|
In de afgelopen drie jaar zie ik het aantal artikelen op internet (LinkedIn, Facebook, Substack, etc.) enorm toenemen. Meer dan de helft van deze artikelen is vrijwel zeker grotendeels door AI geschreven. Je herkent ze aan een structuur zoals (bijvoorbeeld) deze:
En dit is meestal de schrijfstijl:
Hieronder een voorbeeld van hoe AI van een willekeurig onderwerp als 'friet' in 2 of 3 seconden een oorstrelende levensles kan maken. Bedenk daarbij dat dit de tekst is van een machine. [AI TEKST OVER FRIET] Friet is geen bijgerecht. Het is een les in leiderschap. We denken vaak dat friet simpel is. Aardappel. Olie. Zout. Klaar. Maar wie goed kijkt, ziet iets anders. Goede friet vraagt aandacht. Niet te dik. Niet te dun. Niet te slap. Niet te hard. Het geheim zit niet in snelheid, maar in timing. Eerst voorbakken. Dan wachten. Dan afbakken. Dat geldt ook voor mensen. We willen vaak direct resultaat. Snelle groei. Meetbare output. Een knapperige buitenkant. Maar echte ontwikkeling vraagt tijd. Niet harder duwen, maar beter afstemmen. Niet sneller presteren, maar zorgvuldiger voorbereiden. Niet meer druk, maar de juiste temperatuur. Want talent werkt net als friet. Onder te weinig warmte gebeurt er niets. Onder te veel warmte verbrandt het. In de juiste omstandigheden wordt het goud. Dus misschien is de vraag niet: “Hoe krijgen we mensen sneller productief?” Maar: “Welke temperatuur heeft iemand nodig om tot zijn recht te komen?” Daar begint goed leiderschap. En misschien ook gewoon goede friet. Deze tekst is puur machinaal, wiskundig berekend. In dit geval een beetje lachwekkend. AI heeft totaal geen idee wat het zegt, maar het heeft berekend hoe het een lezer of luisteraar kan 'betoveren', zijn aandacht kan vangen. Het griezelige is dat het ditzelfde ook kan met de meest persoonlijke, emotionele onderwerpen en zelfs met Bijbelse waarheden. Laten we het onderwerp 'Vergeving' nemen. Dit is wat AI daar in 2 seconden over kan ophoesten zonder te weten, voelen of begrijpen wat het zegt: [AI TEKST OVER VERGEVING] Vergeving is geen gebaar. Het is een les in menselijkheid. We denken vaak dat vergeving simpel is. Spijt. Berouw. Zand erover. Klaar. Maar wie goed kijkt, ziet iets anders. Echte vergeving vraagt aandacht. Niet te snel. Niet te traag. Niet te goedkoop. Niet te zwaar. Het geheim zit niet in vergeten, maar in waarheid. Eerst erkennen. Dan voelen. Dan loslaten. Dat geldt ook voor relaties. We willen vaak direct herstel. Snelle vrede. Meetbare vooruitgang. Een rustige buitenkant. Maar echte verzoening vraagt tijd. Niet wegpoetsen, maar onder ogen zien. Niet harder proberen, maar eerlijker worden. Niet meer druk, maar de juiste veiligheid. Want vertrouwen werkt net als vergeving. Onder te weinig waarheid gebeurt er niets. Onder te veel druk breekt het. In de juiste omstandigheden kan het helen. Dus misschien is de vraag niet: “Hoe krijgen we dit zo snel mogelijk achter ons?” Maar: “Welke waarheid moet eerst veilig worden aangekeken?” Daar begint echte vergeving. En misschien ook gewoon menselijkheid. Leg ze naast elkaar en je snapt wat ik bedoel. Het is allebei volkomen 'zielloze' tekst. Letters die door een wiskundige formule in een voor mij aantrekkelijke, overtuigende volgorde zijn gezet. Er zit geen worsteling, geen levenservaring, geen zoektocht achter. Maar het klinkt verdacht goed, herkenbaar en overtuigend.
Dit voorbeeld is de meest simpele en herkenbare vorm van AI tekstgeneratie. AI kan ook steeds beter de tekstopbouw en schrijfstijl aanpassen aan degene die de tekst publiceert, aan een bepaalde cultuur, normen, waarden, omgangsvormen, etc. Het kan wetenschappelijk schrijven, maar ook artistiek, boekhoudkundig, juridisch, therapeutisch, commercieel, etc. Daardoor wordt het steeds lastiger om echt geschreven teksten te onderscheiden van AI teksten. AI weet zich steeds beter te 'vermommen' als een persoon en kopieert desgewenst de schrijfstijl van iemand. Ben ik tegen AI? Niet perse. Ik maak er zelf ook vrij intensief gebruik van bij het analyseren en samenvatten van data. Maar ik zie met beetje lede ogen toe hoe bijvoorbeeld LinkedIn volloopt met artikelen die met een voorspelbare structuur en schrijfstijl elk willekeurig standpunt over een belangrijk onderwerp verdedigen of promoten. Laten we alsjeblieft kritisch blijven denken bij alles wat we lezen en schrijven. Ook hier in mijn schrijfatelier. En als je zelf schrijft: blijf alsjeblieft eerlijk worstelen met woorden, zinnen, gevoelens, analyses, conclusies. Laten we de machine weigeren die de schrijfworstelingen van ons wil overnemen met oog- en oorstrelende woorden en teksten die niet uit ons hart maar uit een rekenmachine komen. En mocht je je afvragen: is dit echt Matthijs die dit schrijft of is dit ook AI? Dit ben ik. 100%. Behalve dan wat in de blauwe tekstvakken staat.
0 Opmerkingen
Vandaag naast De Oude Bank. Ja, ik heb Koningsdag met een paar van mijn geliefden in Sliedrecht doorgebracht ;-). Een meisje van een jaar of 10 spreekt me aan. 'Meneer, wilt u een complimentje hebben? Ze zijn helemaal gratis!' Nou, die kan ik best gebruiken dus ik mag mee naar de grabbelton. Ik grabbel langzaam en echt goed, en haal mijn compliment naar boven. Een mooi groen briefje met een sticker er op. En met mooie viltstiftletters: 'Je haar zit leuk!' Ik lees het voor. Het meisje kijkt me een beetje geschrokken met grote ogen aan. Ik heb geen pet op dus mijn kale knar glimt stralend in de zon. Ik had hem vanochtend extra goed geschoren met mijn scheermes. Het is tenslotte Koningsdag. Ik kijk haar ook een beetje geschrokken aan want ik zie dat ze hier niet over had nagedacht. Je moet tegenwoordig als compliment-verkoper ook met alles rekening houden zeg. Dan moeten we allebei hard lachen.
