepaalde de wirwar van televisie- en radioantennes het straatbeeld.
Het optreden maakte een onuitwisbare indruk op me. We zaten op de voorste rij vlak achter de dirigent die op een tafeltje stond en zo vurig stond te springen dat ik gedurende het hele optreden bang was dat die tafel het zou begeven en de man zich een ongeluk zou vallen ☺️. Maar ik was als kind ook diep onder de indruk van het koor, de muzikanten en vooral de trompetten die zo majestueus door de kerk galmden. Het klonk voor mij alsof we even mee mochten luisteren naar een stukje van de hemel. Thuis draaide ik tussen mijn zesde en tiende levensjaar vaak de LP die we hadden gekocht bij het concert. Dit was het openingsnummer van kant A. En hoe jong ik ook nog was, dit lied deed me beseffen dat als je goed keek, met de ogen van je hart, er dwars door de zichtbare wereld heen nog een andere wereld, een andere werkelijkheid te zien is. De wereld van Gods Koninkrijk, Gods Troon en het huis van de Vader. Het huis waar Jezus een plaats voor ons aan het bereiden is. De plaats waar we echt thuis zullen zijn. De Plek waar we horen. Mede dankzij dit lied is mijn leven een reis geworden. Een reis door warme, mooie gebieden heen, maar ook een reis door koude, gure gebieden heen. Perioden van diepe verbondenheid met medereizigers, maar ook van eenzaamheid, wroeging en pijn. Maar hoe de reis ook is, de contouren van het Vaderlijk huis en de treden van Gods Troon zijn onveranderlijk als Bakens blijven staan in de verte. Ze komen langzaam steeds dichterbij. Dit lied valt misschien qua muziekstijl wat uit de toon op mijn YouTube kanaal, maar omdat dit het begin is van mijn muzikale levensreis mag het zeker niet ontbreken. Waar je ook doorheen gaat, blijf kijken met de ogen van je hart! Hou vol! Het komt goed 👊!!! Het huis van Onze Vader is bijna af! We zijn bijna thuis, de Vuurtoren wordt steeds duidelijker zichtbaar 🙏!!! En de regenboog staat nog steeds aan de hemel. 13/3/2024 0 Opmerkingen Big Five versus DISCBig Five en DISC. Even iets over de verschillen en overeenkomsten tussen deze twee naar aanleiding van allerlei reclames die ik langs zie komen.
Ik begrijp dat een DISC-aanbieder in de vergelijking tussen hun test en het Big-Five model uitkomt op de conclusie: 'Als het aankomt op praktische toepasbaarheid en directe verbetering van communicatie en samenwerking, blinkt het DISC model uit.' Reclame maken voor je eigen product is volkomen legaal en kan ik zelfs waarderen. Maar vanuit wetenschappelijk oogpunt is bij dit soort vergelijkingen enige nuance op zijn plaats. Het grootste verschil tussen Big Five en DISC is dat de DISC voortkomt uit de theorie van William Moulton Marston uit 1928 over de verschillen tussen tussen mensen, terwijl Big Five 'slechts' ontstaan is uit een enorme hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek naar waar de verschillen nou echt zitten. Niet vanuit een theorie of een bepaalde visie daarop. De Big Five domeinen zijn keer op keer bevestigd in wetenschappelijk onderzoek en zijn inmiddels de gouden standaard geworden in onderzoek naar persoonlijkheidsverschillen. Met andere woorden: dit blijken de vijf grote clusters van karaktertrekken te zijn (met bijbehorende gedragsstijlen) waarin mensen zich van elkaar onderscheiden, of we dat nou leuk vinden of niet. En ook of dat nou bij onze theorie aansluit of niet. De DISC-theorie bleek een aantal van die verschillen best aardig te duiden, maar mist ook een aantal zaken. Belangrijkste is het domein 'Openheid'. Een domein waarin hoog- en laagscoorders juist heel complementair kunnen zijn, maar ook in elkaars irritatiezone kunnen zitten. DISC is erg populair bij coaches en consultants voor teambuilding vanwege de eenvoud. Big Five is populair onder psychologen, assessors en wetenschappelijk onderzoekers vanwege de hogere betrouwbaarheid en betere predictieve validiteit. De eenvoud van de DISC lijkt een (te) sterke vereenvoudiging van de werkelijkheid. De Big Five lijkt meer recht te doen aan de werkelijkheid maar is minder 'leuk' en 'kleurrijk'. Het is belangrijk om te onthouden dat geen enkel psychometrisch instrument perfect is en dat elk instrument het best gebruikt kan worden in combinatie met andere onderzoeksmethoden en professioneel advies. Tot slot: ik ben geen testuitgever maar gebruik diverse persoonlijkheidstests van meerdere aanbieders in zowel klinisch-psychologisch als arbeidspsychologisch onderzoek en heb dus geen commercieel belang bij het promoten van een bepaald model. Wij volgen de ontwikkelingen van testaanbieders op de voet en kiezen de meest betrouwbare tests en integreren deze in onze onderzoeken. Als dat ooit toch de DISC blijkt te zijn gaan we daarvoor, maar dat is nu niet het geval What can I say, what can I do … ?
My love has failed to stand by you. How can I find the way to your heart? I don’t want this pain to drift our worlds apart. My Friend, I’ve got so much to learn About the Love of God. But I want you to know: Someone spent His blood But every time I tell you 'bout that unconditioned love I hear you say: stop talking about the good Lord up above What can I do, what can I say ... ? My love for you could not take your pain away. I know this time your heart's been really hurt. how can I find a consolating word? My Friend, I’ve got so much to learn About the Love of God But I want you to know Someone spent His blood But every time I tell you 'bout that unconditioned love I hear you say: stop talking about the good Lord up above Music and lyrics by ©Matthijs Goedegebuure | To be released on YouTube in the future 28/2/2024 0 Opmerkingen Ik kom naar U ... (songtekst)Na alle jaren van verdriet,
waarin ik zocht naar de volmaakte liefde, maar ik vond het niet kom ik naar U, Ik kom naar U, Ik kom naar U. En in het midden van de pijn om alle troost en liefde die ik los moet laten, is het goed om hier te zijn. Ik kom naar U, Ik kom naar U, Ik kom naar U. Want U bent alles wat ik heb U liet me geen moment alleen Ik geef me over aan Uw armen leg ze veilig om mij heen en draag mij door de leegte heen Hier ben ik God, ik ben van U U mag mijn hele leven nemen en verand'ren in een afbeelding van U Ik kom naar U Ik kom naar U Ik kom naar U Vergeef mij Vader wat ik deed De pijn die ik de ander toebracht door mijn zonde ik ben de oorzaak van het leed Ik kom naar U Ik kom naar U Ik kom naar U Want U bent alles wat ik heb U liet me geen moment alleen Ik geef me over aan Uw armen leg ze veilig om mij heen en draag mij door de leegte heen draag mij door de leegte heen oh draag ons ... door de leegte heen Tekst en muziek: ©Matthijs Goedegebuure | Released on Spotify and YouTube. 'k Weet dat je nu alleen maar sterk kunt zijn En hoe je vecht om niet om te vallen Je hart is overspoeld door pijn Maar er fluistert altijd hoop Ja ... er fluistert altijd hoop ... Hou vol geef niet op Hou vol geef niet op Steeds weer een stap Steeds een stukje sterker Hoe hard de storm ook woedt - Jij komt hier doorheen ... ! Kijk alleen naar het Licht recht voor je Het komt echt goed ... met jou ... 'k Weet hoe de nacht je ziel beknelt Maar vergeet nooit: jij bent een Vechter een Vechter Denk aan alles wat je overwon Want jij bent sterker dan je denkt Ja ... jij bent sterker dan je denkt! Hou vol geef niet op Hou vol geef niet op Steeds weer een stap Steeds een stukje sterker Hoe hard de storm ook woedt Jij komt hier doorheen En als de nacht je weer omgeeft Wees niet bang, voel dat je leeft Dit gaat voorbij, de Lente komt! En fluistert zacht: 'Het komt echt goed met jou.' Ja, als de nacht je weer omgeeft Wees niet bang, voel dat je leeft Dit gaat voorbij, de Lente komt! En fluistert zacht: 'Het komt echt goed met jou ... ' Tekst: Matthijs Goedegebuure | Muziek: Brian & Jenn (Bethel Music) To be re-released on YouTube in the future Een paar weken geleden gingen we afscheid nemen bij een ernstig zieke vriendin. Almost home … Ze was lichamelijk zwak en vermagerd, maar geestelijk nog intens aanwezig. Ze vertelde dat ze in het loslaten van haar geliefden dieper dan ooit voelde hoeveel zij voor haar betekenden. ‘Het is zo tegenstrijdig, en dat vertelt niemand je van tevoren, want hoe meer ik ze los moet laten, hoe dieper ze eerst in mijn hart komen. Het is een zwaar en eenzaam proces’. Het raakte me, leerde me iets, en gaf me ook veel herkenning. Ze moest hier doorheen en kwam er ook doorheen heb ik gezien. Ze is in diepe vrede overleden, wetende dat het goed zou komen met haar.
Dit lied is voor iedereen die een geliefde in vertrouwen los moet laten en die geliefde geloof, hoop en vertrouwen mee wil geven. Sterkte en vrede voor jou als jij dat bent. Want loslaten doet pijn. Veel pijn. En kan een lang proces zijn waarin je door veel verdriet gaat. Zoveel herinneringen dringen zich op: kostbare momenten, goede gesprekken, lange wandelingen, veilig jezelf kunnen zijn, samen de slappe lach hebben, samen bidden, huilen, zingen, muziek maken of luisteren. Gezien worden, gehoord worden, begrepen worden. Maar ook pijnlijke of beschamende momenten. Momenten van afstand, gekwetstheid en hopelijk vergeving. Misschien moet je wel iemand loslaten die nooit geboren is. Als je deze zin begrijpt wens ik jou heel veel sterkte in dat proces. 'Hou vol' of 'Het komt goed' kan heel goedkoop klinken. Vergeef me dat, maar deze titel en deze tekst is zeker niet goedkoop bedoeld of ondoordacht gekozen. ‘Het komt goed’ kan overkomen als gemakzucht (‘het valt wel mee met jouw problemen’), als dwingend (‘het moet goed komen want anders … ‘) of zelfs als manipulatief (‘ik heb het nodig dat het goed komt met jou’). Zo is het hier niet bedoeld. ‘Het komt goed’ is tegen mijn gevoel in verwoord op basis van het Bijbelse perspectief op de toekomst: uiteindelijk zal alles goed worden. Alles. Het verwoordt het vertrouwen dat het oude (en het ‘nu’) voorbij zal gaan en dat het nieuwe zal komen. Het is mijn enige hoop. Je hebt heel veel vertrouwen nodig om iemand los te kunnen laten. Vertrouwen dat het goed komt zonder jou. Ten diepste gaat dat over vertrouwen in God. Hij zal voor hen, hem of haar zorgen. Maar ook over vertrouwen dat de ander zonder jouw zorg, liefde, tijd en aandacht het zelf kan. Of het leert. Of die zorg en aandacht bij iemand anders zoekt en niet meer bij jou. Ook dat kan heel pijnlijk zijn. Daarover gaat dit lied. Misschien moet je iemand loslaten omdat je niet meer in staat bent er voor die ander te zijn. Misschien heb jij zelf moeten kiezen iemand los te laten omdat de relatie jou beschadigde. Misschien heeft jouw geliefde besloten bij je weg te gaan en loop je rond met en grote pijnlijke leegte in je ziel. Met verdriet en een gemis dat er niet 'mag zijn'. Misschien heb je onder druk van anderen iemand los moeten laten. Dit lied is voor jou, zowel voor jezelf als voor degene die je los moet laten. Het komt goed met je. Als christen geloof ik dat er een moment komt dat we met zijn allen in volmaakte verbondenheid terug zullen kijken op alle pijn, wanhoop, strijd en verwarring van dit leven. Dan zullen we ons er met elkaar over verwonderen dat het ondanks al onze fouten en onbegrip toch allemaal goed is gekomen. Door Hem die ons liefhad en liefheeft tot het einde. Hij overwon alles wat wij niet konden overwinnen. Ik heb de tekst van ‘You’re gonna be ok’ van Brian & Jenn (Bethel Music) vrij vertaald. Dit is een een licht bewerkte, maar nog steeds 'eerlijke' versie na de oefenversie die ik live op mijn telefoon heb opgenomen. Ik hoop dit jaar nog wat volgende goed uitgemixte versies te kunnen opnemen. Dit is overigens de eerste opname in de Old Bank Studio in Sliedrecht aan de Stationsweg. De belangrijkste studioapparatuur is inmiddels geïnstalleerd. Mocht je iets bemoedigends, vertroostends of inspirerends willen zingen of inspreken dan ben je hartelijk welkom in onze studio onder de grond op de Stationsweg 35 in Sliedrecht. #Sliedrecht #Studio One #bemoediging #hoop #homerecording #geloof #vertrouwen #help Backing track: Bethel Music Originele Songtitel: You’re gonna be ok Vertaling: Matthijs Goedegebuure 25/12/2023 0 Opmerkingen Als élke keuze fout is ...Over morele pijn, gewetensnood, schuld, verborgen strijd en de aanwezigheid van God tussen de brokstukken van je hart.
<In bewerking> Soms dwingt het leven je tot een keuze die je helemaal niet wilt maken. Links is slecht. Rechts is slecht. Rechtdoor is slecht. Stilstaan is slecht. Teruggaan is slecht. Er is geen goede keuze. Geen juiste weg. Elke richting die je kiest, hoe je ook wikt en weegt, laat je altijd iets verliezen wat je oprecht liefhebt. Of iemand waar je van houdt of die belangrijk voor je is. Je staat op een splitsing waar geen enkel pad leidt naar het volle goede. Alle wegen zijn duister. Elke keuze slaat bij voorbaat diepe wonden. In zulke momenten breekt de weg waar je op loopt open, en je hart breekt mee. De verborgen strijd De echte strijd voltrekt zich onzichtbaar voor de mensen om je heen. Van buiten lijkt alles beredeneerd of goed doordacht. Maar van binnen woedt de storm van wroeging, vertwijfeling en schuld. Je vraagt je af: Heb ik werkelijk alles goed en eerlijk overwogen? Had ik nog verder moeten zoeken, nog meer moeten verdragen, nog langer hopen? Had ik harder moeten vechten; heb ik het te veel laten gebeuren? En dan de bijtende vragen die je 's nachts wakker houden: Wat als ik de verkeerde keuze heb gemaakt? Wat als ik onherstelbare schade heb aangericht? Wat zegt deze keuze over wie ik werkelijk ben? Wat gebeurt er nu met de ander ... ? Als je écht van harte het goede zoekt, zul je juist op deze momenten jezelf als schrijnend ontoereikend ervaren. Je schiet pijnlijk tekort. Je wilt het goede doen, maar er is geen 'goede'. Niet alleen omdat de situatie onmogelijk is, maar ook omdat je in je eigen hart tegen de grenzen van je liefde of je kunnen bent gebotst. De pijn van niet begrepen worden Misschien probeer je uit te leggen waarom je deed wat je deed. Een enkeling begrijpt het misschien een beetje. Maar niemand het hele verhaal. En hoe meer je probeert te verwoorden wat niet in woorden past, hoe dieper de eenzaamheid wordt. Je valt stil. Letterlijk. Mensen staren je goedbedoeld vragend aan. Je kunt niet uitleggen wat er door je heen ging toen je moest kiezen. De verscheurdheid. De hoop tegen beter weten in. De tranen die niemand heeft gezien. Je draagt de last alleen, zoals zoveel diepe, morele keuzes uiteindelijk in stilte worden gedragen. Alle mooie gedichten of liederen over liefde en verbondenheid ten spijt: dit is eenzaam. Alleen. De worsteling met jezelf Je staat voor de spiegel en je ziel schreeuwt: "Waarom heb je het zo ver laten komen?! Waarom heb je niet eerder ingegrepen?!" Je staart jezelf aan en je hebt geen antwoord op je eigen vraag. Of je weet zelfs je vraag niet te verwoorden. Er komen duizenden beelden die iets verklaren van hoe je zo ver kwam. Maar het zijn er te veel om ooit aan iemand uit te leggen. Wanhoop. De worsteling met God Soms schreeuw je het inwendig uit: "Heer, waarom liet U het zover komen? Waarom liet U mij kiezen tussen twee rampen?" En soms is er alleen stilte. Een stilte die snijdt. Je merkt hoe griezelig dun geloof kan worden als het op de proef wordt gesteld. Hoe alle mooie woorden verbleken tegenover de rauwheid van het echte leven. En toch ... Juist daar, in het breekpunt van je bestaan, waar geen uitleg meer mogelijk is, waar de laatste zekerheden uit je handen vallen, is Hij daar. Hij zou er zijn. Dat had Hij beloofd. En Hij is er. Zonder woorden misschien. Niet als iemand die de gebroken situatie ongedaan maakt. Niet als iemand die je keuze voor jou uit handen neemt. Maar als iemand die naast je hangt aan een kruis. Het kruis van het wanhopige "Waarom ... ?!!!". Het kruis van veroordeling. Straf. Consequenties van jouw fouten. Hij weet dat jouw liefde heeft gezocht, ook toen de liefde geen begaanbare weg meer vond. Hij draagt niet alleen de gevolgen van je keuze, Hij draagt ook jou, in je verdriet, je schuld, je onvermogen. In het licht van de eeuwigheid Vanuit de hemel en de eeuwigheid wordt dit diepe verscheurende gevecht met het leven niet bespot of afgewezen. Ze worden gekend. Ze zijn opgenomen in een groter verhaal waarin liefde toch overwint; niet omdat wij alles goed deden, maar omdat God het begin is. En het einde. Hij heeft het laatste woord. Hij schreef je zonden niet op stenen tafelen. Maar in het zand. En ook de zonden van de ander. Zodat ze uitwisbaar waren. Daar, in het licht dat eens alles helder zal maken, zal blijken dat je niet alleen stond toen je koos in de duisternis. Dat je gedragen werd, juist toen je het minst wist hoe je verder moest. Wat helpt? Ik weet ook niet wat jou helpt; wist ik het maar. Ik zou het je per direct willen geven. Ik heb alleen maar een paar gedachten.