'Ik mag vast nog een keer want deze was natuurlijk voor iemand anders, haha.' 'Ja, u mag nog een keer hoor!' Ik grabbel nu echt op mijn allerbest, met al mijn vermogen, en ik vis er deze keer een blauw briefje uit. De meest mannelijke kleur. Lijkt me veilig. Nu geen viltstiftletters, maar met een blauwe pen: 'Je bent leuk!' Met een getekend bloemetje ernaast. Die is overtuigend. Ik vind mezelf ook ineens weer leuk. Dus ga ik ook leuk doen. 'Mag ik jou ook een compliment geven?' vraag ik. Dat mag. Ze gaat er voor staan als een snoepverkoper die zelf een pepermuntje aangeboden krijgt door een klant. Haar handen in de zij. 'Jij bent de beste compliment-verkoper van Sliedrecht' zeg ik. Ze knikt goedkeurend. Dat is geen slecht compliment voor een kale leek in het vak. 'Ja. Heel goed. Dankuwel meneer!' 'Nou, jij ook bedankt; ik neem mijn compliment mee hoor. Daag!' 'Daag meneer! Veel plezier ermee!' Dat was een mooie ontmoeting tussen twee professionele compliment-verkopers. En ik heb nu al plezier van mijn gratis compliment. Ze heeft het leuk gedaan. En ik eigenlijk ook wel ... ;-)
Waarom je elkaar soms misloopt terwijl je allebei verbinding zoekt
[In bewerking. Versie 29-04-2026 11.15] Het was een belangrijk gesprek voor je. Niet zomaar een praatje tussendoor, maar zo’n gesprek waar je van tevoren goed over hebt nagedacht. Je had je woorden zorgvuldig gewogen. Je wilde je integer en zonder oordeel opstellen. Openhartig, maar met gepaste grenzen. En eerlijk is eerlijk: toen je naar huis reed, had je het gevoel dat het best goed was gegaan. Het was een mooi gesprek. Jullie hadden zelfs even gelachen, dingen uitgesproken, elkaar aangekeken, misschien even gezwegen. Dankbaar! En een terecht klein schouderklopje voor jezelf.
Maar de volgende dag kreeg je een appje. Het maakte meteen duidelijk dat de ander het gesprek toch heel anders had beleefd. Dat het voor hem of haar ongemakkelijk was geweest. Te intens misschien. Te scherp. Te veel. Of juist te afstandelijk. En terwijl jij dacht dat jullie dichterbij waren gekomen, bleek de ander zich niet helemaal gezien, niet begrepen of zelfs onveilig te hebben gevoeld. Heel verwarrend. Wat gebeurt hier? Misschien hebben jullie allebei een andere 'verbindingsstijl'. Wat is dat en hoe kan inzicht hierin je helpen in situaties waarin verbinding verwarrend wordt? Daarover gaat dit artikel. Een eigen stijl van verbinding Elk kind zoekt onbewust naar een 'veilige' verbinding met de ander. In het contact met je vader, moeder, opvoeders, broertjes, zusjes, familie en vriendjes leer je hoe dat werkt. Degenen die jou opvoeden zijn sleutelfiguren in de vorming van jouw verbindingsstijl. Juist van hen leer je hoe je bij iemand 'binnenkomt', 'aanhaakt'; hoe je 'aansluiting' vindt of met iemand een 'lijntje legt'.
Zo ontstaan verbindingsstijlen. Niet als een bewust gekozen strategie, maar als een onbewust aangeleerde stijl om in het contact met de ander steeds dat haakje te vinden dat de communicatie, de sfeer goed houdt. Want dat is veilig. Een kind voelt: zo maak ik verbinding, zo leg ik een lijntje, zo krijgen we contact, zo raak ik de ander niet kwijt en zo kan ik het verloren contact weer 'oppakken'. En wat werkt, gaan we herhalen. En wat je vaak herhaalt, wordt vertrouwd. En gaat vanzelf bij je horen. Voor je het weet noemt iedereen het je 'karakter', terwijl het misschien meer iets is dat je gaandeweg ontdekte in het leven. Zo werkt het. Verbindingsstijl, hechtingsstijl en communicatiestijl Een verbindingsstijl is dus wat anders dan een hechtingsstijl of communicatiestijl. Een verbindingsstijl is de vroeg aangeleerde manier waarop je in een concrete ontmoeting met de ander nabijheid probeert te maken, te checken, te bewaren of te herstellen. Je zou kunnen zeggen: het is een specifiek instrument in de toolbox van je communicatievaardigheden, maar wel gaandeweg ontstaan in je hechtingsgeschiedenis. Je communicatiestijl gaat over hoe je communiceert (zenden, ontvangen, luisteren, verbaal, nonverbaal, passief, actief, direct, indirect). Je hechtingsstijl gaat over hoe veilig nabijheid voor je voelde in de hechting met je primaire opvoeders en hoe je daar in je verdere leven mee omgaat (veilig, angstig, vermijdend, verwarrend). Je verbindingsstijl zit daar precies tussenin: het is jouw vertrouwde haakje om heel concreet nu in dit gesprek, in deze ontmoeting de verbinding tot stand te brengen, te checken of die verbinding nog goed is, te onderhouden en zonodig te herstellen of repareren. Zowel het tot stand brengen als het checken, onderhouden en herstellen gebeurt door micro-interventies: een glimlach, een bevestigend knikje, oogcontact, gezichtsuitdrukking, een klein gebaar, koffie aanbieden, een mop vertellen, even stil zijn, een onderwerp inbrengen, etc. Getraumatiseerde mensen zijn heel gevoelig voor deze micro-interventies van de ander. Traumasensitieve personen zetten deze micro-interventies bewust of onbewust in om het contact voor de ander veilig te maken. Ik zie vanuit mijn praktijkervaring aanwijzingen dat stellen die dezelfde verbindingsstijl hebben en concreet continu hun relatie 'onderhouden' of 'repareren' met deze micro-interventies een langere en duurzamere relatie met elkaar kunnen opbouwen dan mensen die een verschillende verbindingsstijl hebben of deze kleine 'reparaties' achterwege laten. Op een gegeven moment is het contact dan op zoveel kleine stukjes 'beschadigd' dat het als onherstelbaar voelt. En soms ook onherstelbaar is. Onveilig gehechte mensen voelen zich sneller onzeker over de verbinding. Zij zullen deze daarom vaker checken en voorzichtig proberen het lijntje te herstellen, of juist (tijdelijk) afstand nemen als de verbinding te intens wordt. Het is voor hen veel harder werken dan voor mensen die veilig gehecht zijn. Onveilig gehechte mensen zullen daarom vaker hun verbindingsstijl met de daarbij behorende micro-interventies moeten inzetten voor kleine 'checks' of 'reparaties' van de lijn. Zij lopen relationeel altijd meer op eieren en dat kost veel energie. Dit kan zelfs tot uitputting leiden in complexe relationele situaties. Veilig gehechte mensen hebben afhankelijk van hun persoonlijkheidsprofiel een specifieke verbindingsstijl die ze vrijwel overal inzetten of juist een breder scala aan verbindingsstijlen. De specifieke verbindingsstijl zie je vooral bij stabiele, meer robuuste persoonlijkheden (nuchter, behoudend, gestructureerd). Zij maken overal op hun eigen manier verbinding. Plastische en meer dynamische persoonlijkheden (gevoelig, extravert, open-minded, creatief) hebben soms meerdere haakjes voor verbinding en kunnen soms beter aansluiten bij uiteenlopende verbindingsstijlen van anderen. Opvallende verbindingsstijlen In de afgelopen 35 jaar heb ik veel mensen mijn kamer, een teamsessie, een intakegesprek of een wachtruimte zien binnenlopen. En verbinding met mij en anderen zien maken. Allemaal met een eigen, unieke verbindingsstijl. Ik heb er al schrijvend een aantal op een rij gezet, maar er zijn er natuurlijk nog veel meer. Dit is geen wetenschappelijk onderbouwd overzicht, het komt niet uit een theoretisch model. Voor zover mij bekend is er (nog) geen psychologisch model op het gebied van verbindingsstijlen, al raakt het natuurlijk diverse theorieën over hechting, interpersoonlijke relaties, coping en communicatie. Het is wat mij gaandeweg is gaan opvallen in mijn werk als psycholoog.
Natuurlijk zijn er nog veel meer: verrassen (onverwachte wendingen aan een gesprek geven), shockeren (iets heftig als een bommetje laten vallen), kadootjes geven (letterlijk of figuurlijk), druk zijn (werken), interesse tonen in een voorwerp van de ander ('hé, dat is een mooie foto'), iets concreets tonen (bijv. op een mobiel), fysieke aanraking, etc. etc. Niemand heeft slechts één verbindingsstijl. We maken allemaal een eigen combinatie van meestal twee of drie voorkeursstijlen is mijn indruk. Zo kun je de 'uitdagende analist' zijn, de 'mopperende grappenmaker' of zelfs de 'harmoniserende, pratende zorger'. Onder druk zie je mensen vaak hun meest beproefde verbindingsstijl inzetten en de meest opvallende 'reparatie-interventies'. Elke verbindingsstijl heeft een eigen logica en een eigen ontwikkelingsgeschiedenis waarin deze stijlen als de best passende boven kwamen drijven. 'Best passend' is de optelsom van:
Om deze reden zijn we allemaal extreem vergroeid met onze eigen verbindingsstijl. Deze is duizenden of misschien wel tienduizenden keren subtiel en onbewust bevestigd als de veiligste, meest effectieve manier om contact te maken. Of te checken. Of te repareren. Of te behouden. Op deze manier, met deze sociale micro-interventies, kreeg je de optimale mix van afstand en nabijheid. Om die reden zijn we onbewust erg overtuigd geraakt van onze eigen stijl: het heeft jaren geduurd om dit (onbewust) te ontdekken en (ook onbewust) te ontwikkelen. Zelfs de stille waarnemer is er (ook weer onbewust) diep van overtuigd dat je het best niets kunt zeggen en altijd moet wachten. Elke stijl heeft iets moois. De helper ziet wat de ander nodig heeft. De analist kan helderheid brengen. De grappenmaker maakt het zware wat lichter. Van de stille waarnemer kunnen we leren dat je soms beter niets kunt zeggen. En de mopperaar helpt ons om onze irritaties te verwoorden. Maar een stijl die jou als kind gaandeweg hielp je te verbinden met de ander, kan later in je leven ook ingewikkeld worden als je verbinding zoekt met iemand die een andere verbindingsstijl heeft. Of iemand anders met jou. Soms staan de verbindingsstijlen van twee mensen haaks op elkaar. Dan ontstaat er een ongelijke dans. Jouw micro-interventies, jouw bewegingen, sluiten niet aan bij de bewegingen van de ander en de micro-interventies die de ander ondertussen probeert te doen. Dan is er geen 'sync'. Je werkt elkaar onbewust juist tegen. De ongelijke dans Dat merk je bijvoorbeeld wanneer je als analist verbinding zoekt, check of herstelt met een harmonisator. Als analist ervaar je een goed, licht schurend gesprek als nabijheid. Samen denken, elkaar bevragen, aanscherpen, tot de waarheid helderder wordt. Voor jou als analist is dit een uiting van zorg of liefde: ik neem jou echt serieus, dus ik denk diep met je mee. Als analist zoek je (onbewust) naar intellectuele wederkerigheid. Dat is 'contact', heb je vroeg geleerd. Dit soort gesprekken laat in de cockpit van je binnenwereld een groen lampje branden. Maar de harmonisator kan datzelfde gesprek met jou totaal anders beleven. Die voelt niet zozeer de inhoud, als wel de spanning, de toonzetting en de verschillende perspectieven. Word ik echt begrepen? Voelt de ander zich door mij begrepen? Verwacht de ander nu iets van mij? Mag ik tegenspreken zonder dat dit de verbinding beschadigt? Dus de harmonisator glimlacht, knikt, verzacht en beweegt mee. Niet omdat hij het overal mee eens is, maar omdat veiligheid, respect en emotionele wederkerigheid voor de harmonisator veel belangrijker zijn dan argumentatie, samen sparren of waarheidsvinding. Intellectueel schurend sparren laat bij de harmonisator juist een rood lampje branden in de innerlijke cockpit. Zo ontstaat de ongelijke dans. De een denkt: we komen dichterbij. De ander voelt: ik raak mezelf kwijt. De een zoekt waarheid. De ander zoekt harmonie. Ze doen allebei hun best om verbinding te maken, maar maken daarbij andere 'bewegingen' die niet synchroon in elkaar overlopen. Ze werken elkaar tegen. Een ander soort ongelijke dans kan ontstaan tussen een helper en een probleemdrager. Op het eerste gezicht lijken hun stijlen prachtig op elkaar aan te sluiten. De probleemdrager komt met nood, strijd of verwarring. De helper komt met aandacht, zorg en oplossingen. Allebei voelen ze: dit is verbinding. Jij hebt mij nodig en ik kan iets voor jou betekenen. Maar juist omdat de stijlen zo goed op elkaar passen, kunnen ze elkaar ook gevangen gaan houden. De druk op de helper om het probleem van de ander op te lossen wordt steeds groter. En de druk op de probleemdrager om telkens weer een nieuw probleem voor te leggen, wordt ongemerkt ook groter. Want zonder probleem lijkt de ingang tot nabijheid even kwijt. Zo kan de probleemdrager, hoe vreemd dat misschien klinkt, door problemen te blijven brengen óók voor de helper zorgen. Want zolang er iets op te lossen valt, heeft de helper een plek. Dan is helpen geen vrije keuze meer, maar een strik. En nood geen eerlijke vraag meer, maar een toegangsbewijs tot contact. De helper raakt uitgeput. De probleemdrager blijft afhankelijk. En allebei kunnen ze denken dat ze verbinding maken, terwijl ze vooral elkaars veilige pad bevestigen. Het veilige pad van de ander leren zien Hoe kwetsbaarder de onderwerpen die je met iemand bespreekt en hoe vertrouwelijker je met iemand omgaat, hoe groter de impact van een ongelijke dans in verbindingsstijlen. En hoe onveiliger je gehecht bent, hoe meer paniek, verlatingsangst of verwarring een ongelijke dans kan geven. En ook: hoe introverter, empathischer en gevoeliger je zelf bent, hoe meer pijn of spanning je voelt als de verbindingsstijlen niet synchroon lopen. Volwassen verbinding in relationeel complexe situaties (crises, huwelijksproblemen, verstoorde