Tot slot Er zijn keuzes die je tekenen voor het leven. Niet omdat je faalde, maar omdat je beminde in een wereld die stuk is. En in die barst, in die diepe breuk, weerspiegelt de glans van de Vredevorst – stil, zacht, onoverwinnelijk. Van pool tot pool. Kroon Hem. ‘Heb je nog tips of een advies voor me?’ Misschien één van de meest gestelde vragen aan elke adviseur, consultant, therapeut, mentor of coach. Na dertig jaar therapeutische en adviserende gesprekken met mensen, soms op de meest extreme kruispunten van leven en dood, deel ik hier graag mijn drie beste adviezen voor iedereen die anderen helpt met advies, begrip en aanscherping. Advies 1: zie je oog en je aandacht als een lamp! Train jezelf elke dag om met het meest eerlijke in jezelf eerlijk te kijken naar alles wat op je afkomt en in je opkomt. Kijk aandachtig, kijk scherp, met het oog van een arend, tot je de waarheid, de leugen, de essentie, de waarde, de kans of het patroon ziet. Frons je wenkbrauwen en kijk de situatie nog strakker recht en eerlijk aan! Laat je niet leiden door de consequenties van je eerlijkheid. De waarheid is belangrijker dan de soms ongemakkelijke consequenties van de waarheid. Uiteindelijk zal het zien van de waarheid en de werkelijkheid bevrijdend zijn. Laat het normale, gebruikelijke idee los dat je oog een passief sensorisch zintuig is en zie je oog en je aandacht in de eerste plaats als een lamp, een actief zoeklicht dat zaken glashelder in de spotlight zet. Als je met het meest eerlijke in jezelf scherp kijkt naar wat er op je afkomt zul je niet alleen helderheid krijgen en geven, maar zul je zonder het door te hebben ook het meest ‘jezelf’ zijn. Je verschijnt. Je wordt zichtbaar, je wordt ‘geopenbaard’. Hierdoor geef je degene die jou om advies vraagt niet alleen maar je meest eerlijke en grondige antwoord, maar ook een ontmoeting met jou.
Advies 2: denk niet langer in ‘rollen’ maar in ‘verschijningsvormen’! Hoe algemeen verbreid en herkenbaar de 'rollentheorie' ook is, neem er afstand van. Mentor, coach, therapeut of leider zijn kan niet vanuit een 'rol'. Het woord 'rol' impliceert onechtheid, incongruentie. Een rol klopt niet altijd met wie je bent en je binnenwereld en dat kost niet alleen veel energie, het ondermijnt je impact. Denk vanaf nu in ‘verschijningsvormen’ die wel kloppen met wie je bent en met je binnenwereld. Als je vanuit het diepste, meest eerlijke in jezelf, kijkt naar wat er op je afkomt zul je soms vanuit je binnenwereld in de buitenwereld verschijnen als een sfeervol kaarsje. Een andere keer als een warm haardvuur of een vuurspuwende vlammenwerper. Weer een andere keer als een handige aansteker of een richtinggevende vuurtoren. Soms misschien als een kwetsbare walmende vlaspit en even later als een spetterende vuurwerkshow. Verbaas je niet over de verschillen, ook niet als deze verschijningsvormen zich allemaal binnen één gesprek afwisselen, maar laat ze zijn zoals ze zijn, in overeenstemming met wie je bent en en je binnenwereld. Soms heb je urenlang dezelfde verschijningsvorm, het zij zo. Rollen worden gespeeld, maar verschijningsvormen zijn puur. Rollen triggeren tegenrollen. Echtheid triggert echtheid. Advies 3: geef alles om de ander te helpen zichzelf te begrijpen! Train jezelf continu om ieder mens die iets persoonlijks tegen je zegt, te helpen zichzelf en zijn of haar eigen gedachten béter te snappen dan vóórdat hij of zij met jou begon te praten. Wijd je eraan toe. Maak het tot een missie. Ook wanneer iemand kritiek op je heeft. Vat samen wat de ander zegt, geef je beste woorden alsof je hem of haar verdedigt. Wees nooit bang dat dit zich tegen je zal keren. Kruip in de huid van de ander en probeer met diens ogen te kijken en zeg zo overtuigend mogelijk wat je ziet vanuit het perspectief van die ander. Doe dat net zo lang tot je ziet en voelt dat de ander zich gehoord, gerespecteerd en écht begrepen voelt. Zie je woorden en je reacties als een spiegel en ga er vanuit dat herkenning de diepste behoefte is van elk mens. Verschijn in gesprekken pas met jouw mening, standpunt, advies of gedachten als de ander zich voldoende heeft herkend in jouw samenvatting, reflectie of duiding. Stop met het eindeloze gevecht om eerst zelf begrepen te willen worden door de ander. Geef de ander het oprechte begrip dat je zelf zoekt en nog meer! Een hart dat zich begrepen voelt gaat open om de ander te begrijpen. Als je je hieraan toewijdt zullen mensen zich veilig bij je weten en naar je advies luisteren. Als je bereid bent te luisteren en de ander te helpen zichzelf te begrijpen, zal er ook naar jou geluisterd worden en zul je begrepen worden, hoewel we allemaal iets eenzaams met ons meedragen. Wie graag gehoord wil worden, zal zich nooit gehoord voelen. Je bent het meest jezelf als je jezelf vergeet. Je vindt je 'zelf' daar waar je niet met jezelf bezig bent. Let op: het kan je op korte termijn veel kosten als je deze adviezen gaat toepassen. Pas ze alleen toe als je ze gelooft en er geen twijfel over hebt dat je dit wilt. Dan zul je er bergen mee verzetten. Uitdaging: pas een, twee of drie van deze adviezen één hele dag toe en kijk eerlijk en scherp wat er gebeurt. Mini preek openlucht dienst IJsselstein met Cashflow3
Hoewel ik het goede wil, doe ik het niet. In plaats daarvan doe ik het slechte en dat wil ik nu juist niet. Als ik doe wat ik niet wil, doe ik dat eigenlijk niet zelf, maar de zonde in mij. Zo ervaar ik steeds weer: als ik het goede wil doen, kan ik het niet laten het slechte te doen. In mijn diepste wezen wil ik heel graag doen wat Gods wet van mij vraagt. Maar ik zie dat mijn doen en laten daarmee volledig in tegenspraak is. Wat mijn verstand wil en mijn lichaam doet, is altijd in strijd met elkaar. De zonde leeft in mijn lichaam. Wat ben ik er ellendig aan toe! Wie zal mij verlossen uit deze vreselijke macht van de dood? Ik dank God dat er een uitweg is door Jezus Christus, onze Here! Romeinen 7 Het is een grijze dag in oktober 1967, ergens in die onbestemde maand tussen de zomer en de winter in, als Johnny Cash in zijn eentje in zijn Jeep stapt en wegrijdt van zijn prachtige villa in Hendersonville aan de Old Hickory Lake, een voorstadje van Nashville met vooral grote villa's van artiesten en mensen die veel geld verdienen in de muziek business. Maar ondanks alle mooie tuinen en oprijlanen om hem heen is Johnny rusteloos, wanhopig, depressief, opgejaagd en rijdt weg van Hendersonville in de richting van Monteagle. Johnny Cash, the Man in Black zoals vrijwel iedereen hem kent, is op dat moment bijna op het toppunt van zijn carrière. Hij heeft in de vijftien jaar daarvoor duizenden concerten gegeven, een aantal grote hits gehad en hij is regelmatig te zien in Amerikaanse tv-shows en ook te horen op de duizenden radiostations die de VS op dat moment heeft. Wij weten uit de geschiedenis dat het vanaf dat moment op die oktoberdag in 1967 geen twee jaar meer zal duren voor hij de platenverkoop van de Beatles zal overtreffen. Vanaf dat moment zal hij de bijna eeuwige status van superstar hebben in de VS en ook wereldwijd. Maar dat weet Johnny zelf nog niet op dat moment. Over een paar maanden zal hij een van zijn beste albums ooit gaan opnemen, Live at Folsom Prison, waar hij met de inmiddels legendarische intro 'Hello, I'm Johnny Cash' zijn tophit Folsom Prison Blues zal opnemen. En nog een jaar later zal hij 'Johnny Cash live at San Quentin' daar aan gaan toevoegen. Dit album zal hem een grammy opleveren en een hit met dat iconisch zinnetje dat mensen overal ter wereld 50 jaar later nog hardop mee zullen roepen: 'My name is Sue, how ... do you do??!!! Nog een jaartje later zal hij vanuit het Ryman Theater in Nashville zijn eigen TV-Show starten waar alle grote namen uit de muziekwereld graag zullen komen optreden: The Johnny Cash Show. Iedereen zal graag te gast zijn bij de Man in Black: Bob Dylan, Emmylou Harris, Ray Charles, Chet Atkins, Eric Clapton, om maar een paar namen te noemen. En nog een paar maanden later zal hij zelfs een graag geziene gast worden bij president Nixon in The White House. Maar op deze grijze oktoberdag in 1967 heeft Johnny Cash daar op geen enkele manier weet van. Sterker nog: hij weet maar één ding, en dat is dat hij de meest verschrikkelijke ellendeling op deze rotwereld is die een puinhoop van zijn eigen leven heeft gemaakt. Maar ook een puinhoop van de levens van de mensen die hem liefhebben. Van zijn vrouw Vivian die het jaar daarvoor van hem gescheiden is omdat ze niet meer om kon gaan met de verslavingen en levensstijl van haar man. Van zijn ouders die al zoveel ellende hebben gekend door de dood van hun zoon Jack. Jack ... Johnny zat naar de radio te luisteren toen zijn oudere broer in zijn eentje hard aan het werk was in de schuur en doordat hij het zijn eentje moest doen voorover viel in de draaiende cirkelzaag. Hij had nog een paar dagen geleefd en is toen aan zijn verwondingen overleden. Nog altijd voelde hij de schuld daarvan die zijn leven lang al op hem drukte. Maar ook het leven van zijn eigen kinderen maakte hij kapot met zijn verslavingen, leugens, vrouwen, ... hij schaamde zich diep als hij zich voorstelde dat zijn kinderen zouden weten wat hij allemaal uitspookte als hij helemaal onder invloed was. En dat was hij bijna continu. De afgelopen maanden was het helemaal bergafwaarts gegaan. Hij slikte zoveel amfetaminen en pijnstillers dat hij soms dagen en nachten achter elkaar niet sliep, hij verscheen niet op concerten waar zalen vol mensen op hem zaten te wachten. En als hij wel verscheen kon hij niet zingen omdat de pillen zijn stem volkomen geruïneerd hadden. Hij liep weg bij plaatopnames ... hij was een onberekenbaar en onbetrouwbaar mens geworden die een spoor van vernieling achterliet op weg naar de afgrond. 'Ik was een wandelend visioen van de dood geworden' schreef hij later in zijn autobiografie. 'En dat was ook precies hoe ik me voelde.' “I had wasted my life. I had drifted so far away from God and every stabilising force in my life that I felt there was no hope for me.” En nu op deze dag in oktober 1967 was hij tot het besluit gekomen zijn leven te beëindigen. 'Ik wilde nooit meer een nieuwe dag zien aanbreken' zei hij later. Johnny reed naar Nickajack Cave, een uitgestrekt gebied met grottenstelsels zo groot als een paar keer de Arena of De Kuip. Honderden meters pikdonkere gangen die alle kanten op kronkelen. Hij was er een paar keer met vrienden geweest om te zoeken naar oude relikwieën van indianen, de native americans. Zodoende kende hij de plek en hij wist dat er meerdere mensen in de grotten overleden waren omdat de ze de uitgang niet meer wisten te vinden. En bij die mensen wilde hij horen. Zijn plan was om zo diep in de grotten te kruipen dat hij nooit, maar dan ook nooit meer de uitgang zou kunnen vinden, maar ook dat niemand anders hem ooit zou kunnen vinden. En dan zou 'ie zijn pillen nemen en wachten tot hij weg zou zakken in de dood die eindelijk een einde aan deze hel zou maken. Johnny parkeerde zijn Jeep bij de ingang en liep en kroop drie uur lang door de donkerste gangen die er op deze wereld zijn. De inktzwarte diepe duisternis paste volkomen bij de inktzwarte wanhoop van deze 35-jarige man die volkomen alleen is met de shit van zijn leven. Het meest duistere voor hem was de afstand die hij ervaarde tussen hem en God. De tekst uit Rom. 7 is bijna tekenend voor het leven van Johnny Cash. Uiteindelijk ligt Johnny in de inktzwarte duisternis op zijn rug op de grond. En terwijl hij wacht op de dood die nu dichterbij is dan ooit, komt er een diepe rust over hem. 'Een rust die bleef', vertelt hij later. Vanuit die rust begint hij zich te focussen op God. Later vertelde hij er zelf over: Daar in Nickajack ontstond een heel helder, eenvoudig besef in mijn geest: het besef dat mijn dood niet in mijn eigen handen lag, maar dat het in Gods handen lag. Ik besefte ineens heel diep dat ik zou sterven op het moment dat Hij zou bepalen en niet ik. Ik had niet eens met God gesproken over mijn besluit om te sterven in de grotten, maar dat had Hem er niet van weerhouden om me tegen te houden. Johnny wist dat het God was die daar in de stilte van de grotten tot zijn hart sprak. Er was Iemand die groter was dan hijzelf. The Man came around. The Man in White. The Personal Jesus. The Greatest Cowboy of them all zoals hij Hem later bezong. Hij aanvaardde dat zijn dood en zijn leven in handen lagen van de God die hij kende uit de Bijbel, uit de kerk, uit de liedjes van zijn moeder en van de gospels die hij zelf had opgenomen. De God waar hij altijd in had geloofd, maar waar hij nooit bewust zijn leven en sterven aan had toevertrouwd. De dood is iets waar we liever niet aan denken. Maar sommige mensen hier zullen begrijpen wat ik bedoel als ik zeg dat de dood een bepaalde rust geeft en dingen heel helder maakt. De dood is de rand van het leven. Daar stopt het. In mijn werk als therapeut voel ik het verschil tussen mensen die bij die rand zijn geweest en mensen die zover mogelijk bij die rand vandaan blijven. De mensen die bij de rand zijn geweest leven bewuster, intenser dan degenen die nooit over de dood willen nadenken. Johnny Cash zingt in veel van zijn songs over de dingen waar we liever niet aan denken: dood, moord, overspel, spijt, wroeging, haat, liefde, vergeving, genade, verlossing. Hij biedt geen oplossing aan, geen theorie, geen succesformule. Hij wijst naar één persoon die opmerkelijk vaak in zijn liedjes terugkomt: Jesus. That’s The Man. The Hero of Cash. Johnny kende de zwarte, donkere van zichzelf. Hij was de man in black in een dubbele zin van het woord. Hij heeft jarenlang gewerkt aan een boek over de Man in White. En hij heeft ook een keer al zijn geld gestoken in een film over Jezus: de Gospel Road. Johnny presenteert in zijn boeken, verhalen, liedjes en film de Man in White van de Gospel Road niet als de oplossing voor al je problemen; ‘neem Jezus aan en al je problemen zijn voorbij’. Johnny Cash presenteert Jezus als de Man die je moet ontmoeten. De Man die boven alles uitstijgt. ‘He’s my Saviour, my Counselor, my Redeemer’ aldus Cash. ‘Iedereen die echt op zoek is naar Waarheid komt uiteindelijk bij Jezus uit.’ Voor Johnny is Jezus veel meer dan een oplossing voor zijn problemen. Problemen bleef hij houden, ook later in zijn leven. Maar Johnny Cash vond bij Jezus rust voor zijn ziel. Vertrouwen voor de Toekomst. Uitzicht op de eeuwigheid, waar de ‘circle unbroken’ zou zijn. Vergeving voor zijn inktzwarte fouten. The old account was settled. Ook in de laatste maanden van zijn leven beleefde hij de troostende aanwezigheid van Jezus en wist hij dat hij ‘Over the next Hill’ thuis zou zijn bij Hem. Zijn biograaf Robert Hilburn, hoewel zelf niet gelovig, beschrijft dit uitgebreid, een aanrader. Sommige fans willen Johnny Cash liever blijven zien als de rebel van voor Nickajack Cave. Zij kunnen niks met dit verhaal en maken grappen over de gospels die Johnny zong als een gewetens-sussertje na het feesten en zuipen. Er is geen enkele twijfel over mogelijk dat Johnny Cash een fan van Jezus was en daarom zelfs theologie heeft gestudeerd. Oproep Misschien ben jij hier vandaag ook wel op een dieptepunt van je leven? Misschien ben je wel dichter bij het toppunt van je succes dan je kunt vermoeden? Misschien heb je ooit je leven in Gods handen gelegd maar nooit je dood? Misschien juist omgekeerd? Misschien is deze tent-kerk wel de eerste kerk die je in je leven bezoekt? Misschien heb je vroeger een God gepresenteerd gekregen die veel van je eist en weinig geeft? Misschien herken je de wroeging van Johnny Cash over de mislukking van zijn leven? Namens Johnny Cash en miljoenen andere mensen die Jezus hebben leren kennen mag ik je aanmoedigen om Jezus te ontmoeten. Niet als een goedkope oplossing voor al je problemen, maar als de Mens zoals een Mens bedoeld is. En hoe is de Mens bedoeld? De Mens Jezus is Iemand die met je meegaat dwars door alle problemen. Hij spreekt door de Bijbel en door mensen tegen je en er ontstaat leven en hoop in je hart. Hij is eerlijk met je en helpt je eerlijk met je zelf te zijn zodat je ‘klopt’. Hij is heilig, dat betekent dat er geen rottigheid in Hem zit, geen gemenigheid of addertjes onder het gras. Mijn beste advies voor je: durf met Jezus af te dalen in de Nickajack Caves, de grotten van je eigen hart. Wees eerlijk met jezelf zoals Johnny Cash ook moest. Durf maar tot je door te laten dringen dat je een keer dood gaat. Op zijn tijd. Dat ook jij iets slechts in je hebt, een duistere kant die vecht met je goede kant. Besef dat daarom alles wat je bent en hebt genade is. Aanvaard dat je nergens recht op hebt. Durf echt tot je door te laten dringen dat je bestaat, dat je leeft en dat je iets te zeggen hebt tegen de mensen om je heen. Ga daarvoor!!! Dat je op jouw manier mee mag bouwen aan het Koninkrijk van Jezus: een koninkrijk van genade en waarheid. Als God Johnny Cash vergeeft, vergeeft Hij jou ook. Als God Johnny Cash kan gebruiken, kan Hij jou ook gebruiken. Zelfs na je dood! Ga naar Jezus. Well my goodness gracious let me tell you the news My head's been wet with the midnight dew I've been down on bended knee Talkin' to the Man from Galilee He spoke to me in the voice so sweet I thought I heard the shuffle of the angel's feet He called my name and my heart stood still When He said, "John, go do My will!" Ik sluit af met een citaat van Johnny Cash: "Well, I take great comfort in the words of the apostle Paul who said, ‘What I will to do, that I do not practice. But what I hate, that I do.’ And he said, ‘It is no longer I who do it, but the sin that dwells within me. But who,’ he asks, ‘will deliver me from this body of death?’ And he answers for himself and for me, ‘Through Jesus Christ the Lord.'" Nou, ik haal veel steun en troost uit de woorden van de apostel Paulus die zei: wat ik wil doen, doe ik niet. En wat ik haat, dat doe ik. En hij zei erbij: het is niet langer ik die dat doet, maar de zonde die in mij leeft. Maar wie, vraagt hij dan, zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood? En hij antwoordt dan voor zichzelf en voor mij: door Jezus Christus de Heer.