werkrelaties, etc.) vraagt daarom veel zelfreflectie en bewustwording van je eigen verbindingsstijl. Niet: zo ben ik nu eenmaal en hier moet je het maar mee doen. Maar: zo heb ik geleerd dichtbij te blijven en zo heb ik geleerd de verbinding te herstellen. En dit beleef ik als nabijheid en dat beleef ik juist als afstand. En ik wil er voor open staan dat jouw irritante of voor mij ongepaste tegenbewegingen misschien wel jouw beste poging zijn om veilig contact met mij te leggen. Dat kan ik op zijn minst proberen te zien, te begrijpen en te waarderen. Dan hoeft de prater niet opeens te stoppen met praten, maar mag hij wel leren luisteren naar de taal en de verbindingsstijl van de stille waarnemer of de harmonisator. De helper hoeft niet te stoppen met zorgen, maar mag wel wat de ander geeft leren ontvangen. De harmonisator hoeft zijn inzet voor harmonie niet op te geven, maar mag ontdekken dat echte vrede niet ontstaat als je zelf steeds moet verdwijnen. En de analist hoeft zijn scherpte niet op te geven, maar mag leren dat gelijk krijgen iets anders is dan iemand bereiken. Het geeft hopelijk wat rust als je aan de hand van deze inzichten kunt begrijpen wat er soms mis gaat in de verbinding. Een verbindingsstijl is niet goed of fout. Het is je meest vertrouwde, veilige en snelste weg naar verbinding. Maar volwassen worden betekent misschien beseffen en steeds meer leren zien dat anderen een ander vertrouwd paadje hebben ontdekt. Soms wacht de ander niet aan het einde van mijn vertrouwde paadje. Soms verschijnt hij pas waar ik het veilige pad van de ander begin te zien, te begrijpen en te respecteren. Ik hoop dat mijn waarneming en mijn verwoording daarvan je mag helpen om in die ene belangrijke situatie met jezelf en met de ander in verbinding te blijven. Of de verbinding te herstellen. Of die ander iets beter te begrijpen. Of jezelf ... dat kan ook erg helpend zijn!
Disclaimer: dit is geen gevalideerd wetenschappelijk model en ook geen diagnostische indeling. Het is mijn eigen praktijktaal voor iets wat ik in de loop van de jaren vaak ben gaan zien. Voor zover mij bekend bestaat er geen psychologisch model dat precies deze naam, indeling en invalshoek gebruikt. Tegelijk raakt het natuurlijk aan bekende ideeën uit de hechtingstheorie, systeemtherapie, schematherapie en vooral aan het werk van Virginia Satir over communicatiestijlen onder spanning. Zie het dus niet als een etiket, maar als een uitnodiging tot zelfonderzoek: hoe heb jij geleerd om verbinding te zoeken wanneer nabijheid belangrijk of spannend wordt?
Vragen voor zelfreflectie
[In bewerking. Versie 28-04-2026 19.18] Misschien komt het doordat ik nu 58 ben en sinds enkele jaren de liefste kleinkinderen heb, maar ik merk dat ik steeds gevoeliger word op het taalgebruik binnen mijn vakgebied. Er vallen mij dingen op die me jaren geleden niet opvielen. Ik word geraakt door online analyses en online uitspraken van therapeuten, coaches die me vroeger minder zouden raken. Misschien komt het ook doordat ik jarenlang erg intensief met mensen heb opgetrokken. Met mensen die wanhopig zochten, zich tot in het extreme hadden aangepast, bleven hopen, bleven verlangen, of zich juist hadden verhard, zich schaamden voor hun kwetsbaarheid of juist bang waren die kwijt te raken. Mensen die mij hebben geleerd anders te kijken en anders te luisteren. Niet alleen naar wat iemand zegt, maar ook naar de 'gevoelstemperatuur' van woorden. Naar de toon, de bron van waaruit iemand praat, de warmte, het oordeel of het respect dat erin doorklinkt. En misschien komt het gewoon door hoe ik vanaf mijn kindertijd al 'bedraad' ben met mijn gevoelige en artistieke aard. En: ik ben ongetwijfeld ook stap voor stap anders gaan kijken naar de invloed van onze tijdgeest op nieuwe psychologische modellen en denkbeelden en daarmee op ons mensbeeld. En hoe zich dat weer uit in taalgebruik in (social) media en zo diezelfde tijdgeest weer versterkt. Met 'tijdgeest' bedoel ik overigens de manier waarop politieke, religieuze, wetenschappelijke, commerciële en filosofische denkbeelden van een tijdperk zich via media, mode, trends, entertainment, technologische ontwikkelingen, bewegingen en sociale invloeden vrijwel ongemerkt in ons denken, voelen en spreken nestelen. Onze westerse cultuur is vanaf de industrialisatie steeds meer technisch, controlerend, algoritmisch en 'spreadsheetachtig' geworden. We willen steeds meer meten, scoren, verklaren en beheersen, alsof de maatschappij pas werkelijk goed functioneert wanneer de mens in modellen, systemen en data past. In de theorie van Iain McGilchrist lijkt onze meer 'performale' linkerhersenhelft steeds meer de toon te zetten, ten koste van de rechter hersenhemisfeer, die juist context, betekenis, samenhang en organisch leven waarneemt. Parallel aan deze technologisering loopt een andere ontwikkeling die ik kenmerkend vind voor onze tijdgeest: een steeds meer hedonistische leefstijl waarin gemak, snelheid, plezier, ontspanning, korte-termijn bevrediging en verdoving als een 'recht' wordt beleefd. 'Recht' op vrijheid en 'recht' op genot. 