De vergeten factor in analyses over generaties. Het artikel dat je liever niet leest voor je veertig bent ;-) In alle interessante en helpende discussies over de verschillen tussen generaties en hoe daar mee om te gaan, mis ik soms een belangrijke factor. Een factor die mijns inziens een noodzakelijk puzzelstuk vormt om de krachten en verbindingen tussen generaties goed te zien en te begrijpen. Ik heb het over de factor ‘levensfase’. Niet alle verschillen tussen generaties zijn te verklaren door specifieke kenmerken, stijlen en voorkeuren van de afzonderlijke generaties. Een heleboel verschillen tussen generaties zijn van alle eeuwen en hebben eenvoudigweg met onze leeftijd te maken.
De manier waarop bijvoorbeeld Millenials en Generatie X elkaar zien en elkaar (soms niet en soms juist wel) begrijpen komt ook door de verschillende levensfasen waarin dertigers en vijftigers zich bevinden. Daarmee ontken ik zeker niet dat specifieke generatiestijlen en tijdgeesten bestaan. Ik heb daar zelf ook e.e.a. over gepubliceerd. Maar naast de invloed van tijdgeest, technologie, cultuur, wereldpolitiek, crises en klimaat op onze leef- en werkhouding bestaan er ook nog invloeden van onze leeftijd. Ik ben nu 54 terwijl ik dit schrijf en durf te zeggen dat ik niet meer dezelfde ben als toen ik 34 was. Ik ben veranderd in wat ik belangrijk vind en waar ik me op focus. Terwijl ik zowel twintig jaar geleden als gisteren bij generatie X hoorde. Speciaal voor LinkedIn daarom hierbij mijn observaties en gedachten over de diverse levensfasen en hoe deze elkaar onderling beïnvloeden. Het gevaar van een korte uiteenzetting is altijd dat het de werkelijkheid te veel vereenvoudigt en te kort door de bocht is. Vergeef me dit en bedenk dat het een poging is iets heel complex terug te brengen tot een paar essenties. Ik hoop dat het lezen van dit artikel mag bijdragen aan meer onderling begrip, verbinding en betere samenwerking tussen generaties. Maar het leven is oneindig veel meer dan ik hier kan verwoorden. Levensfase 1: het jonge kind Veiligheid: wie zorgt voor mij? In onze kindertijd (0-10 voor het gemak) draait alles om kwetsbaarheid en bescherming. Veruit het belangrijkste dat we psychologisch gezien nodig hebben in deze fase: veilige hechting. Deze veilige hechting begint al tijdens de zwangerschap door de bewegingen en hartslag van moeder en is cruciaal om goed door alle volgende levensfasen heen te gaan. Het is psychologisch gezien het belangrijkste fundament voor een gezonde identiteits-ontwikkeling en voor de levenslang durende continue aanpassing aan nieuwe levensfasen en -omstandigheden. Zonder het fundament van veilige hechting in je vroege kindertijd vormen je tienerjaren gelijk al een akelig onzekere tijd. Maar ook in alle volgende levensfasen bouw je op dit fundament verder. Je kunt een kind dat dat zonder veilige hechting is opgegroeid niet zomaar alsnog een veilige hechting meegeven. Dat geldt eigenlijk voor elke fase: wat je specifiek in elke fase nodig hebt kun je moeilijk later 'inhalen'. Wat je wel kunt doen is een kind ervaringen meegeven die hem of haar in één van de volgende fasen zal helpen. Hier wordt naar mijn idee in de kinder- en jeugdhulpverlening nog te weinig op ingezet. De focus ligt (o.a. door het financiële systeem van de GGZ) meer op diagnosen, symptomen en klachtreductie op korte en middellange termijn dan op het meegeven van ervaringen voor later in het leven. In een ander artikel hoop ik daar ooit meer over te schrijven. Natuurlijk zijn er nog veel meer zaken die essentieel zijn voor onze ontwikkeling in deze fase: taal, spelen, vriendschappen, fantasie, stoeien, grenzen en nog veel meer. Maar de effecten van (on)veiligheid springen er voor mij als psycholoog uit. Levensfase 2: de tiener Sociale identiteit: bij welke groep hoor ik? Onze tienerjaren kenmerken zich door wisselende gevoelens van onzekerheid en ontdekkingsdrang. De onzekerheid heeft vooral te maken met groepsidentiteit. Als tiener zoek je een groep, (sub)cultuur of ‘held’ waar je bij hoort, en die jou een eigen (maar juist ook niet te eenzame) identiteit geeft. De ontdekkingsdrang wordt vooral ingegeven door het (soms wanhopig) zoeken naar een 'goed gevoel' in een fase waarin je geplaagd wordt door het ontwaken van allerlei angstige, depressieve, eenzame, agressieve, bewonderings-, afwijzings-, hunkerings- en verliefdheidsgevoelens. In deze fase worden specifieke karaktertrekken steeds zichtbaarder. Er ontstaan ineens overduidelijke verschillen tussen bijvoorbeeld introverte, extraverte, gevoelige en nuchtere tieners. De introvert ontdekt onbewust zijn of haar behoefte aan intieme verbondenheid. De extravert zijn of haar behoefte aan gezelligheid en uitgaan. De gevoelige tiener zoekt naar veiligheid en de nuchtere tiener naar informatie en kennis. Essentieel voor deze fase: bevestiging, toenemende vrijheid en eigen verantwoordelijkheid, maar ook nog een mate van begrenzing en structuur. Rond ons vijftiende levensjaar bevindt ons vermogen tot ‘sturing geven’ (consciëntieusheid) zich op een dieptepunt en hebben we volwassenen nodig om niet te ontsporen. Het duurt tot ons vijfentwintigste voor we bij ons definitieve volwassen niveau van sturing en structuur uitkomen. Eén van de grootste gevaren in deze periode: geen bevestiging krijgen van een vaderlijk of moederlijk figuur waar je respect voor hebt. Anders gezegd: je hebt het in deze fase nodig dat een ‘stoer’ persoon die boven je staat trots op jou is en dat ook overbrengt. Iemand die in je gelooft. Een mentor, een leraar, een vader, een moeder, een trainer, een baas. Zonder iets van deze bevestiging ga je in je adolescentie- en twintigersjaren mogelijk wanhopig op zoek naar compensatie hiervoor in de vorm van aandacht, uiterlijk, seks of prestaties. Dan moet je jezelf ‘bevestigen’ en dat is een lastige opgave kan ik je vertellen. Levensfase 3: de twintiger Volwassenwording. Wat wordt er van mij verwacht in de volwassen wereld? Na (ideaal gesproken) de veiligheid van je kindertijd, de ouderlijke bevestiging en sociale identiteitsontwikkeling van je tienerjaren, draait in je jonge volwassenheid alles om vrijheid, verwachtingen en verantwoordelijkheid. Het is ‘effe wennen’ in het volwassen leven na ruim twintig jaar onvolwassenheid. Wennen aan vrijheid: niemand controleert je meer. Wennen aan verantwoordelijkheid: er worden voor het eerst taken of zelfs mensen aan jou toevertrouwd. Wennen aan verwachtingen en eisen die op je af komen. Hoe moet je zijn? Welke rol of houding moet je aannemen? Hoe reageer je op klanten, collega’s, mentors of leidinggevenden? Hoe moet je je gedragen in de familie van je vriend, vriendin of partner? En in de rol van werknemer? In deze fase zijn we eigenlijk even niet zo met ons zelf of onze identiteit bezig (dat komt later weer) als wel met ons gedrag en wat er van ons wordt verwacht in de grote sociale wereld die we betreden. Hoe hoort het? Hoe werkt het? Ik herinner me deze tijd als een fantastisch leuke periode waarin ik steeds meer mijn eigen stempel op mijn leven kon gaan drukken. Maar ook wel als een spannende tijd: stages, afstuderen, relatie, eerste baan en vader worden. Wat je in deze fase nodig hebt: jezelf kunnen onderscheiden van je eigen ouders. Welke normen en waarden van hen neem je mee in je leven en welke laat je los? Alleen door je te onderscheiden van je ouders, en door zowel hun kracht als ook hun beperkingen te zien, kun je respect voor hen ontwikkelen. En juist dat respect voor deze sleutel-volwassenen is het beste startblok voor je eigen volwassenheid. De ‘moederlijke’ veiligheid uit je kindertijd en de 'vaderlijke' bevestiging van je tienerjaren (hopelijk mag ik in 2022 deze archetypen nog gebruiken) zijn cruciaal om deze spannende ontdekkingstocht te durven doen waarbij ik durf te stellen dat de eerste belangrijker is dan de tweede. Psychologisch gezien is het grootste gevaar van deze fase: niet gezond loskomen (leren vergeven en leren waarderen) van eigen ouders (of ouderfiguren of opvoeders). En tenslotte dit nog: in de tweede helft van je twintigers-jaren ga je meer loskomen van de identificatie-figuren uit je tienertijd. Ze hielpen je, maar een paar nare kanten van hen zijn vermengd geraakt met je innerlijke criticus. Hun uitspraken over hoe het 'hoort' blijven maar echoën in je ziel en geven je het gevoel dat je niet goed genoeg bent. Dat is verrekte irritant en er is soms heel wat boosheid nodig om daar vanaf te komen. Dit geldt vooral voor degenen die een therapeut, mentor, jeugdleider, coach of iets dergelijks hadden. Om los te komen ontkom je er soms niet aan iets 'lelijks' over (of zelfs tegen) die persoon te zeggen. Je wrikt jezelf los en laat je tanden zien. Een ervaren volwassen mentor is zelf ook door die fase heen gegaan en kan dit daarom wel relativeren. De onvolwassen