'Recht' op geluk, 'recht' op ruimte, 'recht' op vrije expressie en 'recht' op een leuke, zinvolle baan. We zijn daarmee misschien wel erg aan de bovenkant van de pyramide van Maslow (hij heeft het zelf nooit een pyramide genoemd overigens) aangekomen. We willen of moeten ons zelf ontplooien, manifesteren, uitleven. Dat alles beïnvloedt (of bepaalt misschien zelfs) hoe wij naar onszelf en naar elkaar kijken, en dus ook hoe we woorden gebruiken en begrippen definiëren. Psychologische taal verandert niet door woordenboeken, maar vooral door de tijdgeest en het mensbeeld binnen die tijdgeest. En waar we het met elkaar steeds minder eens zijn over wat 'heilig' is en wat 'leven' en 'samenleven' ten diepste is, ontstaat bijna per definitie meer achterdocht, verharding, polarisatie, fragmentatie en sektarisatie en wordt de ruimte voor naastenliefde, verbondenheid en kwetsbaarheid steeds kleiner. Wat ik de laatste jaren steeds meer waarneem, is niet alleen dat de woorden grover worden, maar ook dat woorden een meer zakelijke, oordelende, analytische of bijna mechanische betekenis lijken te krijgen. Ze klinken nog bekend. Soms zelfs nog warm. Maar het idee erachter lijkt veranderd. De achtergrond is anders. De diepere, inspirerende verhalen, symbolen en metaforen verdwijnen meer naar de achtergrond. En worden ongemerkt vervangen door meer technische analyses. En daar waar verhalen ons nog raken worden deze in films, series en animaties met beeld en muziek zo emotioneel dramatisch neergezet dat we er door overprikkeld raken. De meest heroïsche verhalen en de meest indringende muziekstukken worden ontleed tot een formule. En deze formule wordt in de media gebruikt om mensen te boeien en te binden. Daardoor worden woorden uitgehold. En mensen die taalgevoelig zijn, waaronder ik mezelf en veel van mijn cliënten durf te scharen, voelen dat wellicht eerder dan anderen. Zij horen niet alleen het woord, maar voelen ook de ondertoon. Zij merken wanneer een woord dat ooit bescherming bood, langzaam stigmatiserend, veroordelend of zelfs beschuldigend wordt. Wanneer een woord dat ooit naar zorg en tederheid verwees, een bijsmaak van zwakte krijgt. Wanneer een woord dat ooit iets van eerbied droeg, steeds vaker wordt gebruikt om het eigen terrein af te bakenen. Dat is geen kleine verschuiving. Zeker niet voor gevoelige, altruïstische en artistieke mensen. De mensen waar ik graag voor opkom in mijn schrijfsels. Dat was je vast niet ontgaan als je soms mijn posts leest. Een tijdgeest verandert bijna ongemerkt het gebruik en daarmee ook de betekenis van woorden. En dat is ingrijpend. Voor de altruïstische 'helper' die relationele spanning vaak eerder voelt dan een ander. Voor de sensitieve 'kunstenaar' (ik bedoel niet alleen professionele kunstenaars, maar iedereen die de taal van muziek, beeld of verhaal aanvoelt) die nuances opvangt waar anderen overheen lopen. Voor mensen bij wie woorden niet alleen informatie zijn, maar bijna levende dragers van sfeer, betekenis en herinnering. Mensen die de pijn van taal sterk kunnen voelen, maar ook de troost ervan. Drie woorden die mij daarin de laatste tijd zijn opgevallen zijn: 'pleasen', 'koesteren' en 'respect'. Ik wil in dit artikel deze drie als voorbeeld nemen en daarop inzoomen. Ik zeg dit allemaal niet zonder zelfrelativering. Ik ben natuurlijk zelf als waarnemer ook veranderd. De mensen met wie ik tienduizenden uren heb gepraat hebben mij gevormd. Hun verhalen en hun geschiedenissen zijn nu ook deel van mijn verhaal en mijn geschiedenis. Ik luister niet meer met de oren van de twintigjarige Matthijs. Mijn werk, mijn geloof, mijn verliezen, mijn eigen levensfase, mijn overwinningen, mijn teleurstellingen, mijn liefde voor taal, mijn kijk op mensen kleuren natuurlijk mee wat ik meen te zien en meen te horen. Maar juist die zelfreflectie hoeft mijn waarneming niet zwakker te maken. Hopelijk maakt ze haar eerlijker. Minder stellig misschien, maar op zijn best wel doorleefder. En mogelijk daarmee zelfs overtuigender. Pleasen Het woord 'pleasen' is voor veel mensen steeds meer een verdenking aan het worden. Alsof het nog maar zelden verwijst naar fijngevoeligheid, tact of liefdevolle afstemming, en bijna alleen nog naar zwakte, zelfverlies of ongezonde aanpassing. Zodra iemand sterk rekening houdt met anderen, de sfeer aanvoelt, spanning probeert te verminderen of harmonie wil bewaren, ligt de diagnose al bijna klaar. Dan heet het angst. Of trauma. Of gebrek aan grenzen. Of een 'zwak ontwikkeld zelf'. Ik begrijp waar dat idee vandaan komt. Natuurlijk bestaat er pleasegedrag dat niet 'vrijwillig' is. Natuurlijk zijn er mensen die zichzelf onderweg kwijtgeraakt zijn. Natuurlijk kan afstemming ook overlevingsgedrag worden. Dat moet je eerlijk kunnen benoemen. Maar ik zie nu dat het te vaak en te simpel gebeurt. En dat met het kind het badwater weggegooid wordt. Niet alles wat je psychologisch op een bepaalde manier kunt analyseren, mag je daarmee ook reduceren tot de psychologische mechanismen die je meent te zien. En dat doen we (juist als psychologen en therapeuten!) sneller dan we zelf willen of denken. Waarmee we vervolgens zelf de beweging van de tijdgeest versterken en uitdragen. Niet ieder mens die zijn gedrag afstemt op anderen, verraadt zichzelf. Niet iedereen die rekening houdt met de ander, doet dat alleen maar vanuit angst. Niet ieder mens die vrede zoekt, is conflict mijdend in de oppervlakkige zin van het woord. Niet iedereen die tactvol praat of schrijft is een emotionele manipulator. Sommige mensen hebben eenvoudigweg een fijner ontwikkeld zintuig voor relationele dissonantie. Zij horen eerder wanneer een gesprek 'vals' begint te klinken. Zij merken sneller wanneer iemand afhaakt, wanneer een toon verhardt, wanneer een woord meer kapotmaakt dan het opbouwt. Dat is geen stoornis. Dat is niet zomaar een zwakte. Dat is heel vaak juist een gave. De 'helpers' onder ons zullen dat ongetwijfeld herkennen. De neiging om af te stemmen is dan niet zomaar een reflex, maar ook een stijl van liefhebben. En voor de 'artistieke' menstypes is dat evenzeer herkenbaar denk ik. Niet omdat zij per definitie pleasegedrag vertonen, maar omdat zij vaak intuïtief weten hoe kwetsbaar de ruimte is waarin iets echts kan ontstaan. Een gesprek, een lied, een vriendschap, een huwelijk, een ziel. Niet alles is bestand tegen kille feiten, tegen puur rationele kritiek of botheid. Niet alles groeit of bloeit onder hard koud licht. Juist daarom stoort het me wanneer het woord 'pleasen' voornamelijk negatief wordt ingekleurd. Dan verliezen we uit het oog dat sommige mensen jarenlang juist iets van beschaving hebben gedragen zonder dat iemand het zag. Zij hebben rekening gehouden met de breekbaarheid van de ander. Zij hebben tussenruimtes bewaard in families, teams, vriendschappen, kerken en groepen. Zij hebben niet alles op scherp gezet wat op scherp gezet kón worden. Zij hebben veiligheid en daarmee stabiliteit in een ruimte gehouden waar ook verharding en instabiliteit had kunnen ontstaan. Ja, die kracht kan doorschieten. Ja, iemand kan te veel om de ander heen gaan leven. Maar laten we voorzichtig zijn dat we met onze focus op autonomie, rechten en grenzen niet iets essentieels van mens-zijn kapot analyseren. Naastenliefde. Inlevingsvermogen. Empathie. We kunnen met onze doorontwikkelde psychologische analyses iets blootleggen, maar we kunnen met onze stellige analyses ook breekbare kostbaarheden beschadigen. Niet alles wat zich afstemt is neurotisch of manipulatief. Soms ligt in pleasen ook trouw besloten. Tact. Geduld. Relationele intelligentie. En heel vaak zelfs moed. Volharding. De moed om in verbinding te blijven in een harde omgeving. Misschien moeten we dat woord opnieuw leren wegen. Minder veroordelend en veel eerbiediger. Koesteren Met 'koesteren' gebeurt iets anders heb ik het gevoel. Dat woord draagt van zichzelf warmte in zich. Je voelt er bijna lichamelijk iets in van 'bewaren', 'beschermen', 'dicht bij je houden wat kostbaar is'. Een herinnering. Een mens. Een lied. Een geur. Een kaart. Een tekening. Een cadeautje. Een zin die ooit precies op tijd kwam. Een blik. Een knipoog. Een ogenblik waarin je je onverwacht gezien wist. Een klein stukje licht dat je in een donkere tijd niet kwijt mocht raken. Koesteren heeft iets van beschermende handen om een vlammetje. Je warmt je eraan en tegelijkertijd bescherm je dat vlammetje. Juist daarom valt het me op dat het steeds vaker in negatieve contexten opduikt. We spreken vooral over wrok koesteren, pijn koesteren, bitterheid koesteren, slachtofferschap koesteren, geheimen koesteren, zonden koesteren. En ook dat bestaat natuurlijk. Een mens kan dingen warm houden die hem langzaam van binnen vergiftigen. Hij kan een wond zo dicht tegen zich aandrukken dat die niet meer alleen pijn doet, maar ook zijn identiteit begint te bepalen. Daar mogen we eerlijk naar kijken. "Koesteren heeft iets van beschermende handen om een vlammetje. Je warmt je eraan en tegelijkertijd bescherm je dat vlammetje." Maar ook hier dreigt het woord steeds smaller en lelijker te worden dan het verdient. Alsof koesteren per definitie verdacht is. Alsof volwassen worden vooral betekent dat je moet leren loslaten, opruimen, afstand nemen, verdergaan. Terwijl dat maar een halve waarheid is. Een mens leeft niet zozeer van wat hij loslaat. Hij leeft juist van wat hij zorgvuldig bewaart en meeneemt. Het koesteren van goede herinneringen is enorm versterkend in je levensverhaal. Sommige mensen blijven overeind doordat zij nog ergens vanbinnen een paar warme woorden van iemand met zich meedragen. Een liefdevolle blik. Een plaats waar zij zich ooit thuis voelden. Een stem. Een lied. Een ervaring van nabijheid. De kunstenaar weet dit vaak instinctief. Niet alles wat voorbij is, moet weg. Sommige herinneringen zijn geen beknellende ketting, maar een helpende kleur. Geen stilstand, maar een voedingsbodem. Taalgevoelige mensen zullen dat direct herkennen. Zij kunnen soms jaren leven op een paar zinnen. Op woorden die in moeilijke tijden niet verdwenen zijn, maar onuitblusbaar bleven nagloeien. Niet als vlucht uit de werkelijkheid, maar als tegenwicht tegen verkilling. Niet als ontkenning van het donker, maar als bescherming van iets goeds. Daarom zou het jammer zijn als koesteren steeds meer geassocieerd wordt met iets ziekelijks of regressiefs. Alsof iedere gehechtheid verdacht is. Alsof bewaren per definitie minder volwassen zou zijn dan loslaten. Nee. Er is ook zoiets als trouw aan het goede. Er is ook zoiets als dankbaarheid die je niet moet wegredeneren, maar juist moet bewaren. Er zijn herinneringen die geen last zijn, maar een bron. Levenswijsheid zit misschien wel grotendeels in dat onderscheid. Je kunt bitterheid koesteren en daar lelijker van worden. Maar je kunt ook schoonheid koesteren en daar mooier van blijven. Je kunt je pijn voeden tot ze alles overneemt. Maar je kunt ook het goede bewaren als een klein vlammetje, zodat het in jou niet overal koud wordt. Afscheid nemen is een ritueel waarin je samen (als dat kan nog kan) verwoordt wat je loslaat, maar ook wat je behoudt en meeneemt en mag koesteren. Een afscheid zonder ritueel blijft een open wond die sowieso meegaat. Dat onderscheid vraagt om meer dan techniek. Het vraagt om liefdevolle wijsheid. Om mensen die nog aanvoelen dat niet alles wat gevoelig is, sentimenteel is. En dat niet alles wat je vasthoudt, je gevangenhoudt. Dat loslaten niet de ultieme oplossing is voor problemen. "Een mens leeft niet zozeer van wat hij loslaat. Hij leeft juist van wat hij zorgvuldig bewaart en meeneemt." Respect