mentor zal zich verongelijkt voelen en lelijk terug gaan doen. Om later een volwassen mentor te kunnen worden moet je langs dit station: het 'afrekenen' met de vermenging van identificatiefiguren met je innerlijke criticus. Levensfase 4: de dertiger Kracht, moed en overtuiging. Wie ben ik ten diepste? Wat is mijn missie? In je dertigers jaren is het nieuwe van de twintigers-fase eraf. Je hebt ontdekt hoe dingen werken en je hebt je eigen stijl, je eigen ideeën en je eigen overtuigingen ontwikkeld. En mogelijk zelfs je eigen expertise als je een wat specialistisch beroep hebt. Je hebt inmiddels in de keuken van diverse werkgevers, groepen of organisaties gekeken en dat geeft een gevoel van grip, van controle, van zelfvertrouwen. Je begrijpt steeds beter hoe dingen werken in het leven en in jouw vakgebied en mensen komen steeds vaker naar jou toe voor advies. Je begint steeds meer te beseffen hoeveel mensen en organisaties in hun eigen patronen en gewoontes vastzitten. Je doorziet die patronen steeds beter en kunt daardoor ook aangeven wat er beter kan of anders moet. Waar je in je twintigers-jaren patronen probeerde te doorzien om daar bij aan te kunnen sluiten, probeer je in je dertigers jaren patronen te doorzien om ze te doorbreken. Je voelt de drive om dingen op jouw manier of volgens jouw overtuigingen te doen. Het feit dat de volgende halte ‘veertig’ is helpt een handje om er nu ook werk van te gaan maken, want veertig voelt voor een dertiger al een beetje ‘oud’. Het zet de dertiger stil bij de vraag: ‘Wat is mijn missie?’. Het is om deze reden dat dertigers graag een nieuwe kerk, een nieuwe politieke partij, een eigen bedrijf of een eigen beweging opzetten. 'Dit moet anders', of: 'dit kan echt beter'. Als dertiger heb je ook de energie om dat te doen, hoewel het voor velen ook de drukste tijd van hun leven is, zeker als je een jong gezin en allerlei leidinggevende taken hebt. De dertiger is krachtig, charismatisch, dynamisch en missie-gedreven. En heeft inmiddels werk- en levenservaring. Maar ook in deze fase zijn er gevaren. Dertigers die als kind weinig veiligheid hebben gekend of in hun tienerjaren niet goed aansluiting bij een groep hebben kunnen vinden, kunnen extreem worden en uit de bocht vliegen. Uitwassen: ontwikkeling tot sekteleider of aansluiten bij extreme politieke of religieuze stromingen met als doel de gevestigde orde te ontwrichten. Onveilige hechting uit kindertijd versterkt het risico op extremisme en wantrouwen richting een bepaalde cultuur, of richting gezag en autoriteit. Ik heb in mijn dertigers-jaren veel geleerd van met mensen met gedurfde ‘extreme’ opvattingen. Daar zit veel waarheid en scherpte in. Maar ik heb in die periode ook moeten leren herkennen of die ideeën uit pijn, haat en eigenbelang of uit liefde, eerlijkheid en wijsheid zijn ontstaan en verkondigd. De jonge dertiger is daar over het algemeen nog wat minder goed in. Zowel in het herkennen van narcisme, ik-gerichtheid, pijn en tijdgeest-invloeden bij (politieke en religieuze) mentors of leiders als ook in het herkennen van deze dingen bij hen zelf. Terugkijkend zie ik dat ik me soms ook liet meeslepen door opvattingen en ideeën die niet allemaal even zuiver waren. Of niet allemaal vanuit liefde werden verkondigd. Helpend in deze fase: veilige hechting vanuit je kindertijd (zelfvertrouwen), een eigen mentor (zelfreflectie) en mensen die je inspireren (voorbeelden). In je dertigers-jaren herbeleef je soms ook weer het gevecht om je plek tussen leeftijdgenoten van je tienerjaren. Dit is speciaal het geval wanneer je in je dertigers-jaren voor het eerst in een leidinggevende positie komt. De sociale spanning, schaamte en onzekerheid of traumatische angst die je als tiener had wordt getriggerd door situaties waarin jij ineens de leiding moet nemen en iedereen naar jou kijkt. Wees gerust: dat is normaal. Verzamel de moed om dit kwetsbare te delen met mensen om je heen. Maar kijk uit: doe dat alleen bij mensen waar je je ook echt veilig bij voelt. Ga af op je gevoel, niet op hoe je vindt dat je het ‘zou moeten voelen’. Een tip van een vijftiger … ;-) Het grootste gevaar van de dertiger: zelfoverschatting en/of overschatting van zelfontwikkelde of zelf gekozen theorieën, principes en verklaringen. Zowel de positieve als de negatieve. Zowel over jezelf als over anderen. Dit gevaar is groter bij onvoldoende bevestiging in tienerjaren. Een laatste vleugje jonge naïviteit vergroot dit gevaar. Levensfase 5: de veertiger Rijping, loutering door twijfel. Overgang van junior naar senior. Na de krachtige dertigers-fase breekt voor veel mensen de wat meer onzekere veertigers-fase aan. In je veertigersjaren ontstaan er (meestal gezonde) twijfels aan bepaalde overtuigingen uit je dertigers-fase. Dat is logisch. Je hebt inmiddels gezien dat ondanks al die goede overtuigingen, niet alles goed afliep. Je hebt huwelijken zien stranden, vriendschappen verloren, kerken zien scheuren, bedrijven failliet zien gaan, politieke en religieuze leiders zien omvallen. En daar zaten ook mensen bij met dezelfde overtuigingen als die jij had. En misschien heb je zelf wel ernstig gefaald ondanks al je krachtige overtuigingen. Het laatste restje dertigersnaïviteit verdwijnt. Intellectuele en existentiële twijfels krijgen meer ruimte. Je begint als professional meer te beseffen wat je allemaal niet weet. Al heeft de sky nog steeds geen limit, je loopt wel tegen je eigen limits aan. Je vakgebied is zoveel groter dan je ooit zult kunnen bevatten. Er komt bovendien alweer een volgende generatie je vakgebied binnen die werkt met (voor jou nog) onbekende nieuwe technieken. En sommige jongere collega’s van je stappen hun dertigers-jaren in en beginnen dingen te roepen die je ergens irriteren omdat je jezelf erin herkent van 10 jaar geleden. Maar als je eerlijk bent maken ze je ook een beetje onzeker omdat ze sommige zaken beter lijken te beheersen dan jij. En ze zetten zich zelfs een beetje af tegen de methoden en cultuur waar jij in de afgelopen tien jaar voor hebt gevochten. Misschien hebben ze nog wel gelijk ook … Je voelt je ergens verloren tussen de vijftigers en zestigers boven je waar je echt nog niet bij hoort enerzijds en de twintigers en jonge dertigers waar je ook niet meer bij hoort anderzijds. En toch is dit misschien wel de meest bepalende fase van je leven. Als je de eerlijke twijfels toe kunt laten zullen ze je louteren tot een wijze mentor. Als je de twijfels tegenhoudt zal je ontwikkeling stagneren en zul je altijd blijven vechten tegen mensen die jou aan het twijfelen brengen. Sommige overtuigingen gaan wellicht overboord omdat ze de tand des tijds niet konden doorstaan. Als je eerlijk kijkt zijn het eigenlijk al geen overtuigingen meer, maar slechts vertrouwde ideeën. Het vuur van het leven heeft de kern ervan al verbrand. Andere overtuigingen zullen juist sterker worden omdat ze de vuurproef van het leven hebben doorstaan. Ze zijn een houvast gebleken ook al heeft niet iedereen met deze overtuigingen het gered. Het stemt allemaal tot nadenken, tot bezinning. En dat vraagt om eerlijkheid. De paar overtuigingen die je overhoudt zullen echte, beproefde overtuigingen zijn. Geen absolute waarheden meer misschien, maar wel overtuigingen waar je op kunt bouwen. In deze fase is het belangrijk om een doel voor ogen te hebben. Het beste doel dat ik je nu kan geven zijn je vijftigers-jaren! Want er zijn volgens mij maar twee soorten vijftigers: 1. verbitterde (of minstens teleurgestelde) vijftigers die openlijk of diep van binnen cynisch zijn over de hele wereld of over iedereen die anders doet of denkt dan zij zelf, en 2. vaderlijke of moederlijke vijftigers die oprecht van mensen houden en een mentor voor volgende generaties willen zijn. Mentors die de krachtige combinatie van overtuiging, enthousiasme en nuance hebben. Mentors met vertrouwen, zodat ze ook vertrouwen kunnen doorgeven. De manier en de houding waarmee je door je veertigers-fase heen gaat bepaalt volgens mijn observatie van de afgelopen dertig jaar voor een groot deel hoe je als vijftiger gaat zijn. De manier waarop je door je twintigers-jaren bent gegaan is gek genoeg van grote invloed op deze fase. Toen was ook alles nieuw en wist je nog niet hoe het werkte in het eerste deel van je volwassen leven dat net was begonnen. Nu is het tweede deel begonnen en weet je weer even niet hoe het werkt. Durf het toe te laten. Het zal je bij deel drie vanaf je zestigers-jaren ook weer helpen! Nodig in je veertigers-jaren: twijfels, eerlijkheid, eenzaamheid en vriendschap. En muziek. Veel goede muziek uit je tienerjaren. Levensfase 6: de vijftiger Definitieve vaderlijkheid of moederlijkheid. Gelouterde overtuigingen. Wat is er mooier dan in je vijftigers-jaren een senior in je vakgebied, je kerk, je familie of je buurt te zijn die alle gevechten met