Van deze drie woorden heb ik 'respect' misschien wel het meest zien verschuiven in de afgelopen veertig jaar. Ooit had dat woord iets van eerbied in zich. Waarde en ruimte toekennen. Bewust zorgvuldig omgaan met de ruimte en de zeggenschap van de ander over zijn domein. Beseffen dat de ander niet van jou is, niet door jou gedefinieerd wordt, niet zomaar tot object of functie mag worden teruggebracht. Respect had ook iets te maken met vorm, met waardigheid, met zelfbeheersing, met de erkenning dat een mens een binnenwereld heeft waar je niet achteloos overheen loopt. Maar steeds vaker hoor ik het woord vooral als een claim. 'Ik eis respect'; 'Je respecteert me niet'. En daarmee verschuift er iets. Respect lijkt dan minder te verwijzen naar wat ik de ander verschuldigd ben, en meer naar het afbakenen van mijn eigen domein. Minder eerbied, meer zelfbescherming. Minder wederkerigheid, meer territorium. Ook hier begrijp ik natuurlijk iets van de achtergrond. Wie vaak is overschreden of vernederd, mag leren zeggen dat zijn ruimte ook ruimte is. Dat is zeker niet verkeerd. Dat kan noodzakelijk zijn. Maar wanneer respect vooral een woord wordt waarmee ik mijn eigen grens markeer, verliest het iets van zijn oorspronkelijke glans. Dan gaat het minder over zorgvuldig omgaan met de ander, en meer over het handhaven van mezelf. Dan verandert respect van een innerlijke houding in een uiterlijke eis. En juist gevoelige mensen voelen dat haarscherp aan. Zij merken wanneer een woord dat ooit relationeel was, individualistischer wordt. Wanneer een woord dat ooit de ander beschermde, nu vooral het ik afschermt. En daarmee verbondenheid ondermijnt. En dat is niet alleen een betekenisverschuiving. Het zegt ook iets over hoe wij elkaar als mensen zien. Voor mij heeft echt respect nog altijd iets van eerbied. Iets van voorzichtig zijn in de ruimte van de ander. Ik ben daar te gast. Niet omdat de ander onaantastbaar zou zijn, maar omdat hij de autoriteit is in zijn eigen domein. Omdat hij een eigen unieke geschiedenis heeft. Omdat hij een eigen, unieke kwetsbaarheid heeft. Omdat je met de ziel van een mens niet werkt alsof je een technisch probleem oplost. En omdat ik de drinkbeker van die ander niet kan drinken. Respect is dan niet eerst: erken mijn grens. Respect is eerder: ik wil zorgvuldig zijn als gast in jouw binnenwereld. Vanuit het besef dat ik maar een fractie begrijp van hoe het universum van jouw binnenwereld in elkaar zit. Daar zit iets liefdevols in, maar ook iets vastberadens. Soms zelfs iets heldhaftigs. Alsof er in een mens een beschermende kracht opstaat die weigert toe te laten dat iets breekbaars kapotgemaakt wordt door botte taal, snelle analyses of een al te technische of simpele vorm van psychologie. Niet sentimenteel. Niet week. Maar respectvol, vastberaden. Ik ben in jouw binnenwereld als de astronaut die door de ruimte reist waar hij nog geen fractie van een procent van kan zien, laat staan kan begrijpen. De pijn van taal en de troost van taal Misschien is dat wat hier onder ligt. Gevoelige, altruïstische en artistieke mensen weten uit ervaring dat woorden niet bepaald neutraal zijn. Ze kunnen je maken of breken. Ze zijn een zegen of een vloek. Ze kunnen iets in je openen of iets in je sluiten. Ze kunnen een veilige kamer maken waarin je eindelijk ademruimte vindt, of juist de zuurstof er helemaal uit trekken. Woorden kunnen iemand terugbrengen naar zichzelf, of hem verder van zichzelf vervreemden. Een woord als 'pleasen' kan dan niet alleen kritisch klinken, maar zelfs beschuldigend en daarmee schaamte versterken. Een woord als 'koesteren' kan zijn waarde en warmte verliezen en verdacht worden en alle kostbare herinneringen uit je handen slaan. Een woord als 'respect' kan van richting veranderen en steeds minder over de ander gaan. Dat heeft een enorme impact. Maar er zit ook troost in. Want woorden hoeven niet alleen te verschralen. Ze kunnen ook herstemd worden. Teruggebracht naar hun oorspronkelijke, zuivere toon. Ik beleef dat eerlijk gezegd als een deel van mijn roeping. Zeker voor mensen die de pijn van taal zo sterk voelen. Ik schrijf om goede woorden en concepten te beschermen, zodat ze niet gaandeweg steeds cynischer of oordelender worden. Zodat we kostbare woorden niet achteloos laten afglijden door de tijdgeest of door steeds meer psychologische theorieën of modellen met een bijna totalitair karakter: 'allesverklarend', maar daarmee soms ook 'allesvernietigend' op het gebied van liefde, verbinding, warmte, respect. Ik wil graag de schoonheid en de kracht van deze woorden opgraven, het goud dat er in zit, en dat weer oppoetsen. Zodat deze woorden hun oorspronkelijke glans behouden of weer terugkrijgen. Zodat 'pleasen' niet alleen nog maar klinkt als een soort zelfverlies, maar juist iets laat horen van emotionele intelligentie, tact, afstemming en liefdevolle fijngevoeligheid. Zodat 'koesteren' niet vooral een negatief, verdacht woord wordt, maar weer mag verwijzen naar het 'bewaren van hulpbronnen in het leven'. Zodat 'respect' niet verwordt tot een eis, maar weer gaat klinken als eerbied, wederkerigheid en zorgvuldig omgaan met het domein, de grenzen, de keuzes en de binnenwereld van de ander. Misschien horen gevoelige mensen niet te veel. Misschien horen zij soms als eerste wat er verdwijnt uit een woord. En misschien hebben we juist daarom deze mensen nodig. Niet om overal achterdochtig van te worden, maar om ons eraan te herinneren wat juist het 'woord' soms als enige kan overbrengen: geloof, troost, bemoediging, trouw, eerbied en naastenliefde. Aan iedereen die mij heeft gevormd in de afgelopen tientallen jaren: dankjewel voor alles wat je hebt gedeeld uit jouw binnenwereld. Ik draag wat je hebt gedeeld als kostbare parels mee in mijn verdere levensreis. En op de rand van leven en dood, zelfs als ik dit leven los moet laten en de sprong in het onbekende moet maken die we allemaal een keer moeten doen, hoop ik deze parels mee te mogen nemen naar mijn Schepper. Ik zal ze voor Hem neerleggen en Hij zal de waarde er van zien en bepalen. Wat goed was blijft voor altijd goed en wat van Hem was zal Hij herkennen. En Hij zal de schatten die Hij daar Zelf van heeft gemaakt in de hemel en voor ons heeft bewaard, daar naast leggen. Ook voor jou. Dat komt goed. Nogmaals dankjewel.