zichzelf en de wereld wel een beetje heeft gehad (of heeft aanvaard dat sommige gevechten er nou eenmaal zijn) en vanuit vrede met zichzelf en je plek in het leven de volgende generaties kan helpen bij hun persoonlijke ontwikkeling en levensreis? Het fijne van vijftiger zijn (uitgaande van voldoende gezondheid en een beetje logische loopbaan - dat is niet voor iedereen zo besef ik heel goed!) is dat je wat beter kunt nuanceren, dat je het kind in jezelf weer een beetje ruimte mag geven (de cowboylaarzen, de motor, de gitaar of de caravan) en dat je alle gekke tegenslagen in je vakgebied wel een keer hebt zien langskomen. En voor de bevoorrechten onder ons geldt dat er wat meer financiële ruimte is voor vakanties of hobby's. Het lastige van vijftiger zijn is dat je toch wat meer grenzen krijgt en dat je spiegel, de weegschaal en de reclames voor 50+ hulpmiddelen die ineens op je mobiel verschijnen je glashard de waarheid vertellen over de levensfase waar je je nu in bevindt. Maar nog lastiger is misschien wel dat je de generatie boven je nu echt ziet verzwakken of zelfs wegvallen terwijl jij misschien wel op de top van je carrière of je succes bent. Dat confronteert je met je eindigheid en roept vragen op over leven, dood, zingeving, eeuwigheid en tijdelijkheid en over de waarde van je huidige succes. Wat is eigenlijk succes? Ik maak me bij vijftigers niet altijd populair als ik hen voorzichtig of juist niet voorzichtig de spiegel voorhoudt van de twee soorten vijftigers: de verbitterde wantrouwende zeikerd of de vaderlijke/moederlijke mentor. 'En de tussenvorm kom ik eerlijk gezegd nooit tegen' voeg ik er meestal aan toe. Verbittering ontstaat niet ineens in je vijftigers-jaren. Het is een rode draad die vaak al begint in die allereerste twee fasen waarin voldoende veiligheid en een bepaalde mate van bevestiging cruciaal zijn. Zonder die twee is het veel moeilijker om niet verbitterd te raken door alles wat er tegenzit in het leven. Zonder die twee is het veel moeilijker om je medemensen, leiders, collega's, klanten, leveranciers en handhavers te vertrouwen, te vergeven of te verdragen. Zonder die twee is het veel moeilijker om jezelf, je partner, je kind, je familie te vergeven waar ze je pijn hebben gedaan. Vertrouwen is misschien wel iets dat we bijna alleen maar kunnen 'doorgeven' na het zelf ontvangen te hebben? Maar de rode draad van verbittering kan ook ontstaan doordat je in je volwassen leven nooit een bevestiger of mentor hebt gehad die in jou geloofde gedurende je carrière. En dan is het veel moeilijker om zelf een mentor te zijn voor mensen die op jouw kosten fouten maken of thuis zitten. Bevestiging is misschien ook wel iets dat we vooral 'doorgeven'? Dus respect voor iedereen die deze dingen heeft gemist en worstelt met gevoelens van verbittering. Maar ik geloof (na alle twijfels van mijn veertigers-jaren nog steeds) dat niet verbitterd raken ook te maken heeft met een keuze. De keuze om verbittering simpelweg niet toe te laten als het bij je aanklopt of door de kieren van de deur van je hart wil binnensluipen. En dat tweede is waarschijnlijker. En die keuze kun je zelfs al in je twintigers- of dertigersjaren maken nadat je dit artikel hebt gelezen. Want een vaderlijke of moederlijke mentor worden begint oftewel met een voorbeeld dat je wil navolgen, oftewel met een diepe bewuste keuze om die kant op te willen groeien in je leven. Helpend in deze fase: veiligheid uit je kindertijd, sociale identiteit en bevestiging uit je tienertijd, een eigen mentor in voorgaande levensfasen, de keuze om een mentor te willen zijn, vriendschappen, financiële ruimte, ruimte voor het kind in jezelf. Wat ik als het grootste gevaar zie voor de vijftiger: niet kunnen loskomen van je dertigers-drive die niet meer waargemaakt kan worden en tot verbittering leidt. Verbittering uit zich in felle kritiek op alles wat de eigen dertigers-ambities heeft tegengehouden: politiek, oudere generaties, kerk, bepaalde maatschappelijke 'systemen'. Levensfase 7: de zestiger Verzilvering. Controle loslaten en verantwoordelijkheid overdragen. Vereenvoudiging. De zestiger begint net als toen hij baby, twintiger en veertiger was aan een nieuwe grote onbekende levensfase. Als pasgeboren baby begon hij aan een eindeloos voelende kindertijd. Als twintiger stapte hij in de toen nog eindeloos lijkende volwassen wereld waarin alles nog mogelijk was. Als veertiger sloot hij zijn jonge leven af en maakte de overstap naar een nieuwe lange periode van senioriteit. En nu als zestiger begint hij aan een onbestemde ouderdomsfase waarin ook nog van alles mogelijk is, maar waarin de ervaren eindeloosheid van vroeger vervangen wordt door een besef van eindigheid. Ik ben zelf nog geen zestiger op het moment dat ik dit schrijf, maar heb wel veel gesproken met zestigers. Drie thema's vallen mij vooral op in al deze gesprekken: betekenisgeving, loslaten, en genieten. Er moet een begin worden gemaakt met loslaten: eigen kracht, snelheid, werk, taken, mensen, een bepaalde status in je werk of vakgebied, vrienden, familie, ruimte, vertrouwde plaatsen, onbereikte idealen en gewoontes. Het is makkelijker om iets los te laten wat je eerst een goede betekenis hebt gegeven en waar je dankbaar voor kunt zijn. Wat je vast had laat je achter. De betekenis en dankbaarheid neem je mee. Maar is dat ook niet het kostbaarste van alles? Of is dat te mooi gezegd ... ? Het zijn de vragen waar de zestiger in toenemende mate mee te maken krijgt. De zestiger krijgt ook een vernieuwd besef van de waarde van 'kunnen genieten'. Nu het verleden langer en de toekomst korter wordt, wordt duidelijker wat echt waardevol is en wat minder belangrijk is. Wat als dertiger een onbelangrijk detail leek, blijkt nu toch waardevol te zijn. Dat hoekje in de tuin met twee stoelen en een tafeltje. Of de vogels in de bomen. De Bijbel van oma. Er ontstaat meer ruimte voor dankbaarheid, maar ook voor verdriet, voor details, voor kwetsbaarheid. Het kost sommigen wat meer tijd om nieuwe gadgets te leren gebruiken, of een verre reis voor te bereiden, maar er wordt ook extra dankbaar van genoten. Wat mij opvalt in onderzoek naar Big Five Persoonlijkheidstrekken is dat de verschillen tussen mannen en vrouwen in onze zestigers-jaren steeds kleiner worden. Met andere woorden: hetero-stellen gaan iets meer op elkaar lijken als het gaat om Gevoeligheid, Extraversie, Openheid en Sturing. De enige uitzondering is Altruïsme (kritisch en taakgericht vs. meegaand en mensgericht). Op dit domein blijven de verschillen tussen mannen en vrouwen redelijk intact waarbij vrouwen duidelijk altruïstischer blijven dan mannen. Het meest opvallende is dat vrouwen in de loop van hun leven steeds wat minder gevoelig worden en in hun zestigers-jaren dichter bij mannen staan dan ooit tevoren. Het kan ruimte geven voor meer herkenning en verbondenheid in deze fase van het leven. Wat (voor zover ik het nu kan zien als vijftiger) helpend is in deze fase: nieuwe betekenisgeving aan verleden (wat was mooi?), heden (wat is nu belangrijk nu ik het nog kan?) en toekomst (waar ga ik me vooral nog op richten?). Levensfase 8: de zeventiger Omgaan met eenzaamheid en verbondenheid. Stap voor stap aanvaarden van verlies van (motorische) skills. In onze zeventigers-jaren worden de eerste psychologische ouderdomsverschijnselen goed merkbaar. Onze score op Gevoeligheid is langzaamaan steeds hoger geworden: we schieten sneller in de stress en worden ook wat sneller emotioneel. Onze veerkracht neemt af. Daarbij wordt de score op Sturing bij velen van ons rap lager: we vinden het moeilijker om dingen te overzien, te ordenen, te structureren terwijl de behoefte aan overzicht en voorspelbaarheid juist groter wordt. Dat noopt ons er toe om ons leven te vereenvoudigen. Het grote huis geeft te veel prikkels, de organisatie van verjaardagsfeestjes wordt lastiger en administratie wordt een project op zich. Wie zijn of haar leven in deze zeventigers-jaren op tijd weet te 'vereenvoudigen', of altijd al 'eenvoudig' leefde, kan (bij voldoende gezondheid) nog een bloeiende periode van reizen, nieuwe vriendschappen, ontdekkingen tegemoet zien! Wie te lang 'groot' of 'complex' blijft wonen en leven kan ineens overvallen worden door de angst dat alles instort. Het valt mij op dat 'denkers', 'voelers', 'ontdekkers' en 'verbinders' het in deze periode wat makkelijker hebben dan de typische 'praktische doeners'. Lezen, schrijven, praten, kijken en luisteren kun je tegenwoordig lang volhouden met alle smartphone- en tablet-technologie, terwijl actief 'doe-het-zelven', tillen, op ladders staan en sjouwen met bouwmarkt-spullen ineens lastig kan worden. Vooral voor de 'doeners' in de zestigers-fase dus hierbij het advies om alvast te wennen aan denk- of ontdekactiviteiten die je ook in een lekkere stoel of op je balkon kunt