[Draft. 05-04-2026 20.21] Iets om over na te denken en verder over te schrijven: is het doel van een appelboom om appels voort te brengen? Maar wat is het dan het doel van een appel? Om mooi te zijn? Om de boom 'compleet' te maken? Om de appelboom te laten 'shinen'? Of is een appel bedoeld om geplukt te worden? Of is het doel van de appel om opgegeten te worden en bij te dragen aan het leven van degene die zich met die vrucht voedt? Of is het doel van de appelboom juist om zoveel mogelijk nieuwe appelbomen te doen ontstaan ... ? Je zou oppervlakkig kunnen zeggen: de appel komt voort uit de boom en niet de boom uit de appel. Maar dat is ook weer niet helemaal waar. Een nieuwe appelboom komt voort uit een pitje in de appel. Maar het bijzondere bij appels is dat je voor een goede appelsoort weer beter niet een pitje kunt zaaien, maar een tak moet enten op een stam.
Wat betekent dat voor jou en mij? Zijn we hier om vrucht te dragen naar onze aard? Onze talenten te vermenigvuldigen? Of zijn we hier zodat we met onze talenten anderen kunnen laten groeien? Of is 'vrucht dragen' misschien toch niet het hoogste doel? En wat als de stam van de appelboom helemaal uitgehold is? Of als meerdere appelbomen te veel ruimte innemen en in elkaar groeien? En wat als de boom een gevaar wordt voor anderen in de boomgaard? Wat betekent 'snoeien' of 'gesnoeid worden' in dit licht? En oh ja: die graankorrel. De graankorrel draagt pas vrucht, ontkiemt pas, als hij onder de grond zit en sterft. Maar dan wel in die volgorde: eerst onder de grond en dan sterven. Hm ... En dan hebben we nog de boom van kennis van goed en kwaad. Die had vruchten waar we vanaf moesten blijven. Welk doel had die dan ... ? En de vijgenboom waar Jezus geen vrucht aan vond. De volgende dag was hij dood. Wat zegt het ... ? Ik denk dat Hem kennen, en Hem weerspiegelen misschien een hoger doel is dan 'vrucht dragen'. Maar Hem kennen en weerspiegelen leidt misschien automatisch tot 'vrucht'. Please, make me more like You ... Iets om eens een poosje op te kauwen. |
Waarom schrijf ik?Ik schrijf over de verschillen tussen karakters, binnenwerelden en innerlijke talen. Omdat ik geloof in respect voor de ander die anders is. En in luisteren naar die ander zonder oordeel.
Ik schrijf omdat ik zie dat polarisatie, oordeel, wantrouwen, verwijdering, vijandschap, eenzaamheid, onbegrip en karikatuurvorming zoveel kapot maakt. Het zit blijkbaar in ons. In mij. In jou. Ik schrijf omdat eerlijke liefdevolle en zoekende woorden een wapen zijn tegen ontwrichting, eenzaamheid, zonde, leugens en verbittering. Ik schrijf omdat we allemaal ongelofelijk complex zijn. Onze eigen binnenwerelden zijn vergelijkbaar met afzonderlijke universums. We kunnen onszelf en de ander nooit helemaal begrijpen. Maar wel steeds meer respecteren. Respect en naastenliefde is niet ingewikkeld. Het is een grondhouding. Maar die grondhouding kan je wel alles kosten. Ik schrijf niet omdat ik veel meen te weten of een voorbeeld ben. Verre van dat. Ik schrijf juist omdat ik zoveel niet weet, maar wel al tientallen jaren zoek en blijf zoeken hoe ik kán weten en wellicht daarmee een klein voorbeeld mag zijn. Al was het maar in het omgaan met fouten, pijn en strijd. Ik schrijf voor jou, wanneer je jezelf niet meer herkent in deze wereld en in de mensen om je heen. Dat is gruwelijk eng. Je bent niet gek. Ik bid dat er iets tussen mijn schrijfsels zit waar je wél iets in herkent van jezelf. Of dat jou helpt om oordeel los te laten. Vooral over jezelf. Ik schrijf omdat er altijd hoop fluistert. Altijd. Echt. Het vraagt oefening om het te horen. Ik hoor het soms ook niet meer. Dan ga ik schrijven ... herschrijven, zoeken naar woorden die 'kloppen'. Ik schrijf ook omdat ik zonder schrijven simpelweg zou stikken. Ik kan eigenlijk niet anders. Vergeef me. Je neemt me het meest serieus als je me niet té letterlijk serieus neemt. Mijn zinnen zijn slechts pogingen om één bepaald perspectief te schilderen in woorden. Tussen duizenden andere waardevolle perspectieven. En voor iedereen die ook schrijft of schildert: blijf schrijven. Blijf alsjeblieft schilderen. Zo blijf je leven. Archieven
Mei 2026
CategorieënAlles Autisme Autonomie Big Five Borderline Chronisch Psychisch Lijden Diagnostiek Diagnostische Dwaling DSM V Empathie Evangelie Geloof Gevoeligheid Herkenning Hertraumatisering Informatie Voor Naasten Johnny Cash Langdurige Problematiek Levensfasen Liefdesverdriet Lijden Mentale Gezondheid Misdiagnose Muziek Onmogelijke Keuzes Persoonlijk Psychologie Psychopathologie Relationele Ontwrichting Songteksten Stress Therapeutische Klik Therapiematch Trauma Vriendschap Zelfreflectie |
Wil je meer weten over mijn werk als psycholoog, schrijver of muzikant? Kijk dan op één van mijn websites.


RSS-feed