doen. Onze 'Openheid' (leergierigheid, ontdekkingsdrang) wordt minder in deze fase, dus nieuwe dingen leren over jezelf, het leven, de wereld, techniek, gezondheid, verleden en eeuwigheid wordt lastig. Je 'teert' in deze fase op wat je in alle voorgaande fasen hebt geleerd. In deze fase kun je veel steun hebben aan leeftijdgenoten die hun leefstijl ook moeten aanpassen. En wat kan humor helpen in deze fase! En hoe lang geleden je kindertijd inmiddels ook is, de (on)veiligheid uit fase 1 en de sociale bevestiging uit fase 2 zijn van grote invloed op deze periode. Zorg extra voor degenen die weinig veiligheid en bevestiging hebben gehad in het leven. En voor degenen die geen kinderen hebben. Wie in zijn veertigers-jaren zijn twijfels goed heeft doorgewerkt wordt daar nu minder door geplaagd. En ook de mate van verbittering, 'vervaderlijking' of 'vermoederlijking' uit onze vijftigersjaren zijn bepalend voor innerlijke rust in deze fase. Zingeving, geloof, levensvisie, een visie op het hiernamaals en de kracht van vergeving kunnen het verschil maken tussen hoop en wanhoop, tussen dankbaarheid en teleurstelling. En ook hier weer: muziek uit je tienertijd. En verhalen uit je twintigersjaren! Levensfase 9: de tachtiger Aanvaarden van kleinere wereld en verdergaand verlies van motorische, kinetische en (emotie)regulerende capaciteiten. Ik moet glimlachen als ik denk aan de tachtigers die ik als therapeut mocht begeleiden. Het waren allemaal mensen die mij verrast hebben door hun leergierigheid, humor en volkomen vrijheid van status. Het waren mensen die niets meer te verliezen hadden en in de bonus-jaren van hun leven waren gekomen. Zij hadden hun dagelijks leven vereenvoudigd, hulp leren aanvaarden en zetten de tijd, energie en middelen die ze nog hadden in voor anderen, maar ook om nieuwe dingen te leren! Ik zie een verschil tussen tachtigers met een uitgebluste geest en tachtigers met een vurige geest. Wat het geheim is van een vurige geest op die leeftijd weet ik niet precies. Ik ben nog niet zover. Ik vermoed dat het ook weer met die cruciale vijftigers-jaren te maken heeft. Maar daar wil ik niet alles aan ophangen. Ook voor verbitterde vijftigers is er een weg naar een vurige geest in je tachtigers-jaren. Dat heb ik ook gezien. Het vraagt om volkomen eerlijkheid met je zelf, met het leven en met de Schepper van je leven. Tenslotte Dank voor het lezend meereizen door onze levensfasen. Misschien heeft het iets verhelderends, maar misschien ook wel even iets deprimerends. Dat is ook niet gek als het leven teruggebracht wordt tot één artikel. Ik hoop dat het stilstaan hierbij je mag helpen het beste uit jouw leven en jouw talent te halen. Door obstakels of scheefgroei of dreigende verbittering te herkennen. Ik hoop dat door het stilstaan hierbij je uiteindelijk vooral kunt genieten van de fase waar je je nu in bevindt. Maar ook dat het je extra begrip mag geven voor je collega, klant, coachee of familielid die in een andere levensfase zit. En dat je je adviezen als leidinggevende, coach of adviseur beter kunt afstemmen op iemands levensfase. Tenslotte hoop ik dat het iemand helpt te investeren in de veiligheid en bevestiging van kinderen en tieners. Want die lezen dit artikel niet, maar hebben wel de toekomst. Misschien ben jij wel degene die veiligheid of bevestiging kan overbrengen. Geef een kind ervaringen* mee voor de toekomst. Zie hieronder het naschrift*. *Naschrift Een voorbeeld van zo'n ervaring die je een kind mee kunt geven voor volgende fasen is het steeds opnieuw beleven dat er echt oprecht met een open hart en volle aandacht naar hem of haar geluisterd wordt. Ook al praat het kind niet over de dingen waar jij als ouder of hulpverlener van denkt dat het daar over zou moeten gaan. Deze ervaring van oprecht luisteren doet drie dingen: 1. het helpt het kind om zich later veilig te voelen bij iemand die naar hem of haar luistert als hij of zij (meestal in de dertigers-fase) last krijgt van de onveilige hechting en hulp daarbij nodig heeft; 2. het helpt het kind om dan ook zelf naar de adviezen, hulp en begrip van een ander te kunnen luisteren. Het veelvuldig zien hoe je moet 'luisteren' helpt automatisch om dat later zelf ook te kunnen. En 3. het helpt om later oprechte aandacht van psychopathische aandacht te kunnen onderscheiden. Kinderen met onveilige hechting lopen een verhoogd risico om in hun tiener- en twintigersjaren slachtoffer te worden van psychopaten of narcisten die luisterende aandacht 'imiteren' om daarmee iemand te kunnen manipuleren voor eigen doeleinden. Het kunnen onderscheiden van oprechte, zuivere aandacht en gevaarlijke, manipulatieve aandacht vervangt geen hechting, maar kan wel bijdragen aan het voorkomen van de meest ernstige gevolgen van onveilige hechting op latere leeftijd. Later misbruikt worden in de breedste zin van het woord is misschien wel één van de grootste risico's die een onveilig gehecht kind loopt. Gepubliceerd op LinkedIn 24/4/2016 0 Opmerkingen Almost Home (songtekst)I know I never will forget
that precious moment when we met First time I ever saw your face you took me back ten million days They say some things are meant to be What does it mean for you and me? Share we a future or a past? I only know: love will last So please, close your eyes let me dry your lonely tears I know love is stronger then the pain of all these years And I'm so proud, so proud of you You stayed strong, all on your own It's been a long way girl, but I can see You're almost home So many questions fill my mind Too many memories, lost in time Hidden heartaches, lonely blue Did all my pathways lead to you? Where did we come from, where to go? Where are we bound for, I don't know What is the secret plan behind? Qustions running through my mind So please, close your eyes let me dry your lonely tears I know love is stronger then the pain of all these years And I'm so proud, so proud of you You stayed strong, all on your own It's been a long way girl, but I can see You're almost home Music and lyrics: ©Matthijs Goedegebuure (2016) To be re-released on YouTube in the future |
Waarom schrijf ik?Ik schrijf over de verschillen tussen karakters, binnenwerelden en innerlijke talen. Omdat ik geloof in respect voor de ander die anders is. En in luisteren naar die ander zonder oordeel.
Ik schrijf omdat ik zie dat polarisatie, oordeel, wantrouwen, verwijdering, vijandschap, eenzaamheid, onbegrip en karikatuurvorming zoveel kapot maakt. Het zit blijkbaar in ons. In mij. In jou. Ik schrijf omdat eerlijke liefdevolle en zoekende woorden een wapen zijn tegen ontwrichting, eenzaamheid, zonde, leugens en verbittering. Ik schrijf omdat we allemaal ongelofelijk complex zijn. Onze eigen binnenwerelden zijn vergelijkbaar met afzonderlijke universums. We kunnen onszelf en de ander nooit helemaal begrijpen. Maar wel steeds meer respecteren. Respect en naastenliefde is niet ingewikkeld. Het is een grondhouding. Maar die grondhouding kan je wel alles kosten. Ik schrijf niet omdat ik veel meen te weten of een voorbeeld ben. Verre van dat. Ik schrijf juist omdat ik zoveel niet weet, maar wel al tientallen jaren zoek en blijf zoeken hoe ik kán weten en wellicht daarmee een klein voorbeeld mag zijn. Al was het maar in het omgaan met fouten, pijn en strijd. Ik schrijf voor jou, wanneer je jezelf niet meer herkent in deze wereld en in de mensen om je heen. Dat is gruwelijk eng. Je bent niet gek. Ik bid dat er iets tussen mijn schrijfsels zit waar je wél iets in herkent van jezelf. Of dat jou helpt om oordeel los te laten. Vooral over jezelf. Ik schrijf omdat er altijd hoop fluistert. Altijd. Echt. Het vraagt oefening om het te horen. Ik hoor het soms ook niet meer. Dan ga ik schrijven ... herschrijven, zoeken naar woorden die 'kloppen'. Ik schrijf ook omdat ik zonder schrijven simpelweg zou stikken. Ik kan eigenlijk niet anders. Vergeef me. Je neemt me het meest serieus als je me niet té letterlijk serieus neemt. Mijn zinnen zijn slechts pogingen om één bepaald perspectief te schilderen in woorden. Tussen duizenden andere waardevolle perspectieven. En voor iedereen die ook schrijft of schildert: blijf schrijven. Blijf alsjeblieft schilderen. Zo blijf je leven. Archieven
April 2026
CategorieënAlles Autisme Autonomie Big Five Borderline Chronisch Psychisch Lijden Diagnostiek Diagnostische Dwaling DSM V Empathie Evangelie Geloof Gevoeligheid Herkenning Hertraumatisering Informatie Voor Naasten Johnny Cash Langdurige Problematiek Levensfasen Liefdesverdriet Lijden Mentale Gezondheid Misdiagnose Muziek Onmogelijke Keuzes Persoonlijk Psychologie Psychopathologie Relationele Ontwrichting Songteksten Stress Therapeutische Klik Therapiematch Trauma Vriendschap Zelfreflectie |
Wil je meer weten over mijn werk als psycholoog, schrijver of muzikant? Kijk dan op één van mijn websites.
RSS-feed